Gezond en veilig werken
Gezond en veilig werken
statement · 11 jun 2026 · Tweede Kamer
Minister Aartsen: Dank, voorzitter. Misschien is het goed voor de administratie van alle Kamerleden om te zeggen dat ik zo meteen in zal gaan op de RI&E-aanpak en de bijbehorende vragen over de regeldruk die zijn gesteld. Ik zal uitgebreid ingaan op verzuim en preventie. Daarna zal ik ingaan op alles wat te maken heeft met gevaarlijke stoffen en beroepsziektes. Het leek me handig om de vragen over kidfluencers in een apart blokje te behandelen. Daarna hebben we nog toezicht en handhaving, gedragscode en een klein blokje overig. Voorzitter. Misschien is het goed om mijn eerste keer als minister op het gebied van gezond en veilig werken te beginnen met een algemeen verhaal. Het is interessant om vandaag in het Kamerdebat de discussie te aanschouwen. Dat triggerde bij mij wel de behoefte om uiteen te zetten welke koers je zou willen varen op dit dossier. Ik denk dat het belangrijk is om de balans, die ook steeds in dit debat naar voren komt, toch maar eens te benoemen. Er was net een interruptiedebatje over de vraag of we gaan streven naar 20 doden per jaar. We hebben nu ongeveer 52 doden per jaar. Als je dat aantal zou kunnen halveren, streef je dus naar 25 doden per jaar. Maar het zou heel raar zijn als we in een Kamerbrief opschrijven: dit kabinet streeft naar 25 doden per jaar. Op zichzelf is het streven naar 0 doden. Ik snap de kleine filosofische beschouwing van de heer Schenk dat risico's bij het leven horen; als liberaal onderstreep ik dat een risicoloze samenleving het laatste is waar je naar moet streven. Tegelijkertijd, als je als jong iemand gewoon lekker aan het werk bent op de bouwplaats, is het laatste wat je wil dat er 's avonds iemand bij je thuis komt om je vrouw en kinderen te vertellen dat je bent overreden door een heftruck. Dat zijn juist de risico's die je kunt voorkomen door een goede belijning en een piepersysteem in zo'n heftruck. Met goed nadenken op basis van gezond verstand over hoe je kunt voorkomen dat zo'n heftruck de hoek om komt gesjeesd en door een aantal slimme interventies kun je heel slim voorkomen dat iemand van de sokken wordt gereden op z'n werk. Volgens mij is dat precies waar je het wil zoeken. Mijn koers de komende jaren zal dan ook zijn, met uw goedvinden als Kamer natuurlijk, dat ik aan de ene kant wil bekijken hoe iedereen veilig, heel en gezond thuiskomt van zijn werk, maar aan de andere kant niet naar een situatie toe wil waarin je de regeltjes opstapelt en papieren tijgers gaat creëren. Die balans moeten we steeds zoeken. We hebben heel veel regels in Nederland. Ik maak daarbij wel steeds het onderscheid tussen regels en onnodige regels. We hebben namelijk heel veel regels die we best prettig vinden. We hebben een regel dat je moet stoppen voor het rode stoplicht. We hebben een regel dat als je een crèmepje koopt en je smeert dat, in mijn geval, op je hoofd, je daar geen rode bultjes van krijgt. Dat zijn fijne regels die we met elkaar hebben afgesproken. Tegelijkertijd hebben we ook regels die zeggen: als u een lift aanbiedt, moet u een papieren liftenboek in de montageruimte hebben liggen. Dat moet volgens de wet per se op papier. Dat zijn regels waarvan mijn voorganger gelukkig al heeft gezegd: "Moet dat per se op papier? We zijn inmiddels in 2026 beland; kunnen we het niet op een digitale manier vormgeven?" Zo probeer je steeds de balans te vinden. We hebben de discussie gevoerd over de drie kerndeskundigen en de bijbehorende kosten. Als je een simpel kantoor hebt en bijvoorbeeld paperclips verkoopt, is het misschien wat overdreven om daar met drie kerndeskundigen naar te kijken. Tegelijkertijd, als je een groot chemisch bedrijf hebt en met gevaarlijke stoffen werkt, vind ik het wel prettig als er vanuit meerdere perspectieven deskundigen kijken naar wat er daar gebeurt. Over de gedragscode zal ik zo nog wat zeggen. Die kan aan de ene kant werken, maar om die vervolgens wettelijk voor alle bedrijven verplicht te stellen, daarmee ga je weer een stap verder. Uiteindelijk hoort het proportionaliteitsbeginsel ook plaats in deze discussie over gezond en veilig werken. Er zijn heel veel dingen die goed zijn om te doen, maar waarvan je je moet afvragen of je die wel in een wet moet gieten. Ik zag vandaag een groot, mooi artikel voorbijkomen op RTL Nieuws over dat de schoonmaakbranche aan de slag gaat met vrouwen die in de overgang zitten of menstruatieklachten hebben. Daar zit een groot probleem, voor werkgevers en vooral voor werknemers. Zij zeggen: "We gaan het samen oplossen. We gaan samen in de cao een afspraak maken over hoe we deze problemen gaan oplossen." Zo zie je dat uiteindelijk heel veel van dit soort zaken tussen werkgevers en werknemers, tussen vakbonden en werkgevers op een goede manier kunnen worden opgelost zonder dat de overheid een wet moet maken en moet zeggen: we gaan dit tot drie cijfers achter de komma zo organiseren. Dat zal uiteindelijk ook mijn lijn worden op dit dossier: kijken waar je moet ingrijpen en waar de samenleving zelf heel veel kan. En als de overheid dan ingrijpt — ik zal er zo meteen iets over zeggen bij de kidfluencers — moet dat wel nut hebben. Dan moeten we dat doen op basis van wetgeving die past bij de moderne digitale tijd en niet op basis van een ontheffingsmogelijkheid die nog stamt uit de tijd waarin de musical Annie werd gespeeld en kinderen knikkebollend in de schoolbanken zaten omdat ze 's avonds moesten spelen en we daarom besloten hebben dat het heel verstandig is dat musicalproducenten rustboekjes bijhouden. Dat werkte voor die periode heel erg goed. Het werkt nu gelukkig steeds nog goed, maar de vraag is of dat past bij moderne situaties. Voorzitter. Dat zal dus mijn lijn worden ten aanzien van gezond en veilig werken: zorgen dat mensen erop kunnen vertrouwen dat het gezond en veilig ís, dat ze veilig thuis kunnen komen van hun werk, maar tegelijkertijd ook echt kijken wat mensen zelf kunnen. Wat kunnen werkgevers zelf, wat kunnen werknemers zelf, wat kunnen ze samen, wat kunnen beroepsverenigingen samen doen, wat is verstandig om daar neer te leggen? Uiteindelijk, als sluitstuk, kunnen we kijken waar de overheid, in dit geval de wetgever, of de onafhankelijke inspectie indien nodig moet ingrijpen. Je ziet dat Nederland met dat hele stelsel een van de meest veilige en prettige landen is om te werken; het werd al gezegd in het debat. Volgens mij komt dat doordat we een heel complex stelsel maar daarmee ook een heel goed functionerend stelsel hebben. Voorzitter. Dat voorafgaand aan het debat. Dan ga ik nu in op de vragen die zijn gesteld over RI&E en over de regeldruk. Er is gevraagd of er bij de risico-inventarisatie en -evaluatie sprake is van een nationale kop. Nee. De Europese kaderrichtlijn schrijft voor, juist in het kader van een gelijk speelveld en concurrentievermogen, dat bedrijven in Europa zo'n inventarisatie doen; ieder bedrijf dat werknemers heeft, is wettelijk verplicht om een RI&E te hebben. Tegelijkertijd blijft het heel gezond om te kijken hoe je het op zo'n manier kunt inrichten dat het geen papieren tijger wordt, maar ook geen afvinklijstje want dan stoppen mensen met nadenken en dat is ook onverstandig. Hoe zorg je er dus voor dat het instrument zo goed mogelijk helpt bij het uiteindelijke doel van gezond en veilig werken? Dit betekent dat we proberen te streven naar een zo hoog mogelijke naleving. Daar botst het, zo hoor ik een aantal leden vaak zeggen, voor kleine bedrijven. Het is natuurlijk niet zo dat als je een klein bedrijf hebt, de risico's ook klein zijn. Helaas is dat niet zo; ook bij een klein bedrijf kunnen zich grote risico's voordoen en bij grotere bedrijven kunnen de risico's kleiner zijn. Je moet dus heel geraffineerd kijken, bijvoorbeeld langs de branche-RI&E's. Een kantoor is echt iets anders dan een chemische fabriek. We moeten dus de focus leggen op die geraffineerdheid, op de kwaliteit van zo'n RI&E en zorgen dat alles wat eromheen wordt georganiseerd, bijvoorbeeld die kerndeskundigen, aansluit bij waar het voor is bedoeld. Daarom zijn we aan de slag gegaan met een aantal oplossingsrichtingen, mede naar aanleiding van de motie-Flach/Kisteman. Ik ben blij dat de werkgroep met sociale partners inmiddels weer goed functioneert door middel van aanpassing van het certificatieschema, de herstart van een aantal nieuwe erkenningsprocedures, bijvoorbeeld rond de branche-RI&E. Ik denk dat dat uiteindelijk de way forward is, vandaar dat we aan de werkgroep arbo en vitaliteit van de Stichting van de Arbeid vragen om aan de slag te gaan met de ontwikkeling van een erkende kantoren-RI&E. Ook daar kijken we of de toetsingsvrijstelling kan worden opgehoogd naar bedrijven of branches met 50 medewerkers en hoe we dat dan zouden kunnen doen. De heer Flach had hiernaar gevraagd. Daarnaast voert TNO op dit moment onderzoek uit naar lastenluwe alternatieven in andere Europese landen. Volgens mij is het alleen maar interessant om daarvan te leren. Begin 2027 hoop ik de uitkomsten van dat onderzoek naar de Kamer te sturen. Er ligt ook een vraag …
Versie fab211734811797bca527cc08ff997efb4997e664750a9bec88ab84eb8833cda · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gezond en veilig werken
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.