KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 feb 2026 · Tweede Kamer

Vrouwengezondheid

Brontekst

Staatssecretaris Tielen: Dank u wel, voorzitter. Wat is waar? Wat is echt? Het verschijnsel mannengriep? Of de symptomen van de zogenoemde nerveuze vrouw, zoals die in de jaren vijftig en zestig werden genoemd, zoals hoofdpijn en rugpijn? Dat zijn nog steeds vaak onbegrepen klachten. Daar werd vaak lacherig over gedaan. Volgens een aantal van de verhalen die Kamerleden ook al uit ervaring vertelden, is vrouwengezondheid heel vaak niet serieus genomen. Maar inmiddels is er momentum ontstaan, lijkt het wel. Tenminste, zo heb ik dat de afgelopen maanden ervaren. Overal waar je het hebt over het verschijnsel dat vrouwen weliswaar langer leven, maar veel korter in goede gezondheid, ontstaat energie om met elkaar de gezondheidsverschillen te verkleinen. In de zomer heeft het ministerie van VWS de Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025-2030 gepubliceerd en daarmee een start gemaakt met de inzet op structurele verbeteringen in gezondheid en het verkleinen van de gezondheidsverschillen tussen mannen en vrouwen. Ik ben heel blij dat het de afgelopen maanden ook gelukt is om met al die wetenschappers, zorgverleners, bedrijven, werkgevers en ervaringsdeskundigen een impuls te geven aan de uitwerking van die strategie, op weg naar een werkagenda. Die gaat over de gezondheid van vrouwen en meiden, lichamelijk, mentaal en sociaal. Vorige week, op 4 februari, heb ik samen met twaalf partijen een handtekening gezet onder een convenant. Dan denkt u: wat hebben we nou aan een convenant? Dat denk ik ook altijd, maar het is wel een belangrijke stap. Het heet Samen in actie voor betere vrouwengezondheid. Het zorgt ervoor dat we niet met z'n allen naar de overheid wijzen om hier een verschil in te maken, maar dat dat echt een opdracht is aan heel veel partijen. Ik noemde net al onderzoekscentra, maar het gaat ook om investeerders, zorgverleners, zorgverzekeraars en andere partijen. Dat moet gaan leiden tot betere technologie, betere diagnostiek, betere zorg en betere innovatie, en is gericht op snellere diagnostiek en beter passende zorg voor vrouwen en meiden. Dat kan alleen maar doordat we daar allemaal aandacht, aandacht en aandacht aan geven. Vrouwen zijn namelijk niet een klein groepje waar we te weinig naar gekeken hebben. Nee, de halve samenleving bestaat uit vrouwen. Het is dus ook niet iets wat boven op het werk van wetenschappers, zorgverleners en werkgevers moet komen. Het moet onderdeel zijn van hun dagelijkse aandacht voor gezondheid. Ik heb in de praktijk prachtige voorbeelden gezien. Ook daar hebben een aantal van uw sprekers al bij stilgestaan, bijvoorbeeld bij de pilot van het vrouwenspreekuur in het Amsterdam UMC, waar ook veel ziekenhuizen mee bezig zijn. Bedrijfsartsen hebben een richtlijn Overgang en werk gemaakt en die vorige week aan het ministerie van SZW aangeboden tijdens de conferentie. Er zijn ook een aantal echt innovatieve innovaties — dat is dubbelop. Er zijn een aantal innovaties. We moeten dus op al die vlakken investeren, met aandacht en andere middelen, om het hele spectrum van zorg en ondersteuning een stap verder te brengen. Zoals ook door een aantal van uw leden al is gezegd: dat doen we niet alleen voor vrouwen; dat doen we ook voor de mannen, voor onze hele samenleving en daarmee ook voor onze economie. Ik kijk ernaar uit om samen verder te werken aan die Nationale Werkagenda Vrouwengezondheid, waarin we — ik kom daar zo in een aantal antwoorden nog op terug — zo concreet mogelijk stappen gaan zetten richting de toekomst. Dat was mijn inleiding. Dan begin ik nu met de antwoorden op de vragen die voor mij vallen onder het kopje nationale strategie. Een van de eerste vragen ging over de 15 miljoen euro die een paar jaar geleden voor de periode tot 2030 is vrijgesteld voor ZonMw, voor het kennisprogramma Vrouwspecifieke gezondheid. De vraag was hoe die middelen zijn ingericht. De helft daarvan, dus 7,5 miljoen, is gericht op kennisontwikkeling over gynaecologische aandoeningen, 2,25 miljoen op de kennisontwikkeling over vrouwspecifieke problematiek van niet-gynaecologische somatische aandoeningen, ruim 2 miljoen op het netwerk, de infrastructuur, de implementatie en de zogenoemde "bewustwording" — dat gaat dus over zorgen dat al die partijen aan de slag gaan — en dan hebben we nog wat restant voor de ondersteuning van al die programma's. Inmiddels zijn de eerste zes projecten die gefinancierd worden, van start gegaan. Langs die lijnen wordt gewerkt aan netwerkvorming en het bekendmaken van de mogelijkheden die er zijn. Een vraag van onder andere het CDA en de VVD was wanneer die werkagenda nou beschikbaar komt. Dat zei ik net al. Die komt voor de zomer van 2026 naar uw Kamer. Daarin wordt dus zowel voor lichamelijke en mentale als sociale gezondheid bekeken hoe we door alle levensfasen heen de vrouw-manverschillen kunnen verkleinen en daarmee vrouwengezondheid kunnen verbeteren. Uiteraard zal daar een financiële paragraaf in zitten. Ik herken de vraag van meneer Bevers, want ik ben daar zelf ook altijd voor. Er zitten ook een aantal andere vragen bij waar ik nog op kom, maar het is echt niet alleen iets wat de overheid moet doen. Ik zei al: vrouwen zijn de helft van onze samenleving, dus al het werk dat overal gedaan wordt, zou je eigenlijk voor de helft aan vrouwen moeten besteden. En er komt een monitor. Volgens mij vroeg iemand daar ook nog naar. Ik denk dat het mevrouw Van Brenk was. We moeten niet alleen zeggen dat we dit allemaal willen en een keer gaan doen, maar daarbij ook de vinger aan de pols houden, om het maar in de terminologie te houden. De vraag was ook of het ambitieniveau voldoende is. De vraag is dan natuurlijk altijd wat "ambitie" is. Het liefst zou ik willen dat je kan zeggen: in het jaar 20xx zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen nul geworden. Dat zou natuurlijk mooi zijn, maar op basis van wat we nu weten en zien, kunnen we dat nog niet zo specifiek maken. Ik denk wel dat alle stappen die gezet worden, moeten leiden tot kleinere gezondheidsverschillen tussen vrouwen en mannen, én daarmee ook tot het langer leven in goede gezondheid van vrouwen en meiden. Ik zei al dat het gaat om alle levensfasen. Als je het op een rijtje zet, zie je bij mannen een leven in goede gezondheid die tot de middelbare leeftijd redelijk stabiel is en daarna langzaam minder wordt. Dat is gemiddeld; het is allemaal gemiddeld, hè? Bij vrouwen beginnen er al rond de puberteit een soort pieken en dalen komen. Een aantal van de voorbeelden van de ervaringsdeskundigen zijn heel duidelijk, denk ik. Bij vrouwen begint dat al eerder. Dat betekent dus ook dat vrouwen zes tot zeven jaar langer met chronische aandoeningen leven.

Versie 980890cbd0191d83006ecd371a0a082ad997d7e56d0a8630e86126db25b49bfe · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 4e261f6a8f4e290e

12 okt 2026 · c3ec028b341dbecf

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.