KamerkringInloggen
Uitspraak

de Algemene Financiële Beschouwingen

4 okt 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a4422ab3e961c82f · officiële bron

Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Voorzitter. Ik wil het hebben over de verhoging van het wml. Tijdens de APB zei onze fractievoorzitter dat de overheid geen geld verdient; dat wordt verdiend via bedrijven. Zij dragen via belastingen bij aan onze publieke voorzieningen en bieden ook bestaanszekerheid door werkgelegenheid te scheppen. In sommige sectoren worden forse, deels onuitlegbare winsten gemaakt. Maar zeker in het mkb is dat anders. De bakker om de hoek moet eerst extra broden bakken om zijn personeel meer te kunnen betalen. Daarnaast heeft hij ook te maken met inflatie en hogere rentes. Daar kunnen we niet zomaar aan voorbijgaan. Het CDA wil namelijk geen markt waarin alleen de grote jongens kunnen overleven. Wij willen een markt waarin ook ons mkb mee kan blijven doen. Als de verhoging van het wml pas per 1 juli kan, kunnen we dan niet beter nu de intentie uitspreken tot verhogen en de komende maanden gebruiken voor een bredere analyse naar de impact van dit besluit bij welke maatvoering we de beste balans bereiken, maar ook of er alternatieven zijn met hetzelfde effect? Even slow politics. Dan kom ik bij het verhogen van de bankenbelasting. Wij irriteren ons aan lage spaarrentes in relatie tot de hoge winsten die banken nu maken. We zien ook dat het mkb lastig aan financiering komt en hogere rentes betaalt dan in omliggende landen. Daarom doe ik het voorstel om de banken voor 1 juni met een plan te laten komen om op deze punten de samenleving te helpen. Spaarzaamheid belonen en ondernemerschap stimuleren is een betere oplossing dan een platte bankenbelasting om de staatskas te spekken. Hoe kijkt de minister hiernaar? Voorzitter. Dat brengt mij bij de overheid. De Raad van State zegt het wederom: er is beperkte aandacht voor de samenwerking tussen de rijksoverheid en medeoverheden. In de praktijk wordt er vaak een beroep gedaan op decentrale overheden, maar een goede interbestuurlijke samenwerking ontbreekt. Deze samenwerking vraagt op alle vlakken om groot onderhoud, en daar gaan we het bij de begroting BZK nog uitgebreid met elkaar over hebben. Maar in een overleg dat onlangs heeft plaatsgevonden met de medeoverheden is onder andere gesproken over het doen van onderzoek naar hoe het huidig in de Gemeentewet genoemde criterium voor structureel en reëel evenwicht anders ingevuld en/of verbreed kan worden. Hiermee zouden decentrale overheden namelijk op de korte termijn een beetje geholpen zijn, zonder dat het meteen meer geld kost. Ik zou het kabinet willen vragen om hier snel duidelijkheid over te geven. Mijn vraag is dan ook: wanneer is die duidelijkheid er en vanaf wanneer kunnen gemeenten hiermee werken in hun begrotingen? Tot slot, voorzitter. Ik sprak over het belang van "voorkomen is beter dan genezen". En eerlijk gezegd is de overheid niet zo goed in het genezen, met als pijnlijk voorbeeld de kinderopvangtoeslagaffaire. De hersteloperatie is voor veel ouders een herstelhel geworden. De teller staat nu op 7,1 miljard euro aan budget, en 2.300 medewerkers zijn er inmiddels bij betrokken. Ik krijg het niet uitgelegd aan mensen op straat. Ook hier wil ik het huidige kabinet blijven oproepen om een tandje bij te zetten. Aan een nieuw kabinet doe ik de oproep: zorg voor oplossingen voor deze ouders, die al genoeg te verduren hebben gehad. Dank je wel, voorzitter.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.