KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

Jeugdbeleid

Brontekst

Staatssecretaris Van Bruggen: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de vele vragen die gesteld zijn over een onderwerp dat ons allemaal ontzettend aan het hart gaat. Het gedeelte dat de minister zojuist heeft toegelicht, sluit aan bij het kader waarvoor ik verantwoordelijk ben. Het gaat om het meer gedwongen kader, waarin kinderen in aanraking komen met organisaties die zorg voor hen moeten dragen. We zien dat we iets te doen hebben in het stelsel. We hebben op 8 juli jongstleden een mijlpaal bereikt door met alle organisaties, de VNG, de Raad voor de Kinderbescherming, het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de leden van de Associatie Wijkteams en de gecertificeerde instellingen, vast te stellen dat we samen die veranderstrategie aangaan. Richting 2029 werken we toe naar concrete veranderingen. Ik zal zo dadelijk een paar concrete veranderingen noemen. Ik vroeg laatst zelf in een overleg: is er ook een soort jeugdjournaalversie van alles wat we aan het veranderen zijn? Het is soms heel erg helpend om onze taal te versimpelen. Dat is iets wat we echt zelf moeten doen. Tot die tijd heb ik het nog steeds over de acht acties die we gaan inzetten. Daar gaan we op versnellen. Bij signalen van structurele onveiligheid gaan de professionals samen met de betrokkenen in het gezin één veiligheidsbeoordeling en één veiligheidsplan maken. De betrokkenen krijgen ook één aanspreekpunt en hoeven hun verhaal ook maar één keer te vertellen. Dat laatste is misschien wel het meest ingewikkeld. Tegelijkertijd weet je ook dat als er maar één aanspreekpunt is, je ook een kwetsbaarheid kunt organiseren in het systeem, omdat kinderen en jongeren nu eenmaal heel erg loyaal kunnen zijn naar de ouders of pleegouders die op dat moment de zorg voor hen dragen. De kwetsbaarheden die we in dat systeem zien, zullen we dus moeten blijven beoordelen, maar dit is nu het uitgangspunt. Daarnaast wordt er gewerkt aan organisatiestructuren. Onder mijn verantwoordelijkheid gaat het dan ook over de regionale veiligheidsteams. Daarin is het doel om de GI's en Veilig Thuis samen te voegen, niet in private organisaties maar in publieke voorzieningen. Dit is echt een heel belangrijke stap, zoals de minister zelf al aangaf, om de regie weer meer terug te kunnen nemen. Op het moment dat jongeren en kinderen in het gedwongen kader geplaatst worden, hebben we als overheid een heel belangrijke rol en taak in hun veiligheid; ik kom zo meteen nog iets nader terug op hoe dat er dan uitziet. Overheidsingrijpen in gezinnen is immers niet mals; het is niet voor niets dat een staatscommissie daar nu onderzoek naar doet. Ik zal daar dadelijk nog specifiek iets over zeggen. Verder noem ik in deze korte inleiding graag ook de inspanningen om de rechtsbescherming van ouders en kinderen te verbeteren. Ook dat is ingegeven vanuit het toekomstscenario. Als de overheid ingrijpt in het leven van een gezin, moet dat zorgvuldig gebeuren. Onder leiding van mevrouw Hamer wordt hier nu onderzoek naar gedaan. Op 28 juni jongstleden heb ik het wetsvoorstel Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming voor advies naar de Raad van State gestuurd. Met dit wetsvoorstel versterken we juist ook de positie van kinderen en ouders op belangrijke momenten in de jeugdbescherming. Denk aan kosteloze rechtsbijstand op het moment dat er een eerste verzoek komt op die uithuisplaatsingen of de gezagsbeëindiging. Want waar ga je dan als ouders naartoe en kun je dat dan betalen? Dat is dus heel belangrijk. Daarnaast zetten we sterker in op terugplaatsing van kinderen die uit huis zijn geplaatst en versterken we het toezicht op de kinderen die tijdelijk niet thuis opgroeien. Mijn streven is om het wetsvoorstel nog eind van dit jaar naar uw Kamer te sturen. Dit zijn dus ook belangrijke waarborgen die we vanuit het toekomstscenario met laten we zeggen "gezwinde spoed" oppakken. Ten slotte zetten de GI's natuurlijk nog steeds met gerichte acties in op het terugdringen van de wachtlijsten en het verbeteren van het betekenisvol contact. Hoe we dat met elkaar laden? Soms lijken het holle frasen, terwijl ik weet dat zeker ook die professional elke dag met de juiste dingen bezig wil zijn; de minister heeft er al een aantal keer aan gerefereerd. Hoe gaan we dat dan met elkaar invullen? De komende jaren heb ik daar 45 miljoen extra voor beschikbaar kunnen stellen. In alle dynamiek die er natuurlijk juist rondom alle financiële en beschikbare middelen voor de jeugd is en blijft, zien we dat er juist in de omslag zorgen leven, bijvoorbeeld: kunnen we het wel waarmaken als organisaties? We vragen eigenlijk van de verschillende organisaties om al op een nieuwe manier te gaan werken, bijvoorbeeld in proeftuinen, én we vragen ze om geen kinderen tussen wal en schip te laten vallen en ook nog te voldoen aan hun wettelijke verplichtingen. Nou, dan heb je frictie. Daar hebben we gelukkig voor de komende jaren wat extra middelen voor vrijgemaakt. Moeten we een vinger aan de pols houden? Ja, dat moet wel degelijk, want het is natuurlijk niet zomaar iets om te vragen aan die organisaties, die in een grote verandering meegaan. Ik zei net al dat inrichting van bijvoorbeeld de regionale veiligheidsteams, het samenvoegen van de organisaties en daar weer publieke voorzieningen van maken een enorme stap is. Wat we voor de zomer met elkaar hebben afgesproken, noemden we al een mijlpaal, maar dat is het ook echt. En dat gaan we nu verder handen en voeten geven. Voorzitter. Ik heb vier blokjes voor de beantwoording. Ik begin graag bij het blokje continuïteit en kwaliteit. Dan gaan we naar het blokje UHP KOT — ik moet nog steeds wennen aan de termen, maar dat gaat over de kinderen die uit huis zijn geplaatst naar aanleiding van het schandaal met de kinderopvangtoeslag. Vervolgens is er een blokje over het toekomstscenario in algemene zin en nog een blokje overig. Ik begin met de plaatsingen in het buitenland zonder dat de route van de Centrale autoriteit is gevolgd. De minister heeft hier al heel veel over gezegd. Het belangrijkste is natuurlijk dat de vragen die zijn ontstaan, ook zijn ontstaan omdat een GI, in dit geval SAVE Jeugdbescherming, die plaatsingen heeft gedaan. Ik vind dat heel zorgelijk en zelfs kwalijk. De wethouder heeft aangegeven dat er door de gemeente nu zelf onderzoek naar wordt gedaan. We weten van de betreffende GI dat er zeven kinderen geplaatst waren in het buitenland zonder dat de route van de Centrale autoriteit gevolgd is. SAVE Jeugdbescherming heeft op verzoek van de inspectie een extern onderzoek ingesteld naar hoe dit kon gebeuren. Half oktober verwachten we de uitkomsten daarvan. Belangrijk is wel — we hebben dit aangegeven in onze brief van 25 september jongstleden — dat we ook bij de andere GI's nagaan of zij op momenten ook de procedure niet gevolgd hebben, want het is waarschijnlijk niet alleen deze GI die dit soort plaatsingen heeft gedaan. Ik verwacht die informatie uiterlijk 1 november te hebben. Dat is ruim voor het wetgevingsoverleg van, naar ik zojuist begreep, 30 november. Op die manier heeft u in ieder geval vanuit de GI's een beeld welke GI wel of niet heeft meegewerkt aan die plaatsingen in het buitenland. Als blijkt dat er kinderen zijn bij wie de procedure via de Centrale autoriteit niet is gevolgd, vragen wij de GI's om in deze gevallen alsnog contact op te nemen met de Centrale autoriteit om na te gaan of er een mogelijkheid is om die procedure te doorlopen, en om goed het daaruit volgende inspectietoezicht te kunnen organiseren, niet zozeer vanuit Nederland maar vanuit het land waar die kinderen dan geplaatst zijn. Wat ons betreft zouden deze kinderen zo snel mogelijk moeten terugkeren naar Nederland. Dan de vraag van mevrouw Coenradie hoe de stem van het kind mee wordt gewogen in de toetsing bij omstreden methoden, bijvoorbeeld de casus betreffende ouderverstoting die bij SAVE plaatsvond. Kan de staatssecretaris dat duiden? Ja. Ik heb er buikpijn van, maar het is ook een ongelofelijk complexe zaak, die moeilijk te beoordelen is. Ik ben geen rechter of jeugdbeschermer, dat maakt 'm ingewikkeld. Belangrijke beslissingen in de jeugdbeschermingsketen worden altijd op basis van leeftijd en ontwikkelingsniveau genomen door de professionals die daarvoor doorgeleerd hebben. Dat geldt ook voor de inzet van jeugdhulp en van methoden. Vind ik het kwetsbaar? Jazeker. Ik constateer ook — het is denk ik ook de ervaring van iedereen die een tijdje meeloopt in dit veld en vooral in de jeugdbescherming — dat kinderen op enig moment ook een loyaliteit ontwikkelen aan de plek waar ze geplaatst zijn. De plek waar ze vandaan kwamen, was namelijk ook al niet veilig. Dit maakt het ook zo ingewikkeld om er echt de vinger achter te krijgen. De Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter horen het kind uiteraard, en betrekken diens mening ook daadwerkelijk bij hun onderzoek en hun beslissing. Is dat kwetsbaar? Nou, als we kijken dat we dat netjes in een trias politica met elkaar geregeld hebben: nee. Is het belangrijk dat zij dat altijd doen? Ja, wel degelijk. Het is belangrijk om daar altijd de objectiviteit en zeker ook het horen van de kinderen een plek in te laten hebben. Dat is zeker iets waarover ik het gesprek zal blijven voeren met de rechtsspraak, waar ik natuurlijk ook verantwoordelijk voor ben. Voorzitter. Dan de vraag van … Ik moet even kijken of het handig is om …Excuus, voorzitter, gaat uw gang.

Versie faccfeef9791f786376bdfb5b50dd4f656d4e231b2c6c631f47bf4825383b782 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

Jeugdbeleid

Jeugdbeleid

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.