Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 926HuurbeleidNr. 420 MOTIE VAN HET LID NOBEL C.S.Voorgesteld 10 juni 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat voor middenhuurwoningen een minimale instandhou-dingstermijn van tien jaar wordt voorgesteld, maar geen maximaletermijn;overwegende dat hierdoor verschillen kunnen ontstaan in de wijzewaarop gemeenten instandhoudingstermijnen voor middenhuurwo-ningen toepassen;overwegende dat een evenwichtige instandhoudingstermijn van belang isvoor de financiële haalbaarheid van nieuwe middenhuurprojecten endaarmee voor de realisatie van voldoende middenhuurwoningen;overwegende dat duidelijke en voorspelbare landelijke kaders bijdragenaan uitvoerbaarheid voor gemeenten en investeringszekerheid voorprofessionele verhuurders, zoals institutionele beleggers;verzoekt de regering een landelijke maximumtermijn te onderzoeken voorde instandhouding van middenhuurwoningen,en gaat over tot de orde van de dag.NobelClemminckSteen kst-27926-420ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 420
10 jun 2026Motie ingediendMotie van het lid Nobel c.s. over een landelijke maximumtermijn onderzoeken voor de instandhouding van middenhuurwoningen Bron ↗
10 jun 2026IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
16 jun 2026Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗