statement · 11 jun 2026 · Tweede Kamer
Ruimtelijke ordening
Brontekst
Minister Boekholt-O'Sullivan: Op de evaluatie waar de heer Van Asten naar verwijst, moet een kabinetsreactie komen. Die volgt volgende week. Daar zit de reactie in en ook wat we voornemens zijn om daaraan te verbeteren, want je wil inderdaad dat rode vlaggen ten minste oranje worden voordat ze groen worden. Het betekent ook goede voorbeelden uitdragen en de gemeenten echt helpen om hiermee om te gaan en vervolgens daar zelf ook van leren hoe wij die taal kunnen aanpassen naar taal die daadwerkelijk wordt begrepen. Dan de vraag van mevrouw Steen wanneer ik de resultaten van de taskforce verwacht over bezwaar en beroep. Ik verwacht in september de resultaten van de taskforce met uw Kamer te delen en dan zal ik u uiteraard ook informeren over de voortgang. Dat is dus ruim voor het debat van 25 november. Dan de vraag van de heer Van Asten over de bezwaarprocedures. Ik sta naast u als het gaat over het belang van dat het allemaal sneller moet en tegelijkertijd ook zorgvuldig. Dat kan door vereenvoudiging van de regels, maar we moeten ook bestaande regelgeving beter benutten. We moeten niet alleen gebouwen beter benutten, maar ook de bestaande regels beter benutten. Kijk maar naar het voorbeeld in Vught, dat u ongetwijfeld kent. De gemeente Vught heeft aangegeven dat zij ruimte biedt voor vergunningsvrij bouwen omdat zij dat in haar proces op een andere manier heeft ingericht. Met een plan op hoofdlijnen en daarna de uitvoering kunnen zij daar snelheid in maken. Het gaat dus ook over het accepteren van eventuele risico's, zowel juridisch als financieel. Daarvoor wil ik vooral kennis en capaciteit gaan versterken en ervoor zorgen dat we deze regionaal verspreiden. Dus uw voorbeeld van Vught ken ik ook en ik hoop echt dat dat als een soort inspiratie kan werken voor een heleboel andere gemeentes om precies dat te kopiëren. Dan de vraag van de heer Mooiman over spoedig de voltooiing van het basisniveau behalen. Er wordt op dit moment gewerkt aan de laatste onderdelen van dat basisniveau. Tegelijkertijd, maar ook na het bereiken van het basisniveau werk ik stap voor stap met partijen verder aan de uitbouwagenda. In dat kader ben ik samen met de partijen bezig om de huidige interbestuurlijke visie op het DSO te actualiseren. Dat moeten we testen. We moeten gebruikmaken van praktijkervaringen. Op deze manier blijf ik toewerken naar een digitaal inclusief omgevingsloket. Ik zal u daarover blijven informeren. Dan de vraag van de heer Mooiman over het monitoren op het behalen van resultaten. Het CBS publiceert maandelijks hoeveel nieuwe woningen gerealiseerd zijn, voor hoeveel woningen een bouwvergunning is afgegeven en van hoeveel woningen de bouw is gestart. Daarnaast vraag ik twee keer per jaar cijfers aan de gemeenten over hoe het staat met de voortgang van hun woningbouwplannen. Er is dus zicht. Ik wil graag nog beter zicht en dat wil ik bereiken door bestaande databronnen te koppelen aan de data die ik bij de gemeenten uitvraag, zodat ik een overall beeld krijg en veel gerichter een telefoontje kan plegen als ik ergens zie dat iets onvoldoende van de grond komt en kan vragen wat er nodig is om ervoor te zorgen dat iets wat niet lijkt te lukken wel lukt. Tot slot in dit mapje de vraag van de heer Clemminck over toezicht en handhaving door de gemeenten en of ik kan aangeven of ik een beeld heb van de zorgplicht, de handhaving en de dwangsommen. De algemene zorgplicht uit de Omgevingswet is bedoeld als vangnetbepaling als niks anders geregeld is. De achtergrond is het voorkomen van nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Toezicht en handhaving is alleen aan de orde bij overduidelijke overtredingen van de algemene zorgplicht. Ik beschik niet over cijfers over de aantallen dwangsommen. Dan ga ik door naar het laatste mapje, woningbouw. Ik begin met de vraag van de heer Van Asten, die erover ging dat als je bezwaren wilt verminderen, participatie vooraf belangrijk is. Dat ben ik helemaal met u eens; participatie vooraf is heel belangrijk. Ik zie ook echt goede voorbeelden waarbij dat ook plaatsvindt. Dat gebeurt via het IPLO of via de uitvoeringsondersteuning, en ik kijk via de taskforce ook nog naar andere mogelijkheden voor versnelling. Ik zal deze goede voorbeelden ook onder de aandacht brengen in mijn overleggen in het kader van de actualisatie van de woondeals dit najaar, zodat we vooral sturen op waar het goed gaat en dat kunnen vermenigvuldigen. Dan kom ik bij de vraag van de heer Van Asten over wat de ingreep in Zuid-Holland heeft gedaan. Ik heb begrepen dat diverse amendementen en moties zijn aangenomen om meer ruimte te bieden voor nieuwe buitenstedelijke locaties, maar ik denk dat we er nog niet zijn. Ik blijf dus in gesprek. De heer De Groot vroeg naar de nieuwe grootschalige woningbouwlocaties. Zoals in het coalitieakkoord stond en zoals u hartstikke goed weet, komen er minstens negen nieuwe nationale grootschalige locaties. Ik wil graag locaties aanwijzen waarbij ik vooraf weet dat er een kans van slagen is. Ik loop momenteel dus met de Bosatlaskaart van Nederland rond langs al mijn collega-bewindspersonen, en dan vraag ik: "Waar op deze kaart ziet u problemen met mobiliteit en waar niet? Waar ziet u problemen met netcongestie en waar niet?" Op die manier krijg ik een soort overlay boven op de Bosatlaskaart, om te zien of er locaties zijn waar ik dan op uit zou kunnen komen. Heel eerlijk — ik zeg het maar vast tijdens dit debat, want anders komt het ongetwijfeld een keer ter sprake in een ander debat — kijk ik daarbij niet of ze nieuw en vernieuwend zijn. Ik kijk gewoon of het kan, of we er kunnen bouwen en of het passend is: of er werkgelegenheid is, of er beschikbaarheid is op de weg of op het spoor. Ik probeer te zoeken naar locaties waar het kan. Ik heb daarover nu nog geen teleurstellend beeld, want daar komen daadwerkelijk locaties uit waar dit zou kunnen. Dat gaat mijn inzet worden, en ik heb u toegezegd dat ik in de zomer met de helft van deze locaties naar buiten zal komen, en u daarover zal informeren. Ik kijk daarbij natuurlijk naar de Nota Ruimte en naar de VISTA, maar ik kijk ook heel nadrukkelijk naar waar het kan. Daardoor wijzen we geen locaties aan waarbij we vervolgens met elkaar zitten te kijken wanneer de eerste heipaal de grond in kan, alhoewel ik net heb gelezen dat er steeds minder heipalen de grond in gaan, omdat er alternatieve methoden zijn gevonden. Die metafoor moeten we dus misschien maar niet meer gebruiken. Dan de vraag van de heer De Groot ... Uw vraag komt echt, mevrouw Zalinyan, maar ik zie dat die gewoon als allerlaatste voor me ligt. Ik ben nu bij de vraag van de heer De Groot over de transformatie van de vakantieparken. Ik ben op bezoek geweest in Putten, omdat ik dacht: ik moet dit toch beter begrijpen dan alleen uit de woorden van een coalitieakkoord of een programma. Ik wilde zien wat er nou aan de hand was en ook een beetje duidelijk te krijgen of dit heel veel gaat opleveren, en ik er dus heel veel tijd in moet steken omdat het heel veel gaat opleveren, of dat ik er gewoon voldoende tijd in moet steken omdat het voldoende oplevert. U hoort mij niet zeggen: ik steek er geen tijd in omdat het niks oplevert. Dat is niet aan de orde, maar ik ga de grote aantallen waar we het over hebben, de 100.000 woningen per jaar, helaas niet via de vakantieparken kunnen oplossen. Het kan lokaal wel heel veel impact hebben. Dan kom ik terug bij het begin van dit debat, toen het over Moerdijk ging: dit gaat over mensen. Dit gaat erom dat er duidelijkheid voor mensen moet komen over permanente bewoning. Ik zal nu eerst nog iets inhoudelijks zeggen en dan een voorstel doen. Er is een Expertteam Transformatie Vakantieparken, dat bezig is. Dat is inmiddels teruggekomen met een eerste analyse. Ik ga RVO de opdracht geven om proactief het gesprek te voeren met een aantal gemeenten waar de eigenaren van recreatiewoningen en de vve's van vakantieparken een sterke wens hebben om te transformeren. Ik wil het volgende doen. U kreeg al een brief van mij over permanente bewoning op vakantieparken. Die zou u al voor de zomer van mij krijgen. Ik wil u toezeggen dat ik het antwoord op deze vraag toevoeg aan de brief die u toch al voor de zomer zou krijgen. Daarin beschrijf ik welke opdracht de RVO krijgt voor de uitvoering hiervan.
Versie 3043401a374cb26275942b1c8a7bf871edf02489f05cb6b3e7fe016c8a530a20 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.