Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) (36711)
Brontekst
Versie 1314984226332d16 · officiële bronMevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank je wel, voorzitter. We zijn in Nederland erg gehecht aan ons contant geld, ongeacht of we het gebruiken. 92% van onze inwoners zegt namelijk het kunnen betalen met contant geld belangrijk te vinden. Dat is opvallend, want hoewel Nederlanders het belang van contant geld dus expliciet uitspreken, zegt 61% nooit of zelden nog contant geld te gebruiken. Even los van hoe gehecht we zijn aan ons contant geld: het feit is dat het een wettelijk betaalmiddel is. Daarom is een optimale, chartale basisinfrastructuur van belang. In de discussies over weerbaar betalingsverkeer wordt het belang daarvan ook nog eens door het kabinet onderstreept, als terugvaloptie bij uitval van het elektronisch betalingsverkeer. Daarom wordt aanbevolen om een zekere voorraad contant geld in huis te hebben. Het goede nieuws is dat veel Nederlanders hier inmiddels gehoor aan hebben gegeven. In een wereld waarin pinnen en apps de norm zijn geworden, raakt een stille maar ontzettend grote groep mensen van zo'n 3 miljoen inwoners uit beeld. Dat zijn mensen in kwetsbare posities voor wie contant geld geen nostalgie is maar een noodzakelijke voorwaarde om grip te houden op hun financiën en om volwaardig te kunnen deelnemen aan de samenleving. Uit onderzoek komt naar voren dat de chartale infrastructuur op de langere termijn niet duurzaam en op een maatschappelijk wenselijk niveau kan worden aangeboden op basis van vrijwillige afspraken zoals het convenant dat nu aan de orde is. De minister van Financiën heeft deze conclusie overgenomen en heeft besloten in te grijpen door middel van wetgeving om ervoor te zorgen dat contant geld als betaalmiddel bruikbaar, beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar blijft voor gebruikers. Het CDA kan zich goed vinden in dit besluit van de minister, maar heeft wel een aantal vragen. We zijn ook op zoek naar een aantal toezeggingen, met name om de aankomende onderliggende regelgeving, die precieze eisen stelt aan de uitvoering, op een dusdanige manier in te richten dat inderdaad recht gedaan wordt aan een zo optimaal mogelijk chartale infrastructuur. Voorzitter. Een optimale chartale basisinfrastructuur is om heel veel redenen van groot maatschappelijk belang, maar wanneer is deze voldoende optimaal? Voor een optimale basisinfrastructuur is het aantal geldautomaten van groot belang, enerzijds vanwege het reguliere gebruik ervan en anderzijds vanwege de mogelijkheid om te dienen als terugvaloptie. Klopt het dat de afspraken uit het huidige convenant een-op-een overgenomen worden in de algemene maatregel van bestuur? Ik doel dan op de afstand tot betaalautomaten, de huidige 5 kilometer, en het aantal geldautomaten per gebied. Voorkomen we hiermee voldoende dat er in dunbevolkte gebieden geen geldautomaat beschikbaar is? Wat betreft de landelijke dekking zijn de consumentenorganisaties voorstander van het wijzigen van de hemelsbrede afstand naar de werkelijke afstand over de weg. Dat standpunt snap ik wel — GroenLinks-PvdA begon er ook al over — omdat het in de praktijk inderdaad nogal wat uit kan maken. Is de minister bereid dit concreet in de AMvB uit te werken? Wat zou dit concreet betekenen voor het aantal betaalautomaten? Ook vragen deze organisaties om een dekkingsgraad vast te leggen voor Geldmaatlocaties waar assistentie mogelijk is en voor geldautomaten met spraakfunctie. Ook dat lijkt me een heel redelijk verzoek, vooral ook omdat er inmiddels bijna 360 Geldmaten zijn waar eventueel assistentie gegeven kan worden door aanwezig winkelpersoneel. Hierover moeten nog wel afspraken worden gemaakt tussen de winkeliers en de banken. Wij hechten hier erg aan. Is de minister bereid toe te zeggen zich hier in het maatschappelijk overleg met de banken hard voor te maken? DNB kaart overigens aan dat banken bij het plaatsen van geldautomaten vaak afhankelijk zijn van derden, zoals gemeentes en eigenaren van vastgoed, als het gaat om de vraag of ze überhaupt een Geldmaat mógen plaatsen. Als banken door overmacht, omdat derden niet meewerken, niet in staat zijn een geldautomaat te plaatsen, moet dit volgens DNB niet gezien worden als overtreding. Als dit in de toekomst tot knelpunten leidt, pleit DNB voor aanvullende mogelijkheden of verplichtingen. Het kabinet heeft het voorstel hier niet op aangepast. Wil de minister dit wel expliciet meenemen in de eerste evaluatie van de wet? Voorzitter. Natuurlijk snappen we heel goed dat een dergelijke infrastructuur ook betaald zal moeten worden. De vraag die hierachter weg komt, is: door wie? In het voorstel wordt gesproken over een nultarief voor consumenten voor het opnemen en storten van contant geld. Dat vinden we een goede zaak. Ook zagen we het amendement-Flach/Grinwis over vrijstellingen voor kerken en anbi's. Maar het CDA wil ook graag aandacht voor een andere, minstens zo belangrijke groep, namelijk onze verenigingen. Ook zij lopen bij evenementen zoals de jaarlijkse vlooienmarkt, het dorpsfeest, de oliebollenverkoopactie enzovoort tegen de zakelijke tarieven voor afstorten aan. Dit heeft als effect dat er op die dag vaak grote hoeveelheden contant geld worden opgespaard voor één afstortmoment, terwijl het juist veiliger is voor onze vrijwilligers om gedurende zo'n dag meerdere keren te mogen afstorten. Moeten we niet juist zulke evenementen, die worden georganiseerd om de clubkas te spekken zodat contributies voor mensen laag kunnen blijven, ontzorgen? Dus, in het kader van "verzin een list", want ik snap echt wel dat afbakening ingewikkeld is bij dit voor ons zo belangrijke cement van de samenleving, het volgende. Kan de minister toezeggen in het MOB met de deelnemende grootbanken ook in gesprek te gaan over een dergelijke mogelijkheid voor verenigingen, zodat zij bijvoorbeeld één vrije stortdag per jaar kunnen aanvragen? Voorzitter. Het wetsvoorstel verplicht de grootste Nederlandse banken om zorg te dragen voor de chartale basisinfrastructuur. Alle Nederlandse banken worden verplicht om hun klanten in staat te stellen om van die infrastructuur gebruik te maken tegen gereguleerde tarieven en voorwaarden. In eerdere discussies, met name over het convenant, is door de financiële sector verschillende keren naar voren gebracht dat de kosten van contant geld sterk stijgen. Alle betrokken partijen voelen dit. Zo liet onderzoek van de Consumentenbond zien dat abonnementstarieven van banken voor rekeninghouders de afgelopen jaren flink hoger zijn geworden, waarvan een flink deel door banken wordt toegerekend aan de infrastructuur voor contant geld. Staat dit in verhouding met de daadwerkelijk gemaakte kosten, vraag ik de minister. Van ondernemers en van de Raad Nederlandse Detailhandel komen er signalen dat de kosten van cashtransacties voor hen steeds verder uit de pas gaan lopen met die van pintransacties. Zij maken niet alleen interne kosten voor de afhandeling van cashbetalingen, maar betalen de bank ook een zakelijk tarief voor storingen of hebben kosten voor waardetransport. Daarbovenop spelen er ook nog veiligheidsrisico's. Hoe zorgen we dat we hier de balans in blijven vinden, zowel met het oog op kosten als op veiligheid? Hoe blijven banken gefocust op innovatieve oplossingen waardoor kosten van de chartale infrastructuur mogelijk omlaag kunnen of mensen digitaal weerbaarder kunnen worden? Is de minister bereid een jaarlijkse rapportage toe te zeggen over de ontwikkelingen en innovaties ten aanzien van het chartaal betalingsverkeer, dus over de mate van het gebruik van contant geld, de kosten hiervan voor banken, ondernemers en consumenten, en over veiligheid en innovaties? Kan hij daarin ook de signalen uit het MOB meenemen? Voorzitter. Wat het CDA betreft moet aan de hand van deze ontwikkelingen en signalen ook periodiek geëvalueerd worden of het toezicht op en de eisen aan de chartale infrastructuur nog bij de tijd zijn, waarbij we expliciet de belangen van mensen in een kwetsbare positie en hun afhankelijkheid van contant geld moeten meewegen. Er is nu met een nota van wijziging een evaluatiebepaling na vijf jaar toegevoegd, maar gezien de snel veranderende wereld op het gebied van digitalisering, maar ook gezien de geopolitiek spannende samenleving die het belang van een goede basisinfrastructuur voor ons chartale geld extra onderstreept, willen we voorstellen dit terug te brengen naar drie jaar. Daarvoor hebben we een amendement ingediend. Voorzitter. De kosten voor banken worden in het voorstel toegerekend op grond van het aantal gebruikers per bank. Maar we begrijpen ook de zorgen van kleine, innovatieve banken met een specifieker productaanbod, namelijk dat dit zwaar kan drukken op hun financiële draagkracht. Dit terwijl we ook een gedifferentieerder aanbod met meer innovatie en meer concurrentie in het Nederlandse bankenlandschap nastreven. Daarom dienen we de amendementen van D66 mede in; die zorgen ervoor dat er juist voor die partijen meer ruimte ontstaat, door een hybride toets. Voorzitter. Ik heb ook nog een paar losse vragen over onderdelen uit dit wetsvoorstel. Veruit de meeste banken geven hun betaalrekeninghouders de beschikking over een betaalkaart van Mastercard of Visa. Daarmee kunnen deze klanten gebruikmaken van de biljetopnameautomaten van Geldmaat. Dit voorstel brengt daar in de praktijk geen verandering in. Maar als Mastercard of Visa hun voorwaarden zouden wijzigen — en als grote partijen hebben zij die macht — of als banken besluiten om via andere kaartnetwerken betaalpassen uit te geven, zorgt het wetsvoorstel ervoor dat middelgrote en kleine banken alsnog biljetopnamediensten aan hun klanten moeten aanbieden. Verder sluit ik me ook aan bij de vragen van D66 over de afhankelijkheid van, in dit geval, Amerika. Hoe kijkt de minister hiernaar en hoe groot schat hij dit risico in? Voorzitter. Dan onze geldtransportdiensten, een onmisbare schakel in het geheel. De grootste geldtransportonderneming in Nederland, met een marktaandeel van 95%, is Brink's. Als die langdurig uitvalt, hebben we écht te maken met een groot risico. Daarom vinden we het goed dat DNB een betere informatiepositie krijgt, zodat er zicht kan worden gehouden op de continuïteit van de dienstverlening door geldtransportdiensten. Maar de vraag is natuurlijk: als het echt ineens heel erg misgaat, in dit geval bij Brink's, gaat dit die grote problemen dan voorkomen? We kunnen problemen op deze manier inderdaad eerder aan zien komen en erop anticiperen. Hopelijk is dat voldoende. Maar ik stel toch de vraag of de minister hier eens op kan reflecteren. Dan nog een vraag over limieten voor de gebruikers, voor de retail enerzijds en de consumenten anderzijds. De mogelijkheid moet blijven bestaan voor banken om bepaalde limieten te stellen aan de maximaal per dag op te nemen of te storten bedragen, ook in het kader van bescherming van hun klanten. Maar kan de minister nader ingaan op het idee dat dit niet afhankelijk mag zijn van onredelijke eisen, voorwaarden of procedures? Wat bedoelt hij daarmee? Hoe kijkt hij in dat licht naar een balans als het gaat om het instellen van limieten voor bepaalde groepen gebruikers of transacties om zo categorale uitsluiting — dat is iets wat we nadrukkelijk níét willen — te voorkomen? Voorzitter. Tot slot moeten we het natuurlijk ook even hebben over de uitvoering wat betreft de uitgebreide antiterrorismefinanciering en het witwastoezicht onder de Wwft. We delen met elkaar dat deze zaken in sommige gevallen hun doel volledig voorbijschieten en dat klantcontroles de toegang tot betalingsverkeer onevenredig en onnodig kunnen belemmeren. Denk aan rekeningen die zomaar gesloten, of niet eens geopend kunnen worden. Daar zijn consumenten, ondernemers, verenigingen en stichtingen de dupe van. Gelukkig wordt dit idee in de Kamer erg breed gedeeld en wordt er ook actie ondernomen. Zo wordt toezicht meer risicogericht aangepakt en zijn er sectorstandaarden ontwikkeld. Ook is er sinds december — daar ging het al even over tijdens het debatje met collega Flach — een gloednieuw convenant tussen banken, ondernemersverenigingen, goede doelen en vrijwilligersplatforms, om zo het openhouden van bestaande rekeningen en het openen van nieuwe rekeningen te vergemakkelijken en te versnellen. Wij vinden het goed dat er een convenant is gesloten met zo'n brede vertegenwoordiging, maar zijn heel benieuwd of dit in de praktijk ook snel de gewenste effecten heeft. Is de minister bereid om in het MOB vinger aan de pols te houden wat dit betreft, en om voor het zomerreces hierover aan de Kamer te rapporteren? Voorzitter. Tot slot. We hebben met de VVD, D66 en JA21 een amendement ingediend om anders om te gaan met het in Nederland zeer strenge bonusplafond — dat plafond is hier veel strenger dan in de rest van Europa — omdat we Nederlandse financiële instellingen hiermee op achterstand plaatsen als het gaat om het aantrekken van gespecialiseerd personeel, zoals ICT'ers. Maar innovatieve fintechbedrijven die werken met medewerkersparticipatie zijn hier beperkt mee geholpen. Medewerkers met aandelen worden dan namelijk juist weer gezien als identified staff; dat willen we er juist niet in hebben, want juist in de innovatieve sectoren met start- en scale-ups willen we medewerkersparticipatie bevorderen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Dan heb ik het niet over de uitzinnige geldbonussen, waar het zojuist in het interruptiedebatje over ging, maar echt alleen maar over aandelenbeloningen in het kader van medewerkersparticipatie, zodat ook deze bedrijven wat meer lucht krijgen om concurrerend te kunnen zijn. Ik heb nog één zinnetje. Ik rond af met een speciale vermelding voor ons biljet van €20. Dat vinden de meeste mensen echt het allermooiste biljet. Het feit dat wij zelfs dít onderzoeken, onderschrijft het punt waar ik mijn inbreng mee begon: hoezeer we als Nederland gehecht zijn aan ons contante geld. Dank u wel. Hartelijk dank voor uw inbreng. Er zijn een aantal interrupties, allereerst van de heer Flach.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.