Gezond en veilig werken
Gezond en veilig werken
statement · 11 jun 2026 · Tweede Kamer
Minister Aartsen: Dat kan ik volgen. Ik kan de klok niet terugdraaien, maar ik zeg u: weet dat we een ambitie hebben. Met de voorbeelden waar ik het debat mee begon, probeer ik aan te geven dat we, daar waar het kan en daar waar we mogelijkheden zien, dit ook willen doen. Dat zeg ik vooruitlopend op de appreciatie. Volgens mij komen we zo over de gedragscode te spreken. Ik probeer echt de balans te zoeken tussen effectief beleid aan de ene kant en niet te veel regeldruk aan de andere kant. We gaan daar dus ook op deze manier naar kijken. Maar ik vind het op dit moment te vroeg om zo hard te stellen dat we bij alles teruggaan naar één, dat we de volledige toetsing loslaten of dat we de toetsing langs de lijn van werknemersaantallen laten lopen. Ik zeg de Kamer dus nogmaals toe dat ik in die brief niet alleen maar de uitkomsten neerzet, maar misschien ook een scherpere appreciatie van wat we dan gaan doen. Volgens mij is de Kamer namelijk op zoek naar wat ik nou ga doen naar aanleiding van de verkenning en de onderzoeken. Ik zeg u dus toe dat ik in die brief ook een aantal besluiten zal nemen over wat we gaan doen. Voorzitter. Mevrouw Van Brenk vroeg mij of we niet een verplichte paragraaf moeten opnemen over flexkrachten en ouderen. Het is natuurlijk al zo dat in de RI&E rekening moet worden gehouden met bijzondere of kwetsbare groepen. Op het moment dat jij een productiebedrijf hebt waar mensen 's nachts werken, moet je ook opschrijven hoe je daarmee omgaat. Als je bijvoorbeeld 60-plussers of zwangere vrouwen in dienst hebt, moet je opschrijven hoe die omgaan met het ritme van de verschillende diensten en met nachtwerk. Dat heeft op dit moment dus al een plaats. De heer Kisteman vroeg mij hoe de ARIE zich verhoudt tot de RI&E. De RI&E is op dit moment onvoldoende voor de specifieke gevaarlijke eigenschappen van stoffen. Daarom hebben we die ARIE. Op basis van het rapport van het RIVM ga ik op dit moment ook in gesprek met de verschillende sectoren om te kijken hoe we dat een vervolg kunnen geven. Ik kan u toezeggen dat ik in de eerste helft van 2027 terug zal komen op de verhouding met de ARIE. Ik stel voor dat we dat dan in dezelfde brief opnemen, refererend aan het rapport van het RIVM. Dan zijn er een aantal vragen breder gesteld over de regeldruk. Zoals ik al in het begin van mijn betoog zei, is het onze ambitie om aan de ene kant effectief beleid te maken en aan de andere kant oprecht te blijven kijken naar regeldrukreductie. Daarom heeft Sociale Zaken, ook zeker op het domein van gezond en veilig werk, een substantiële bijdrage geleverd aan de Regeldrukmonitor van het ministerie van Economische Zaken. Binnenkort zullen wij daar nog vijf nieuwe regels aan toevoegen, die bijvoorbeeld zien op hittestress en andere zaken. Dan ten aanzien van het punt van de netto-opbrengst. Het is heel ingewikkeld om op die manier te rekenen. Volgens mij moet je continu per maatregel kijken of het proportioneel is om dit vanuit de overheid te doen. Er zijn ook andere partijen die dit kunnen doen. We nemen het ATR daarin ook heel serieus. Zij zeggen: moet dit nou per se door deze persoon worden gedaan, of kunnen mensen dat zelf ook doen? Als je het dan doet, moet je gewoon per maatregel kijken wat het effect is op bedrijven. Ik zeg er ook maar gewoon bij dat een beetje gezond verstand en een beetje vertrouwen in werknemers en werkgevers hier ook heel verstandig is. Dat sluit aan bij de vraag van de heer Boon over de regeldruktoetsing. Alle regels die wij maken, de nieuwe wetgeving, toetsen wij op regeldruk. Zoals ik al eerder heb gezegd, proberen we ook te kijken — dat zit nog niet in de Regeldrukmonitor — hoe je überhaupt kun voorkomen dat je nieuwe regels introduceert, door dat op een andere manier te doen. Tot slot. De heer Ceulemans had een vraag over de verhouding in Europees verband. Hij vroeg of ze ons niet de markt uitprijzen en hoe het zit met dat level playing field. Mijn collega Vijlbrief is op dit moment bij de ILO in Genève. Een gevaarlijke stof is in Nederland net zo gevaarlijk als op heel veel andere plekken in de wereld. Juist op Europees en internationaal niveau probeer je te kijken hoe je dat … Ongeveer 90% van onze wetgeving op dit onderwerp komt uit Europa. Dat is niet voor niks, namelijk vanwege dat gelijk speelveld. Je probeert ook in internationaal verband te zorgen dat die regels zo gelijk mogelijk zijn. Ik zal straks nog ingaan op de vraag van mevrouw Van Ark over Schiphol, die in een ander mapje zit. Maar je probeert daar dus ook naar te kijken als je onderzoek doet. Nogmaals, vliegtuigemissie is niet alleen op Schiphol een probleem. Dat geldt voor meerdere plekken waar gevlogen wordt, zo ongeveer in alle landen. Je wilt dat op z'n minst in Europees verband op een goede manier oppakken. Het zou namelijk heel gek zijn als we in Nederland hele andere risico's zien dan op andere plekken in Europa. Dat was het kopje RI&E en regeldruk, voorzitter. Dan ga ik door naar de discussie over preventie en verzuim. Er is in dit huis al veel gesproken over de maatregelen en ambities van dit kabinet ten aanzien van hervormingen in de sociale zekerheid, ook ten aanzien van de WIA. Maar hier ligt denk ik een enorme kans om te kijken hoe je ervoor kunt zorgen dat mensen überhaupt niet arbeidsongeschikt raken, of zo kort als mogelijk arbeidsongeschikt raken, en om daar met veel meer gezond verstand over na te denken. Op heel veel plekken vinden we het heel normaal dat mensen, omdat ze het fysiek niet meer aankunnen … De voorzitter van MKB-Nederland gebruikt altijd het voorbeeld van de voetballer. Die kan voetballen tot een jaar of 30, 35. Het is heel normaal dat hij nadenkt over hoe hij het daarna gaat doen. Kan hij op tijd stoppen? Datzelfde geldt voor zware beroepen. Het zou veel verstandiger zijn als mensen op hun 40ste, 45ste of 50ste al na gaan denken of ze niet een ander carrièrepad kunnen belopen met de kennis die zij hebben opgedaan, in plaats van doorwerken tot hun 60ste met knieën en ruggen die het niet meer doen. Vervolgens moeten ze dan van de RVU-regeling gebruikmaken. Het is goed dat we die hebben voor de mensen die niet meer kunnen switchen. Maar idealiter wil je in je beleid zorgen dat mensen daar überhaupt niet terechtkomen, omdat we op een hele slimme manier hebben nagedacht over preventie en het tegengaan van verzuim. Daarom kan ik de heer Neijenhuis en ook mevrouw Van Brenk wel een toezegging doen op dit onderwerp. We moeten binnenkort nog gaan spreken met de sociale partners. Het is de ambitie van het kabinet om dat snel te doen. Nogmaals, de uitnodigingen naar de bonden liggen er. Met hen moet ook de discussie worden gevoerd over preventie, het voorkomen van ziekteverzuim en wat we kunnen doen om te voorkomen dat mensen uitvallen. Zij moeten daar ook een plek in krijgen. We proberen het idee van een preventiepact, of preventie-akkoord — ik weet niet meer wat het was — daar ook in mee te nemen. Mevrouw Van Brenk vroeg: kunnen we dat dan ook afdwingbaar maken? Ik denk dat dit dus een manier zou kunnen zijn om veel scherpere afspraken te maken over hoe je ervoor kan zorgen dat we minder uitval hebben op de werkvloer en dat mensen op een goede manier het einde van hun carrière kunnen halen.
Versie fab211734811797bca527cc08ff997efb4997e664750a9bec88ab84eb8833cda · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gezond en veilig werken
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.