Toekomst TenneT Duitsland
Brontekst
Versie ea15133cc0c23983 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Jetten: Dank u wel, voorzitter, en inderdaad leuk om weer een keer bij u te gast te mogen zijn als klimaatminister. De vorige keer dat ik hier was, was bij het Belastingplan. Minister Kaag en ik hebben net even hard gevochten over wie er mocht beginnen, want dat willen we allebei heel graag, maar er zijn een aantal vragen gesteld en inbrengen gewijd aan het belang van de klimaat- en energietransitie en de rol die TenneT Nederland en TenneT Duitsland daarin spelen. Hoe kunnen de beide overheden daar goed op sturen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid? Maar ook, hoe kunnen we dat in gezamenlijkheid doen? Het leek ons eigenlijk goed om vanuit de nut en noodzaak de beantwoording van het kabinet te beginnen. Dat zal ik dus doen en daarna zal minister Kaag uitgebreider ingaan op de onderhandelingen en alle randvoorwaarden die voor Nederland relevant zijn. Laat ik beginnen met de klimaat- en energietransitie, want zeer terecht hebben veel Kamerleden daarbij stilgestaan. Nederland en Duitsland staan allebei voor een enorme opgave. We hebben ons gecommitteerd aan de Europese doelen om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Maar in 2030 moet al een heel groot deel van die energietransitie gerealiseerd zijn. Dat betekent de komende jaren in zowel Nederland als Duitsland een forse groei van hernieuwbare-energieopwek. Voor een aanzienlijk deel zal die plaatsvinden op de Noordzee. De Noordzee zal straks met 70 gigawatt eigenlijk de belangrijkste energiefabriek van Noordwest-Europa zijn. Maar er is ook meer flexibele en duurzame opwek op land nodig en dat vraagt wat van het gebruik van het elektriciteitsnet. Maar we zullen ook die vele groene elektronen moeten verplaatsen van de plekken van opwek naar de plekken van afname. En dat betekent nogal wat voor de komende jaren. Het betekent op de eerste plaats een enorme uitrol van wind op zee in beide delen van de Noordzee. Het betekent ook echt dat we op een flexibelere manier om zullen moeten gaan met het beschikbare elektriciteitsnet. Maar het betekent zeker ook heel veel bouwen, bouwen, bouwen. Zowel in Nederland als in Duitsland is die opgave groot. In Nederland is dat bijbouwen een enorme klus door de netcongestie en het verbinden van onze industriële clusters, maar de afstanden zijn relatief overzichtelijk. In Duitsland ligt er eigenlijk een veel complexere puzzel, waarbij veel wind vanuit het noorden van Duitsland en het westen van Nederland gebracht zal moeten worden naar de industriële clusters in met name Noordrijn-Westfalen, maar zeker ook naar Zuid-Duitsland. Als u een kaartje van Duitsland googelt en googelt op "TenneT Duitsland", dan krijgt u een mooi overzichtskaartje van waar de netbeheerders in Duitsland zitten. Maar je ziet dan ook de hele bijzondere rol die TenneT speelt. TenneT zit natuurlijk met een sterke positionering in het noorden van Duitsland en speelt daarom ook die rol aan de Noordzee. Maar TenneT heeft ook een groot deel van het midden van Duitsland in beheer en speelt daardoor eigenlijk een cruciale brugfunctie tussen de opwekgebieden en de grote industriële clusters in Duitsland. De Duitse overheid en de Duitse staat hebben daarom de behoefte om meer regie te kunnen voeren op die energietransitie. Dat begrijp ik als Nederlandse minister voor Klimaat en Energie heel erg goed. We hebben het afgelopen jaar tijdens de energiecrisis gemerkt dat de marktordening van de energiemarkt, zoals we die in Europa kennen, ons heel veel heeft gebracht. Maar tegelijkertijd is die ook wel een beetje complex op de momenten dat die echt cruciaal is om de leveringszekerheid te garanderen of om bij de energietransitie aan de knoppen te zitten als het gaat om de timing, de prioritering, de programmering en soms ook gewoon als het gaat om het beslechten van dilemma's. Vandaar de noodzaak om de energietransitie in hoog tempo uit te voeren, maar ook om daar als overheid veel meer bovenop te kunnen zitten. Dat zijn belangrijkere redenen voor de Duitse collega om ons dat verzoek te doen. Wanneer dat verzoek is gedaan en hoe dat past, daar zal minister Kaag zo meteen nog verder op ingaan. Maar voordat ik uitgebreider stilsta bij de netinvesteringen en de synergie die we daar moeten en kunnen behouden, wil ik echt benadrukken dat dit geen vechtscheiding is tussen Nederland en Duitsland. Sterker nog, we zijn zeer serieuze bondgenoten op het gebied van klimaat en energie. We hebben de afgelopen tijd regelmatig gezamenlijke kabinetsbijeenkomsten gehad die bijna volledig in het teken staan van klimaat en energie. Er komt dan een veelheid aan onderwerpen aan de orde. Dan gaat het over onze gezamenlijke inzet bij onderhandelingen op het gebied van Fit for 55. Dan gaat het over de uitrol van wind op zee. Dan gaat het over de uitrol van waterstofinfrastructuur, maar het gaat ook over het versterken van het elektriciteitsnet en over veel meer internationaal klimaatbeleid, bijvoorbeeld in het kader van de VN-klimaatconferenties. Dus daar zie je dat Duitsland en Nederland wat dat betreft ontzettend dicht op elkaar zitten. Er zijn nauwe contacten tussen mijn ministerie en het ministerie van BMWK van minister Robert Habeck in Duitsland. Ook voor TenneT geldt dat daar waar er in het verleden wat meer terughoudend zat op een eventuele splitsing, nu zowel de raad van commissarissen als de raad van bestuur achter deze gesprekken staan. Zij zien ook dat de Duitse overheid en een democratisch gekozen regering een keuze maken en een voorkeur hebben. Je kunt dan beter gaan voor een duidelijke oplossing dan voor een hele ingewikkelde structuur, want dan verwatert op een gegeven moment wie waarover gaat. In die structuur van TenneT zou je dan heel veel discussie met elkaar krijgen en dat willen ook de rvc en rvb van TenneT niet, omdat ze vrezen dat dat niet helpt bij de dagelijkse aansturing van het bedrijf. Dat bedrijf draait gewoon volop door. Excuus, voorzitter, het is slecht Nederlands, maar op "running the business" hebben we de afgelopen tijd volop gestuurd. Het laatste dat je wil, is dat je onder de druk van mogelijke onderhandelingen of de intensivering van de gespreken met elkaar achterover gaat leunen. Nee, juist nu in deze fase is het cruciaal dat we meer tempo maken met de energietransitie. Dat hebben we de afgelopen tijd ook laten zien met een aantal grote aankopen die TenneT heeft gedaan. Dat is zowel voor Nederland als Duitsland gedaan, maar daar kom ik zo meteen nader op terug. Maar het laat ook zien dat het sterke bondgenootschap van Nederland en Duitsland zich nu eigenlijk al bewijst, want lopende die onderhandelingen kunnen we gewoon doen wat nodig is om de energietransitie voor elkaar te krijgen. Dan een aantal specifieke vragen. Onder anderen door de heer Heinen en de heer Slootweg is ingegaan op de problematiek van de netcongestie. Die zien we zowel op het nationale net als bij de koppeling van het nationale en het regionale net. Maar we zien dat zeker ook bij die internationale verbindingen. Vanwege de gascrisis van het afgelopen jaar hebben we gezegd: juist die interconnectie in Europa is de lifeline om ons er in tijden van enorme prijsvolatiliteit of op het moment dat de opwek in bepaalde landen wegvalt, doorheen te helpen. Op dit moment is er dus eigenlijk op alle lagen van het elektriciteitsnet sprake van netcongestie of dreigende netcongestie. Dus die investeringen zijn fors en dat vraagt om versterking van het eigen vermogen van TenneT. Maar het vraagt ook om meer investeringsruimte en om de voorinvestering die daarvoor nodig is. Een deel daarvan wordt later ook weer verwerkt in de nettarieven. Ik kom daarop terug naar aanleiding van een vraag van de heer Van Dijck. Maar het vraagt dus echt om een aanpak in de breedte. Ik informeer de Kamer overigens ten minste twee maal per jaar specifiek over de netcapaciteit wanneer ik de Kamer informeer over de voortgang van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. De laatste brief is van 9 maart. De heer Slootweg stond in zijn bijdrage stil bij het versterken van de leveringszekerheid. Dat is voor mij als minister voor Klimaat en Energie, maar eigenlijk voor het hele kabinet gewoon een belangrijke, zo niet cruciale randvoorwaarde bij die onderhandelingen. De operatie van TenneT in Nederland mag niet geschaad worden, maar wij vinden dat dat ook het geval moet zijn voor alles wat TenneT nu in Duitsland doet. Het bestuur van TenneT zal dan ook zeer zorgvuldig te werk gaan mocht het tot een onderhandelaarsakkoord komen. Hoe organiseer je op een gegeven moment die splitsing zo dat die geen invloed kan hebben op de dagelijkse operatie? Dat vraagt gewoon om een zorgvuldig proces. Tegelijkertijd zien we dat het zonde is om de synergievoordelen die we nu tussen Nederland en Duitsland hebben, uiteindelijk alleen maar tot TenneT Nederland en TenneT Duitsland te beperken. Dus de uitdaging is ook om de MoU met Duitsland zo vorm te geven dat die wat mij betreft niet alleen maar gaat over TenneT Nederland en Duitsland. Het gaat dan om TenneT Nederland en alle TSO's die in Duitsland actief zijn. In mijn gesprekken met België, Frankrijk, Groot-Brittannië, Denemarken en Noorwegen staat ook altijd de samenwerking tussen de landelijke netbeheerders op de agenda. Uiteindelijk wil je, ook gezien het Europese belang, dat de slagkracht van de Noordwest-Europese regio gezamenlijk wordt versterkt. De overeenkomst die we nu met Duitsland willen sluiten, kan misschien wel een mooi voorbeeld zijn van hoe we andere daarop laten aansluiten. De heer Alkaya en anderen hebben gezegd dat ze natuurlijk geen concurrenten mogen worden. Volgens mij volgt iedereen in deze commissie grotendeels de ideologische logica dat je nationale infra in nationale handen wil hebben. Maar hoe voorkom je dan dat dat vervolgens twee bv's zijn die alsnog met elkaar aan het concurreren zijn op de wereldmarkt? Dat proberen we dus te doen via de afspraken tussen TenneT en de twee overheden. Maar we doen dat ook door met de twee overheden gezamenlijk zo'n akkoord te sluiten. Wat mij betreft gaat dat dus ook verder dan alleen maar wat nu voor TenneT Nederland en Duitsland relevant is. Op de korte termijn speelt de uitrol van het net op zee. Het 2 gigawattprogramma met die grote stekkers, die recentelijk zijn aanbesteed, is cruciaal voor de Nederlandse en Duitse belangen. Dat moet gewoon doorrollen, maar daarna wil je dat Nederland en Duitsland zich gezamenlijk op de internationale inkoopmarkt begeven om strategische voorraden tijdig te kunnen aanbesteden, door voldoende technisch personeel te kunnen aantrekken en eventueel te kunnen poolen met elkaar, zodat ze in beide landen kunnen worden ingezet. Maar ik wil zelf, naast de TenneT-afspraken, met de Duitse staat ook een aantal afspraken maken. De heer Nijboer en de heer van Weyenberg vroegen daar specifiek naar: kunnen we dit momentum benutten? Ja, dat kan, want er lopen nog een aantal andere dossiers met Duitsland, onder andere over de versnelling van de gaswinning op de Noordzee, de kabels die via het Waddengebied aan land moeten komen voor de energietransitie in Noord-Nederland, de waterstofbackbone, die de grens over moet en die niet, zoals de Betuwelijn, moet doodlopen, maar ook een Duits verbindingsstuk moet krijgen, en de Delta Rhine Corridor, die voor de Rotterdamse haven, Chemelot en een deel van het Roergebied cruciaal is. In dat samenwerkingsakkoord met Duitsland kun je over al die onderwerpen afspraken maken. Ik zie ook geen materiële beperkingen, zeg ik richting de heer Van Weyenberg. We gaan natuurlijk goed checken of de afspraken die we maken, juridisch houdbaar zijn, zodat de Europese Commissie daar geen stokje voor kan steken. Voordat ik inga op een paar hele specifieke vragen, op dit punt tot slot nog het volgende. De politieke borging is in de eerste plaats geregeld via een memorandum of understanding, dus een samenwerkingsovereenkomst tussen Nederland en Duitsland, die we zo breed mogelijk aanvliegen en die we willen tekenen met beide counterparts aan Duitse zijde. Die moet wat mij betreft dan ook ruimte bieden aan andere netbeheerders en samenwerkingsverbanden om daar nog bij aan te sluiten. De heer Van der Lee vroeg heel specifiek: waarom wil de Duitse staat dit nu? Mevrouw Kaag zal zo meteen verder ingaan op een aantal beweegredenen waarom en het momentum waarop de Duitsers bij ons aan de bel hebben getrokken, maar het allerbelangrijkste is toch echt de rol die TenneT speelt in de Noord-Zuidverbinding in Duitsland. Dat is een cruciale rol in de energietransitie. Ze willen echt sturen op programmering en prioritering van de investeringen van TenneT Duitsland.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.