Arbeidsmarktbeleid en arbeidsmarktdiscriminatie
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer De Beer (VVD): Dank u wel, voorzitter. De VVD staat voor een Nederland waar werken loont, waar ondernemers de ruimte krijgen om te ondernemen, waar mensen de kans krijgen om hun talent te ontwikkelen en te benutten en waar we samen nadenken over de weerbaarheid van ons land in een onzekere wereld. Daarom wil ik vandaag drie thema's bespreken. Het eerste thema is het terugdringen van de regeldruk. Collega's had het er ook al over. Het tweede is het aanpakken van de arbeidsmarktkrapte, met bijzondere aandacht voor de scholingsfondsen, en het derde het beter inpassen van reservisten in onze arbeidsmarkt. Voorzitter. Ondernemers in het mkb ervaren dagelijks hoe zwaar de regeldruk is. Een gemiddeld bedrijf moet voldoen aan 71 tot 93 verplichtingen, waarvan ruim één op de vijf als moeilijk uitvoerbaar wordt gezien. Uit onderzoeken blijkt dat ondernemers jaarlijks honderden miljoenen euro's kwijt zijn aan dit soort regelingen. Tot wel 70% van die kosten is vaak extern, via accountants, juristen of arbodiensten. Voor een groot bedrijf is dat vervelend, maar met name voor de kleinere mkb'er is dat een heel groot probleem. De VVD vindt dat ondernemen vooral moet gaan over kansen en niet over regels. Daarom is het goed dat de minister van Economische Zaken heeft aangekondigd dat hij 500 regelingen tegen het licht gaat houden en ook wil schrappen. We zouden graag zien dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daar een stevige bijdrage aan levert. Ook positief is het feit dat vorige week een motie is aangenomen van de VVD en de SP om het tweede jaar van loondoorbetaling bij ziekte voor kleine ondernemers te vervangen door een collectieve voorziening. Dat is belangrijk, omdat vooral kleinere ondernemingen moeilijker kunnen doorgroeien en geen mensen meer aan durven te nemen vanwege het risico op twee jaar loon doorbetalen bij ziekte. Mijn vragen aan de minister. Hoe sluit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan op de regelinventarisatie en -vereenvoudiging van het ministerie van Economische Zaken? Welke mogelijkheden ziet de minister om de regels vanuit het ministerie van SZW te vereenvoudigen of te schrappen? Zou zij daar specifiek willen kijken naar regels die onevenredig drukken op het mkb? Kan de minister ook zorgen voor meer voorspelbaarheid als het gaat over het ontwikkelen van regels, zodat ondernemers niet telkens door nieuwe verplichtingen worden verrast? Het tweede thema gaat over de arbeidsmarkt.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): We hebben gevraagd naar een inventarisatie vanuit het ministerie. Ik denk dat we op basis van die inventarisatie moeten gaan kijken welke maatregelen concreet zouden kunnen leiden tot een verlaging van de regeldruk. Dus ik ga nu geen concrete regels noemen, want dan hebben we het over die concrete regels, en de oproep aan het kabinet is vooral om te kijken waar onnodige regeldruk zit en hoe we die kunnen verminderen.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): Ja, maar ik heb gezegd dat daar nu niet in concreetheid op doorga. Wij zijn geïnteresseerd in wat er vanuit het ministerie komt. Daar kunnen wij dan zelf op reflecteren en dan kunnen we ook gewoon wegen welke regel op welk moment kan worden geschrapt.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): Wat ik daarover zou kunnen zeggen, of willen zeggen, is vooral dat we de verschillende belangen die om die regels hangen, moeten wegen. Als je op basis van de inventarisatie van het ministerie regels gaat schrappen, kom je juist toe aan de afweging die u noemt. Natuurlijk gaan we ervan uit dat regels in het verleden zijn ontwikkeld vanuit een bepaalde gedachte. Maar de vraag is hoe opportuun het is om bepaalde regels in stand te houden als die een onevenredige druk leggen op bepaalde ondernemers. Ik noemde net het voorbeeld van het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte. We zeggen niet "schaf dat helemaal af", maar wel: zoek naar een collectief alternatief. Met die nuance zullen we ook gaan kijken wat we kunnen doen aan de regeldruk.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): We willen dat er gekeken wordt naar de regeldruk met een scherpe blik, maar wel altijd met in het achterhoofd de weging dat bepaalde regels ook bepaalde belangen dienen. Als het betekent dat werknemers onevenredig worden geraakt in hun belangen, zullen we dat moeten afwegen tegen het introduceren van een nieuwe regel, het zoeken naar een alternatief of het in stand houden van de bestaande regel.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): Ja, dat vergt dan nieuwe weging of afweging.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): Het tweede deel van mijn betoog gaat over de arbeidsmarktkrapte. Dat is een grote uitdaging van dit moment. De laatste CBS-cijfers laten zien dat er in het tweede kwartaal van 2025 gemiddeld 101 vacatures stonden ten opzichte van 100 werkzoekenden. Dat gaat natuurlijk heel breed, in verschillende sectoren, de bouw, de techniek, de zorg, de logistiek. Elke dag merken werkgevers dat het moeilijk is om in die sectoren vacatures te vervullen. Dit zet een rem op onze economische groei, dus op onze welvaart, maar ook op de voorzieningen en geeft werkdruk op de werkvloer. Ik spreek regelmatig ondernemers, zoals iedereen natuurlijk, ook in de regio. Zo sprak ik een bouwbedrijf in Limburg dat projecten moet afzeggen omdat metselaars ontbreken, en een transporteur in het noorden van het land die vrachtwagens heeft maar geen chauffeurs. Dit raakt niet alleen de bedrijven, maar ook de hele samenleving, want huizen worden niet gebouwd, goederen worden niet geleverd en ook de zorg wordt niet altijd geleverd. Regionale samenwerking tussen werkgevers, opleidingsinstituten en publieke en commerciële bemiddelingsorganisaties is daarom cruciaal. Scholingsfondsen zoals in Twente en in de Achterhoek, bijvoorbeeld het Twents Fonds voor Vakmanschap en het talentenfonds Opijver, maar ook de Bovengrondse Vakschool in mijn eigen gemeente Heerlen laten zien hoe krachtig die regionale samenwerking kan zijn. Mensen die hun baan verliezen, krijgen daar een nieuwe kans door om te scholen. Jongeren krijgen via vouchers een opleiding of kunnen kiezen uit opleidingen die aansluiten bij de arbeidsmarkt. De minister heeft in de beantwoording van onze gezamenlijke vragen erkend dat scholingsfondsen een significante bijdrage kunnen leveren aan het vraagstuk van de arbeidsmarktkrapte. Zij wijst daarbij terecht op de verdere inbedding in de regionale arbeidsmarktinfrastructuur, bijvoorbeeld via de Werkcentra. Want juist nu hebben we die regionale kracht en samenwerking hard nodig. Daarom mijn vragen aan de minister. Hoe kijkt zij aan tegen een sterkere rol voor de regionale scholingsfondsen in de Leven Lang Ontwikkelen-agenda? Welke mogelijkheden ziet ze om de aansluiting met regelingen zoals SLIM beter te maken? Kan zij aangeven wanneer we de aangekondigde Leven Lang Ontwikkelen-Kamerbrief mogen verwachten, zodat ook de regio's weten waar zij in de toekomst op kunnen rekenen? Voorzitter. Dan in mijn derde thema specifiek het onderwerp reservisten en de nationale weerbaarheid. Onze veiligheid staat onder druk. De oorlog in Oekraïne en de spanningen elders laten zien dat Nederland zijn krijgsmacht moet versterken. De NAVO verwacht dat Nederland doorgroeit naar ongeveer 200.000 militairen, waarvan een groot deel reservisten, maar ook beroepsmilitairen en burgerpersoneel. Maar Nederland heeft momenteel slechts 8.500 actieve reservisten. In 2030 moeten dat er ongeveer 20.000 zijn. Dat vraagt ook aandacht voor ons arbeidsrecht, dat hier nauwelijks op ingericht is. Werkgevers ervaren onzekerheid over doorbetaling van loon, vervanging en terugkeerrechten, zeker gezien de opschaling van het aantal reservisten. In landen als Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk zien we dat het reservistenschap veel vanzelfsprekender is, mede doordat werkgevers daar beter ondersteund worden. Mijn vraag aan de minister is daarom hoe zij aankijkt tegen de belemmeringen die werkgevers ervaren bij dit vraagstuk. Ziet zij mogelijkheden om samen met Defensie en sociale partners oplossingen te verkennen, zodat reservistenschap in de toekomst makkelijker en aantrekkelijker wordt? Voorzitter. Tot zover.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): Ik heb uw betoog gehoord. Volgens mij is er ook nog een commissiedebat over zzp. Ik ga er dus over in gesprek met mijn collega. De VVD is zeker voor het creëren van meer duidelijkheid voor zzp'ers, maar we horen graag van de minister hoe dat precies uitpakt in de regelgeving.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): Ik heb uw oproep en uw vraag aan de minister gehoord. Ik wacht graag het antwoord van de minister af en overleg graag met mijn collega om uiteindelijk te bepalen hoe wij in dit specifieke vraagstuk staan.
Bron, video en gesprek →De heer De Beer (VVD): Dank u wel, voorzitter. Ik kan en zal het kort houden. Wat de VVD betreft is arbeidsmarktbeleid meer dan alleen cijfers en regelingen. Ook in het debat kwam dat net duidelijk naar voren. Het gaat over de ruimte voor ondernemers, de kansen van werknemers, het benutten van talent, onze welvaart, maar ook over de vrijheid en veiligheid van ons land. Daarom hebben we aandacht gevraagd voor de regeldruk. De minister heeft duidelijk aangegeven samen op te trekken in het kabinet met de minister van EZ. Het enige dat ik daarin nog zou willen meegeven, is: redeneer bij het inventariseren en wegen van de verschillende belangen rondom regels vooral vanuit "ja, mits", in de zin van "kunnen we regels schrappen en wat is ervoor nodig om dat goed te laten landen?" in plaats van standaard vanuit "nee, tenzij". Mijn tweede blokje ging over regionale samenwerking en de scholingsfondsen. Ik deel de mening van de minister helemaal als het gaat over het aanhaken van werkgevers- en werknemersorganisaties. Ze heeft een heel duidelijk antwoord gegeven over de mogelijkheden van een SLIM-regeling en het betrekken van scholingsfondsen in de toekomst. Wat mij betreft is dat prima. Het derde blokje ging over de rechtspositie van reservisten. Daarin gaf ze duidelijk aan meer ruimte te willen zoeken voor die reservisten, maar wel in balans met de belangen van werkgevers en werknemers. Als we dat verder gaan verkennen in de komende tijd, dan kan ik daar helemaal mee uit de voeten. Ik heb dus geen aanvullende vragen.
Bron, video en gesprek →