KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

Jeugdbeleid

Brontekst

Mevrouw Van Meetelen (PVV): Dank u, voorzitter. We spreken vandaag over een enorme stapel stukken, over jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering, kwetsbare gezinnen, seksueel geweld, uitbuiting en misbruik. De onderwerpen gaan werkelijk alle kanten op. Gelukkig hebben we binnenkort ook nog de begroting en het WGO Jeugd. We kunnen het hier niet vaak genoeg over hebben, maar het is ook te veel om het allemaal aan te raken. Voorzitter. Achter al die rapporten, voortgangsbrieven en beleidstrajecten zitten kinderen en gezinnen. Voor de PVV staat eigenlijk één vraag centraal: krijgen de kinderen die onze hulp het hardst nodig hebben, die hulp ook daadwerkelijk op tijd en op de juiste plek? Want er gaat toch vaak wat mis. Kinderen worden te laat op de juiste plek geholpen, gezinnen krijgen te maken met verschillende instanties en hulpverleners, meldingen over onveiligheid blijven soms te lang liggen en wanneer het misgaat, wijzen organisaties te gemakkelijk naar elkaar. Voorzitter. Ik ga niet meer vragen waar de verantwoordelijkheid ligt, want die ligt bij de minister. De minister zal ongetwijfeld wijzen op de Hervormingsagenda, op het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet en op het voornemen van de lokale teams die de gemeenten een grotere rol moeten geven. Maar daarmee is het probleem niet zomaar opgelost. We moeten tegelijkertijd ook een andere ongemakkelijke discussie durven voeren, namelijk over de omvang van de jeugdhulp. In 2025 kregen ongeveer 469.000 jongeren jeugdhulp. Bij minderjarigen gaat het ongeveer om een op de zeven. Dat is een ongekend aantal. Maar niet iedere tegenslag in het leven is een zorgprobleem. Opgroeien betekent ook teleurstellingen meemaken, verdriet hebben, onzeker zijn, een keertje vastlopen, ruziemaken, ergens niet bij horen, een onvoldoende halen of meemaken dat het leven gewoon even tegenzit. Dat kan vervelend en soms behoorlijk moeilijk zijn, maar het hoort ook bij opgroeien. Kinderen moeten leren omgaan met tegenslag en weerbaar worden. Niet ieder probleem moet onmiddellijk een diagnose, een behandeltraject of professionele hulpverlening opleveren. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de ouders en de familie, en een stukje verantwoordelijkheid bij de school en de rest van de samenleving. Voorzitter. Er moet echt een cultuuromslag gemaakt worden. Ziet de minister dat ook? En als dat het geval is, hoe zou zij dit dan aanpakken? Als we normale problemen steeds vaker tot zorgproblemen maken, raakt de jeugdzorg verder verstopt en zijn juist de kinderen met ernstige psychiatrische problemen, in een onveilige thuissituatie of met andere complexe problematiek de dupe, want die kinderen moeten wel snel professionele hulp krijgen. De PVV heeft een belangrijke zorg bij de plannen rondom de reikwijdte van de Jeugdwet en de grote rol voor lokale teams. Wij willen voorkomen dat een kind dat volgens de huisarts of een andere bevoegde verwijzer echt specialistische jeugdhulp nodig heeft, vervolgens bij een gemeentelijk team terechtkomt dat kan gaan zeggen: probeert u eerst maar eens iets anders. Als een arts vaststelt dat specialistische hulp noodzakelijk is, dan moet zo'n verwijzing betekenis hebben. Daarom vraag ik de minister: kan zij garanderen dat de nieuwe inrichting van de jeugdhulp er niet toe leidt dat noodzakelijke verwijzingen van huisartsen of andere bevoegde verwijzers feitelijk worden geblokkeerd door gemeentelijke toegangsteams? Kan een huisarts rechtstreeks blijven verwijzen naar de specialistische jeugdhulp als die arts dat medisch noodzakelijk vindt? Wie heeft uiteindelijk het laatste woord als een huisarts zegt dat specialistische zorg nodig is, maar het lokale team dat niet vindt? Voorzitter. Dan de kinderen die vanuit de Nederlandse jeugdzorg naar het buitenland zijn gestuurd. Juist daar zien we wat er gebeurt wanneer verantwoordelijkheid en toezicht versnipperd raken. Verschillende collega's hebben daar al wat over gezegd. Er bestaat geen volledig centraal overzicht van buitenlandse verplaatsingen die niet volgens de voorgeschreven procedure zijn verlopen. Dat is natuurlijk onacceptabel. Als een kind onder de verantwoordelijkheid van onze jeugdzorg naar het buitenland wordt gestuurd, moet de overheid weten waar dit kind is, waarom het er zit, wie er toezicht op houdt en of het veilig is. Ik sluit me aan bij alle vragen die hier al over zijn gesteld. Ik vraag de minister: hoeveel kinderen verblijven op dit moment vanuit de Nederlandse jeugdzorg in het buitenland, in welke landen en is van ieder van deze kinderen bekend waarom het daar verblijft en wie er verantwoordelijk is voor de veiligheid? En kan de minister garanderen dat er op dit moment geen kind in het buitenland verblijft waarvan haar ministerie niet weet dat het daar zit? Voorzitter. We zien steeds hetzelfde patroon. Er gaat iets mis en vervolgens komen er gesprekken, overlegtafels, pilots, evaluaties en nieuwe plannen, maar een kwetsbaar kind heeft niets aan zo'n overlegtafel. De PVV wil minder bureaucratie en meer vakmensen die daadwerkelijk die kinderen en gezinnen gaan helpen. We willen niet voor iedere tegenslag een hulpverleningstraject, maar wel onmiddellijk goede hulp wanneer een kind dat écht nodig heeft. Uiteindelijk kan de minister die verantwoordelijkheid niet doorschuiven naar een gemeente, een regio, een instelling of een lokaal team, want de minister is verantwoordelijk voor het stelsel. Dus vertel ons vandaag alsjeblieft niet welke trajecten er lopen, maar wel wat er nou concreet gaat veranderen om de kinderen die hulp nodig hebben, te helpen. Dank u wel.

Versie faccfeef9791f786376bdfb5b50dd4f656d4e231b2c6c631f47bf4825383b782 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

Jeugdbeleid

Jeugdbeleid

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.