Duurzaam vervoer
Brontekst
Versie 3e717c77d5e1a22b · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenStaatssecretaris Jansen: Dat klopt, voorzitter. Zoals we allemaal weten, hebben sinds 1 januari zestien gemeenten een zero-emissiezone ingevoerd. Alle partijen zijn het met elkaar eens dat ondernemers niet aan het onmogelijke gehouden moeten worden. Ze moeten de kans krijgen om op hun eigen tempo te verduurzamen. In lijn met dit gezamenlijke uitgangspunt is het kabinet op 14 maart akkoord gegaan met een gebalanceerd pakket aan maatregelen. Het kabinetsbeleid houdt vast aan het doel van de zero-emissiezones, schone lucht in de binnensteden, en voorkomt tegelijkertijd dat ondernemers tussen wal en schip terecht kunnen komen. Ik zag een … Ik mag doorgaan. Dank, voorzitter. In die afspraken is vastgelegd, zoals ook de Kamer in de eerste termijn al zei, dat de eerste zes maanden geen boetes worden uitgeschreven en dat ondernemers met een schone emissieklasse 6-dieselbus in totaal vier jaar uitstel voor de zero-emissiezones krijgen, tot 1 januari 2029. Dit laatste gaat op voor bijna de helft van alle bedrijfsbussen, zo'n 46%. De boetevrije periode gaat in op het moment dat de gemeente besluit tot invoering over te gaan. Dus als de gemeente besluit pas op 1 oktober tot invoering over te gaan, gaan die zes boetevrije maanden vanaf dat moment in. Dat is de afspraak die wij gemaakt hebben. Beide maatregelen geven volgens mij ondernemers meer tijd en ruimte voor de overstap naar een elektrisch bedrijfsvoertuig. Daarnaast zijn de gemeenten ook akkoord gegaan om de ontheffingen voor bedrijfseconomische omstandigheden en netcongestie een landelijke werking te geven. Dit schept uniformiteit en duidelijkheid richting ondernemers, wat volgens mij ook een heel duidelijke wens was uit het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma. Ten slotte gaan we de impact van de zero-emissiezones monitoren en zullen we indien nodig bijsturen. Hierbij houden we natuurlijk alle mogelijke maatregelen gewoon open. De monitoringsrapportage over de eerste maanden sinds de invoering is half maart aan de Kamer verstuurd. Deze is mede opgesteld op basis van signalen en gesprekken met de gemeenten maar ook met de brancheorganisaties. Daarnaast is in die rapportage weergegeven wat er voor signalen kwamen uit de 16.000 gevoerde gesprekken en de 500 mails van ondernemers die via de website binnenkwamen. Uit deze rapportage blijkt dat de invoering momenteel soepel verloopt — ik gebruik dat woord toch. De volgende rapportage kan de Kamer verwachten rond 1 mei. Die rapportage gaat dan over de periode februari-maart. Op 2 april heb ik samen met 41 partijen die Uitvoeringsagenda Zero-Emissiezones ondertekend, waarin de afspraken die ik net noemde allemaal zijn vastgelegd. Die uitvoeringsagenda is ondertekend door Rijk en gemeenten, door Transport en Logistiek Nederland, Evofenedex, de RAI Vereniging, BOVAG, Techniek Nederland, OnderhoudNL, VHG — dat is de hoveniersbrancheorganisatie — de afbouworganisatie NOA, de aannemersorganisatie AFNL en partijen uit de cultuur- en evenementenbranche. Daarmee zullen de zero-emissiezones dus geharmoniseerd en met duidelijke afspraken tot uitvoer worden gebracht. Ik denk dat we met deze ondertekening ook een grote stap naar een slimme, duurzame logistiek en schonere lucht in onze binnensteden hebben gezet. Voorzitter. Dat was mijn algemene inleiding hieromtrent. Dan kom ik op de vragen. Mevrouw Veltman van de VVD vroeg of ik het perspectief van brancheorganisaties en ondernemers meeneem in de monitoringsrapportage over de zero-emissiezones. Ja, ik neem dat perspectief mee. Zoals in de eerste monitoringsrapportage en in de beantwoording van Kamervragen van mevrouw Veltman is beschreven, is die rapportage mede opgesteld op basis van signalen en gesprekken met de brancheorganisaties. Ik heb net het hele lijstje genoemd van organisaties die daarbij betrokken zijn. Daarnaast noemde ik net ook de 16.000 gesprekken en de 500 mails van ondernemers die zijn binnengekomen via de website. Een vraag van de heer Heutink. Volgens de staatssecretaris verloopt de invoering rustig en zonder problemen. Hoe kan dat, gezien de cijfers die de heer Heutink net vermeldde? Wij monitoren de invoering van die zones natuurlijk nauwlettend met gemeenten maar ook met de brancheorganisaties die ik net allemaal noemde. Deze waarschuwingsperiode is er ook voor om te bezien wat er gebeurt en of er groepen ondernemers zijn die uiteindelijk in de problemen komen. Tot nu toe hebben wij geen signalen ontvangen dat ondernemers tussen wal en schip dreigen te vallen. Een reactie die we vaak krijgen van bijvoorbeeld ondernemers, is: dit had je überhaupt niet moeten doen. Maar wij hebben nog geen signalen binnengekregen dat ze tussen wal en schip vallen. Nog een vraag van de heer Heutink over de probleemloze invoering. Hoe kan het nou dat de effecten niet bekend zijn? Dat komt eigenlijk door wat ik net zei: doordat de brancheorganisaties erbij betrokken zijn en die 16.000 gesprekken en 500 mails. Natuurlijk is het acteren naar aanleiding van signalen van ondernemers een doorlopend proces waarin we nauw optrekken met zowel gemeenten als brancheorganisaties. Zodra wij een gerichte melding krijgen, zullen we daarop acteren. De heer Heutink had het over de eerste maanden. Bijna 4.000 ondernemers hebben een ontheffing aangevraagd. Aannemers mijden de binnenstad met alle gevolgen van dien. Dit kan niet de bedoeling zijn, merkte de heer Heutink op. Het beleid is er natuurlijk op gericht dat ondernemers de ruimte krijgen om op een passend moment de overstap te maken in de transitie. Als dat nog niet mogelijk is, biedt een ontheffing uitkomst voor ondernemers die tegen knelpunten aanlopen. Zo ondersteunen we ondernemers. Het is positief dat zij de weg naar het centraal loket voor de ontheffingen weten te vinden. Het overgrote deel van de aanvragen voor een ontheffing komt overigens van particulieren, die überhaupt recht hebben op een ontheffing. Er is dus wat onduidelijkheid over waar die precies voor bedoeld was. De heer Van Dijk vroeg of ik al een beeld, al is het maar een indicatie, kan geven van de ontheffingen en de dagontheffingen die door gemeenten zijn uitgegeven. Ja. Tot eind maart zijn er 5.902 ontheffingsaanvragen ingediend bij het centraal loket. Deze bestaan voor 2.966 uit landelijke ontheffingen, 592 lokale ontheffingen en 2.344 dagontheffingen. Grosso modo is 92% van de aanvragen toegekend. Dat zijn de eerste cijfers die wij op dit moment kunnen verstrekken. De heer Van Dijk vroeg ook waarom er geen aparte ontheffing komt voor de marktkooplui. Hij vroeg ook hoe marktkoopmannen worden geholpen die in verschillende steden staan. Dat is heel duidelijk: wij hebben aandacht voor deze groep. We kijken er duidelijk naar hoe we hen op de beste manier kunnen bedienen. Zij kunnen verschillende ontheffingen aanvragen bij het centrale loket, maar al deze ontheffingen hebben een landelijke werking. Zij hoeven dus niet in iedere stad separaat een ontheffing aan te vragen. Daar waar er specifieke problemen ontstaan voor deze groep, is de afspraak dat gemeenten en ondernemers samen om tafel gaan om dit te bespreken. Zodra daar knelpunten uit komen die structureel lijken, kom ik ook weer op de lijn en kijken we hoe we daarmee moeten omgaan. Dan is er nog een vraag van de heer Van Dijk. Hij zei dat er momenteel niet wordt beboet, maar dat er wel waarschuwingsbrieven worden verstuurd. Hij vroeg of ik een eerste beeld heb van het aantal brieven dat is verzonden. De cameradata van gemeenten over voertuigen die onrechtmatig de zero-emissiezone inrijden en het aantal verzonden waarschuwingsbrieven worden verzameld. Sommige gemeenten zijn bezig met het ontsluiten van deze data, waardoor er geen volledig beeld is. Hier wordt wel heel hard aan gewerkt. Een belangrijk aandachtspunt is dat de mogelijkheden om deze cameradata te gebruiken voor analyse, vanwege privacywetgeving wel beperkt zijn. In de volgende monitoringsbrief, die in mei komt en gaat over februari en maart, zal ik hier nader op ingaan. Mevrouw Veltman vroeg of ik ervoor wil zorgen dat er bij alle nieuwe zones een gewenningsperiode wordt ingesteld. In de afspraken die we met de gemeenten en de brancheorganisaties hebben gemaakt en vastgelegd, is opgenomen dat voor de invoering van een zone een aankondigingstermijn van vier jaar moet worden gehanteerd. Voor de uitbreiding van een zone geldt een aankondigingstermijn van twee jaar, zoals mevrouw Veltman zelf ook zei. Hier houden gemeenten zich gewoon aan. Er is geen reden om aan te nemen dat ze dat niet gaan doen. Tegelijkertijd kunnen we de lengte van die termijn niet afdwingen, maar we werken hierin wel goed samen met elkaar. Mevrouw Veltman had ook een vraag over de periode na 2030. Zij zei dat daarover onduidelijkheid bestaat. Het volstaat dan om het twee jaar van tevoren aan te kondigen, tenzij een zone te groot wordt. Mevrouw Veltman zei dat dit vaag lijkt en vroeg of ik dit concreter kan maken. De aankondigingstermijn van twee jaar staat vast. Hier dienen gemeenten zich gewoon aan te houden na 2030. Er wordt gevraagd om rekening te houden met lokale omstandigheden, de grootte van de zone en gesprekken met ondernemers. Daar kan het ministerie helaas niks in afdwingen. Ik ben het overigens wel eens met mevrouw Veltman dat dit wel vaag is. We hebben bij de gemeenten de vraag neergelegd of zij hier iets meer duiding aan kunnen geven, omdat het nu een verzamelbegrip lijkt te worden. Dat maakt het wat lastig om te duiden wat het precies voorstelt. Mevrouw Veltman vroeg ook hoe een ondernemer plannen kan maken omtrent de vrachtwagenheffing. De vrachtwagenheffing stimuleert het gebruik van duurzaam vervoer via een lager tarief voor schonere voertuigen. De netto-opbrengsten worden gebruikt om ondernemers financieel te steunen bij het emissievrij maken van hun wagenpark, bijvoorbeeld via subsidies voor elektrische vrachtwagens en laadinfrastructuur. De heer Van Dijk van NSC vroeg of ik kan aangeven wanneer wordt besloten of de boetevrije periode langer zal zijn en wat daarvoor de aanleiding zou kunnen zijn. Hij vroeg ook hoe de Kamer daarin wordt meegenomen. De lengte van de boetevrije periode wordt bepaald door de gemeenten en hetgeen wij daarover met hen hebben afgesproken. Op lokaal niveau is in een drietal gemeenten trouwens in een eerder stadium al besloten om een langere boetevrije periode te hanteren, bijvoorbeeld omdat de gemeenteraad hiertoe heeft besloten of omdat er met de lokale ondernemersvereniging aparte afspraken zijn gemaakt. Momenteel zien we dat de invoering van de zero-emissiezones goed verloopt, dus er is geen aanleiding om de boetevrije periode verder op te trekken. Maar ik snap de essentie van de vraag van de heer Van Dijk heel goed. Als blijkt dat grote groepen toch tussen wal en schip terechtkomen, is dat mede een aanleiding om hierover wederom met elkaar van gedachten te wisselen. Mevrouw Veltman van de VVD vroeg waarom voor de vrijstelling het bouwjaar wordt meegenomen in plaats van de emissieklasse. Als een vrachtwagen met emissieklasse 6 rijdt, maakt het bouwjaar toch niet uit, zei zij. Zij vroeg welke ruimte er is voor ondernemers die met dit probleem kampen. Er is gekozen voor het bouwjaar omdat nieuwere Euro 6-voertuigen schoner zijn dan de oudere Euro 6-voertuigen. De overgangsregels zijn opgesteld op basis van afschrijftermijnen, in nauw overleg met en met input van de brancheorganisaties. Dat is de reden waarom we bij de vrijstellingen hebben gekozen voor het bouwjaar in plaats van de emissieklasse. De heer Heutink vroeg hoe het zit met de buitenlandse kentekens. Er gaat door de gemeentes gehandhaafd worden op buitenlandse kentekens, maar dit kan nog niet via de automatische kentekenherkenning. Dit zal door boa's moeten worden gedaan. Het ministerie werkt tegelijkertijd — want ik zie dit hiaat natuurlijk ook — op Europees niveau aan de mogelijkheden voor het automatisch kunnen handhaven bij buitenlandse kentekens. Daarnaast kunnen buitenlandse voertuigen dagontheffingen en reguliere ontheffingen aanvragen via een centraal loket en op die manier hun toegang tot de zone behouden, mits ze voldoen aan de voorwaarden. Alleen, voorlopig zal de handhaving dus moeten gebeuren door boa's. Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Mevrouw Veltman: is het mogelijk om rijden op HVO100 of andere transitiebrandstoffen ook mogelijk te maken in de zero-emissiezones? Ook de heer Pierik had hier natuurlijk aandacht voor in zijn betoog. Nee, zeg ik heel eerlijk; dit is geen mogelijkheid, enerzijds vanwege de juridische definitie van zero-emissie, anderzijds vanwege de implicaties van het toestaan van transitiebrandstoffen in de zones. Juridisch is namelijk in het RVV vastgesteld dat zero-emissie staat voor een batterij op waterstof of elektrische aandrijving met nul uitstoot aan de uitlaat. Het rijden met transitiebrandstof veroorzaakt nog steeds stikstof- en fijnstofuitstoot aan de uitlaat, waardoor de luchtkwaliteit minder verbetert. Daarnaast wordt er met transitiebrandstoffen minder CO2 gereduceerd dan gewenst. Dat is de reden waarom ik zeg: nee, dat is op dit moment geen mogelijkheid. De laatste vraag is ook van mevrouw Veltman. Hoe zie ik het beleid voor de ondernemers na 2030? Ook voor de periode na 2030 geldt natuurlijk als basis dat wij ondernemers niet aan het onmogelijke houden. Ondernemers die de transitie nog niet kunnen maken, kunnen een beroep doen op de verschillende ontheffingen, die ook na 2030 beschikbaar zullen zijn. Daar worden nu afspraken over gemaakt met zowel de gemeenten als de bracheorganisaties. Tegelijkertijd zal de verdere ontwikkeling van zowel emissieloze voertuigen als de randvoorwaarden eraan bijdragen dat het voor ondernemers steeds aantrekkelijker wordt om te kiezen voor de emissievrije variant. Maar, nogmaals, de basis blijft dat ze ook na 2030 niet aan het onmogelijke worden gehouden.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.