KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

Jeugdbeleid

Brontekst

Minister Sterk: Voorzitter. Als u het goedvindt, zal ik eerst een algemene inleiding houden en dan kom ik daarna op de blokjes. "Het is niet jullie schuld." Die woorden klonken op 29 augustus en daarmee onderstreepten we de erkenning die we wilden geven voor alles wat er is misgegaan in de gesloten jeugdzorg. Kinderen die daar terechtkwamen, hadden mogen rekenen op veiligheid en goede zorg. We hebben hun dat gewoon niet gegeven. Dat is een verschrikkelijk gegeven. Het was ook een emotionele bijeenkomst, ook voor de bewindspersonen. Wij trekken ons dat aan. Ik vermoed ook dat heel veel mensen hier op de publieke tribune daar hun eigen verhalen bij kunnen vertellen over waar het is misgegaan en waar het soms tot op de dag van vandaag nog steeds misgaat. Dat is ook waarom wij hier zitten. Het is echt onze ambitie om dat beter te maken. We zijn er namelijk nog niet. Onlangs heeft u een brief van mij ontvangen over de een-op-eenplaatsingen. Wij dachten in beeld te hebben om welke groep het ging, maar dat bleek een veel grotere groep te zijn dan wij dachten, namelijk 768 jongeren. Ook daarvan ben ik geschrokken. Ik vind het ook onwenselijk, om twee redenen. Ten eerste omdat het betekent dat de meeste van die jongeren niet op een passende plek zitten. Soms kan een een-op-eenplaatsing namelijk wel passend zijn. Het is dus niet zo dat alle jongeren daarmee op een niet-passende plek zitten. Als dat op een vakantiepark is — dat is de reden geweest van dit onderzoek — dan kan dat nooit het goede antwoord zijn op de zorgvraag. Dat is vanwege de kosten die daarbij komen kijken, die voor gemeentes soms bijna niet te dragen zijn. De reden dat ik met deze twee dingen begin, is dat het de complexiteit van het stelsel aantoont. Het zijn complexe dilemma's. Aan de ene kant willen we zorgen dat er voldoende plekken zijn, met voldoende zorg, waar kinderen niet alleen zorg krijgen en veilig zijn, maar ook onderwijs krijgen, waar vertrouwenspersonen zijn — ik weet niet wie van u daar net aan refereerde. Dat zijn allemaal belangrijke voorwaarden. We willen zorgen dat er ook een antwoord is op jongeren die tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen. Dat is ook een enorm dilemma. We hebben met elkaar gezegd dat we niet terug willen naar de gesloten jeugdzorg zoals we die hebben gekend. Tegelijkertijd is daarmee niet het vraagstuk van tafel wat je nou doet voor jongeren die een gevaar zijn voor zichzelf, hun omgeving of voor de medewerkers, die daar met hart en ziel hun werk proberen te doen. Het zijn best wel ingewikkelde dilemma's waar je in dit stelsel mee te maken hebt. Mijn collega hier en ik willen allebei voorkomen dat we opnieuw pleisters gaan plakken, maar willen wel dat we de ruimte nemen om dieper te analyseren waar dit precies misgaat. Ik hoorde sommigen van u zeggen dat we het nu allemaal moeten oplossen. Dan ga ik u toch teleurstellen, want ik heb dit morgen niet opgelost. Een deel van u weet dat volgens mij ook. Tegelijkertijd moeten we niet alleen kijken waar we al wel morgen mee kunnen beginnen en waar je op de korte termijn acties neerzet, maar ook het vraagstuk van de complexiteit van het stelsel op de langere termijn aanpakken. Het gaat over de knelpunten, over de rolverdeling en over de aanvullende afspraken die nodig zijn ten opzichte van wat we al eerder hebben gedaan. Wij gaan nu wel meer regie pakken. Dat volgt met name uit die een-op-eenplaatsingen, maar in feite geldt dat voor het hele vraagstuk van jongeren met hele complexe problematiek die nu niet de zorg krijgen waar ze recht op hebben, omdat het stelsel gewoon niet functioneert. We hebben dus een zevental acties die we daar nu op gaan inzetten. We gaan een doorbraakaanpak inzetten samen met de Bovenregionale Expertisenetwerken Jeugd en de gemeentes, waarbij we gewoon elke jongere uit de kast gaan pakken en gaan kijken waar die nu zit, hoe het ermee staat en of die veilig is. Dat is niet iets wat ik morgen al heb gedaan, maar wel een aanpak die we nu gaan starten. Dat is de doorbraakaanpak, waar wij nu ook de regie in nemen. Dat levert een monitor op waardoor we meer inzicht moeten gaan krijgen in de residentiële jeugdhulp. Hoe staat het daar nu mee en waar zitten de jongeren? Zo'n monitor heb ik niet morgen al klaar, want we moeten eerst de dossiers door om daar zicht op te krijgen. Daar is 77 miljoen voor beschikbaar gesteld, niet om hulp aan jongeren te geven, want als die jongeren hulp nodig hebben, moeten ze die gewoon kunnen krijgen. Daar hebben de gemeentes in principe middelen voor. Die middelen zijn beschikbaar gesteld om dat regionale specialistische zorglandschap te versterken en die een-op-eenplaatsingen terug te dringen. Die rekensom van €100.000 per jongere gaat hier dus niet op. Daar is het geld namelijk niet voor bedoeld; het is bedoeld om het systeem aan te pakken. We gaan samen met de VNG in gesprek met alle jeugdregio's om te kijken en te analyseren hoe ze sturen op dat dekkende specialistische zorglandschap. Wat kunnen ze wel en wat lukt ze misschien ook niet? Hoe hebben ze het geregeld? Hoe is de rolverdeling? Wat betekent dat dan vervolgens voor wat wij met elkaar moeten oppakken? We gaan ook een regionale plaatsingscoördinator voor de residentiële zorg opzetten, zodat er veel meer gecoördineerd gaat gebeuren richting de residentiële zorg. We zetten een landelijk kwaliteitsprogramma op om professionals voldoende toe te rusten, want ook daar hebben we een slag te maken. Ten slotte kijken we naar een betere beschikbaarheid van zorg voor jongeren met een forensisch profiel. Dat doen we met name volgend uit het vraagstuk van jongeren met een complexe problematiek, maar daarnaast loopt ook een traject rondom het bredere vraagstuk van de jeugdzorg en de jeugdhulp, voortkomend uit de hervormingsagenda. Een aantal van u noemde ook al de wet, de reikwijdtewet, waar we mee bezig zijn. Ik ben nu bezig in een traject samen met de VNG en de jeugdzorgaanbieders. Ik hoop daar begin november echt bestuurlijke afspraken over te maken om een aantal zaken in gang te zetten of soms al aan te passen, die verder gaan dan alleen de reikwijdtewet. Dat gaat ook over macrobeheersing en over hoe we ervoor staan met de hervormingsagenda. Ik zeg nu maar vast in mijn algemene inleiding toe dat ik u, voor het WGO Jeugd, dat we eind november hebben, een brief zal sturen over wat daaruit is gekomen. Ook daar wil ik weer aan verwachtingenmanagement doen. We gaan daarmee niet het hele stelselvraagstuk ineens oplossen, maar we willen wel dieper gaan kijken naar wat er echt nodig is. Je komt dan bijvoorbeeld op het vraagstuk van de knip. Wat willen we nou dat gemeentes doen? Wat is meer specialistische jeugdhulp? Dat is makkelijk gezegd. Het lijkt een hele logische, maar hoe verdeel je dat dan en wat valt onder wat? Dat zijn vraagstukken die we met elkaar moeten oppakken. Daar zijn we ook mee bezig en dat moeten we verder brengen. Ik zal u daar in ieder geval in november over vertellen. Daarnaast zijn we natuurlijk ook nog bezig met het toekomstscenario. Dat doe ik heel nadrukkelijk samen met de staatssecretaris. Dat gaat natuurlijk meer vanuit de zorg voor de gezinnen waarin sprake is van geweld, of dreigend geweld en hoe je daar tijdig bij bent. Ook dat is iets wat ik eigenlijk bij iedereen van u hoorde: we moeten zorgen dat we niet pas in de jeugdzorg een vraag gaan beantwoorden. Eigenlijk moet die vraag al beantwoord worden bij zo'n eerste contact in een gezinscontext, met een goede verklarende analyse van zo'n heel gezin en alle betrokkenen daarbij. Dat is heel erg het uitgangspunt van het toekomstscenario. We zijn ook bezig om OCW er meer bij te betrekken. Als we namelijk naar de voorkant willen — ik ben het helemaal met u eens, mevrouw Dobbe, dat het toch een beetje een rotbegrip is; ik krijg het soms ook niet uit mijn mond, maar wij begrijpen hier in ieder geval wat we bedoelen — is het ook belangrijk dat je het onderwijs goed aansluit. Het onderwijs ziet namelijk veel en kan ook veel. Ook die samenwerking moet beter, dus ook die loopt mee in dat traject dat ik samen met de VNG en de jeugdzorginstellingen volg. Dat doen we dus op dit moment. Dit was een beetje een algemeen verhaal. Voorzitter. Dan kom ik nu toe aan de blokjes die we uit de vragen hebben gedestilleerd. Het zijn vier blokjes. Het eerste blokje gaat over de structurele verbeteringen, dus meer over het stelsel, de reikwijdtewet en onderwijs. Hierin zit ook een vraag over het verminderen van de zorgfraude. Het tweede blokje is het blokje residentieel. Dat gaat over de een-op-eengezinshuizen, de nachtelijke insluiting, de excuses en de pleegzorg. Het derde blokje gaat over jeugdhulp in het buitenland. Het vierde blokje bevat de andere belangrijke vragen.

Versie faccfeef9791f786376bdfb5b50dd4f656d4e231b2c6c631f47bf4825383b782 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 2a4469ef8536b016

12 okt 2026 · 71a55f97c4f16741

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van dit debat · Officiële koppeling

Jeugdbeleid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.