KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Eurogroep/Ecofin-Raad

11 mei 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 854c3a4e30428510 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Staatssecretaris Van Rij: Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie onderwerpen: DAC8, de solidariteitsbijdrage en de vraag die gesteld is over veto's op fiscale besluitvorming. Voorzitter. Eerst iets over DAC. DAC staat eigenlijk voor de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen. In het Engels is dat "Directive on Administrative Cooperation in the field of taxation". Ik vind het zelf altijd prettig om het één keer helemaal uit te spreken. Dit is de achtste richtlijn, wat betekent dat er al zeven richtlijnen zijn. Ik wil toch iets algemeens zeggen, maar dat is dan ook meteen een antwoord op een vraag van de heer Slootweg. In zijn vraagstelling proefde ik een beetje de onderliggende vraag: waarom kunnen andere belastingdiensten dat wel en de onze niet? Wat wij als Nederland nu echt anders doen dan andere EU-lidstaten is dat, als er een ontwerprichtlijn gemaakt wordt, onze Belastingdienst meteen aan tafel zit. Wij zijn gewoon door schade en schande wijs geworden. Dat deden we in het verleden niet en toen werden we achteraf geconfronteerd met allerlei uitvoeringsproblemen. Sterker nog, we hebben bij de Permanente Vertegenwoordiging nu zelfs een ambtenaar die daar namens de Belastingdienst zit, omdat er uit Brussel zo veel regelgeving komt in concept, en het ene komt er wel door en het andere niet. Dat betekent dat wij ook heel kritisch zijn geweest op het gebruik van het TIN, het taxpayer identifaction number. Daardoor zijn andere landen ook wakker geworden en hebben ons daarin gesteund. Je kunt dus aan de wetgevende tekentafel wel heel snel roepen "ik doe het", maar als je belastingdienst nog het been moet bijtrekken, dan heb je een probleem. Ik ga dus niet zeggen dat wij nu het beste jongetje of meisje van de klas zijn, maar wij doen het wel op de manier waarop we het nu doen. Ik wil hier dus ook echt de stelling "de anderen kunnen het wel en wij kunnen het niet" weersproken hebben. Dat gezegd hebbende, waarom hebben wij voor 2030 gepleit? Omdat deze regeling vanaf 2026 ingevoerd moet gaan worden, en dat betekent ICT-technisch nogal wat. Ik heb het met deze commissie meerdere malen uitgebreid gehad over waar we als Belastingdienst staan qua ICT. Een van de problemen die we in de afgelopen tien jaar hebben geconstateerd, is dat de gewenste modernisering van de systemen bij de Belastingdienst steeds opgeschort moet worden, of het nou gaat om de vennootschapsbelasting, de omzetbelasting, gegevensdeling of de inkomensheffing, omdat er dan bijvoorbeeld weer een regeling uit Brussel of een box 3-arrest komt. Dat is dus toch een beetje vooruitkijken en zeggen: oké, wanneer kunnen we dat dan wel? In de meerjarenportfolio, de meerjarenplanning, die de Belastingdienst nu gelukkig maakt, is gezegd dat er van 2026 tot 2030 aan gewerkt kan worden. Het is overigens niet alleen de Belastingdienst zelf; wij zijn wat betreft die taxpayer identification numbers ... Daarover gaat de vraag van de heer Alkaya: is dat hetzelfde als ons bsn-nummer? Voor Europees Nederland hebben wij inderdaad een bsn-nummer, maar in bijvoorbeeld Caribisch Nederland heb je alweer een ander nummer, het CRIB-nummer. In Amerika heb je inderdaad het taxpayer identification number. Zo heeft ieder land zijn eigen nummer. Voor dit soort informatie hebben wij dat nog niet. Alleen in situaties waar eerdere DAC-richtlijnen op zien — dat gaat echt om grensoverschrijdende belastingconstructies — dan moet het wel worden aangeleverd. Maar nu gaat het ook om pensioenen en arbeidsinkomen, dus moeten ook andere werkgevers, pensioenfondsen en straks dus ook banken of cryptobeheerders of -bewaarders die gegevens aanleveren. Het is dus niet alleen een belastingdienst van een lidstaat, want die is dus ook afhankelijk van de goede aanlevering daarvan. Een andere vraag die hier betrekking op heeft, gaat over het registreren. Het gaat eigenlijk om een niet-fiscale taak, want het gaat om het uitwisselen van inlichtingen. Wij hebben als Belastingdienst ook daarin een slag gemaakt. De Belastingdienst heeft veel te veel niet-fiscale taken, maar liefst 300. Daarom hebben we nu eigenlijk als beleidslijn: een niet-fiscale taak doen we niet, tenzij. Hier moet het verder uitgezocht worden. De Nederlandsche Bank en de AFM hebben hier als toezichthouders een rol in. De Belastingdienst heeft hier natuurlijk ook een rol in, maar wie gaat nu wat doen? Ik trek even een hele andere parallellie. Wij zijn voor de blokverwarming op verzoek van de Kamer met een regeling gekomen. Daarbij was ook de eerste reflex: dat moet de Belastingdienst doen. Uiteindelijk is het een combinatie van RVO, Kadaster en de Belastingdienst geworden. Je moet dus altijd van tevoren goed kijken wat precies de taak, de opdracht, is en wie daar het beste een rol in kan vervullen. Dat moeten we voor de uitvoering van deze richtlijn gaan doen. Voorzitter. Dat was ook een heel concrete vraag van de heer Alkaya: is zo'n TIN vergelijkbaar met het bsn? Ik ben ook ingegaan op de vraag wat we op dit moment doen met TIN's. Dan had de heer Slootweg nog een hele concrete vraag: is het TIN niet van toepassing voor royalty's en dividenduitkeringen? Hij vraagt of dat van de baan zou zijn. Ik heb al gezegd dat het verplicht is voor arbeidsinkomen, directiehonoraria en pensioenen. Voor andere inkomenscategorieën, zoals royalty's en non-custodial dividendinkomen geldt deze verplichting nog niet; die is er nog niet. De verwachting is echter wel dat er in een volgend voorstel om de DAC-richtlijn aan te passen opnieuw gediscussieerd zal worden over uitbreiding. Je ziet eigenlijk dat het hele onderwerp "uitwisseling van informatie, zodat belastingdiensten binnen de EU beter kunnen controleren" met DAC1, -2, -3 en inmiddels -8 steeds meer vorm krijgt. Het is eigenlijk ook heel goed dat we dat via de EU doen, want het zijn richtlijnen en die moeten dan dus ook geïmplementeerd worden in wetgeving. Voorzitter. Ik ben ingegaan op de andere vraag van de heer Slootweg, over de rol van de Belastingdienst en van andere belastingdiensten. Ik ben ook ingegaan op de externe leveranciers en op het register. Over dat laatste onderwerp zijn en gaan we nog in overleg met de AFM en De Nederlandsche Bank, die ook een rol hebben. Als het om cryptoassets gaat, is de Belastingdienst natuurlijk wel al actief: als er aanwijzingen zijn dat er sprake is van verzwijgen, dan hebben we de groep Verhuld Vermogen, die zich daarop richt, en als het echt strafrechtelijk wordt, dan hebben we natuurlijk ook de FIOD. Want laten we heel reëel zijn: die crypto's zweven over de hele wereld, als ik het zo mag zeggen. Wat we in de EU doen, is hartstikke goed, maar je hoeft maar een appje te openen en je kunt je crypto's in een of andere duistere staat ergens in de wereld aankopen. Dat is dus wel iets waar we als Belastingdienst bovenop zitten, maar waarin we ook heel erg afhankelijk zijn van internationale samenwerking. Als het buiten de EU is, betreft dat in de eerste plaats natuurlijk OESO, maar we doen dat ook op basis van bilaterale verdragen. Een cryptoasset moet je gewoon in box 3 aangeven. Als het een belegging is als je aan het handelen bent of als het via een bv gaat, heb je natuurlijk "winst onderneming", maar als het een pure belegging is, moet je dat natuurlijk aangeven voor zover dat boven het heffingsvrij vermogen ligt. Ik las in een rapportage van De Nederlandsche Bank dat het in Nederland om 2 miljoen mensen gaat. Ik vond dat zelf erg hoog. Maar je ziet dat het gemiddelde bedrag dat ermee gemoeid is, heel laag is. Maar goed, dat wil niet zeggen dat het geen cryptoassets zijn en die moeten gewoon keurig netjes in box 3 worden aangegeven. Voorzitter. Ik was in het verslag van het schriftelijk overleg ook al in detail op een behoorlijk aantal van die vragen ingegaan. Ik ben nu eigenlijk ook al ingegaan op de vragen van de heren Nijboer en Van Weyenberg, over wat de Belastingdienst doet. Het wordt voor de Belastingdienst overigens wel een groter aandachtspunt in de risicoanalyses. Ik heb net niet voor niets gezegd: daar waar sprake is van verhuld vermogen of mogelijke strafrechtelijke situaties. Dat gebeurt natuurlijk ook op basis van risicoanalyses. Die moet je uitvoeren als je in actie komt, even los van het feit dat daarin natuurlijk ook met andere instanties wordt samengewerkt. Voorzitter. Dat waren volgens mij alle vragen met betrekking tot DAC.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.