KamerkringInloggen
Wendy Van Eijk

Officieel Kamerprofiel

Wendy Van Eijk

VVD →
115debatten
1.688bijdragen
1.055interrupties
162.136woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Dank je wel, voorzitter. Dit pakket Belastingplan bevat belangrijke punten voor werkenden en ondernemers. Zo is er een evenwichtiger koopkrachtbeeld voor werkenden, blijft de brandstofaccijns laag, gaat de onbelaste reiskostenvergoeding omhoog en wordt de vliegbelasting verlaagd. Ook voor ondernemers worden stappen gezet die bijdragen aan innovatie en economische groei, onder meer met een verruiming van de innovatiebox voor het mkb en een aantrekkelijkere fiscale regeling voor aandelenopties. Tegelijkertijd bevat het pakket ook maatregelen die voor de VVD moeilijker liggen. Zo zal het afschaffen van verschillende fiscale ondernemersregelingen leiden tot hogere lasten. Vereenvoudiging van het belastingstelsel is nodig. Daar is iedereen het over eens. Dit lijkt echter steeds vaker gelijk te staan aan lastenverzwaring. Ik wil mijn inbreng vandaag doen langs vier lijnen: werken en ondernemen moeten lonen, een economie die groeit, Nederland moet aantrekkelijk blijven en een eenvoudiger stelsel met minder regeldruk. Voorzitter. Voor de VVD begint een gezond belastingstelsel bij het uitgangspunt dat werken en ondernemen moeten lonen. Belastinggeld moet eerst worden verdiend voordat de overheid het kan uitgeven, door mensen die iedere dag aan het werk gaan, door ondernemers die risico nemen en investeren en door bedrijven die banen creëren. Dat werken loont, is gewoon eerlijk. In dit blok heb ik twee onderwerpen: inkomensbeleid en de werkkostenregeling. Voorzitter. Bij de Algemene Financiële Beschouwingen is uitgebreid gesproken over het inkomensbeleid. Het kabinet heeft in eerste instantie gekozen voor een technische invulling van het koopkrachtpakket, die later is aangevuld met enkele koopkrachtmaatregelen. Die laatste maatregelen hebben ervoor gezorgd dat de koopkracht van werkenden is verbeterd. Kan de staatssecretaris bevestigen dat van de lastenverzwaring voor burgers van 1,5 miljard euro per saldo ook 350 miljoen euro in de boeken staat? Begrijp ik het goed dat het kabinet uiterlijk op 2 november met een voorstel komt voor een verdere aanpassing van het Belastingplan zodat werken meer gaat lonen? De VVD is voorstander van een ruimere en eenvoudigere werkkostenregeling, zodat ondernemers en werknemers gemakkelijker en vaker kunnen belonen zonder extra belastingdruk. De werkkostenregeling moet eenvoudiger en minder administratief belastend worden, zodat werkgevers meer ruimte krijgen om invulling te geven aan goed werkgeverschap. Wanneer gaat de staatssecretaris de aanbevelingen opvolgen uit de evaluatie van de werkkostenregeling? Gaat hij daarbij inzetten op een schuif van ondoelmatige en/of ondoeltreffende gerichte vrijstellingen naar de vrije ruimte? Onderdeel van de werkkostenregeling is een gerichte vrijstelling voor zakelijke reiskosten. Deze vrijstelling wordt verhoogd van €0,23 naar €0,25 per kilometer. Ik begrijp dat veel werkgevers deze hogere vergoeding aan hun werknemers gaan geven. Tegelijkertijd blijft een groep werkgevers achter. De VVD zou het mooi vinden als werkgevers dit daadwerkelijk aanbieden aan hun werknemers. Ik hoor graag van de staatssecretaris of hij nog mogelijkheden ziet om dit kracht bij te zetten. In de werkkostenregeling bestaat een gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten van het bedrijf van de inhoudingsplichtige. De VVD is zich bewust van het feit dat het afschaffen van deze gerichte vrijstelling financieel nadelig is voor specifieke sectoren die hier gebruik van maken. De afschaffing van de vrijstelling kan bovendien leiden tot knelpunten, bijvoorbeeld als gevolg van bestaande arbeidsvoorwaardelijke kortingsregelingen. In ongeveer 60% van de gevallen kan de korting via de vrije ruimte worden voortgezet. Zijn er alternatieven overwogen? Zijn er mogelijkheden om tegemoet te komen aan de gesignaleerde knelpunten? Een heel specifiek puntje. In de horeca is een fooi een manier waarop een gast zijn waardering uitspreekt voor de goede service. Wie een paar euro extra achterlaat voor de medewerkers, doet dat met de bedoeling dat deze waardering bij hen terechtkomt en dus niet bij de Belastingdienst. Toch moet een fooi nu in de belastingheffing worden betrokken. Hier zijn allerlei regels voor, maar de VVD wil dit gewoon beter en makkelijker regelen. Wil de staatssecretaris dit ook? Kan dit bijvoorbeeld worden ondergebracht in de vrije ruimte van de werkkostenregeling?

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Goede vraag. Ik denk dat we bij de behandeling van het energiepakket — daarbij is deze motie toentertijd ingediend — op basis van het feit dat uit de evaluatie blijkt dat deze niet doelmatig en niet doeltreffend is, snel hebben gekozen voor een alternatieve invulling, gedragen door een meerderheid van deze Kamer. Door de snelheid waarmee we dat gedaan hebben — dat besef is er dus ook nu, ook bij mijn fractie — denk ik dat het een aantal branches en sectoren echt in de problemen brengt op het moment dat dit ook arbeidsrechtelijk ergens is vastgelegd en geregeld. Ik vind dat we daar nog een keer goed naar moeten kijken. Daarmee zeg ik niet dat ik het wil terugdraaien. We hebben die keuze bewust gemaakt. Mijn fractie is er ook echt voorstander van dat we met die gerichte vrijstelling, die niet doelmatig en niet doeltreffend is, de schuif naar de vrije ruimte gaan maken, dus dat we die beweging blijven maken. Daarom vraag ik ook aan de staatssecretaris: op welke manier kunnen we een deel van die sector dan toch tegemoetkomen, al is het met het faciliteren van een zachte landing? Ik ben op zoek naar de mogelijkheden daarvoor.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): In dit coalitieakkoord, waarin fors wordt geïnvesteerd in Defensie, in veiligheid, in economie et cetera, is gezocht naar een manier om de lasten eerlijk te verdelen. De keuze is in deze coalitie gemaakt om dat met de vrijheidsbijdrage te doen, waarbij een deel bij burgers en een deel bij bedrijven terecht is gekomen. De heer Oosterhuis is al uitgebreid ingegaan op een vergelijkbare vraag, namelijk hoe dan die 8 miljard tot stand komt. Ik denk dat het goed is als de staatssecretaris daar nog een keer op ingaat. Dat is een feit. Dat werkt door in deze periode. Daar loop ik ook niet voor weg. Ik bedoel: dat is wat het is. Tegelijkertijd zien we dat dit kabinet met de augustusbesluitvorming en ook met de aanvullende brief heeft geprobeerd in ieder geval op koopkracht een beeld neer te leggen dat evenwichtig is en dat uitlegbaar is. Die keuzes zijn gemaakt en daar staan wij achter.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): In dit coalitieakkoord is bewust de keuze gemaakt om de vrijheidsbijdrage deels bij bedrijven en deels bij burgers neer te leggen. Ik begrijp heel goed dat dat als gevolg van de manier waarop die keuze is gemaakt, door het verhogen van die Aof-premie, direct of indirect ook weer bij werkenden terechtkomt. Tegelijkertijd blijf ik ook verwijzen naar het koopkrachtbeeld, dat evenwichtig is en dat ondanks alles wat er aan de hand is in de wereld, de gestegen kosten, de energielasten et cetera, toch beperkt negatief is.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Als we deze discussie voeren, moeten we dat volgens mij in een wat bredere context doen. Dan moet het niet alleen gaan over de lasten op arbeid, maar over de hele belastingmix. Ik denk dat er in de Kamer breed gesproken wordt over en uitgekeken naar de bredere hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel. Daarbij kunnen we daadwerkelijk alles wat nu mede de oorzaak is van het feit dat werken niet of minder loont, uit het stelsel gaan halen. Dan gaat het om alle inkomensafhankelijke regelingen, om de toeslagen et cetera. Volgens mij ligt daar de echte oplossing, in plaats van bij het steeds maar opnieuw met elkaar discussiëren over de vraag waar we de rekening neerleggen. Uiteindelijk wil je dat de economie groeit, dat de belastingopbrengsten toenemen en dat we het op een eerlijke manier met elkaar verdelen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Dank voor deze vraag. Ik realiseer mij goed dat hoe harder je aan bepaalde knoppen draait, hoe ingewikkelder het wordt om straks naar een nieuw stelsel te bewegen. Vandaar dat ik zeg dat je dit in die bredere hervorming moet gaan wegen. Voor het coalitieakkoord, maar zeker ook voor de augustusbesluitvorming, was het voor ons relevant om ervoor te zorgen dat werkenden er niet meer op achteruitgaan dan bijvoorbeeld mensen met een uitkering wat betreft het koopkrachtbeeld. Dan is de arbeidskorting een van de knoppen waar je aan kunt draaien. Als het gaat om de stap en de beweging die het kabinet nog moet gaan maken wat betreft lasten op arbeid en ook wat betreft de vragen en de verzoeken vanuit deze Kamer, denk ik dat er nog een stap extra nodig is. Ik vind dat we allemaal, ook mijn fractie, open moeten staan voor ideeën en suggesties die door verschillende partijen worden ingebracht. Dat kan dan ook betekenen dat je de arbeidskorting niet of anders aanpast. Ik wil het ook gewoon op die manier gaan wegen en in die totaliteit van dat hele beeld meenemen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Voorzitter. Nederland heeft economische groei nodig om ook in de toekomst goede zorg, onderwijs, infrastructuur en veiligheid te kunnen betalen. De VVD wil structureel naar minimaal 1,5% groei. Het belastingstelsel moet daar ondersteunend aan zijn. Besluitvorming over fiscaliteit moet nadrukkelijker worden gekoppeld aan onze groeiagenda. Bij iedere fiscale regeling zou de vraag moeten zijn: hoe draagt dit bij aan een economie die groeit? In dit blok heb ik vier onderwerpen: innovatiebox, box 3, earningsstrippingmaatregel en aandelenopties. De innovatiebox wordt toegankelijker voor het mkb. Het bedrag waarover innovatieve mkb-bedrijven van de forfaitaire regeling kunnen profiteren, wordt verruimd van €25.000 naar €100.000. Daardoor kunnen meer belastingplichtigen gebruikmaken van de innovatiebox. De VVD staat voor een breder toegankelijke innovatiebox en een economie die groeit, in tegenstelling tot partijen die de innovatiebox juist willen versoberen. De doeltreffendheid van het forfaitaire regime zou verder kunnen worden verbeterd door een verlenging van het aantal jaren per kwalificerend activum waarvoor het forfait kan worden ingezet. De suggestie die vanuit de adviespraktijk wordt gedaan, is: aansluiten bij de periode die doorgaans geldt voor een vaststellingsovereenkomst, te weten vijf kalenderjaren. Graag een reactie van de staatssecretaris. Het kabinet is voorzichtig optimistisch over de uitkomst van de staatssteuntoets, omdat het voorgestelde forfait primair bedoeld is om innovatie bij het Nederlandse mkb te stimuleren, hetgeen weinig te maken heeft met schadelijke belastingconcurrentie. Hoe ziet het proces van informeel overleg eruit en wanneer kunnen ondernemers 100% zekerheid krijgen dat het voordeel niet wordt teruggevorderd? Het kabinet kiest voor de snelste route om zo veel mogelijk vermogen onder vermogenswinst te laten vallen. Op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 wordt een novelle ingediend. We gaan deze wet in november separaat behandelen. Ondertussen ligt er een Wet werkelijk rendement box 3, die is aangenomen in de Tweede Kamer. Bij de behandeling van die wet zijn een aantal moties aangenomen. Mij is niet duidelijk wat de stand van zaken is, met name ten aanzien van de volgende vier moties: de motie-Grinwis over het vastgoedbijtellingspercentage, mijn eigen motie ten aanzien van de tegenbewijsregeling voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken, de motie van collega Inge van Dijk over het onderzoek naar rendement op vakantiewoningen en de motie-Grinwis/Vermeer over de nadelen met betrekking tot de leegwaarderatio. Ik zou graag bij de schriftelijke beantwoording naar aanleiding van dit wetgevingsoverleg een uitgebreide reactie van het kabinet ontvangen over de uitvoering van deze moties. Het is belangrijk dat de investeringscapaciteit voor de woningbouw wordt vergroot. De aangekondigde ...

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Zeker voel ik die verantwoordelijkheid als rapporteur. Ik voel mij verantwoordelijk om namens de commissie voor Financiën datgene te doen wat nodig is om de wet op een ordentelijke en goede manier te behandelen. Tegelijkertijd realiseer ik me ook heel erg goed dat de tijdsspanne die ons nu gegeven is, erg kort is. Maar ik ben toch wel voorzichtig optimistisch over het advies van de Raad van State, omdat datgene wat het kabinet nu voorstelt, precies is wat de Raad van State adviseerde. Dat is namelijk bewegen naar een vermogenswinstbelasting en zorgen dat ons stelsel internationaal gezien in de pas gaat lopen. Volgens mij zitten er dus heel veel goede dingen in, die ook door de Raad van State positief ontvangen zullen worden. De uitvoering, met name door de Belastingdienst, en de handhaafbaarheid ervan. Daar heeft de heer Stultiens een punt en dat gaf hij ook al aan in zijn eerdere inbreng. Dat is inderdaad een uitdaging, maar wat mij betreft is het ook een politieke keuze over een politieke beweging. Wat is het ons waard dat we een beweging, die heel hard nodig is, nu eindelijk gaan maken? Die discussie moeten we, denk ik, voortzetten tijdens de behandeling van de wet.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik denk dat die verantwoordelijkheid heel breed gevoeld wordt. Tegelijkertijd is het aan iedere fractie om zelf af te wegen of de wet goed genoeg is om te behandelen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Daar heb je natuurlijk het hele pakket aan wetgeving voor nodig, inclusief het advies van de Raad van State en de uitvoeringstoets. Als ik het goed heb begrepen, komen die op 2 november naar de Kamer. Dat is het moment waarop ik dat ga bestuderen en met mijn fractie ga wegen of het goed genoeg is. Maar wij vinden het dus wel erg belangrijk dat we het tempo erin houden en dat de Kamer het lef heeft om het maximale te doen om een wens die breed is geuit en breed maatschappelijk en politiek gedragen wordt, namelijk om naar die vermogenswinstbelasting te gaan, voor elkaar te krijgen. We gaan onderweg ongetwijfeld obstakels tegenkomen. Ik heb ook begrepen dat er nog een wetsvoorstel naar de Kamer komt om het stelsel van de vermogenswinstbelasting helemaal goed in de wet te krijgen. Maar we moeten van de kant af! Volgens is mij dat wat we hier met elkaar moeten doen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik ga in eerste instantie de uitvoeringstoets van de Belastingdienst afwachten. Ik heb in de afgelopen jaren bij de behandeling van het Belastingplan en in de discussie over de uitvoeringstoetsen ook geleerd dat de ene rode vlag de andere niet is. Ook rode vlaggen worden onder druk vloeibaar. Het is heel raar om het zo te zeggen, maar dat was wel een beetje de afdronk van de behandeling van het vorige Belastingplan. Ik denk dat we die discussie heel goed met elkaar moeten voeren, ook als onderdeel van het wetgevingsoverleg dat gepland wordt.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Dank, voorzitter. Ik ben aangekomen bij de woningbouw. Het is belangrijk dat de investeringscapaciteit voor de woningbouw wordt vergroot. De aangekondigde verruiming van de earningsstrippingmaatregel heeft uiteraard onze steun, omdat het heel erg belangrijk is dat die er gaat komen, maar komt uitsluitend ten goede van woningbouwcorporaties. Voor het realiseren van voldoende betaalbare huurwoningen zijn ook private investeerders noodzakelijk. Zij worden ook geraakt door hoge rente, bouwkosten en de renteaftrekbeperking, terwijl zij niet beschikken over de gunstige financieringsmogelijkheden die corporaties via WSW-borging hebben. Aangezien deze maatregel afgelopen vrijdag met een nota van wijziging aan het Belastingplan 2027 is toegevoegd en er geen schriftelijk overleg heeft plaatsgevonden, voel ik mij genoodzaakt hier wat langer bij stil te staan en er meer vragen over te stellen. Voor de aangekondigde uitzondering van woningcorporaties kiest het kabinet voor een dubbele afbakening: alleen voor woningcorporaties en alleen voor diensten van algemeen economisch belang. De corporaties bezitten ongeveer 2,3 miljoen woningen, waarvan 2,1 miljoen woningen binnen DAEB vallen. Op termijn komen er ongeveer 130.000 middeldure huurwoningen bij, die nu nog niet onder DAEB vallen, in het kader van de herziening van het Vrijstellingsbesluit van de Europese Commissie. Juridisch zijn de begrippen "DAEB" en "gereguleerde huur" volstrekt verschillend, maar in de praktijk zien beide op de verhuur van sociale en straks middeldure huurwoningen. Door te kiezen voor het begrip "DAEB" vernauwt het kabinet zijn blik tot de corporatiesector. De private sector bezit ongeveer 400.000 huurwoningen, circa 35% van het totale bezit. Onbekend is hoeveel hiervan in de sociale en middeldure categorie vallen, maar voor de gehele sector is dit respectievelijk 43% en 27%. Met de invoering van de Wet betaalbare huur zal dit percentage sinds 2024 zijn veranderd, maar het gaat om ongeveer 290.000 woningen, ongeveer 12% van het aantal woningen van woningcorporaties dat op termijn baat heeft bij de uitzondering van de generieke renteaftrekbeperking. Heeft het kabinet overwogen om ook private vastgoedvennootschappen die sociale en middeldure huurwoningen bouwen uit te zonderen van de generieke renteaftrekbeperking? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom is hier dan uiteindelijk niet voor gekozen? Aan de keuze voor de uitzondering ligt volgens het kabinet de uitzonderingsmogelijkheid voor langlopende openbare infrastructuurprojecten in de Europese richtlijn ten grondslag. In het verleden is hier niet voor gekozen, omdat dan sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun. Maar gegeven de contextverandering van DAEB in Europa kiest het kabinet hier nu wel voor. Wel treedt de voorgestelde maatregel pas in werking nadat is vastgesteld dat geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Waarom is het kabinet van mening dat een duidelijke objectvrijstelling, zoals als langlopende openbare infrastructuurprojecten, kan worden beperkt tot woningcorporaties, waarmee het feitelijk een subjectvrijstelling wordt? Hoe zit het met het gelijkheidsbeginsel? Zou niet juist alle verhuur van sociale en straks middeldure huurwoningen onder de vrijstelling moeten vallen? Is het kabinet van mening dat de contextverandering van DAEB het risico van staatssteun vermindert, terwijl tegelijkertijd de verhuur van sociale en middeldure huurwoningen door private vastgoedvennootschappen niet als "DAEB" kwalificeert? Kiest het kabinet er hiermee niet juist voor om staatssteun uitsluitend aan woningbouwcorporaties te laten toekomen en creëert het hiermee niet juist een ongelijk speelveld? Klopt het dat de maatregel geen ruimte creëert voor woningcorporaties om de tot de invoering van de maatregel voortgewentelde rente op DAEB-activiteiten in te brengen op winst op die activiteiten ná invoering? Hoe kan dan het stuwmeer aan voortgewentelde rente ooit nog aftrekbaar worden? Voorzitter. Dan het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups. Hiermee wordt een nieuwe fiscale regeling voor aandelenopties voor werknemers van kwalificerende start-ups en scale-ups geïntroduceerd. De VVD is er trots op dat het nu eindelijk is gelukt om een aantrekkelijke fiscale regeling voor aandelenopties te introduceren. De motie-Van Eijk/Martens-America over een ruimhartige en investeringsvriendelijke fiscale regeling voor start-ups en scale-ups met oog voor liquiditeit van aandeelhouders, is goed uitgevoerd. Daar ben ik blij mee. Tegelijkertijd is de regeling complex en misschien te beperkt. Ik wil dat elke mogelijkheid wordt benut om de regeling eenvoudiger vorm te geven. Een te beperkte toepassing is een gemiste kans op een kans voor groei. In relatie tot dit wetsvoorstel heb ik opmerkingen en vragen over de definitie, het toetsingskader, staatssteun, de einderegeling, lucratief belang en inwerkingtreding. Ik sluit af met een suggestie voor een investeerdersregeling. Het kabinet kiest ervoor om de eigen definities van "start-up" en "scale-up" te hanteren. De Nederlandse definitie zoals in dit wetsvoorstel voorgesteld, zou beter aansluiten bij de praktijk, waarbij verschillende soorten start-ups en scale-ups, zoals op het gebied van software, deep tech en biotech, verschillende groeipaden hebben. Tot zover prima. Een grens aan omzet of medewerkers om te kunnen kwalificeren als start-up of scale-up kan ertoe leiden dat veelbelovende ondernemingen met innovatie- en groeipotentieel toch niet als start-up of scale-up zouden kunnen kwalificeren. Het laatstgenoemde risico is niet helemaal weg zolang wordt vastgehouden aan de mkb-definitie uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Graag een reactie van de staatssecretaris. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft een toetsingskader in ontwikkeling. Elk onderdeel wordt beoordeeld en meegenomen in een integraal oordeel op elk van de criteria. De VVD is van mening dat in het geval dat een onderneming een durfkapitaalinvestering heeft ontvangen, feitelijk door investeerders al is geoordeeld dat sprake is van schaalbaarheid. Kan deze toets als zelfstandig criterium in het toetsingskader worden opgenomen? Wij begrijpen dat het kabinet de invulling van de beoordeling van de criteria van het toetsingskader voor de plenaire behandeling aan de Kamer zal doen toekomen. Is de staatssecretaris bereid om hier representatieve positieve en negatieve voorbeelden aan toe te voegen? Voorzitter. Een paar opmerkingen en vragen over de regels over staatssteun. Het kabinet geeft aan dat de regeling mogelijk onder de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de de-minimisverordening kan worden gebracht. Voor de AGVV moet een onderneming voldoen aan de Europese mkb-definitie. Moet bij iedere afzonderlijke toekenning van aandelenopties opnieuw worden getoetst of een onderneming aan die voorwaarden voldoet? Wat betekent dit voor snelgroeiende scale-ups die gedurende de looptijd van de regeling op enig moment boven deze grenzen uitkomen? Ondernemingen in moeilijkheden vallen buiten de AGVV. Als gevolg hiervan kan een groep bedrijven geen gebruik maken van deze route. Juist start-ups kunnen in hun groeifase verlieslatend zijn zonder dat het toekomstperspectief slecht is. Hoe wordt voorkomen dat deze bedrijven buiten de boot vallen? De de-minimisverordening heeft ruimte voor maximaal €300.000 aan steun over een periode van drie jaar, maar hoe werkt dat concreet bij aandelenopties? Begrijp ik goed dat de berekeningsmethode wordt uitgewerkt in lagere regelgeving? Wanneer wordt deze gepubliceerd? Het is belangrijk dat ondernemers weten waar ze aan toe zijn. Het zou daarom enorm helpen als Europese goedkeuring van de gehele regeling wordt verkregen. Hoe gaat de staatssecretaris zich hier in Brussel actief voor inzetten? De VVD is tevreden met het feit dat de motie-Van Eijk over aansluiten bij wat internationaal gebruikelijk is bij uitdiensttreding van de werknemers, is uitgevoerd. De doelgroep bestaat voor een groot deel uit internationaal mobiele werknemers. We hebben gevraagd om cijfervoorbeelden bij emigratie. We kregen één voorbeeld terug: emigratie na uitoefening, verkoop na een waardedaling. Maar wat als het bedrijf na emigratie failliet gaat? Wat als iemand emigreert voor uitoefening, terwijl er dan nog geen euro vrijkomt? Hoe werkt het als iemand terugkeert naar Nederland? Is de staatssecretaris bereid om in de schriftelijke beantwoording enkele extra voorbeelden op te nemen en daarbij in te gaan op de situaties zoals hiervoor genoemd? Als de geldigheidsduur van de beschikking die door de RVO is afgegeven, verloopt, is niet langer sprake van een start-up of scale-up voor het doeleinde van de regeling. Voor zover werknemers of oud-werknemers van start-ups of scale-ups opties of daaruit verkregen aandelen houden waarover op dat moment nog geen heffing heeft plaatsgevonden, wordt teruggevallen op de bestaande regeling voor aandelenopties in de loonheffingen. De werknemer behoudt het fiscale voordeel voor de periode waarin er sprake was van een start-up of scale-up en dit voordeel wordt naar tijdsgelang toegekend. Dit lijkt me erg complex. De VVD is er dan ook voorstander van om dit aanvullende heffingsmoment niet in de wet op te nemen. Wordt dit nog heroverwogen of kan dit nog gedaan worden? En waarom wel of waarom niet? Aandelen of aandelenoptierechten in de start-up of scale-up die kwalificeren als lucratief belang, worden uitgesloten van de met het wetsvoorstel voorgestelde aandelenoptieregeling. Veel start-ups en scale-ups maken gebruik van durfkapitaal, waardoor kwalificatie als lucratief belang in de praktijk regelmatig aan de orde zal zijn. Door de dynamische toets in de lucratiefbelangregeling kan een latere instap van de durfkapitaalinvesteerder ertoe leiden dat de aandelen en daarmee de onderliggende werknemersopties pas na toekenning als lucratief belang worden aangemerkt. Zijn er mogelijkheden om voorkoming van misbruik gerichter vorm te geven? De VVD is voorstander van een regel waarbij toegekende werknemersopties de faciliteit niet verliezen door latere kapitaalstructuurwijzigingen waarop werknemers geen invloed hebben. Graag een reactie van de staatssecretaris. Het kabinet beoogt dat de voorgestelde tegemoetkomingen voor de loonbelasting in box 1 met betrekking tot aan werknemers van start-ups en scale-ups verstrekte aandelenoptierechten en daaruit verkregen aandelen met ingang van 1 januari 2027 in werking treden. De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Wat is er nodig om die datum van 1 januari 2027 te halen? Ten slotte op dit punt, voorzitter. Wat nog ontbreekt in het instrumentarium voor fiscale stimulering van start-ups en scale-ups, is een prikkel voor vroegefase-investeringen door vrienden, familie en fools. In het rondetafelgesprek is hier uitgebreid over gesproken. Dit naar voorbeeld van het Britse EIS en SEIS. De Kamer vroeg hier al eerder om. De motie-Dassen/Martens-America verzoekt de regering om varianten van zo'n regeling uit te werken. De Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups biedt daarvoor aanknopingspunten. De wet stimuleert nu alleen de werknemerskant. Voor de investeerder, die als eerste risico loopt, is er geen prikkel zoals een inlegkorting of verliesverrekening. Dat is de kern van EIS/SEIS. In de memorie van toelichting zelf staat dat investeringen in een vroege fase risicovol en illiquide zijn. Daarin wordt het Verenigd Koninkrijk als benchmark genomen. De RVO-beschikking voor start-ups en scale-ups kan ook dienen als kwalificatie voor een investeerdersregeling. Het kabinet onderzoekt volgend jaar een regeling voor indirecte investeringen via fondsen. Directe angelinvesteringen zouden daar logisch op aansluiten. Hoe en wanneer wordt echt invulling gegeven aan de eerdergenoemde motie-Dassen/Martens-America? Kan het onderzoek naar investeringen via fondsen uitgebreid worden met directe angelinvesteringen? Voorzitter. Nederland kan zijn fiscale beleid niet los zien van de landen om ons heen. Een groot deel van onze welvaart wordt over de grens verdiend. Bij internationale belastingregels moet het uitgangspunt zijn dat afspraken zo veel mogelijk internationaal worden gemaakt en dat Nederland niet onnodig nationale koppen toevoegt. In dit blok heb ik het over twee onderwerpen: het Side-by-Sidepakket en de valutaresultaten op afdekkingsinstrumenten. Op 5 januari jongstleden is er internationaal een akkoord bereikt over het "Pillar Two"-Side-By-Sidepakket. De Wet veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024 voert dit pakket door in de Nederlandse wet. Tijdige implementatie draagt bij aan consistente toepassing van de regels over de minimumbelasting: helemaal eens. Het uitgangspunt daarbij moet wel zijn dat internationale belastingafspraken worden gemaakt zonder nationale koppen en voor een gelijk speelveld. Daar wringt het toch een beetje bij het zogenoemde Side-by-Sidepakket. Met dit wetsvoorstel wordt de inkomen-inclusiebijheffing voor Amerikaanse concerns met terugwerkende kracht uitgeschakeld, terwijl Nederlandse en andere Europese concerns die heffing wel moeten blijven betalen. De vraag is dan ook: hoe gelijk is het internationale speelveld? We hebben het kabinet gevraagd om een rekenvoorbeeld waarin een Nederlands en een vergelijkbaar Amerikaans concern allebei een laag belaste dochteronderneming hebben in een land zonder binnenlandse bijheffing. Het kabinet erkent dat de belastinguitkomst kan verschillen, maar geeft geen voorbeeld. Kan dit alsnog worden gegeven? Landen kunnen ook in '27 en '28 nog verzoeken om als kwalificerend Side-by-Sideregime te worden aangemerkt. Brazilië en Colombia lijken zo'n verzoek al te hebben ingediend. Ook andere grote economieën kunnen mogelijk volgen. Dat kan gevolgen hebben voor de Nederlandse belastingopbrengsten en voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. Het kabinet heeft bijvoorbeeld aangegeven dat kwalificatie van China nog eens 50 miljoen euro aan belastingopbrengsten kan kosten. Kan de staatssecretaris voor deze drie landen per land aangeven welk deel van de huidige en geraamde Nederlandse opbrengst van de minimumbelasting afkomstig is van concerns uit die landen en wat de gevolgen voor die opbrengst zijn als die landen zouden kwalificeren? Met de nieuwe veiligehavenregel kunnen bepaalde fiscale stimuleringsmaatregelen buiten de berekening van de minimumbelasting blijven. Voor Nederland kwalificeren onder andere EIA, MIA en KIA, maar de innovatiebox kwalificeert niet. Dat geldt ook voor het tonnageregime. Het kabinet stelt dat de innovatiebox niet kwalificeert als uitgavengerelateerde stimuleringsmaatregel, omdat het fiscale voordeel hoger kan zijn dan de gemaakte innovatiekosten. Maar in de memorie van toelichting ontbreekt een afzonderlijke analyse waaruit blijkt of de innovatiebox mogelijk wel als productiegerelateerde stimuleringsmaatregel kan kwalificeren. Kan de staatssecretaris toelichten waarom die mogelijkheid niet afzonderlijk is onderzocht? Is het mogelijk om te onderzoeken of de innovatiebox langs die route onder de veiligehavenregel kan vallen? De bereidheid van het kabinet om breder te kijken naar de toekomst van ons fiscale innovatie-instrumentarium wordt gewaardeerd. Wanneer gaat het kabinet deze analyse uitvoeren? Wanneer kan de Kamer concrete voorstellen verwachten? Kan hier ook de voorgestelde Europese R&D-aftrek bij worden betrokken, zodat Nederland optimaal gebruik kan maken van de ruimte die de internationale regels bieden? Het kabinet stelt voor de …

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik ben absoluut voorstander van het in stand houden van deze minimumbelasting, omdat deze afspraken internationaal gezien op draagvlak kunnen rekenen en ook het meest effectief zijn om belastingontwijking tegen te gaan. Tegelijkertijd hebben we te maken met een aantal hele grote economieën, die ook hun eigen belastingstelsels hebben. Ik denk dat het goed is dat je met elkaar het gesprek blijft voeren over de invulling daarvan. Ik maak me wel zorgen om de beweging die nu wordt gemaakt om in dit geval heel specifiek de Verenigde Staten tegemoet te komen. Daarmee raken we dus ook een deel van onze belastingopbrengsten kwijt. Ik denk dat we daar kritisch op moeten zijn. We hebben ook een aantal wetenschappelijke factsheets gekregen die best wel wat vraagtekens zetten bij de manier waarop deze besluitvorming tot stand is gekomen. Mijn afdronk daarvan was: we zijn als Kamer feitelijk geconfronteerd met een afspraak die ergens is gemaakt, we zetten dat netjes in de wet en daar moeten we het dan ook wel mee doen. Ik ben vooral op zoek naar een manier waarop we in de toekomst ook als Kamer beter in de positie kunnen worden gebracht om hier op voorhand iets over mee te geven richting een kabinet, een staatssecretaris, een minister of wie dan ook, om te voorkomen dat dat wat op het eerste oog een heel effectief instrument zou moeten zijn, verder afkalft.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Dit vind ik iets te makkelijk. In dit geval zijn we min of meer geconfronteerd met een richtlijn en een implementatie in wet- en regelgeving die ook budgettaire consequenties hebben. Als je dit bij herhaling blijft doen, dan leg je ook wel iedere keer weer de rekening bij die groep neer. Tegelijkertijd hoor ik wat de heer Stultiens zegt. Door het niet specifiek in de vennootschapsbelasting op te lossen, want daar gaat het in dit geval over, verdeel je de rekening feitelijk over iedereen en alles. Dat zijn niet alleen maar lasten op arbeid. Ik bedoel, de opbrengst van de vennootschapsbelasting is ook fors en wordt daar ook mee gedekt. Deze keuze is gemaakt en ik snap waarom die is gemaakt. Als je deze nog een keer heel goed doordenkt, zou je daar ook met een andere blik naar kunnen kijken. Dat is wat ik er op dit moment over wil zeggen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Tegelijkertijd is het praktisch onuitvoerbaar om de rekening heel gericht weer neer te leggen bij de groep die ook de minimumbelasting nu opbrengt, dus het wordt per definitie een ongerichte maatregel. De vraag is alleen waar je die neerlegt.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik was gekomen bij het valuta-afdekkingsinstrument en het voorstel van het kabinet om de fiscale behandeling daarop aan te passen. Zoals eerder aangegeven — we hebben er vorig jaar ook al uitgebreid over gediscussieerd bij het Belastingplan — zijn wij hier geen voorstander van. Het voorstel mist economische basis, verhoogt administratieve lasten en leidt tot uitvoeringsproblemen. Daarnaast schaadt de maatregel het Nederlandse vestigingsklimaat voor internationaal opererende bedrijven die reële valutarisico's op buitenlandse deelnemingen afdekken. Ziet de staatssecretaris alsnog kans, ondanks dat ik weet dat hij heel veel inspanningen heeft geleverd om te komen tot een hele gerichte maatregel en een oplossing, om met die multinationals en die grootbanken die het betreft in gesprek te blijven en om goed te monitoren wat de daadwerkelijke effecten hiervan zijn? Dan ben ik bij het belastingstelsel en de regeldruk. Het belastingstelsel is in de loop der jaren steeds ingewikkelder geworden. Wanneer een fiscale regeling wordt afgeschaft en de volledige opbrengst in de schatkist verdwijnt, ervaart een burger of een ondernemer dat niet als vereenvoudiging, maar als een belastingverhoging. Nieuwe fiscale regelingen kunnen op hun beurt weer extra regeldruk veroorzaken. In dit blok heb ik drie onderwerpen: de aftrek specifieke zorgkosten, de pseudo-eindheffing en investeringsregelingen. In 2022 is een negatieve evaluatie …

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): In het coalitieakkoord is vastgelegd dat we, als het gaat om ondernemersregelingen, moeten kijken naar een robuustere en eenvoudigere regeling. We hebben dat ook al eerder in deze Kamer uitgesproken. Wat mij betreft kunnen we dan ook in de volle breedte kijken naar de fiscale regelingen die we hebben en moeten we met elkaar nog een keer goed doorakkeren met welk doel die ooit zijn opgezet en wat je op een effectievere en efficiëntere manier bij diezelfde groep terecht zou kunnen laten komen. Daarbij is eerder genoemd — ik ben even kwijt wie het precies noemde — dat je niet zozeer het zijn van ondernemer, maar de activiteiten die je als ondernemer verricht, meer centraal stelt. Als je het hebt over ons belasting- en toeslagenstelsel, zou je graag die beweging met elkaar gaan maken. Er zijn heel veel regelingen. Maar nu pakken we er iedere keer een paar uit, waarna dat geld wordt ingezet om een gat te dichten of iets anders mogelijk te maken, waardoor de omvang van hoe je ernaar kan kijken, zal ik maar zeggen, steeds smaller wordt. Ik zou ervoor willen waken dat we dat de aankomende jaren blijven doen. Maar in de bredere discussie over de hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel moeten we ook nog eens goed met elkaar doorpraten over welke bewegingen we willen maken, welke regelingen daar onderdeel van uitmaken en wat de gewenste uitkomst daarvan zou zijn.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik wil heel graag dat gesprek volgend jaar verder met elkaar voeren, waarbij de inkomstenbelasting en toeslagen wel absolute prioriteit hebben als je het over de hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel hebt. Ik denk dat dat al heel erg veel van ons gaat vragen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Een van de rapporten die volgens mij alweer bijna twee jaar geleden is opgeleverd, gaf heel mooi in clusters — zo noem ik het maar even — en bepaalde thema's aan hoe je daarnaar kan kijken. Ik zou graag in die breedte de discussie met elkaar willen voeren, want ik denk dat we gewoon vastlopen met elkaar als we iedere keer een of twee hele specifieke maatregelen eruit halen en die proberen aan te passen, te versoberen of wat dan ook. Volgens mij moet je daar dus veel breder naar kijken, waarbij er gewoon kansen liggen om ergens een schuif te maken zodat lasten op arbeid ook daadwerkelijk omlaag kunnen. Een van de discussies die we twee jaar geleden hebben gehad, ging over het uniformeren van het btw-tarief. Er is toen ook een aanzet gemaakt om te kijken hoe je dat in stapjes toch eenvoudiger kunt maken, maar ook om middelen vrij te spelen om lasten op arbeid te verlagen. Nou, met die open houding wil ik daar heel graag naar kijken.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik wil voorkomen dat we iedere keer een specifieke regeling eruit trekken en daar met elkaar de discussie over hebben, waarbij er altijd een achterban, groep, sector of branche is die zich daartegen verzet. Volgens mij moet je die discussie dus veel breder voeren, waarbij er ook ruimte moet zijn voor partijpolitieke standpunten over regelingen waarbij we niet gewend zijn om die af te bouwen of te versoberen. Dat is ook gewoon wat het is, maar volgens mij blijft er genoeg over om met elkaar over te spreken en elkaar op te vinden.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik denk dat de tijd veel te kort is om dat goed en zorgvuldig te doen, temeer omdat ik inmiddels heb geleerd dat je een fiscale regeling niet van het ene op het andere moment kunt afschaffen. Dat kan het systeem gewoon niet aan, dus we blijven er vooralsnog nog een paar jaar in zitten. Ik denk dat we in alle rust beslissingen daarover moeten gaan nemen, en niet onder druk van de politiek die we nu voelen om ergens op uit te komen. Volgens mij moet dat veel zorgvuldiger en grondiger gebeuren. Als we daar begin volgend jaar mee starten, hebben we mooi een halfjaar de tijd om daar met elkaar beweging in te krijgen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik was aangekomen bij de aftrek van specifieke zorgkosten en de negatieve evaluatie uit 2022. De motie-Bikker c.s. roept op om mogelijkheden binnen en buiten de fiscale regeling opnieuw te verkennen om mensen met een chronische ziekte of beperking te helpen. Hoe ziet dit proces eruit en wat betekent dit voor de begrotingen van 2027 en later? Het voorstel zit namelijk nog altijd in het Belastingplan. De budgettaire opbrengsten staan ook in de boeken. Vanaf 1 januari 2027 gaan werkgevers 12% over de cataloguswaarde betalen wanneer zij een fossiele personenauto ook voor privégebruik ter beschikking stellen aan werknemers. De VVD ziet dat het kabinet met dit wetsvoorstel een aantal eerdere knelpunten oplost. Dat zijn belangrijke verbeteringen. Maar vanuit de autobranche krijgen wij nog altijd signalen over de uitvoerbaarheid, de administratieve lasten en de gevolgen voor het mkb. De pseudo-eindheffing is bedoeld om werkgevers te stimuleren bij de keuze voor een zakelijke auto vaker voor elektrisch rijden te kiezen. Bij tijdelijk vervoer, zoals een vervangende auto tijdens reparatie of onderhoud, is er vaak helemaal geen sprake van een bewuste keuze bij de werkgever. Daar komt bij dat autobedrijven en verhuurbedrijven straks nauwkeurig moeten administreren welke auto aan welke klant wordt meegegeven, hoelang die auto wordt gebruikt en of er sprake is van eerdere verhuur aan dezelfde klant. Is een veel eenvoudigere benadering niet mogelijk, zoals het beperken van de pseudo-eindheffing tot de reguliere, vaste terbeschikkingstelling van een auto aan een werknemer? Kleine mkb-ondernemingen kunnen onevenredig hard geraakt worden. Is de staatssecretaris bereid alsnog een mkb-toets uit te voeren op de praktische uitwerking van deze regeling? Is een gerichte uitzondering of vereenvoudiging voor kleine werkgevers, zoals bedrijven met maximaal 25 werknemers, mogelijk en uitvoerbaar?

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Wij hebben de motie-Bikker overigens ook gesteund. We zagen ook dat je niet iets kunt afschaffen zonder bekend te maken welk alternatief of welke tegemoetkoming daarvoor in de plaats komt. Ik denk dat dat een goede beweging is. Ik heb ook begrepen dat minister Hermans samen met staatssecretaris Eerenberg volop gesprekken aan het voeren is om te kijken hoe en op welke manier hier invulling aan gegeven moet worden. Het was dus een beetje een procesvraag: het staat er nog, dus hoe gaan we daar mee om; wat moeten we hier nu mee doen als Kamer? Ik vind het belangrijk dat de mensen die zich hier zorgen over maken, weten waar zij aan toe zijn. Aan de andere kant: zolang er niet iets anders voor in de plaats is gekomen, blijft het onduidelijk en onzeker. Het staat in de wet en in de boeken, maar wat betekent dat nou precies? Dat wil ik gewoon weten. Volgens mij bestaat er Kamerbreed de opvatting dat dit anders moet. Het is mij nog niet helder of je die mensen dan heel gericht kunt helpen door deze aftrekpost erin te laten staan en aan te passen, of dat er iets anders voor in de plaats moet komen. Ik heb daar nog geen antwoorden op gehad.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik ben het met de heer Stultiens eens dat het erg kort dag is.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Dit raakt ook aan het stapelen van allerlei lastenverzwaringen en regelingen die bij een bepaalde groep mensen terechtkomen. Volgens mij is daar al naar gekeken. Dit is er zo eentje die gewoon doorwerkt. Bij het vormgeven van deze tegemoetkoming moet je ook de effecten van het afschaffen van zo'n aftrekpost meenemen. Ik ben het met mevrouw Beckerman eens, maar ik heb nog niet het antwoord op de vraag hoe we het precies zouden moeten doen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): De gewenste volgorde is inmiddels een gepasseerd station. Op het moment dat je zo'n maatregel opneemt, hoop je dat je ook de uitwerking hebt en dat je degenen hebt gevonden die er uitvoering aan kunnen geven; in dit geval zijn dat de gemeentes. Er is gebleken dat dat niet het geval is. Volgens mij moeten we met z'n allen even terugstappen en opnieuw kijken naar wat hier aan de hand is. Mijn analyse daarvan is dat een deel van het geld dat voor die groep mensen bedoeld is, niet bij die mensen terechtkomt. Hoe kunnen we dat beter en anders doen? Die vraag is volgens mij tot op de dag van vandaag niet beantwoord. Ik wacht de antwoorden van het kabinet af op de vragen die bijna iedere fractie over dit specifieke punt heeft gesteld, om daarna te kunnen afwegen wat we hiermee moeten doen. Hopelijk komt het kabinet zelf met een voorstel dat door de Kamer gedragen wordt.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik ga daar een standpunt over bepalen zodra we een antwoord hebben gehad van de staatssecretaris. Daar ga ik niet op vooruitlopen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): We hebben de pseudo-eindheffing vorig jaar bij het Belastingplan behandeld. Er zijn verschillende moties aangenomen. Ik zie dat het kabinet een beweging heeft gemaakt om een aantal knelpunten die door de praktijk wordt ervaren, op te lossen. Ik denk dat dat goed is. Tegelijkertijd zijn er nog wel een aantal vragen. De pseudo-eindheffing zelf is geen budgettaire maatregel in het kader van het Belastingplan. Ze vindt er haar uitwerking. Het is dus een maatregel om ervoor te zorgen dat de mobiliteitsdoelen worden gehaald. Daar staan wij achter. Dat moet gebeuren. Ik zoek vooral naar hoe we de sector hier zo goed mogelijk mee kunnen laten werken.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Het doel is elektrificatie van het wagenpark. Deze maatregel draagt daaraan bij, ook aan het halen van de klimaatdoelen. Daar hebben wij ons aan gecommitteerd.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik ben bij de investeringsregelingen. Het is positief dat het kabinet de fiscale ondersteuning voor duurzame investeringen verruimt. We hadden graag gezien dat de MIA en VAMIL al eerder waren samengebracht in een robuuste investeringsregeling. Kan de staatssecretaris iets zeggen over het tijdspad? Vanuit de agrarische sector wordt de oproep gedaan om de MIA en VAMIL beter toepasbaar te maken, zodat jonge boeren ruimte hebben om duurzame investeringen te doen en winst opnieuw in het bedrijf te investeren. In de praktijk sluiten de milieulijst, voorwaarden en termijnen niet altijd aan bij de investeringsbehoefte en de lange voorbereiding van agrarische investeringen. Graag een reactie van de staatssecretaris. Voorzitter. Ik sluit af met een blokje overig. Dat mag altijd, geloof ik. Hierin heb ik nog drie onderwerpen: bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteit, pensioen in eigen beheer en vererfd aanmerkelijk belang. De VVD steunt het aanpassen van de bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteit aan het Europees recht na het arrest van de Hoge Raad van februari. Maar met het bewijsvermoeden verdwijnt ook de mogelijkheid om vooraf zekerheid te krijgen over een verkoop binnen drie jaar. Wie op het moment van de fusie al weet dat hij gaat verkopen, kan nog een beschikking vragen, maar in de praktijk gaat het vaak anders. De koper meldt zich pas later. Dan rest alleen vooroverleg, maar de inspecteur is niet verplicht dat te voeren en tegen de uitkomst staat geen bezwaar open. Bij een herstructurering met grote belangen is dat een wezenlijke achteruitgang in rechtszekerheid. Daar komt bij dat de inspecteur nu een begin van een bewijs moet leveren. Wat dat is, zegt het kabinet niet. Het antwoordt alleen dat het afhangt van de feiten en omstandigheden, en dat een vervreemding binnen drie jaar wordt meegewogen. Kan de staatssecretaris bevestigen dat een vervreemding binnen drie jaar op zichzelf geen begin van bewijs vormt, en is hij bereid in beleid te verduidelijken welke omstandigheden dat dan wij doen? In 2017 is besloten om het pensioen in eigen beheer uit te faseren. Ondernemers konden destijds kiezen voor afkoop, omzetting in een oudedagsverplichting, de zogenoemde ODV, of het voortzetten van de bestaande pensioenrechten. Inmiddels zien we dat die laatste groep in de praktijk tegen probleem oploopt. De wetgever ging er destijds van uit dat deze ondernemers hun pensioen konden onderbrengen bij een professionele pensioenuitvoerder. In de praktijk blijken daarvoor nauwelijks passende producten beschikbaar. Het gevolg is dat ondernemers hun pensioen-bv niet kunnen beëindigen en blijven zitten met administratieve lasten, fiscale risico's en hoge advieskosten. Ook bij echtscheidingen leidt het pensioen in eigen beheer tot discussies over de fiscale en commerciële waarde van de pensioenrechten. De vraag is of we ondernemers die destijds een volstrekt legitieme keuze hebben gemaakt, niet alsnog een praktische uitweg moeten bieden. Een mogelijkheid is om de ODV-route opnieuw open te stellen. Die route heeft immers bestaan tussen 2017 en 2019. Kan de staatssecretaris aangeven hoe hij aankijkt tegen het opnieuw openstellen van de mogelijkheid om pensioen in eigen beheer fiscaal geruisloos om te zetten in een oudedagsverplichting? Met de Wet toekomst pensioenen wordt het Nederlandse pensioenstelsel ingrijpend vernieuwd. Misschien is dit het moment om de resterende knelpunten van het oude pensioen in eigen beheer op te lossen. Voorzitter, ten slotte de faciliteit voor vererfd aanmerkelijk belang. De faciliteit gaat niet meer gelden voor het fictief regulier voordeel. Voor de erfgenaam die na het overlijden zelf extra bij de vennootschap leent, kunnen wij die keuze volgen. Maar er is ook de erfgenaam die de schuld simpelweg erft. Die heeft niets geleend. De Wet excessief lenen wil mensen ervan weerhouden te veel te lenen bij hun eigen bv, maar deze erfgenaam krijgt de schuld via het erfrecht in zijn schoot geworpen, vaak midden in een periode van rouw en afwikkeling. Het kabinet zegt dat er geen sprake is van overkill, omdat de schuld nu eenmaal van de erfgenaam is geworden. Juridisch klopt dat. Maar redelijk is het niet als iemand direct wordt afgerekend op een schuld die hij zelf niet is aangegaan. Is de staatssecretaris bereid deze erfgenamen een redelijke termijn te geven om de geërfde schuld af te lossen of terug te brengen, voordat het fictief regulier voordeel in aanmerking wordt genomen? Dat was 'm, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik ga die vraag nu niet beantwoorden. We hebben bij de Algemene Politieke Beschouwingen, bij de Algemene Financiële Beschouwingen en ook nu weer bij de behandeling van het Belastingplan heel veel met elkaar gewisseld en er volgen hierna nog een aantal sprekers. Wat het kabinet heeft gedaan, is dat het in ieder geval heeft geluisterd naar de inbreng van heel veel partijen. Dat zagen we terug in de augustusbesluitvorming en dat zagen we ook terug in de brief van 29 september jongstleden. Maar we zijn er nog niet. Er zal dus nog verder gezocht moeten worden naar steun. Ik ga ervan uit dat het kabinet dat doet door een vervolg te geven aan de gesprekken die het eerder heeft gevoerd. Ook wij als Tweede Kamer — dan kom ik tegemoet aan de heer Grinwis — moeten ons werk gewoon doen, als parlement zijnde. Volgens mij hebben we dat ook in eerdere jaren gedaan. Ik herinner me van vorig jaar nog de discussie over de buffelboete. Daarbij hadden we uiteindelijk een breedgedragen amendement als Kamer om nog iets te repareren. Ik ben hoopvol dat we, mocht het kabinet niet met de juiste voorstellen komen die op die brede meerderheid kunnen rekenen, als Kamer in staat zijn om elkaar te vinden en te kijken wat we van elkaar nodig hebben. Tegelijkertijd moet hetgeen dan op tafel wordt gelegd, wat wordt gevraagd, of dat nou door partijen van links of van rechts komt, wel redelijk en overzichtelijk zijn, en moet eraan tegemoet gekomen kunnen worden. Mijn fractie gaat er op die manier naar kijken.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Het al of niet kunnen halen van een meerderheid voor het Belastingplan is ook afhankelijk van hoe oppositiepartijen zich opstellen, wat zij vragen en welke suggesties en ideeën zij aandragen. Daar gaat mijn fractie naar kijken.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik val in herhaling. De gesprekken gaan de aankomende weken vanuit het kabinet, maar zeker ook in deze Kamer, voortgezet worden. Het hangt echt af van wat alle partijen op tafel leggen welke meerderheden er gevonden kunnen gaan worden.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): We hebben met elkaar die klimaatdoelen afgesproken. Daar houdt ook de VVD zich aan. Dit is een maatregel in het cluster rondom mobiliteit. De Kamer heeft er vorig jaar in meerderheid toe besloten om die pseudo-eindheffing in te voeren. In dit Belastingplan ben ik ernaar op zoek waar we de regeling eenvoudiger kunnen maken, zodat die ook voor werkgevers goed uitvoerbaar is, en het in die zin ook een prikkel is om door te gaan met de elektrificatie van het wagenpark.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Waarbij de werkgever ook met de pseudo-eindheffing nog altijd de keuze heeft om aan zijn werknemer een fossiele of een elektrische auto ter beschikking te stellen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik kijk uit naar ieder wijzigingsvoorstel dat de heer Grinwis opnieuw gaat indienen over de youngtimerregeling!

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Spreekbeurt

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik ben overvraagd over de termijn. Als de staatssecretaris daar in zijn termijn op kan reageren, dan hebben we, denk ik, allebei het beste antwoord gekregen.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Interruptie

Mevrouw Van Eijk (VVD): Misschien raakt de heer Vermeer hiermee ook wel de kern van het vraagstuk dat voorligt, want de mensen met hogere inkomens kunnen die kosten voorschieten, en dus maken. Mensen met lagere inkomens kunnen die kosten niet eens maken; die hebben het geld daar niet voor, want ze krijgen dat geld pas anderhalf of twee jaar later terug. Dat maakt deze regeling zo ondoelmatig en ondoeltreffend, dus we moeten echt op zoek naar iets beters. Los daarvan is het natuurlijk nuttig om te weten hoe het in elkaar steekt. Maar ik denk echt dat we hier iets mee moeten, want zoals het nu werkt, werkt het dus gewoon niet en bereiken we heel veel mensen niet. Is de heer Vermeer dat met me eens?

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Interruptie

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ja, over drie onderwerpen terug. Over de fiscale investeringsreserve is inderdaad die motie ingediend. De heer Stoffer heeft er ongetwijfeld over nagedacht, en anders zijn collega Flach wel, maar zijn er mogelijkheden om aan te sluiten bij bestaande instrumenten, dus regelingen die we al hebben of die we hebben gehad? Dat is namelijk een stuk makkelijker, denk ik, om het op te pakken en versneld te kunnen invoeren.

Bron, video en gesprek →
12 okt 2026 · Interruptie

Mevrouw Van Eijk (VVD): Dan het tweede punt. Dat gaat over de pseudo-eindheffing. Dat is al door meerdere fracties ingebracht. Volgens mij beginnen er allerlei varianten te ontstaan op het al dan niet aanpassen van die heffing. Dat lijkt me nogal gevaarlijk, want dan heb je altijd het risico dat het het uiteindelijk allemaal net niet is. Ik heb zelf de vraag gesteld of we niet naar een stelsel toe moeten waarin de heffing alleen wordt toegepast bij permanent ter beschikking gestelde auto's, dus om überhaupt al die uitzonderingen voor vervangend vervoer, korte verhuur et cetera er maar gewoon eens uit te laten. Hoe kijkt de heer Stoffer daarnaar?

Bron, video en gesprek →