de Voorjaarsnota 2026 (36915)
de Voorjaarsnota 2026 (36915)
statement · 23 apr 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Voorzitter. Het CDA spreekt in begrotingsdebatten vaak over gemeenschapsgeld, en dan niet als boekhoudkundige term maar in de betekenis van een moreel kompas. Het is immers het geld van mensen, dus van gezinnen die elke maand hun lasten betalen, van ondernemers die risico's nemen en werkgelegenheid creëren en van vrijwilligers die onze samenleving draaiend houden. Het is ook het geld van generaties die vandaag nog geen stem hebben, maar die morgen wel de gevolgen dragen van de keuzes die wij nu maken. Door die bril kijkt het CDA naar de overheidsfinanciën. Dat doen wij niet vanuit de vraag "wat kunnen we uitgeven?", maar vanuit verantwoordelijkheid, dus "wat mogen we uitgeven en waaraan?" en vooral ook "waarin moeten we investeren?". Voorzitter. In dat licht is de waarschuwing van de Raad van State niet vrijblijvend. Die onderstreept dat we ons geen beleid kunnen permitteren dat vooral gericht is op vandaag, terwijl we de rekening doorschuiven naar morgen. Deze Voorjaarsnota laat vervolgens scherp zien waar de spanning zit. We zien stevige bijstellingen en opnieuw een stijging van de consumptieve uitgaven. Tegelijkertijd bevat het coalitieakkoord juist ombuigingen om die groei te begrenzen. Voorzitter. Daarnaast hebben we opnieuw te maken met het risico op oplopende inflatie. In de praktijk is dat een stille rekening, die niet zichtbaar is op de begroting maar wel voelbaar is in de portemonnee van mensen. Als we dit probleem oplossen door extra geld in de economie te brengen zonder dat daar extra verdienvermogen tegenover staat, wordt de druk op de prijzen vergroot en schuiven we de rekening dus opnieuw door, niet via de begroting maar rechtstreeks naar mensen. Dat raakt juist degenen die dit het minst kunnen dragen en die het minst kunnen uitwijken. Inflatie is daarmee ook een vraagstuk van rechtvaardigheid. Met het oog op de mensen die financiële tegenslagen het minst kunnen dragen, vinden wij de bezuiniging op proactieve dienstverlening in de Voorjaarsnota onverstandig. Juist deze manier van werken kan namelijk een krachtig middel zijn in de strijd tegen armoede. Door actief naast inwoners te staan en hen te wijzen op de ondersteuning en de financiële regelingen waar zij recht op hebben, kan de overheid voorkomen dat mensen onnodig in financiële problemen terechtkomen. Het is een manier van werken die niet alleen helpt maar ook laat zien dat de overheid mensen ziet en ze serieus neemt. Daarom vragen wij de minister of hij toe kan zeggen dat hij voor deze maatregel inderdaad een alternatieve dekking heeft gevonden binnen de begroting van SZW. Voorzitter. Het CDA pleit al jaren voor minder consumptieve uitgaven en meer investeringen in ons toekomstig verdienvermogen. Dat is de enige weg naar meer welvaart voor iedereen. Het is goed dat het kabinet daar steviger op inzet. Het is ook positief dat het kabinet explicieter onderscheid maakt tussen consumptieve en investeringsuitgaven. Wat het CDA betreft kan deze uitsplitsing beter. De Raad van State schrijft: "Systematisch inzicht in het aandeel van welvaartsbevorderende uitgaven — investeringen, innovatie, maar ook onderzoek en onderwijs — in de totale rijksbegroting, en in de ontwikkeling daarvan over de tijd, ontbreekt vooralsnog." Hoe denkt de minister dit inzicht te verbeteren? Voorzitter. Tegelijk waarschuwt de Raad van State, ondanks de investeringen, voor een stagnerend groeipotentieel op de middellange termijn, mede door onze economische structuur. De vergrijzing speelt daarin een dominante rol. Minder werkenden dragen de lasten van meer uitgaven. Daarnaast is er de opgave om economisch weerbaarder en minder afhankelijk te worden, en bewuster te kiezen voor wat voor economie we willen hebben. Voorzitter. In het gesprek met de Raad van State is gewezen op het belang de begroting te baseren op een stevige economische structuuranalyse, om zo begrotingskeuzes meer in lijn te brengen met structurele en middellangetermijnuitdagingen. Het gaat om een stevigere koppeling tussen de uitdagingen en hoe het kabinet daarop reageert. D66 verwees daar ook al naar. Het overzicht van consumptieve en investeringsuitgaven kan dan fungeren als een toetsing op de samenstelling van de overheidsuitgaven, als een toetsing aan de ambities die het kabinet heeft. Daarom de concrete vraag aan de minister: gaan de bevindingen en voorstellen van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat concreet ingezet worden als richting voor de Miljoennota 2027, in reactie op de economische structuuranalyse? Hoe kijkt de minister naar de uitkomsten van deze taskforce in relatie tot ons deelnemingenbeleid? Zonder richting blijven we uitgeven. Met richting kunnen we gericht investeren. Voorzitter. In het kader van investeren hoor ik van ondernemers vaak dat regelingen van de overheid elkaar in de uitvoering soms tegenwerken. Ondernemers krijgen een subsidie of fiscaal voordeel, maar lopen vervolgens vast in andere regels van dezelfde overheid, bijvoorbeeld bij de aanvraag van vergunningen. Dat vind ik eigenlijk onwenselijk en best wrang. Daarom vraag ik de minister of hij in overleg met ondernemers in kaart kan laten brengen waar er binnen het stelsel sprake is van tegenstrijdige of elkaar blokkerende regels, juist voor ondernemers die met publieke steun investeren maar in de uitvoering door dezelfde overheid vastlopen. Wat het CDA betreft moeten we toe naar één investering en één samenhangend regelkader, zodat ondernemers niet tussen systemen klem komen te zitten en investeringen ook echt kunnen landen. Herkent de minister deze signalen? Voorzitter, tot slot. Er is veel discussie over de hoogte en het principe van de Aof-premie. De relatie tussen premie en uitkering is de afgelopen jaren steeds meer losgelaten, maar een duidelijkere koppeling met het verzekeringskarakter van de sociale zekerheid zorgt ook voor discipline, maakt kosten inzichtelijk en draagt bij aan het draagvlak. Hoe kijkt de minister naar deze discussie? Is hij bereid te verkennen wat ervoor nodig zou zijn om het onderscheid tussen sociale fondsen en de rijksbegroting te herstellen, en het verband tussen premie en uitkering weer duidelijker te maken? Een vervolgvraag is dan of hij alternatieven ziet voor de Aof als financieringsbron, want eerlijk is eerlijk, als we de Aof-premie verlagen, zal jaarlijks een aantal miljard op een andere manier moeten worden opgehaald of zullen uitgaven omlaag moeten. Dat is geen eenvoudige opgave. Mag ik doorgaan?
Versie dc515f4cc79f79a088dfee357abf0b13c7295e12ad3e9721c7dff6297ce8eb2c · Officiële bron.
de Voorjaarsnota 2026 (36915)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.