Pakket Belastingplan 2027
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Uiteraard gaan we het proberen te halen binnen de tijd, maar we hebben natuurlijk alle beantwoordingen dit weekend pas gehad. Ik zal heel eerlijk zeggen dat mijn tekst daardoor wel iets langer is geworden. We gaan ons best doen, maar het is wel een wetgevingsoverleg. Ik hoop ook dat die ruimte gerespecteerd wordt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Proberen te streven is een mooi uitgangspunt. Dank je wel, voorzitter. Vandaag bespreken we het Belastingplan '27. Het is deze keer eigenlijk een relatief beperkt Belastingplan als je het vergelijkt met afgelopen jaren, maar er is natuurlijk weer genoeg over te zeggen. Ik wil beginnen met een bredere beschouwing, want het is een plan met een heleboel kleine maatregelen, maar wel maatregelen die impact hebben, want achter iedere maatregel zit een mens of ondernemer. Ik miste een beetje — de Raad van State constateert het ook — de diepere gedachte achter de keuzes. Waarom sommige maatregelen wel en andere niet? In hoeverre zijn deze getoetst aan langetermijnkeuzes voor een robuust en begrijpelijk stelsel dat meer werken laat lonen, dat ondernemers ondersteunt en dat transities faciliteert? Langs die drie lijnen zal ik vandaag dan ook mijn inbreng leveren. Allereerst de inkomstenbelasting en de marginale druk. De regering kiest ervoor om een koopkrachtpakket voor werkenden grotendeels in te richten door de verhoging van de arbeidskorting. De CDA-fractie heeft er bij de APB en AFB ook al opmerkingen over gemaakt. Wij snappen heel goed dat dit een vrij gericht middel is om koopkrachtplaatjes bij te sturen, maar u kent ons standpunt inmiddels. Wij vinden dit niet de juiste manier om dat te doen. Wij weten immers dat een aanzienlijk deel van de werkenden te maken heeft met een heel hoge marginale druk. Dat komt niet alleen door de inkomstenbelasting, maar juist ook door de stapeling van inkomensafhankelijke regelingen. De regering verhoogt nu dus opnieuw een inkomensafhankelijke korting, terwijl de ambitie volgens het regeerakkoord is om inkomensafhankelijke regelingen juist terug te brengen. Ik zou de staatssecretaris willen vragen om een reflectie op de lange termijn. Hoe ziet hij deze gewenste richting voor zich? We hebben in de schriftelijke inbreng gevraagd naar alternatieven. Die komen qua koopkrachtplaatjes ietsjes minder gelijkmatig uit dan de verhoging van de arbeidskorting, maar kan de staatssecretaris dit ook in een breder licht afwegen, namelijk richting de gewenste toekomst van het stelsel? Wat ons betreft is dat gericht op lagere marginale druk, het stimuleren van meer uren werken, het verkleinen van de verschillen tussen een- en tweeverdieners, minder inkomensval wanneer iemand arbeidsongeschikt raakt en betere uitvoerbaarheid. Welke invulling zou in die bredere afweging zijn voorkeur hebben? Ik hoor ook graag van hem welke stappen hij in deze kabinetsperiode hierin realistisch vindt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Het zal de ChristenUnie niet verbazen dat wij natuurlijk sympathie hebben voor deze beweging op de korte termijn. Ik heb ook begrepen dat de heer Grinwis hiervoor al een amendement heeft ingediend, of dat hij dat nog in voorbereiding heeft. Laten we daar met elkaar gewoon open het debat over voeren en de reflectie van de staatssecretaris afwachten. Volgens mij zitten we op dezelfde lijn wat betreft waar we naartoe zouden moeten. Ik wil ook graag horen wat de gevolgen dan zijn voor de koopkracht, want als het wel een aantal rare dingen laat zien, vind ik dat ook iets wat we met elkaar moeten bespreken. Voorzitter. De onbelaste reiskostenvergoeding. De hoge brandstofprijzen doen echt wat bij mensen in de portemonnee. De staatssecretaris geeft aan: omgerekend leidt de hogere reiskostenvergoeding tot een voordeel van circa €0,30 per liter brandstof. Als we daar de extra uitgaven en accijnzen bij optellen, hoeveel scheelt dat een inwoner dan ongeveer per liter benzine of diesel? Op welk prijsniveau komen we dan uit, ook in relatie tot de grensregio's? Voorzitter. Er is al vaak gesproken over waar deze voordelen met name terechtkomen: bij de mensen die veel autorijden, wat de vaak hogere inkomens betreft. Ook is er vaker gesproken over gerichtere maatregelen, zoals een tankpas of social lease, zoals in Frankrijk. Maar dat zou niet uitvoerbaar zijn op de korte termijn. Maatregelen als accijnsverlagingen zijn inmiddels al wel langer in de lucht dan de korte termijn. Volgens mij kunnen we ook niet uitsluiten dat dit op korte termijn gaat veranderen. Kan er dan toch niet eens gekeken worden naar een brandstofpas voor alle autogebruikers van maximaal 15.000 kilometer bijvoorbeeld, of naar een social lease voor tweedehands elektrische auto's voor lage inkomens? Dan nog enkele specifieke regelingen. Ik begin met de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Wij nemen evaluaties serieus. Daarom viel het ons op dat SEO juist concludeert dat deze regeling mensen met een arbeidsbeperking helpt om vanuit een uitkeringssituatie aan het werk te komen, dat de uitkeringsafhankelijkheid onder gebruikers na verloop van tijd daalt en dat het aantal gebruikers dat het meeste inkomen uit ondernemerschap haalt, sterk toeneemt. De staatssecretaris bevestigt dit ook in zijn beantwoording, maar toch vindt het kabinet het geen doelmatige manier om dit te bereiken. Wat is dan wel een doelmatige manier? Hoe zet de staatssecretaris de maatschappelijke baten van arbeidsparticipatie en een mogelijke besparing op uitkeringen af tegen de budgettaire besparing van 1 miljoen euro? Ik ga door met de aftrek specifieke zorgkosten. Mijn fractie begrijpt de kritiek op de huidige regeling. Uit de evaluatie blijkt dat de regeling niet optimaal doelmatig is en dat er risico's bestaan op oneigenlijk gebruik. Wat gebeurt er nu met mensen die daadwerkelijk structureel hoge zorgkosten hebben? De regering wil in plaats hiervan een nieuwe tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten. Maar hoe voorkomen we nu dat straks mensen tussen wal en schip vallen? Diverse fracties hebben veel inhoudelijke vragen gesteld in de schriftelijke ronde. Tegelijkertijd staat in de brief van de staatssecretaris van afgelopen vrijdag eigenlijk kort door de bocht: wordt vervolgd. Kan de staatssecretaris hier iets meer woorden aan geven? Hoe gaat dit proces eruitzien? Wanneer kunnen we hier als Kamer verder over praten met elkaar en met de staatssecretaris? Voorzitter. Ik wil nu niet uitgebreid stilstaan bij box 3, maar ik heb wel een paar vragen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): De stapeling van regelingen en het risico dat je door het ene aan te passen het andere ook raakt, kennen we in het fiscale stelsel. Ik vind dat daar zeker naar gekeken moet worden in de verdere uitwerking.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Nou, het zou natuurlijk het allermooiste zijn als het kabinet in de komende weken met een oplossing komt waarvan een meerderheid van de Kamer zegt: hier kunnen we echt wel mee leven. Ik begrijp ook dat dat redelijk ambitieus is. Ik zou bijvoorbeeld ook graag zien dat er gekeken wordt naar de risico's in de huidige regeling, bijvoorbeeld terugvorderingen, et cetera. Ik vind dat daar ook naar gekeken moet worden. Want het is niet alleen maar fijn dat die regeling er is: er zitten gewoon ook echt wel nadelige gevolgen voor gebruikers aan. Het zou het mooiste zijn als we over een paar weken kunnen praten over een goede oplossing. Ik zou dat wel graag even willen afwachten, omdat ik die hoop nog wel een heel klein beetje heb. Als dat niet zo is, moeten we het vervolggesprek voeren over de vraag hoe dan wel verder, waarbij we echt wel gehoor hebben voor wat u zegt, wat heel veel collega's in de Kamer zeggen en wat ook de motie-Bikker heeft gezegd.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Het idee was juist om een niet-doelmatige regeling waarvan we weten dat die voor een deel een belangrijk doel dient, niet zomaar weg te strepen, maar er iets alternatiefs voor in de plaats te zetten. Vandaar dat er ook budget voor is gereserveerd. Nu zijn we verder in het proces en constateren we dat het misschien allemaal net iets te snel gaat en we er iets langer bij stil moeten staan. Het was juist niet bedoeld om de regeling zomaar weg te strepen, wat vaak gebeurt, maar om na te denken over hoe we het slimmer kunnen doen en ervoor te zorgen dat er in ieder geval een pot geld beschikbaar is.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Sorry, ik lach niet om u. Ik lach om een non-verbale reactie van een andere collega. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dit de komende weken goed met elkaar volgen, ook met onze collega's en zorgwoordvoerders, omdat die inhoudelijk gewoon heel erg betrokken zijn bij dit dossier. Zo kunnen we zorgen dat er geen ongelukken gebeuren en we toewerken naar iets wat werkt en doelmatig is voor onze inwoners.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik verwacht dat met name wij als coalitie de vraag gaan krijgen om die 200 miljoen op te lossen. Aan de ene kant zeggen we als Kamer dat we moeten durven praten over regelingen die als ondoelmatig geëvalueerd zijn. We zeggen dat we die moeten durven opschrijven en aanpakken. Iedere keer als we dat doen, zie je waar we in terechtkomen. Dat zie je hier ook. Ik snap het ook, want het is gewoon ingewikkeld en voor veel mensen heel belangrijk. Laten we dit dus alsjeblieft zorgvuldig doen met elkaar. We hebben een envelop die negatief geëvalueerd is, maar we ondersteunen allemaal het doel ervan. Ik hoop dat we daarmee een goede stap vooruit kunnen zetten de komende tijd.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Wij hebben daar binnen Financiën nog niet over gesproken. Wellicht is er aan de zorgkant over gesproken. Bij die debatten ben ik niet aanwezig. Ik vind het een goede vraag om aan de staatssecretaris door te geleiden, zodat we er een antwoord op krijgen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank je wel, voorzitter. Ik wilde niet uitgebreid stilstaan bij box 3, maar ik heb er wel een aantal vragen over. De eerste ging over een viertal ingediende moties, maar die vraag is al gesteld door collega Van Eijk. Daarnaast ben ik nogal teleurgesteld over de antwoorden op mijn vragen met betrekking tot meerdere tariefschijven in box 3. Die waren ook gesteld door de ChristenUnie. Het is niet de eerste keer dat ik het vraag. Kan de staatssecretaris mij uitleggen waarom dit niet gewoon inzichtelijk kan worden gemaakt? Ik blijf de vraag namelijk gewoon stellen. De staatssecretaris heeft ook aanvullend inzicht gegeven in het toch al flinke gebruik van de papieren schenking. Zijn er volgens de staatssecretaris andere redenen voor een papieren schenking dan een fiscaal voordeel? Als dat laatste het geval is, dan lijkt mij dat het corrigeren daarvan geen verhoging van de erf- en schenkbelasting is, maar juist zorgen dat de bedoeling van de wet niet in de praktijk wordt omzeild. Voorzitter. Ik ga verder met mijn tweede punt, namelijk meer ruimte en zekerheid voor ondernemers.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Volgens mij hebben we deze waarschuwing op deze wet en op heel veel andere wetten al vaker gehad. We weten hoe complex ons belasting- en toeslagenstelsel is geworden, maar we weten ook gewoon dat als we een grote wijziging doorvoeren, daar uitvoeringstechnisch risico's aan zitten. Volgens mij hadden we in het vorige Belastingplan ook heel veel rode vlaggen die we met elkaar besproken hebben. Voor box 3 zie ik die ook voor me in de uitvoering. Dus ja, dat zullen we gewoon serieus moeten bespreken de komende tijd. Ik zie dat risico, maar ik zie ook een brede politieke wens om het wel mogelijk te maken. Die balans zullen we moeten gaan afwegen en we zullen met open vizier het gesprek moeten gaan voeren over wat eventueel simpeler kan, zodat de uitvoering het misschien wat makkelijker aan zou kunnen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik vind het heel belangrijk om deze wet zorgvuldig te behandelen en ik hoor al een aantal instanties waarvan ik maar even de aanname doe dat de collega die graag zou willen spreken voor behandeling van de wet. Volgens mij belet niemand ons om die afspraken alvast in de agenda te gaan zetten, zodat we die partijen allemaal netjes gesproken hebben en op basis van die input verder met elkaar het debat kunnen voeren over de novelle box 3.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik zal meebewaken dat we proberen om deze novelle zo goed als mogelijk zorgvuldig te behandelen, maar het is natuurlijk niet zo dat wij nu helemaal niets kunnen doen. Er zitten een aantal dingen in die novelle waarvan wij gewoon weten dat daar nog weleens iets achter weg zou kunnen komen dat spannend kan worden in de uitvoering. Daar kunnen we natuurlijk prima ook nu al over nadenken met elkaar en vragen over voorbereiden. Ik wil dus niet doen alsof we maar één dag tijd hebben om überhaupt iets te doen. We kunnen nu ook al heel veel en ik denk dat het ook heel belangrijk is dat het denken niet dan pas begint, maar dat we dat gewoon continu met elkaar blijven doen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Een ondernemer die personeel aanneemt, investeert en risico's neemt, heeft ruimte nodig, maar ruimte zonder zekerheid is in de praktijk weinig waard. We vinden het daarom belangrijk dat ondernemers zo veel als mogelijk weten waar ze fiscaal aan toe zijn. Wij vinden dat we evaluaties van fiscale regelingen serieus moeten nemen, maar wij moeten wel voorkomen dat iedere kritisch geëvalueerde regeling automatisch wordt gezien als een potentiële bezuinigingspost. Als een regeling ondoelmatig wordt bevonden, is de conclusie dan automatisch dat het geld moet verdwijnen? Wij zouden in ieder geval graag zien dat bij elke afweging omtrent een mogelijk niet-effectieve regeling voor bedrijven, ook wordt bezien hoe de fiscale ondersteuning van ondernemerschap beter kan worden ingericht. Ik heb het al een paar collega's horen zeggen en ik zeg het al heel lang: van het zijn van ondernemer naar ondernemen. Ook in onze doorrekening hebben we hier een aantal voorstellen voor gedaan. Omdat ik toch een beetje positiviteit in het debat wil proberen te brengen, zeg ik dat ik best breed draagvlak hoor om hier als Kamer breed met elkaar over van gedachten te wisselen en om misschien met voorstellen te komen voor dat mooie ondernemersklimaat van Nederland. Het CDA is al voorzichtig bezig met een initiatief hiervoor. Ik nodig u dan ook van harte uit om hier een keer met de benen op tafel met elkaar over na te denken. Ik zou het echt heel mooi vinden als we als Kamer laten zien dat we op dit onderwerp met elkaar stappen kunnen zetten. Bij dezen. Ik vind het antwoord dat het afschaffen van ib-ondernemersaftrekposten prima los kan worden gezien van meer integrale benaderingen, nogal kortzichtig. Natuurlijk kan dat. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of we dat zo zouden moeten doen. Dat valt me ook op bij alternatieve dekkingsopties voor box 3, waarbij het lage vpb-tarief weer wordt genoemd. Vindt de staatssecretaris niet dat we het geld beter voor productieve ondernemers kunnen inzetten dan voor vermogen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ja, dat klopt. Daar hebben we al vaker voor gepleit. Daar hebben we ook in onze doorrekening een eerste vingeroefening op gedaan, in de zin van: kunnen we die ondoelmatige regelingen omvormen, zodat ze meer gericht zijn, niet zozeer omdat je ondernemer bent en je er misschien fan van bent geworden, maar omdat ze bijdragen aan ons investeringsklimaat en onze groei?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ja, ik begrijp uw denkrichting, maar wij kijken bijvoorbeeld ook of we investeringsregelingen zoals de EIA, MIA en VAMIL beter kunnen inrichten. Kunnen we daar een mooie grote investeringslijst van maken? Als we daar met elkaar een uur over brainstormen, hebben we volgens mij zo een heel mooi lijstje te pakken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Wij vinden het vooral belangrijk dat we nadenken over regelingen die ons investeringsklimaat maximaal versterken. Deze regeling zie ik niet per definitie als eentje die het hoogst op mijn lijstje staat. Daar staan echt wel andere. We hebben het net al gehad over vennootschapstarieven. Die zouden we misschien dichter bij elkaar kunnen brengen. We hebben het over de investeringsregelingen gehad. Het CDA zou bijvoorbeeld heel graag een win-winlening willen zien. Wij kunnen ons voorstellen dat je gaat nadenken over een belastingvoorstel voor bepaalde technologieën. Dat zijn de regelingen waar wij aan denken. Deze staat iets minder hoog op ons lijstje. Wij kunnen ons wel voorstellen dat we daarover met elkaar praten en daar stappen op zetten.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ja, ondernemers die daar gebruik van maken, gaan daar zeker iets van merken. Daarom vinden we het ook goed dat het niet in één keer gebeurt, maar in stappen, zodat ondernemers daar ook beter op kunnen anticiperen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): De eigen woning wordt in ieder geval uitgesloten van die regeling. Dat is al 55% van waar die regeling voor wordt gebruikt. Van de overige 45% wordt 25 miljard gebruikt door 11.000 ondernemers. Er worden dus flinke bedragen uit de onderneming voor privégebruik gehaald. Je kunt je afvragen of je dat nodig vindt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Hoe houdt het kabinet rekening met de stapeling van maatregelen? De regeling voor kleine brouwers heeft bijvoorbeeld al in eerdere belastingplannen voorgelegen. Dat lijkt, als je het Belastingplan leest, een kleine maatregel, met een zeer beperkte financiële opbrengst en weinig impact voor de brouwers. Maar als we de reacties van de sector lezen, heeft die wel grote financiële gevolgen. In de schriftelijke beantwoording van vragen van diverse fracties hierover geeft de staatssecretaris aan dit niet in die mate te herkennen. Maar toch nogmaals de vraag, omdat we veel signalen uit de praktijk krijgen: is er voldoende afstemming geweest met de praktijk van kleine brouwerijen? De staatssecretaris geeft ook een voorbeeld van de stapeling met de verhoging van de belasting op leidingwater en de alcoholaccijns. Dit kan op een fors bedrag uitkomen. Kan het zomaar worden doorberekend aan de consument? Zo niet, wat doet dit dan met de investeringsruimte? Die stapeling zien we ook bij de maatregel uit een vorig belastingplan tot afschaffing van het heffingsplafond op leidingwater en nu de verhoging van het tarief, terwijl voor gebruikers zoals zwembaden, ziekenhuizen, de voedingsmiddelen- en farmaceutische industrie, wasserijen en hotels geen alternatieven mogelijk zijn. Ik vind de gevolgen best fors: voor een gemiddeld academisch ziekenhuis en voedingsmiddelenproducent is het zo'n anderhalve ton extra in 2027. In welke mate komt dat volgens de staatssecretaris bij gebruikers en consumenten terecht? Kan de staatssecretaris aangeven hoe deze belastingverhoging past in een langjarige visie op betaalbaar en beschikbaar drinkwater? Hoe kunnen we voorkomen dat we nu met een budgettair doel de heffing verhogen, terwijl de echte investeringsopgave nog voor ons ligt? Voorzitter. Dan het afschaffen van de btw op sierteelt. Dit raakt vooral de detailhandel. In de reacties die we krijgen, zitten echter ook erg veel producerende bedrijven. Ik vraag me af of de impact zoals uitgelegd door het kabinet overeenkomt met de impact zoals deze bedrijven die ervaren. Kan de staatssecretaris hierop reageren? Kan hij aangeven hoe hij de gevolgen voor bloemisten en kwekers gaat volgen en wat hij bereid is te doen als blijkt dat juist deze ondernemers onevenredig hard worden geraakt? Ik wil verder nog specifiek ingaan op een paar regelingen. Ten eerste de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten onder de WKR. Deze maatregel is door een motie als dekking opgenomen, maar het kabinet bevestigt ook de effecten voor werkgevers met veel laagbetaalde parttimers die de vrije ruimte onvoldoende kunnen inzetten. Wat zijn de effecten voor de vrije ruimte concreet als werkgevers een cao moeten blijven uitvoeren met de personeelskorting? Met hoeveel zou volgens de staatssecretaris de vrije ruimte moeten worden verhoogd om het nadelige effect te kunnen opvangen? Als we in de beantwoording lezen dat een verhoging van de eerste schijfruimte met 0,1% al 25 miljoen kost, waar kom je dan op uit? Is het dan niet gerichter om de specifieke vrijstelling te verlagen, bijvoorbeeld tot een maximumbedrag van €250 in plaats van €500, om werkgevers en werknemers tegemoet te komen? Want we hebben het hier bijvoorbeeld ook over het aanbieden van een maaltijd tijdens het werk. Het dekken daarvan uit bijvoorbeeld de vrije ruimte zou dan een kleine verlaging betekenen. Zijn we dan niet beter af? Ten aanzien van onze vragen over meer ruimte voor het aflossen van studieschulden via de werkgever: welke verruiming van de vrije ruimte zou daarvoor volgens de staatssecretaris nodig zijn? Dan de regeling voor ingeprijsde valutaresultaten. Ik begrijp de achtergrond van de maatregel. Er is budgettaire dekking gezocht naar aanleiding van de uitspraak over liquidatieverliesverrekening. Het kabinet zoekt daarbij binnen hetzelfde fiscale domein naar een oplossing. Tegelijkertijd hebben wij zorgen over de complexiteit en de mogelijke gevolgen voor het Nederlandse vestigingsklimaat. We hebben het hier echt over onze grote Nederlandse hoofdkantoren, waar vaak ook de treasuryfunctie van de groep zit. Heeft het kabinet met deze bedrijven gesproken over de gevolgen van de maatregel? Concreet 120 miljoen ophalen bij 25 belastingplichtigen is namelijk nogal een forse rekening per bedrijf. Wij horen dat het effect voor een aantal bedrijven in de praktijk nog veel groter zal zijn. Heeft dat dan geen effect op de keuze voor een vestigingsland? We hebben gevraagd naar de "voor zover"-benadering, die wordt afgedaan als "te complex", maar hoe weegt de staatssecretaris dat dan af tegen het introduceren van een nieuwe complexe berekeningssystematiek? De opbrengst van een "voor zover"-benadering zou je wel kunnen inzetten om een drempel in te bouwen in de regeling, om die iets te verzachten. Door met de Wbso. De CDA-fractie heeft eerder gevraagd om structurele indexering van de eersteschijfgrens. In de schriftelijke inbreng hebben wij erop gewezen dat het Wbso-budget stijgt, terwijl de schijfgrens in 2027 niet wordt geïndexeerd en de loonkosten wel stijgen. Daardoor kunnen innovatieve mkb-bedrijven sneller in de tweede schijf terechtkomen, terwijl dat wat ons betreft niet nodig is. De staatssecretaris geeft aan dat dit nu geen prioriteit heeft, maar dat begrijpen wij eigenlijk niet. De sector geeft zelf juist aan dat het zekerheid geeft als er jaarlijks wordt geïndexeerd, zodat de loonkostenkorting meebeweegt. Zouden we dit toch niet binnen het budget kunnen regelen? Vorig jaar hebben wij dit uitgevraagd en het zou structureel 20 miljoen kosten. Wat zou het betekenen als je dit bijvoorbeeld uit het percentage van de tweede schijf dekt? Is het niet aantrekkelijker dat meer loonkosten tegen een lager percentage kunnen worden afgetrokken dan dat overschotten aan het algemene budget worden toegevoegd, wat dus vaak overblijft? Voorzitter. Dan de nieuwe fiscale regeling voor start-ups en scale-ups. De CDA-fractie staat positief tegenover het doel van het wetsvoorstel, maar heeft wel zorgen over de kritiek op de vormgeving van deze regeling. Ik begin met de definitie. In de regeling worden onder meer de begrippen "innovatie" en "een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel" gebruikt. De staatssecretaris bevestigt in de beantwoording dat de beoordeling door RVO deels kwalitatief is. De staatssecretaris geeft aan dat voor de plenaire behandeling het criterium van de toetsingscriteria naar de Kamer wordt gezonden. Is dit criterium dan al voldoende afgestemd met de praktijk of gaat dat pas daarna plaatsvinden? Kan de staatssecretaris bij het toetsingskader concrete casussen voor deeptech-, biotech- en innovatieve productiebedrijven meesturen? Hoe kunnen ondernemers vooraf voldoende zekerheid krijgen over hun kwalificatie? Het kabinet geeft aan dat door de verlengingsmogelijkheid is geborgd dat niet lineair groeiende bedrijven eronder vallen, maar dat is natuurlijk afhankelijk van hoe vervolgens in de verlenging naar dit punt gekeken wordt. Hoe voorkomen we dat hierover iedere keer ingewikkelde discussies ontstaan tussen ondernemers en Belastingdienst? Dan de waardering. Bij een beursgenoteerd aandeel is de waarde relatief eenvoudig vast te stellen. Bij een jonge ondernemer ligt dat anders. Een waarderingsdiscussie tussen een start-up en de Belastingdienst is nu precies het soort onzekerheid dat je met deze regeling zou willen voorkomen. Bovendien is de waarderingscapaciteit bij de Belastingdienst schaars. In de beantwoording erkent de staatssecretaris dat externe waardering de Belastingdienst capaciteit kan besparen, mits dit goed wordt ingericht. Is hij bereid in kaart te brengen met welke waarborgen, bijvoorbeeld bij ministeriële regeling, erkende waarderingsmethoden kunnen worden aangewezen of ruimte kan worden geboden door onafhankelijke waarderingsdeskundigen? Voorzitter. Dan de meldplicht. Een jonge onderneming kan te maken krijgen met een bestuurlijke boete die kan oplopen tot €103.000 als er niet tijdig wordt gemeld dat er niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan. Eerlijk gezegd lijkt het ons niet waarschijnlijk dat deze ondernemingen dit altijd even goed door hebben en ook niet dat voorlichting vooraf altijd voldoende is. Waarom niet eerst een hersteltermijn indien duidelijk sprake is van een onopzettelijke fout? Voorzitter. Hoewel wij een effectieve regeling willen, blijven er flinke risico's bij de handhaving, die de staatssecretaris ook bevestigt. Hoe gaat de staatssecretaris voorkomen dat een regeling die bedoeld is voor uitstel van belastingheffing in de praktijk een risico op afstel wordt? Heeft de sector hier zelf ideeën over? Tot slot: is de staatssecretaris bereid om één praktisch handboek voor werkgevers en werknemers te publiceren met concrete voorbeelden? Uiteindelijk moet iemand bij een start-up niet eerst een fiscaal adviseur hoeven inhuren om te begrijpen wanneer belasting verschuldigd wordt. Voorzitter. Ik wil nog kort ingaan op de Wet veiligehavenregels inzake de minimumwinstbelasting. Onze vragen hierover zijn helaas ergens in het proces weggevallen. Ze zullen alsnog worden doorgeleid, graag met het verzoek aan de staatssecretaris om er op korte termijn een antwoord op te geven. Ik stel nu mondeling alvast een paar vragen. Wat begon als een internationale afspraak om een race naar de bodem met winstbelastingtarieven te voorkomen, dreigt steeds meer een systeem te worden waarin grote landen uitzonderingen kunnen bedingen en andere landen zich moeten aanpassen. Maar Nederland hoeft niet alleen toe te kijken. Andere landen zoeken binnen de internationale afspraken naar mogelijkheden om investeringen en innovatie fiscaal te stimuleren zonder dat dit direct leidt tot bijheffing tot aan een minimumbelasting. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij in kaart wil brengen welke mogelijkheden Nederland hiervoor al heeft en welke regelingen andere landen benutten die ook ons verdienvermogen zouden kunnen versterken. Wil hij hierbij concreet kijken naar een onder de minimumbelasting kwalificerende belastingkorting voor techbedrijven, zoals sommige landen om ons heen hebben? Voorzitter. Ik kom bij mijn derde punt, over de rol van fiscaliteit bij maatschappelijke transities. Als de overheid van ondernemers vraagt om hun bedrijfsvoering aan te passen, moet het belastingstelsel die beweging niet onnodig moeilijk maken. Ik heb een aantal concrete punten hierover. Ten eerste de vruchtwisseling bij agrarische ondernemers. Een akkerbouwer kan niet ieder jaar hetzelfde gewas op dezelfde grond telen. Dat is slecht voor de bodemgezondheid. Daarom wordt in de praktijk grond tussen agrarische ondernemers tijdelijk uitgeruild, bijvoorbeeld tussen een aardappelteler en een melkveehouder. De melkveehouder geeft zijn grasland in teeltpacht aan de aardappelteler, die er aardappelen op inzaait. De aardappelakker wordt, voor de bodemgezondheid, in ruil daarvoor tijdelijk grasland. Een gek gevolg: de aardappelakker die grasland wordt, valt nog onder de landbouwvrijstelling omdat vruchtwisseling noodzakelijk is, terwijl het grasland dat nu wordt gebruikt voor aardappels de landbouwvrijstelling verliest omdat vruchtwissel voor dit land niet noodzakelijk is. Bij de BOR en DSR is het effect precies andersom. Omdat het grasland met een teeltpachtovereenkomst wordt gebruikt door de aardappelteler, blijven BOR en DSR in stand. De teeltpachtovereenkomst geldt dan weer niet voor het grasland, dus: BOR en DSR weg. Dat is niet handig, lijkt me, als we ons met de nieuwe stikstofplannen, waaronder grondgebondenheidsnormen, juist willen richten op regionale samenwerking en een gesloten kringloop. Is de staatssecretaris bereid om voor de landbouwvrijstelling weer terug te gaan naar de praktische werkafspraken die sinds 2014 de standaard waren in plaats van cumulatieve eisen onder het Landbouwbesluit 2025? Is de staatssecretaris bereid om voor de BOR en de DSR het noodzakelijkheidsvereiste voor teeltpacht te laten vervallen omdat het juist vruchtwisseling in de weg zit? We zouden deze uitruilen immers juist moeten stimuleren.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Goh, dan moet ik in de hoofden van andere mensen gaan kijken; dat is altijd ingewikkeld. Misschien is het dan toch dat de praktijk op het boerenerf en tussen bedrijven onderling anders werkt dan soms misschien in de hoofden van mensen bij het ministerie, maar daarmee doe ik een wilde gok en wil ik ook niemand diskwalificeren. Maar ik vraag me dat ook af. Daarom brengen we het nu weer op. Misschien moeten we er ook maar eens over nadenken of we dit op een andere manier met elkaar kunnen regelen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Voorzitter. Ik ga door naar energie en verduurzaming. Wij staan positief tegenover het verhogen van het percentage van de Energie-investeringsaftrek omdat we investeringen in verduurzaming willen stimuleren. De combinatie met de winstbegrenzing vanaf 2029 verdient echter aandacht, want juist bedrijven die vooruit willen investeren hebben niet altijd direct voldoende fiscale winst om de aftrek volledig te benutten. Ziet de staatssecretaris dit ook als een gemiste kans? We hebben ook al vaak gepleit voor samenvoeging van de EIA, de MIA en de VAMIL, zoals ook opgenomen in het coalitieakkoord. Vooral de willekeurige afschrijving in de EIA zou ondernemers kunnen helpen om meer te investeren. Is de staatssecretaris dat met ons eens en ziet hij ruimte om dit versneld in te voeren? Met betrekking tot investeringen heb ik een nadere vraag over de beëindiging van de teruggaafregeling voor bio en hernieuwbare brandstoffen en compensatie van de kosten van groen gas. Voor beide maatregelen zijn argumenten, maar onze zorg zit wel in het risico dat investeringsbeslissingen die voor vele jaren worden gemaakt, door het afschaffen van de regeling worden afgeremd. Ik zie die overweging niet terug in de beantwoording van de staatssecretaris. Hoe beïnvloedt het volgens hem de businesscase? Hoe kijkt hij naar het signaal dat inconsistentie in fiscale stimulering juist voor jonge markten een groter effect kan hebben dan het budgettair beslag van deze regeling doet vermoeden? Voorzitter. Iets vergelijkbaars zien we bij de afvalverwerking en -weglek. Een stukje van de maatregel wordt teruggedraaid, maar vanuit de sector blijft het signaal dat afval naar het buitenland zal weglekken en dat investeringsruimte voor CO2-opslag onder druk komt te staan. Hoe kijkt de staatssecretaris naar deze signalen? Is het fiscale speelveld met de gedane aanpassing voor deze partijen voldoende op orde? Als laatste punt bij dit thema de pseudo-eindheffing. Er zijn wat ons betreft goede aanpassingen gedaan, mede naar aanleiding van onze motie, maar nog steeds zijn er onvoorziene effecten, onder meer voor huurauto's, demo-auto's en vervangende auto's. Is de staatssecretaris bereid om nogmaals in gesprek te treden met de sector om te kijken waar nog aanpassingen mogelijk zijn of blijft hij bij zijn oorspronkelijke standpunt? Voorzitter. Ik heb ook nog een hele andere vraag, namelijk over rechtsbescherming. Sommige zaken worden toch echt complexer. Met betrekking tot de digitale berichten is er ook een risico met betrekking tot rechtsbescherming. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer verplicht overheidsinstanties om bij bepaalde digitale berichten duidelijker te maken wat een burger met het bericht moet doen, bijvoorbeeld of er actie nodig is, welke termijn er geldt en wat de gevolgen zijn. De Belastingdienst kan dit voor enkele berichtenstromen nog niet op tijd invoeren. Het gaat onder andere om uitnodigingen tot aangifte en aanslagen inkomstenbelasting. Daarom komt er een tijdelijke uitzondering voor '27 die per 1 januari '28 moet vervallen. Dat geeft de Belastingdienst meer tijd, maar burgers krijgen gedurende die periode nog niet alle extra informatie waarop de nieuwe wet is gericht. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar in het kader van fiscale rechtsbescherming? Echt tot slot de uitzondering op ATAD, die nu wettelijk uitgewerkt wordt. Dat deze fiscale tegemoetkoming eraan kwam, wisten we. Ook de keuze voor een uitzondering op de earningsstrippingmaatregel was al bekend op Prinsjesdag. Maar waarom heeft het kabinet de Kamer niet eerder de concrete juridische uitwerking kunnen geven? Waarom is er, terwijl de staatssteunaanvraag al in juni speelde, nog altijd geen definitieve duidelijkheid over de houdbaarheid? Je merkt bij woningbouwcorporaties onzekerheid over de inwerkingtreding, met heel specifiek het verzoek om de ATAD-uitzondering tijdig en volledig vast te leggen. Er zijn zorgen over het opgenomen staatssteunrechtelijk voorbehoud. Het kabinet stelt de inwerkingtreding van de uitzondering afhankelijk van een nog uit te voeren staatssteunrechtelijke beoordeling, waarbij er informeel overleg met de Europese Commissie zal plaatsvinden. Hierdoor blijft onzeker of die maatregel inderdaad op 1 januari '28 in werking treedt. Ze vragen het kabinet dan ook concreet uiteen te zetten welke juridische onzekerheden nog resteren, waarom deze niet binnen het resterende staatssteunkader kunnen worden ondervangen en waarom deze beoordeling niet voorafgaand aan de afronding van de parlementaire behandeling kan plaatsvinden. Deze onzekerheden begrijpen wij heel goed. Daarom heb ik ook een paar vragen daarover. Ook ben ik benieuwd naar hoe het kabinet komt tot de raming dat de uitzondering circa 14 miljard extra investeringsruimte voor woningbouwcorporaties oplevert. Ik vraag dit omdat ik heel vaak vraag wat er extra aan investeringen losgemaakt wordt als we een maatregel invoeren. Ik ben eigenlijk wel blij dat we dit dus blijkbaar kunnen berekenen. Ik zou zeggen: dat smaakt naar meer. Hoeveel extra woningen kunnen daarmee naar verwachting worden gebouwd of verduurzaamd? Hoe wordt straks vastgesteld of de fiscale uitzondering daadwerkelijk tot die extra investering heeft geleid? Dit in eerste instantie, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Daarom heb ik de vragen die zij hebben gesteld, geprobeerd over te brengen naar het kabinet, door echt heel concreet te maken welke juridische onzekerheden er nog zijn, en door te vragen waarom deze niet binnen bestaande staatssteunkaders kunnen worden ondervangen en waarom deze beoordeling niet voorafgaand aan de afronding van de parlementaire behandeling kan plaatsvinden. Ik snap echt het ongemak. Tegelijkertijd is er bij mij ook een heel klein stemmetje dat zegt: ai, stel je voor dat we dit niet goed aftoetsen en achteraf blijken we toch een probleem te krijgen; moeten we dat elkaar aan gaan doen? Ik pleit dus ook voor snelheid en zorgvuldigheid, maar wel ook in die volgorde.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Mevrouw Beckerman heeft het over op de rem trappen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat het kabinet juist gas gaat geven, om te zorgen dat we hier duidelijkheid over krijgen, zodat de onzekerheid zo snel mogelijk weg is, want volgens mij is dit wel iets wat we allemaal willen. Het lijkt me dus gewoon heel goed dat we daar gas op gaan geven, wat ik al zei, en dat er snel duidelijkheid over ontstaat. Ik kan niet de antwoorden geven op de inhoudelijke vragen, want daarvoor zit ik gewoon niet goed genoeg in het staatssteunrecht.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Als dat zou kunnen, ben ik het er natuurlijk helemaal mee eens. Maar voor uw laatste vraag kijk ik echt naar de staatssecretaris. Wat zou je kunnen doen als dan inderdaad zou blijken dat er staatssteunrisico's zijn? Dan vraag ik echt de staatssecretaris of er andere oplossingen mogelijk zijn, zodat het doel, namelijk zorgen dat die investeringsruimte gaat ontstaan, wel bereikt gaat worden.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Daar ben ik ontzettend voor. Daarom vroeg ik ook in hoeverre dit Belastingplan door de oogharen al een beetje is getoetst aan waar je naartoe zou willen. Onze conclusie met elkaar is dat we daar nog niet heel erg goed in geslaagd zijn, denk ik. Ik wacht met smart op de brief van de staatssecretaris aan het einde van het jaar zodat we hierover met elkaar de voorgesprekken kunnen voeren. Het is toegezegd dat die er gaan komen. Laat dat een goede aftrap zijn. Nogmaals de oproep: laten we met elkaar alvast nadenken of we daar op het gebied van ondernemersfaciliteiten zelf al een eerste stapje in kunnen zetten.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Heel eerlijk denk ik dat als je gaat hervormen, er misschien wel zulke grote schuiven nodig zijn dat de maatregelen waar we nu over praten totaal in het niet verdwijnen. Ik denk niet dat het een het ander hoeft uit te sluiten. Ik denk wel dat we ons moeten voorbereiden op stevige financiële discussies met elkaar als we echt moeten hervormen. Dan hebben we de volgende uitdaging: hoe krijgen we daar brede meerderheden voor? Want zeker voor een nieuw belastingstelsel zou ik het wel mooi vinden als we niet een meerderheid van 75 plus 1 hebben, maar we daar echt breder met elkaar op kunnen trekken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Als u mij uitnodigt, dan zal ik zeker tijd maken in mijn agenda.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Zeker. Dat is een onderwerp waar ik bij het vorige Belastingplan ook al aandacht voor heb gevraagd. Toen heb ik de staatssecretaris al geprobeerd te verleiden om die ook mee te nemen in de aanpassingen. Dat is me niet gelukt. Vandaar dat ik dacht: ik ga het nu nog een keer proberen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik wacht even de antwoorden van de staatssecretaris af. Dat ik dit punt onhandig vind in de uitwerking, is in ieder geval wel duidelijk.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik vind dat wij het genuanceerde gesprek moeten durven voeren over het belasten van consumptie, het belasten van arbeid en het belasten van vermogen. In tegenstelling tot PRO vinden wij het wel belangrijk dat mensen ook vermogen op kunnen bouwen en dat er gewoon gespaard kan worden. Die mogelijkheid moeten we niet meteen fiscaal afschaffen. Er is voor ons zeker verder door te denken over de vraag hoe je vermogen op termijn gaat belasten, maar voor nu hebben we gewoon afspraken gemaakt in ons coalitieakkoord. Maar de grote schuiven die PRO voor zich ziet … Wat het CDA betreft zullen daar niet zulke grote stappen in worden gezet. Met betrekking tot het belasten van de grote vermogens: ik ga toch een beetje mee in wat de heer Vermeer zegt. Ik ben heel erg bang dat we dan denken dat we een goede maatregel hebben bedacht, en daar dan heel trots op zijn, maar dat in de praktijk blijkt dat deze mensen op een hele andere manier hun geld gaan stallen of op een andere manier, hopelijk, gaan investeren, zodat we helemaal niet zo veel gaan ophalen als we nu denken. Op papier lijkt het heel mooi, maar als je in de praktijk echt iets op vermogen wil doen, zul je veel breder moeten kijken. Laten we dan ook heel eerlijk zijn: dan ga je ook gewone mensen raken. Dan moet je niet gaan voor grote stappen, snel thuis.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik luister heel graag naar de woorden van mijn partijleider. Die zei: pak de vermogensongelijkheid aan. Het CDA zal de komende tijd met voorstellen komen en visies hierop presenteren, als het gaat om de discussie van de brede herziening van het belastingstelsel. Maar we gaan vandaag niet een grote belastingverandering voorstellen of ondersteunen, ook omdat we daar simpelweg afspraken over hebben gemaakt binnen de coalitie.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Het coalitieakkoord is helemaal niet heilig. We hebben namelijk met een minderheidskabinet te maken. We zullen dus iedere keer met elkaar moeten zoeken naar meerderheden. Maar voor mij is het wel heel erg belangrijk dat ik in eerste instantie de relatie met mijn coalitiepartners goed hou, en dat ik afspraken die we daarin hebben gemaakt, ook respecteer. Als daar gewoon grote pijnpunten zitten, vind ik dat we respectvol met elkaar om moeten gaan, want als we zelfs dat niet meer kunnen, wordt samenwerken echt wel heel ingewikkeld.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik ben dat helaas niet, dus ik weet niet of de heer Van Rij daar dan wel bij zit. Misschien is het wel een goed idee om met fiscaal woordvoerders te gaan onderhandelen!
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Mijn collega van Forum voor Democratie kaart een punt aan waarover we het vaak hebben in de Kamer, namelijk: werken moet lonen en meer werken moet ook lonen. Hoe kijkt hij in dat verband naar een maatregel als de arbeidskorting per uur?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Ik heb een interruptie over de opmerking dat mensen alleen nog maar mogen gebruikmaken van sociale zekerheid als ze een aantoonbare bijdrage leveren aan de samenleving. Als ik arbeidsongeschikt ben, lever ik dan een aantoonbare bijdrage aan de samenleving?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dus als iemand hier binnen is gekomen, een aantal jaren hard heeft gewerkt en arbeidsongeschikt is geraakt, dan mag ie geen aanspraak maken op de sociale zekerheid.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dus mensen die acht jaar hard hebben bijgedragen en stomme pech hebben gehad, vallen bij Forum voor Democratie buiten de boot?
Bron, video en gesprek →