Wet werkelijk rendement box 3
Wet werkelijk rendement box 3
statement · 19 jan 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Van Eijk (VVD): Voorzitter. Een economie die wil groeien en vernieuwen moet ruimte bieden aan startende ondernemingen. Start-ups en scale-ups zijn de motor voor onder andere innovatie en digitalisering. Zij zorgen voor nieuwe banen, nieuwe producten en nieuwe verdienmodellen. De VVD is dan ook positief over het feit dat het kabinet in deze wet aandacht heeft voor investeringen in startende ondernemingen. Tegelijkertijd maken wij ons zorgen over de uitwerking. Investeren in start-ups is per definitie risicovol, langdurig en illiquide. Winsten zijn vaak pas na jaren zichtbaar, als er al een exit plaatsvindt. Belastingheffing over een niet-gerealiseerde waardestijging kan investeerders in een onmogelijke positie brengen. Zij kunnen worden geconfronteerd met belastingaanslagen zonder dat zij de middelen hebben om deze te betalen. Dat kan leiden tot gedwongen verkoop, verlies van toekomstig rendement en uiteindelijk minder investeringen in jonge bedrijven. Kan de staatssecretaris bevestigen dat het kabinet het stimuleren van investeringen in start-ups als expliciete doelstelling ziet en dat het nieuwe box 3-stelsel deze investeringen niet mag ontmoedigen? De definitie van start-ups moet dan ook voldoende aansluiten bij de praktijk. In het licht van box 3 zouden de criteria iets moeten zeggen over de daadwerkelijke liquiditeit van aandelen. Veel succesvolle start-ups blijven lang illiquide. Is de staatssecretaris bereid te erkennen dat een termijn van tien tot vijftien jaar, gekoppeld aan een daadwerkelijk realisatiemoment, beter aansluit bij de economische realiteit? Daarnaast roept, zoals ik net ook al zei, elke beperking maar ook elke verbreding in de definitie van start-ups nieuwe vragen op. Hoe verhoudt dit zich tot het staatssteunrecht? Het moet immers uitlegbaar zijn waarom aandelen in een startende onderneming onder het regime van de vermogenswinst vallen en aandelen in het midden- en kleinbedrijf of een familiebedrijf onder het regime van de vermogensaanwas vallen. Hoe wordt voorkomen dat buitenlandse start-ups waarin Nederlandse beleggers investeren, buiten de regeling vallen? Voorzitter. Vastgoed vormt het meest complexe onderdeel van dit wetsvoorstel. De VVD steunt het uitgangspunt om vastgoed te belasten op basis van werkelijk rendement — dat is bijvoorbeeld noodzakelijk om de verhuur van een woning lonend te laten blijven — maar de uitwerking vraagt om zorgvuldigheid. De vastgoedbijtelling bij leegstand van een bedrijfspand of een beperkt eigen gebruik van een tweede woning staat op gespannen voet met het uitgangspunt van werkelijk rendement. Wie geen huur ontvangt, geniet bijvoorbeeld geen rendement. Het forfait van 3,35% is blijkbaar gebaseerd op cijfers uit het verleden; mijn collega Grinwis gaf dit in zijn inbreng al aan. Inmiddels zijn de omstandigheden veranderd. Kan de staatssecretaris reflecteren op de actualiteit van dit percentage en wordt overwogen of het mogelijk en/of wenselijk is om jaarlijks of tweejaarlijks te herijken? Wij overwegen op dit punt een motie, maar ik begrijp dat de heer Grinwis daarop een amendement in voorbereiding heeft, dus we gaan wachten op de appreciaties, denk ik.
Versie 8282b178d0e74c4df56d581b4f1bb53a3194d521d2aa4ba0f91a61634d44ee64 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Wet werkelijk rendement box 3
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.