KamerkringInloggen
Sarah De Lange

Officieel Kamerprofiel

Sarah De Lange

1debatten
6bijdragen
5interrupties
1.598woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
3 jun 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw De Lange: Dank u wel, meneer de voorzitter. Dank voor de uitnodiging om hier te spreken. Zoals u gezien heeft in de gespreksnotitie, is de staat van de Nederlandse democratische rechtsstaat ook een punt van aandacht in de wetenschap. Internationale data van het V-Dem-project, waarinpoliticologen wereldwijd samenwerken, laten zien dat sinds 2021 de score van Nederland op de liberaledemocratie-index gedaald is en dat Nederland nu, samen met Oostenrijk, het slechtst scoort van de landen waarmee wij ons doorgaans vergelijken, dus alle Noordwest-Europese landen. De achteruitgang in score concentreert zich met name in een aantal aspecten van de democratische rechtsstaat op het terrein van burgerlijke vrijheden. Dan gaat het dus om de vrijheid van vereniging, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatiegaring. Dat zijn de belangrijkste indicatoren waarbij achteruitgang is opgetreden. Daarbij laat veel politicologisch onderzoek zien dat dat niet alleen te maken heeft met de institutionele inrichting van de Nederlandse democratie — in dat opzicht is ons land eigenlijk op papier heel goed ingericht, als je kijkt naar hoe ons kiesstelsel werkt, hoe onze twee Kamers ingericht zijn en dergelijke — maar dat het deels ook te maken heeft met de manier waarop normen wel of niet bevestigd en gehandhaafd worden door bijvoorbeeld politieke elites, die daar een belangrijke rol in spelen. Dan kan het gaan om verkozenen of ook om benoemde bestuurders, zoals burgemeesters. Waar ik ten slotte aandacht voor wil vragen, is het Nationaal Kiezersonderzoek, dat deze ochtend gepresenteerd is en dat ook een hoofdstuk bevat over hoe burgers denken over de Nederlandse democratische rechtsstaat. Daarin zien we toch cijfers die enigszins verontrustend zijn. Het is niet zo dat de steun voor de democratische rechtsstaat door de band genomen onder de Nederlandse bevolking heel laag is, maar we zien wel dat er grote verschillen optreden tussen groepen burgers, en dan met name tussen burgers die een sterke afkeer hebben van de Haagse politiek en burgers die dat niet hebben. Aan hen zijn een aantal stellingen voorgelegd in het Nationaal Kiezersonderzoek, bijvoorbeeld of ze van mening zijn dat regeringen moeten doen wat de meeste Nederlanders willen, ook al zijn er wetten die dat niet toestaan. Ook is aan hen voorgelegd of ze het eens zijn met stellingen als "als de regering en de Tweede Kamer iets willen, dan mogen rechters dat niet tegenhouden", "een sterke gekozen leider zou besluiten moeten kunnen nemen zonder zich iets te hoeven aantrekken van de oppositie of rechtbanken" — die werd al genoemd — en ten slotte "de Nederlandse democratie functioneert zo slecht dat die omvergeworpen mag worden, desnoods met geweld". Dat laatste is natuurlijk een zeer belangrijke indicator. We zien dat er met name een grote kloof is tussen burgers met en zonder afkeer op die indicatoren. Om een context te geven: ongeveer een kwart van de Nederlandse burgers geeft aan dat zij een sterke afkeer hebben van de Haagse politiek. Als we naar de verschillende stellingen kijken, dan zien we bijvoorbeeld dat 25% van de bevolking het eens is met de stelling dat de regering moet doen wat de meeste Nederlanders willen, ook al zijn er wetten die dat niet toestaan, terwijl dat onder burgers met een sterke afkeer 57% is. Als we naar de meest extreme stelling gaan, dus de laatste, over het gebruik van geweld vanwege het functioneren van de democratie, dan zien we dat het slechts 3% is onder burgers zonder sterke afkeer en 18% onder burgers die wel een sterke afkeer hebben. Het grotere zorgpunt is dus vooral de kloof tussen de groep burgers, meer dan het algemene niveau. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →
3 jun 2026 · Interruptie

Mevrouw De Lange: Bij heel veel voorstellen op dit terrein en op aanverwante terreinen waarbij het gaat over burgerlijke vrijheden, gaat het om het afwegen van verschillende rechten en vrijheden van burgers. Zoals de heer Ellian aangaf, kan een maatregel bedoeld zijn om de ene groep te beschermen, terwijl die de rechten van een andere groep inperkt. Het is belangrijk om bij al deze maatregelen het volgende in het oog te houden. Eén: is de maatregel proportioneel ten opzichte van het probleem dat je wil oplossen? Twee: is de maatregel dusdanig ontworpen dat er niet te veel ruimte voor willekeur is in de besluiten die bijvoorbeeld een burgemeester moet nemen? Het gaat meer om de toetsingscriteria voor de maatregelen als zodanig dan dat je van elke individuele maatregel moet zeggen: dit is een aantasting van de democratische rechtsstaat. Het gaat om de vraag of die principes gerespecteerd worden bij het maken van dit soort wetsvoorstellen en het nemen van dit soort besluiten in de Kamer.

Bron, video en gesprek →
3 jun 2026 · Interruptie

Mevrouw De Lange: In de eerste plaats is bedreiging en intimidatie van politici natuurlijk een belangrijk onderdeel van de druk die op dit moment op de democratische rechtsstaat staat. Dat is ook een probleem dat natuurlijk niet los gezien kan worden van beelden die bij burgers bestaan over hoe democratische besluitvorming plaatsvindt en van de afkeer van politiek, die ik al noemde, die zo gecorreleerd is met opvattingen over de democratische rechtsstaat. De data die ik gepresenteerd heb van het V-Dem-project kijken niet naar voorstellen van politieke partijen of iets dergelijks. Die kijken puur naar het functioneren van de verschillende aspecten van de democratische rechtsstaat in het jaar dat gemeten wordt, waarbij heel veel verschillende elementen worden meegenomen, die niet alleen te maken hebben met de politieke besluitvorming in nauwe zin, maar bijvoorbeeld ook met bedreigingen van journalisten als het gaat om de maat die gebruikt wordt voor de vrijheid van informatiegaring, de mate waarin er pluriformiteit in de pers is en allerlei andere indicatoren.

Bron, video en gesprek →
3 jun 2026 · Interruptie

Mevrouw De Lange: Het is niet zo dat de V-Dem-data een land classificeren als "rechtsstatelijk" of "niet-rechtsstatelijk". De data geven aan of een land meer of minder rechtsstatelijk is. Daarbij doet Nederland nog steeds in de bovenste regionen mee. Dat mogen we ook constateren. Het is alleen wel zo dat de score van Nederland is gedaald op een aantal terreinen die heel wezenlijk zijn voor het functioneren van de democratie an sich. Vrije en eerlijke verkiezingen kunnen eigenlijk niet zonder vrijheid van vereniging, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van informatiegaring. Die zorgen ervoor dat burgers zich kunnen informeren en keuzes kunnen maken. Het feit dat Nederland juist op die elementen slechter scoort, is wel iets om aandacht voor te hebben. Bovendien spiegelt Nederland zich graag aan landen die op ons lijken, ook qua politiek systeem. Dan hebben we het over de Scandinavische landen, Duitsland, België, Frankrijk en dergelijke. We zien dat de achteruitgang in Nederland op dit moment groter is dan in die landen en dat er aandacht nodig is voor het beschermen van die vrijheden van burgers.

Bron, video en gesprek →
3 jun 2026 · Interruptie

Mevrouw De Lange: Het interessante is dat altijd verondersteld wordt dat die rol heel groot is. Er is tien à vijftien jaar geleden natuurlijk veel gesproken over "echokamers" en "filterbubbels". Het meest recente onderzoek, van de afgelopen jaren, laat zien dat dat eigenlijk meevalt, in die zin dat de overtuigingen van mensen over wat de democratie en de rechtsstaat zijn, hun politieke overtuigingen, veel meer leidend zijn in het soort informatie dat zij zelf zoeken in plaats van dat zij door het algoritme in een enorme filterbubbel terechtkomen. Burgers komen ook een veel diverser palet aan opinies en informatie tegen dan wij in het verleden zagen. We zien in het onderzoek wel iets wat betreft burgers die hele duidelijke minderheidsopvattingen hebben, die maar door een heel klein gedeelte van de bevolking gedeeld worden. Dat zijn mensen die in het dagelijks leven niet zo vaak gelijkgestemden zouden tegenkomen. Zij komen wel eerder in aanraking met gelijkgestemde burgers op de socialemediaplatforms. Zij krijgen daardoor de indruk dat hun positie door meer burgers wordt gesteund dan daadwerkelijk het geval is. Hele kleine minderheden krijgen dus het gevoel dat ze met meer zijn dan ze daadwerkelijk zijn. Daardoor kunnen zij nog meer het gevoel krijgen dat ze politiek gezien genegeerd worden. Zij hebben het gevoel dat zij echt een substantiële groep in de samenleving vertegenwoordigen en dat hun standpunten niet politiek vertolkt worden. Er is daar als het ware dus meer een representatieprobleem dan noodzakelijkerwijs een probleem van echokamers en filterbubbels.

Bron, video en gesprek →
3 jun 2026 · Interruptie

Mevrouw De Lange: In de specifieke data waar het hier over gaat wordt dat uitgesplitst naar een aantal terreinen, maar niet in groot detail. Het wordt hier niet gekoppeld aan concrete wetgevingsmaatregelen, concrete incidenten in de samenleving of andere zaken. Door de data heen loopt wel de veiligheid van iedereen die in de democratische rechtsstaat actief is, of dat nu om journalisten, politici of anderen gaat. Het meest concrete hierbij is natuurlijk de hoeveelheid aan bedreigingen en intimidatie waarmee allerlei actoren in de democratische rechtsstaat te maken hebben en de impact die die hebben op het vrij kunnen opereren in dat systeem. Iets anders wat specifiek voor Nederland naar voren komt, is de pluriformiteit van de media. Dat is niet zozeer pluriformiteit wat betreft onze kranten of de mediastations die radio en televisie verzorgen, maar wat betreft het eigenaarschap daarvan. Het feit dat slechts enkele grote conglomeraten in Nederland eigenaar zijn van deze outlets brengt risico's met zich mee op de lange termijn. Dan wat betreft de vrijheid van vereniging. Dat gaat niet alleen over politieke partijen, maar ook over maatschappelijke organisaties en dergelijke. Daar komt de beroepsvereniging morgen natuurlijk nog voor langs. Daarbij gaat het ook om de hoge administratieve druk bij dat soort organisaties, die het moeilijk maakt voor kleine organisaties om zich überhaupt te organiseren en om actief te zijn. Wat betreft de vrijheid van meningsuiting wordt het hele vijandige klimaat op sociale media meegenomen, maar dat speelt natuurlijk niet alleen voor Nederland.

Bron, video en gesprek →