← OnderzoekenBrontekst
Minister Aartsen: Dank, voorzitter. Het is inderdaad altijd ongemakkelijk als je als minister alle vragen al schriftelijk hebt beantwoord. Het is ook zo lullig om hier te gaan staan met: "Dit was mijn presentatie. Heeft u nog vragen?" Misschien is het goed om nog een aantal dingen vooraf te zeggen. We hebben gesproken over een belangrijk wetsvoorstel. Er werd eerder al gerefereerd aan de parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening, waar ik zelf in mijn hoedanigheid als Kamerlid onderdeel van mocht uitmaken. Daar is veel over gezegd. Daar is veel over gesproken. De kern van dat enquêterapport wordt volgens mij wel gevat in het wetsvoorstel dat momenteel voorligt. Ik hoorde een aantal keer gerefereerd worden aan de toeslagenaffaire. Ik zeg er gelijk bij dat de toeslagen buiten de scope van dit wetsvoorstel vallen. Dit zijn SUWI-wetten. De handhaving van de Awir-wetten zijn al bij een eerder wetsvoorstel behandeld.
Bij de toeslagenaffaire — "toeslagenschandaal", moet ik eigenlijk zeggen — werd een aantal keer gerefereerd naar de Bulgarenfraude en de bezuiniging op het handhavingsperspectief. De kern van waar het mis is gegaan, ligt nog ver voor de Bulgarenfraude. De kern waar het mis is gegaan in alles wat met het toeslagenschandaal te maken had, heeft juist met een alles-of-niksbenadering te maken gehad. De eerste slachtoffers stammen uit 2006, 2007, 2008. Er werd met automatisme gezegd: "We toetsen of iemand recht heeft op een toeslag en als dat niet het geval is, zijn wij blind voor mens en recht," zoals de titel van het rapport ook luidt, "wij zijn blind voor de mensen daarachter. Wij constateren dat er geen sprake is van rechthebbendheid op een toeslag, en dat betekent automatisch een terugvordering." De meeste mensen weten ongeveer hoeveel een kinderopvangtoeslag is. Als je dat voor twee kinderen voor 2006, 2007, 2008 en 2009 bij elkaar optelt, dan kom je op terugvorderbedragen tot ver boven de anderhalve ton. Dat is wat daar is misgegaan: een alles-of-niksperspectief, automatisme, artikel 1.7 Wko 2006 — ik weet de wetsartikelen nog ongeveer uit mijn hoofd — en artikel 26 Awir. Dáár zijn de dingen misgegaan, bij een automatisme zonder dat er wordt gekeken naar: wat is het effect op mensen, en hebben mensen hier überhaupt een rol in gespeeld of is hier sprake van een systeemfout? Dat zit in mijn ogen heel goed in dit wetsvoorstel.
Dit wetsvoorstel regelt niet de materiewetten. Er zijn een aantal vragen gesteld over de inlichtingenplicht et cetera. Daar staat dit eigenlijk los van. Dit regelt veel meer een basale benadering. Hoe ga je nou om met een constatering van een onrechtmatigheid in een uitkering? Je constateert dat iemand een fout heeft gemaakt in zijn uitkering, of er is iets fout gegaan bij de uitkering, of er is misbruik gemaakt van een uitkering. Dan moet eerst gekeken worden wat de situatie is. Dat moet gecorrigeerd worden in het heden. Stap twee is vervolgens — daar ging het in het verleden vaak mis — überhaupt een beoordeling over wat er gebeurd is, de aard ervan, de ernst ervan en of iemand verwijtbaar is. Als iemand dan verwijtbaar is, wat is dan de rol geweest van het bestuursorgaan?
Met andere woorden: als het bestuursorgaan niet tijdig heeft ingegrepen en het daardoor een jaar langer heeft kunnen duren, dan kun je wel terugvorderen, maar dan is dat ene jaar extra niet verwijtbaar toe te rekenen aan die persoon, maar aan de rol en de houding van het bestuursorgaan. Iemand kan nog steeds een fout maken, maar moet er dan ook automatisch een sanctie volgen? Ik merkte ook in het debat dat een aantal keren veel dingen door elkaar heen werden gebruikt. Eerst moet worden geconstateerd of er sprake is van een overtreding of onrechtmatigheid. Als dat zo is, is vervolgens de tweede vraag wat de verwijtbaarheid van een persoon is. Dan is de derde vraag of er een sanctie moet volgen. Het kan best zijn dat iemand een overtreding heeft begaan — het fameuze vergisrecht — en dan constateren we dat er een onrechtmatigheid is. Er is een fout begaan, maar ja, mensen kunnen zich vergissen. Dan hoeft niet altijd een sanctie te volgen. Dat is wat we in dit wetsvoorstel, volgens mij op een hele goede manier, regelen. Er kan wel een sanctie volgen op het moment dat je zegt "er is hier echt wat misgegaan en we willen voorkomen dat het nog een keer gebeurt" of "het is al meerdere keren misgegaan, we moeten nu inzetten op een sanctie". Dan kan dat wel gebeuren.
Vervolgens kijk je ook naar de terugvordering. Om het toch maar even duidelijk te melden: de grootste problematiek in de handhaving zit 'm niet zozeer in het boeteregime. Dat zijn relatief overzichtelijke bedragen. De grootste problematiek zit 'm echt in de terugvordering. Het feit dat we tot op heden nog tot in het oneindige terug kunnen vorderen … Iedereen kan terugrekenen dat als je twintig jaar lang terugvordert met de gemiddelde WW-uitkering of de gemiddelde bijstandsuitkering, je op bedragen komt die ver boven een ton reiken. Dan kun je wel een relatief bescheiden boete opleggen, maar als je nog steeds meer dan een ton moet terugvorderen, dan is het niet gek dat je mensen volledig de ellende in trekt, een hele hoop stress en ellende veroorzaakt, mensen de schulden in duwt en uiteindelijk met een oninbare vordering blijft zitten.
Dit wetsvoorstel regelt een hele hoop van dit soort zaken. Het regelt dat er geen sprake is van automatisme; er wordt gekeken naar de menselijke maat. Het regelt dat er proportionaliteit is; er wordt bekeken of de boete of de terugvordering een beetje in verhouding staat tot hetgeen er is gebeurd. Er wordt gekeken naar differentiatie; lokaal kan er worden gekeken en bij de ene zal het anders zijn dan bij de andere. En ja, dat levert spanningen op rondom de uniformiteit. Daar zijn ook vragen over gesteld. Maar dat is wel de uitruil die we uiteindelijk doen. Je kunt iets super uniform maken — dan is het dus voor alles en iedereen overal precies hetzelfde — maar dan krijg je dus een uitvoering die blind is voor "mens en recht", zoals de titel van het rapport ook luidt. Uiteindelijk zorg je dus voor een simpelere uitvoering. Mensen krijgen namelijk de ruimte om te handelen naar waar ze zitten, maar wel met een afwegingskader, waardoor je aan de voorkant duidelijk hebt waar je aan toe bent.
Volgens mij is dat al met al dus een aanpak die past bij de balans in het wetsvoorstel: de menselijke maat aan de ene kant en ruimte voor de uitvoering aan de andere kant, maar niet door te stoppen met handhaven en niet door misbruik niet aan te pakken. Bij een aantal bepalingen geven we ook heel duidelijk aan dat we van de uitvoerders verwachten dat die ook daadwerkelijk handhaven, dus dat er een boete wordt gegeven en dat er ook stevig wordt teruggevorderd. Dat hebben we ook vrij duidelijk gepreciseerd in het wetsvoorstel.
Al met al denk ik dat dit wetsvoorstel keurig in balans is. Dat is misschien de kernvraag die is gesteld. Aan de ene kant is het streng voor de mensen die er misbruik van maken, waardoor je de solidariteit in het stelsel behoudt, en aan de andere kant wordt er ook een beetje menselijk gekeken naar wat er nou is gebeurd, of het die persoon wel te verwijten is en of het dan wel verstandig is om tot tien of twintig jaar terug te gaan vorderen; misschien moet je dat net iets proportioneler doen. Ik denk dat daarbij uiteindelijk een keurige balans is gevonden in het wetsvoorstel.
Versie bb07a56f7181156432fe49e815baad9cc2663b9872921b7e32a7a923e6dd3acc · Officiële bron.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.