kst-29477-164ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201129 477Geneesmiddelenbeleid Nr. 164 MOTIE VAN HET LID VAN DER VEEN C.S. Voorgesteld 16 juni 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat het vrijgeven van geneesmiddelenprijzen en het tarief voor farmaceutische zorg juridisch onafhankelijk van elkaar kunnen plaatsvinden; overwegende, dat de WGP, als wettelijk maximeringsinstrument voor geneesmiddelenprijzen dat de minster in stand wil houden, alleen van toepassing is op fabrikanten en niet op apothekers; overwegende, dat het loslaten van een maximumtarief voor geneesmid-delen kan leiden tot toeslagen op geneesmiddelen waarvan de hoogte door de apotheker zelf kan worden vastgesteld en die door de patiënt zelf moet worden opgebracht; overwegende, dat het verdwijnen van een maximumtarief tevens inhoudt dat daarmee de referentieprijs verdwijnt waarmee op basis van prijsver-gelijkingen doelmatigheidsselecties in richtlijnen onmogelijk worden; verzoekt de regering het maximumtarief voor geneesmiddelen te handhaven door de taxe-prijs als basis voor het tarief te blijven hanteren, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Veen Voortman Wiegman-van Meppelen ScheppinkTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 29 477, nr. 164