Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 29 477Geneesmiddelenbeleid Nr. 579 MOTIE VAN HET LID VAN GERVEN Voorgesteld 18 juni 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat voorgeschreven geneesmiddelen op basis van medische noodzaak aan de patiënt dienen te worden verstrekt; constaterende dat apothekers die volgens de zorgverzekeraar te veel medicatie op basis van medische noodzaak verstrekken, kunnen worden gekort op hun contract door de verzekeraar, waardoor ze er op jaarbasis al snel € 15.000 op achteruit kunnen gaan; constaterende dat hier sprake is van perverse financiële prikkels om patiënten niet de geneesmiddelen te verstrekken die ze nodig hebben; spreekt uit dat de financieringswijze van apothekers niet nadelig mag zijn voor een adequate uitvoering van het preferentiebeleid; verzoekt de regering, met de zorgverzekeraars en apothekers afspraken te maken waarbij de perverse prikkel dat minder afleveren van geneesmid-delen op basis van medische noodzaak leidt tot een hogere vergoeding voor de apotheker wordt afgeschaft, en gaat over tot de orde van de dag. Van Gerven kst-29477-579ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 29 477, nr. 579