KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

Jeugdbeleid

Brontekst

Minister Sterk: Ja. Dus ook wij hebben daar met afschuw kennis van genomen. We hebben ook gedacht: wat betekent dit nu? Dat traject liep trouwens ook al, maar we bedachten ook dat er wetgeving moet worden gemaakt om een veel scherper beeld te krijgen van wanneer jeugdhulp in het buitenland nou echt gepast is. Die vraag gaan we beantwoorden. Wat ons betreft is dat maar in heel weinig gevallen gepast. Daar gaan we naartoe. In het wetsvoorstel Reikwijdte staan daar ook zaken over, namelijk dat die hoge uitzondering alleen geldt als het in het belang is van het kind en als de plaatsing ook verloopt volgens de verplichte procedure voor de Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden. Die positie en procedure zijn volgens mij nu nog niet wettelijk geborgd. Dat nemen we dus daarin mee. Over de uitwerking van de wetgeving en de communicatie gaan we in gesprek met alle partijen die zich daar gewoon aan moeten houden. Er waren ook een heleboel Kamerleden die vroegen om hoeveel kinderen het precies gaat en waar zij nu zitten. In 2026 heeft de Centrale autoriteit zeven verzoeken voor plaatsing in het buitenland ontvangen. Dan gaat het om de landen België, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Marokko. Ik weet dat de verplichte procedure van de Centrale autoriteit daarbij niet altijd is gevolgd. Daarom is er ook geen goed zicht op de aantallen. Wat niet via die procedure is gelopen, is ook niet bij ons in beeld. Dat weten we dus niet. Het is wel de taak van gemeentes, GI's en jeugdhulpaanbieders om te zorgen dat wél wordt voldaan aan die verplichte procedure, aan het toezicht en aan de geldende eisen. Dat gesprek wordt op dit moment ook wel gevoerd. Dan is er ook een vraag van een aantal leden waarom die procedure nou niet is gevolgd. Waarom die procedure niet is gevolgd, weet ik niet. Dat moet in principe juist gewoon gebeuren. Het ingewikkelde is dat wij vervolgens ook geen zicht hebben op wat daar gebeurt. De IGJ houdt geen toezicht in het buitenland, maar kan wel overgaan op handhavende interventies als door een Nederlandse aanbieder de verplichte procedure van de Centrale autoriteit niet is gevolgd bij het plaatsen van jongeren in het buitenland. Ik werk, ook in lijn met een motie van mevrouw Moinat, aan wetgeving die bepaalt dat de jeugdzorg in Nederland plaatsvindt en niet, of alleen maar bij hoge uitzondering, in het buitenland. Dan was er een vraag van mevrouw Coenradie, namelijk waarom de IGJ de Spaanse inspectie niet informeerde over de zorgelijke signalen. De inspectie heeft in 2016 een eerste melding gekregen over Huize Soria en heeft destijds de Spaanse autoriteiten daarover geïnformeerd. Achteraf gezien geeft de IGJ aan dat zij de inspectie, de Spaanse autoriteit, ook had kunnen informeren over andere meldingen die daarna volgden. Ze geven toe dat ze dat eigenlijk hadden moeten doen. De inspectie heeft zich vervolgens in het toezicht gericht op de jeugdhulpaanbieder in Nederland, die eigenlijk ook verantwoordelijk is voor de plaatsing van de kinderen in het buitenland, op wie deze meldingen betrekking hadden. Ook heeft de IGJ de plaatsende partijen aangesproken op hun rol. In die zin heeft de IGJ volgens mij wel gedaan wat ze moest doen. Ten slotte was er nog een vraag van de heer Hamstra, waarom nieuwe plaatsingen niet automatisch worden opgeschort. Ik kan buitenlandplaatsingen niet opschorten; dat is echt aan de aanbieders. Ik kan wel wetgeving aanpassen. Dat is ook wat ik op dit moment doe.

Versie faccfeef9791f786376bdfb5b50dd4f656d4e231b2c6c631f47bf4825383b782 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

Jeugdbeleid

Jeugdbeleid

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.