KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 14 jan 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) (36711)

Brontekst

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Contant geld en betalingen met contant geld aan de kassa zijn in de afgelopen decennia, en misschien ook al wel daarvoor, afgenomen. Tegelijkertijd zien we dat het aandeel van contant geld in ons betalingsverkeer sinds 2020 eigenlijk stabiliseert, en is de verwachting ook nog steeds dat grote groepen in onze samenleving gebruik zullen blijven maken van contant geld. Te denken valt aan groepen zoals ouderen en mensen die misschien anderszins liever hun huishoudboekje goed op orde houden door met contant geld te betalen. Tegelijkertijd is contant geld ook nog steeds onze enige terugvaloptie voor het geval dat onze andere betalingssystemen ermee ophouden. Er zijn nog steeds best veel groepen die gebruik maken van contant geld in onze samenleving en uit onderzoek blijkt dat dat er ook veel blijven. Zowel vanwege die specifieke groepen als vanwege het feit dat het onze enige terugvaloptie is wanneer het andere betalingsverkeer stilvalt, blijft dat contante geld een cruciale rol spelen in ons betalingsverkeer. Daarom is het goed dat we vandaag die Wet chartaal betalingsverkeer bespreken, over contant geld. Die wet bevordert eigenlijk drie dingen. Ten eerste is dat de betaalbaarheid van contant geld, ten tweede is dat de bereikbaarheid en ten derde is dat de continuïteit, zou je kunnen zeggen. Ik denk dat er goede elementen zitten in de voorliggende wet. Ik denk ook dat een aantal dingen nog beter kunnen. Ik wil graag op een viertal punten ingaan. In de eerste plaats ga ik het hebben over de betaalbaarheid voor particulieren, voor goede doelen en natuurlijk voor ondernemers. In de tweede plaats wil ik even stilstaan bij de bereikbaarheid van bijvoorbeeld de pinautomaten. In de derde plaats ga ik het hebben over het geldtransport en de dienstverlening daaromtrent, omdat ik me grote zorgen maak over het feit dat dit eigenlijk in handen is van één aanbieder. Dat is natuurlijk bijzonder kwetsbaar. Tot slot zal ik nog enkele overige opmerkingen maken. Maar eerst de betaalbaarheid. Bij betaalbaarheid hebben we het erover dat je als consument gewoon gratis kan pinnen en geld uit de muur kan halen. Het was een van mijn voorgangers, de heer Nijboer, die daarover met veel steun uit de Kamer een motie indiende. In de memorie van toelichting wordt er ook aan gerefereerd dat deze wet daarop voortborduurt en dat bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgelegd dat er een zogenaamd nultarief gaat gelden voor particulieren, wat dus inhoudt dat zij gratis geld uit de muur kunnen halen. Dat lijkt mij heel goed. Tegelijkertijd denk ik: als we dit zo belangrijk vinden met z'n allen, waarom zouden we het dan niet gewoon regelen in de wet zelf in plaats van in lagere regelgeving? Daartoe ligt er ook een amendement voor van onder andere de SGP en de ChristenUnie, dat ik medeonderteken. Dat amendement regelt ook dat goede doelen met een anbistatus gratis geld kunnen storten. Dat lijkt mij ook een hele logische, want goede doelen dienen — het woord zegt het al — een goed doel. Het zou zonde zijn als zij een deel van hun opbrengsten kwijt zouden zijn aan stortingskosten. Het lijkt me dus goed om voor hen een nultarief in te stellen. Dat regelt het amendement dus óók. Voorzitter. Tot slot wil ik het in dit blokje over betaalbaarheid hebben over de betaalbaarheid voor ondernemers. Aan de ene kant hebben we zo meteen namelijk nog steeds een acceptatieplicht voor contant geld. Ik ga er even van uit dat die overeind blijft. Dat lijkt mij ook zeer verstandig. Tegelijkertijd moet je je wel rekenschap geven van de kosten die dat voor ondernemers met zich meebrengt; die moeten redelijk zijn. We lezen in de memorie van toelichting en in de beantwoording van de schriftelijke ronde dat ook in lagere regelgeving wederom per algemene maatregel van bestuur geregeld wordt dat er voor kleine ondernemers "in principe redelijke tarieven" moeten gelden voor het storten van geld. Ik zou daar wel meer toelichting op willen van de minister. Wat is redelijk? Hoe zorgen we ervoor dat dat ook redelijk blijft? Kan dat in de toekomst ineens onredelijk worden, ja of nee? Hoe zorgen we ervoor dat kleine ondernemers niet voor hoge kosten komen te staan als het gaat om het storten van geld? Voorzitter. Dan de bereikbaarheid van onze welbekende pinautomaten. Er geldt op dit moment een bereikbaarheidsnorm van 5 kilometer. Dat is afgesproken in het Convenant Contant Geld. Daarvoor wordt van een zeskoppig postcodegebied het middelpunt genomen. Vanaf dat middelpunt moet er binnen 5 kilometer hemelsbreed een pinautomaat zijn voor iedereen in dat postcodegebied. Als je dat doet in de Randstad, bijvoorbeeld in Den Haag of in Amsterdam, dan is de kans levensgroot dat dat prima uitpakt voor de meeste mensen. Die zitten dan dicht bij een pinautomaat. Maar doe je dat bijvoorbeeld op het Groningse platteland — ik kom zelf uit Groningen — waar een zeskoppig postcodegebied een heel groot stuk land zou kunnen zijn, en neem je daarvan het middelpunt en pas je die 5 kilometer hemelsbreed voor een pinautomaat toe, dan kan het zomaar zo zijn dat iemand aan de rand van dat grote postcodegebied heel ver verwijderd is van een pinautomaat, en er ook nog allemaal water tussendoor loopt. Ik zou eigenlijk toch willen dat we er voor de mensen op het platteland en in de dorpen zorg voor dragen dat zij goede toegang hebben tot bereikbare pinautomaten. Ik denk dat dit op een beter manier geborgd zou kunnen worden dan met die afstandsnorm. Ik ben benieuwd of de minister dat deelt en of hij ook opties voor ogen heeft om dit voor het platteland beter te waarborgen dan met die 5 kilometernorm zoals die nu is omschreven in het convenant. Ik heb op het punt van bereikbaarheid van pinautomaten tot slot nog een korte vraag, namelijk over de toegankelijkheid van pinautomaten voor mensen met een handicap. Ik denk dat het juist voor deze groep heel belangrijk is dat pinautomaten goed toegankelijk zijn, omdat zij misschien juist wel gebruik willen maken van contant geld. Ik ben benieuwd welke acties de minister bereid is hiervoor te ondernemen. Voorzitter. Dan mijn derde onderwerp, namelijk het geldtransportsysteem in Nederland. Het is bijzonder dat in Nederland Brink's, van de welbekende waardetransportbusjes, 90% tot 95% van de markt in handen heeft. We weten uit het verleden dat dit best kwetsbaar is. In het verleden is Brink's al een keer bijna failliet gegaan. Dat was in 2015 volgens mij. Toen is het overgenomen door een andere geldtransporteur en die is toen ook bijna failliet gegaan. Als zoiets dreigde te gebeuren, zagen we de onwenselijke situatie dat het ophalen van geld stil kwam te liggen. Dat zorgde voor geldophoping en voor onveilige situaties voor ondernemers. Contant geld was op bepaalde locaties niet voorhanden. Kortom, dat is heel erg disruptief voor ons contante betalingsverkeer. Dat moet je te allen tijde willen voorkomen. Daarom is zo'n monopoliepositie ook bijzonder kwetsbaar. Ik zou de minister willen vragen of we niet een soort noodplan moeten hebben klaarliggen voor het geval Brink's om wat voor reden dan ook niet kan voorzien in de dienstverlening. Ik zou de minister ook willen vragen of het geen goed idee zou zijn om Brink's, of een ander bedrijf, maar de geldtransportsector als geheel in ieder geval, te laten vallen onder de cruciale sectoren die beschermd zijn tegen overnames uit het buitenland door niet bevriende landen. Onze chipsector en onze energievoorzieningen zijn beschermd tegen overnames vanuit landen waarmee we niet bevriend zijn. Ik noem maar wat: als een Russisch bedrijf een telecombedrijf uit Nederland wil opkopen, dan kan dat niet en kunnen we daar een stokje voor steken. Maar onze geldtransportsector valt niet onder die regelgeving en bescherming, terwijl die wel heel cruciaal is. Zou het niet een goed idee zijn om te bekijken of we onze geldtransportsector beter moeten beschermen, omdat die sector kwetsbaar is en omdat het maar om één bedrijf gaat? Voorzitter. Tot zover over de wet die voorligt. Dan nog één ander punt. Er moet wij wel iets van het hart. Het gaat vandaag over contant geld. Het had vandaag níét moeten gaan over de bonussen van bankiers. Ik vind het ook echt onbegrijpelijk, zeg ik tegen de partijen tegenover mij, dat ze er nu voor kiezen via deze achterdeur een amendement in te dienen waarmee de bonuswetgeving wordt versoepeld en het voor een heel groot deel van de mensen in de financiële sector mogelijk wordt een meer dan vijf keer zo hoge bonus te verdienen dan nu het geval is. Dat is werkelijk waar echt een bijzondere manier van politiek bedrijven en dat is absoluut niet zuiver. Als GroenLinks-PvdA hier een vergelijkbaar amendement had ingediend voor het verhogen van het minimumloon, had u op uw achterste benen gestaan en gezegd: dit hoort niet bij dit debat. Nu doet u het zelf. Dat is toch geen manier om het nieuwe parlementaire jaar af te trappen? Dat is toch geen manier van werken en omgaan met elkaar in een Kamer waarin we het, ondanks eventuele verschillen van mening, met z'n allen over de inhoud van dit onderwerp hebben? Ik doe echt een dringend beroep op de nieuwe coalitie in wording: laat dit niet de manier zijn waarop we in de toekomst met elkaar en met wetgeving omgaan. Dat kan en moet echt zorgvuldiger.

Versie 1314984226332d1616fb7bb018ccac800e369b3d1f156bf645231811064adf1c · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.