statement · 24 sep 2025 · Tweede Kamer
Arbeidsmarktbeleid en arbeidsmarktdiscriminatie
Brontekst
De heer De Beer (VVD): Het tweede deel van mijn betoog gaat over de arbeidsmarktkrapte. Dat is een grote uitdaging van dit moment. De laatste CBS-cijfers laten zien dat er in het tweede kwartaal van 2025 gemiddeld 101 vacatures stonden ten opzichte van 100 werkzoekenden. Dat gaat natuurlijk heel breed, in verschillende sectoren, de bouw, de techniek, de zorg, de logistiek. Elke dag merken werkgevers dat het moeilijk is om in die sectoren vacatures te vervullen. Dit zet een rem op onze economische groei, dus op onze welvaart, maar ook op de voorzieningen en geeft werkdruk op de werkvloer. Ik spreek regelmatig ondernemers, zoals iedereen natuurlijk, ook in de regio. Zo sprak ik een bouwbedrijf in Limburg dat projecten moet afzeggen omdat metselaars ontbreken, en een transporteur in het noorden van het land die vrachtwagens heeft maar geen chauffeurs. Dit raakt niet alleen de bedrijven, maar ook de hele samenleving, want huizen worden niet gebouwd, goederen worden niet geleverd en ook de zorg wordt niet altijd geleverd. Regionale samenwerking tussen werkgevers, opleidingsinstituten en publieke en commerciële bemiddelingsorganisaties is daarom cruciaal. Scholingsfondsen zoals in Twente en in de Achterhoek, bijvoorbeeld het Twents Fonds voor Vakmanschap en het talentenfonds Opijver, maar ook de Bovengrondse Vakschool in mijn eigen gemeente Heerlen laten zien hoe krachtig die regionale samenwerking kan zijn. Mensen die hun baan verliezen, krijgen daar een nieuwe kans door om te scholen. Jongeren krijgen via vouchers een opleiding of kunnen kiezen uit opleidingen die aansluiten bij de arbeidsmarkt. De minister heeft in de beantwoording van onze gezamenlijke vragen erkend dat scholingsfondsen een significante bijdrage kunnen leveren aan het vraagstuk van de arbeidsmarktkrapte. Zij wijst daarbij terecht op de verdere inbedding in de regionale arbeidsmarktinfrastructuur, bijvoorbeeld via de Werkcentra. Want juist nu hebben we die regionale kracht en samenwerking hard nodig. Daarom mijn vragen aan de minister. Hoe kijkt zij aan tegen een sterkere rol voor de regionale scholingsfondsen in de Leven Lang Ontwikkelen-agenda? Welke mogelijkheden ziet ze om de aansluiting met regelingen zoals SLIM beter te maken? Kan zij aangeven wanneer we de aangekondigde Leven Lang Ontwikkelen-Kamerbrief mogen verwachten, zodat ook de regio's weten waar zij in de toekomst op kunnen rekenen? Voorzitter. Dan in mijn derde thema specifiek het onderwerp reservisten en de nationale weerbaarheid. Onze veiligheid staat onder druk. De oorlog in Oekraïne en de spanningen elders laten zien dat Nederland zijn krijgsmacht moet versterken. De NAVO verwacht dat Nederland doorgroeit naar ongeveer 200.000 militairen, waarvan een groot deel reservisten, maar ook beroepsmilitairen en burgerpersoneel. Maar Nederland heeft momenteel slechts 8.500 actieve reservisten. In 2030 moeten dat er ongeveer 20.000 zijn. Dat vraagt ook aandacht voor ons arbeidsrecht, dat hier nauwelijks op ingericht is. Werkgevers ervaren onzekerheid over doorbetaling van loon, vervanging en terugkeerrechten, zeker gezien de opschaling van het aantal reservisten. In landen als Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk zien we dat het reservistenschap veel vanzelfsprekender is, mede doordat werkgevers daar beter ondersteund worden. Mijn vraag aan de minister is daarom hoe zij aankijkt tegen de belemmeringen die werkgevers ervaren bij dit vraagstuk. Ziet zij mogelijkheden om samen met Defensie en sociale partners oplossingen te verkennen, zodat reservistenschap in de toekomst makkelijker en aantrekkelijker wordt? Voorzitter. Tot zover.
Versie ac2c1ab5283352fb5f3592b7a27cf87a1ecfff96d784267dab3ff0cb66b21436 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.