Staat van de Rechtsstaat: Algemeen
Staat van de Rechtsstaat: Algemeen
statement · 3 jun 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw De Lange: Dank u wel, meneer de voorzitter. Dank voor de uitnodiging om hier te spreken. Zoals u gezien heeft in de gespreksnotitie, is de staat van de Nederlandse democratische rechtsstaat ook een punt van aandacht in de wetenschap. Internationale data van het V-Dem-project, waarinpoliticologen wereldwijd samenwerken, laten zien dat sinds 2021 de score van Nederland op de liberaledemocratie-index gedaald is en dat Nederland nu, samen met Oostenrijk, het slechtst scoort van de landen waarmee wij ons doorgaans vergelijken, dus alle Noordwest-Europese landen. De achteruitgang in score concentreert zich met name in een aantal aspecten van de democratische rechtsstaat op het terrein van burgerlijke vrijheden. Dan gaat het dus om de vrijheid van vereniging, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatiegaring. Dat zijn de belangrijkste indicatoren waarbij achteruitgang is opgetreden. Daarbij laat veel politicologisch onderzoek zien dat dat niet alleen te maken heeft met de institutionele inrichting van de Nederlandse democratie — in dat opzicht is ons land eigenlijk op papier heel goed ingericht, als je kijkt naar hoe ons kiesstelsel werkt, hoe onze twee Kamers ingericht zijn en dergelijke — maar dat het deels ook te maken heeft met de manier waarop normen wel of niet bevestigd en gehandhaafd worden door bijvoorbeeld politieke elites, die daar een belangrijke rol in spelen. Dan kan het gaan om verkozenen of ook om benoemde bestuurders, zoals burgemeesters. Waar ik ten slotte aandacht voor wil vragen, is het Nationaal Kiezersonderzoek, dat deze ochtend gepresenteerd is en dat ook een hoofdstuk bevat over hoe burgers denken over de Nederlandse democratische rechtsstaat. Daarin zien we toch cijfers die enigszins verontrustend zijn. Het is niet zo dat de steun voor de democratische rechtsstaat door de band genomen onder de Nederlandse bevolking heel laag is, maar we zien wel dat er grote verschillen optreden tussen groepen burgers, en dan met name tussen burgers die een sterke afkeer hebben van de Haagse politiek en burgers die dat niet hebben. Aan hen zijn een aantal stellingen voorgelegd in het Nationaal Kiezersonderzoek, bijvoorbeeld of ze van mening zijn dat regeringen moeten doen wat de meeste Nederlanders willen, ook al zijn er wetten die dat niet toestaan. Ook is aan hen voorgelegd of ze het eens zijn met stellingen als "als de regering en de Tweede Kamer iets willen, dan mogen rechters dat niet tegenhouden", "een sterke gekozen leider zou besluiten moeten kunnen nemen zonder zich iets te hoeven aantrekken van de oppositie of rechtbanken" — die werd al genoemd — en ten slotte "de Nederlandse democratie functioneert zo slecht dat die omvergeworpen mag worden, desnoods met geweld". Dat laatste is natuurlijk een zeer belangrijke indicator. We zien dat er met name een grote kloof is tussen burgers met en zonder afkeer op die indicatoren. Om een context te geven: ongeveer een kwart van de Nederlandse burgers geeft aan dat zij een sterke afkeer hebben van de Haagse politiek. Als we naar de verschillende stellingen kijken, dan zien we bijvoorbeeld dat 25% van de bevolking het eens is met de stelling dat de regering moet doen wat de meeste Nederlanders willen, ook al zijn er wetten die dat niet toestaan, terwijl dat onder burgers met een sterke afkeer 57% is. Als we naar de meest extreme stelling gaan, dus de laatste, over het gebruik van geweld vanwege het functioneren van de democratie, dan zien we dat het slechts 3% is onder burgers zonder sterke afkeer en 18% onder burgers die wel een sterke afkeer hebben. Het grotere zorgpunt is dus vooral de kloof tussen de groep burgers, meer dan het algemene niveau. Dank u wel.
Versie 0dcbcc3b652347fbeba13d1efe3d2b24479d2be16dc3a7e37b63f3b5a7224d6c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Staat van de Rechtsstaat: Algemeen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.