Jeugdbeleid
Jeugdbeleid
statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer
Staatssecretaris Van Bruggen: Heel fijn. Dank u wel. Ik ook. En mevrouw Synhaeve vroeg mij: hoe scherp heeft u het precies? Als we het hebben over een toekomstscenario, wil je natuurlijk weten wat we precies doen. Ik zei net ook al: als we even niet oppassen, zijn het heel veel wollige termen die over elkaar heen buitelen. Wat doen we nou precies? In de afgelopen periode werkten we toe naar die omslag met het handelingskader, waarin we de professionals klaarmaken voor op een nieuwe manier werken. Er zijn bijvoorbeeld afspraken over welke kennis van geweldspatronen er nodig is om dat werk goed te kunnen doen. Dat doen we ook heel specifiek, omdat we natuurlijk straks in de inrichting met een sterk lokaal team naast een regionaal veiligheidsteam heel goed willen bekijken wat er nou aan veiligheidsexpertise nodig is. Welke bril moet je opzetten in een lokaal team? Of hoef je dat in een lokaal team eigenlijk niet te kunnen en moet je dan bij een regionaal veiligheidsteam terechtkunnen? Wat is heel specifiek de rol van de Raad voor de Kinderbescherming? Die heeft in die zin gewoon verschillende petten en zal ook een bepaalde mate van onafhankelijkheid moeten blijven borgen. We zijn dus op dit moment bezig met die rolverdeling en de taken die daarbij horen. Het gaat ook over de focus op veiligheid. Ik vond het ook weer een terechte opmerking, maar ik ben even kwijt van wie die kwam. Ik weet het even niet meer, maar ik denk dat het meneer Van Houwelingen was. Die zei namelijk terecht dat als we veiligheid maar centraal blijven stellen, dat misschien een te smalle benadering is, want soms voelen kinderen zich heel veilig en zijn ze dat misschien ook wel, maar kijken wij er vanaf de buitenkant anders naar. Ik geef even een voorbeeld, waardoor ik daar elke dag aan herinnerd word. Als je als staatssecretaris begint, krijg je een werkkamer. In ieder geval een van u weet hoe dat werkt. Je krijgt dan namelijk ook een schilderij opgehangen. Je kunt dan kiezen. Ik heb er een gekozen van een fotograaf die foto's heeft gemaakt van een gezin, een gezinssituatie. Zij zegt: "Dit is mijn gezin. Hierin ben ik opgegroeid. Ik vernam op mijn 12de dat dit een probleemgezin is, maar ik heb dat zelf helemaal nooit zo ervaren en ik heb mij ook niet onveilig gevoeld." Dan kijk je naar die foto en dan zie je inderdaad een opa zitten en een blikje bier staan. Het is een ongelofelijke bende. Kleine kinderen en grote kinderen, er loopt van alles rond. En toch denk je: zij voelde zich niet onveilig. Dat is interessant. Want ja, het gaat om veiligheid, maar hoe kijken we daar dan daadwerkelijk naar? Wanneer is er echt sprake van onveiligheid en wanneer is dit een gezin waarvan we gewoon met elkaar zouden moeten kunnen zeggen "dit hoort er gewoon bij en dit kan ook"? Maar goed, dat is concreet. Die veiligheidsbeoordeling, die veiligheidsbril is wel heel belangrijk en dus ook wat we van de definitie daarvan vinden. Zo heb ik geprobeerd dat wat concreter te maken, maar ook in onze eigen wensen hebben de minister en ik wel naar elkaar uitgesproken, en ook naar de mensen die al die fantastische stukken schrijven: versimpelen en ook de Jeugdjournaalvariant graag, want dat gaat ons allemaal helpen. Meneer Hamstra zei dat wat het CDA betreft in het dilemma tussen privacy en bescherming van het kind, altijd het kind vooropstaat en vroeg hoe ik daarnaar kijk. Bescherming van het kind staat altijd voorop. Dus wanneer gegevensdeling noodzakelijk is om de onveiligheid te stoppen, doen we dat. Aanvullend nog even iets over de Taskforce Gegevensdeling van Justitie en Veiligheid. Die ondersteunt de proeftuinen van kind- en gezinsbescherming met grondslagen, werkafspraken en convenanten, waardoor we juist ook de waarborg hebben om die gegevens in formele zin met elkaar te kunnen delen. Daarnaast heeft de minister voor de zomer de nota naar aanleiding van het nader verslag over het wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek aan uw Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel voorziet in die expliciete grondslag en waarborgen voor de gegevensverwerking bij meervoudige problematiek. Het beoogt daarmee ook een belangrijk knelpunt in die integrale aanpak weg te nemen. In die zin zijn we dus complementair aan elkaar. Voorzitter. Dat was mijn blokje toekomstscenario. Dan heb ik nog een blokje overig. Ik begin met de vraag van de heer Van Houwelingen over ingrijpen in het gezin als onomstotelijk is bewezen dat er sprake is van een strafbaar feit. Daar werd natuurlijk in de interactie ook al even op gereageerd. Het is natuurlijk soms ook wel zo dat een kind onveilig is en er nog geen sprake is of geen sprake is van een strafbaar feit. De fundamentele vraag eronder is natuurlijk: wanneer mag de overheid ingrijpen bij gezinnen, hoe hoog moeten we die lat met elkaar leggen en hoeveel bewijs moet er dan zijn? Dus waarmee sturen we de rechtspraak op pad? Of het nu een jeugdrechter is of een strafrechter, waarmee sturen we die op pad? Dit is de vraag waar de staatscommissie-Hamer zich nu over buigt. Wij verwachten rond de zomer van 2027 de eerste beelden van haar advies. Volgens mij heeft zij zes onderzoekslijnen, waaronder juridisch, normen en waarden, cijfermatig, dus hoe vaak, en het effectiviteitsperspectief: wat heeft het ingrijpen van de overheid precies opgeleverd? Er wordt gewerkt met klankbordgroepen, met focusgroepen, met ervaringsdeskundigen. Voor ons is dit, zeker gezien de inrichting van hoe we dit nu doen, een heel belangrijke commissie. De commissie zal ook komen met een beeld van hoe je je als overheid zou moeten opstellen, wat je rol is ten opzichte van gezinnen. Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Coenradie over intieme terreur en dwingende controle van een ex-partner of soms misschien ook wel een partner: hoe zorgen we ervoor dat we de verontrustende signalen meenemen die bij u en zeker ook bij een deel van het kabinet binnenkomen? Bij beslissingen over jeugdbescherming is het voor de veiligheid van zowel het kind als de ouders essentieel dat vermoedens van huiselijk geweld, inclusief intieme terreur en dwingende controle, worden meegenomen. Alleen dan kan een afgewogen beslissing worden genomen. We weten dat dit nog niet vanzelfsprekend is en daarom blijven die signalen ons ook bereiken. Dit geldt ook voor andere beslissingen in het kader van jeugd- en familierecht. Daarom zijn we eind '25 met organisaties als de Raad voor de Kinderbescherming, de rechtspraak en ook Jeugdzorg Nederland, ervaringsdeskundigen en wetenschappers een verbetertraject gestart, juist om ervoor te zorgen dat als er sprake is van intieme terreur of ander huiselijk geweld, de rechter hiervan weet en dit ook kan meewegen in de beslissingen over jeugdbescherming, over gezag en over omgang. Dat zijn eigenlijk parallelle sporen, waarbij men de informatie niet hoeft te hebben maar die wel meeneemt. In de Kamerbrief over geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld — ik denk dat de minister die heeft gestuurd, samen met de minister van Justitie — zijn hier wat meer woorden aan gewijd. De vraag is even of dat tegemoetkomt, of dat u signalen blijven bereiken. Anders zou ik zeker zeggen: blijf dat steeds aangeven, ook bij ons. Wij hebben het vermoeden dat we bezig zijn met verbeteringen, maar als er nog blinde vlekken zijn, willen we dat wel graag weten. De laatste vraag, van de heer Verkuijlen, die voor een deel al door de minister is beantwoord, gaat over jongeren met lvb-problematiek die afglijden. Ik wilde hierop nog dit aanvullen. Volgende week hebben we een debat over de aanpak van jeugdcriminaliteit. Mevrouw Westerveld heeft heel vaak gevraagd hoe wij nou omgaan met lvb in de strafrechtketen. Met een werkagenda strafrecht lvb-proof proberen we stappen te zetten, zodat de professionals weten hoe je met deze groep omgaat, hoe ingewikkeld soms ook. Dit gaat zó veel opleveren. Want dan begrijpen we elkaar daadwerkelijk, om het zo te zeggen. In de voortgangsbrief die nu nog bij mij ligt maar eind deze week naar de Kamer gaat in voorbereiding op het debat van volgende week woensdag, wordt een beeld geschetst van hoe we daarmee omgaan in de strafrechtketen. Ik denk dat de heer Verkuijlen dat debat helaas niet bijwoont, maar mocht dat wel het geval zijn, dan kunnen we daarover nader in gesprek met elkaar. Dat was de beantwoording van de laatste vragen die aan mij waren gesteld, voorzitter.
Versie faccfeef9791f786376bdfb5b50dd4f656d4e231b2c6c631f47bf4825383b782 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Jeugdbeleid
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.