KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 14 jan 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) (36711)

Brontekst

Mevrouw Van Berkel (D66): Dank u, voorzitter. Al wás ik van plan om uit te lopen, dan zou ik dat nu niet meer durven. Voorzitter. Geld is veel meer dan een betaalmiddel. Het is een manier om je dagelijks leven te leiden, hopelijk op de manier die jij wil, de manier waar jij voor kiest. Het is een manier om dingen te verkrijgen die belangrijk voor je zijn of voor je familie of voor je vrienden, of om dingen te kunnen regelen of organiseren. Het is ook al sinds heel lang hét ultieme ruilmiddel. Dit is gebaseerd op het ultieme vertrouwen dat je dat ook op een goede manier kunt doen: je geeft geld en krijgt daarvoor terug wat je hebt afgesproken. Juist in deze tijden, waarin vertrouwen in instituties af lijkt te nemen en er een toename lijkt te zijn in internationale spanningen, is het van cruciaal belang om dat vertrouwen te behouden en verder uit te bouwen. Daarmee is dit wetsvoorstel over het chartaal betalingsverkeer dat we vandaag bespreken zo belangrijk. Het lijkt een technische exercitie, maar het gaat over ons allemaal, over ons dagelijks leven en onze manier van leven. We hebben het hier over iets dat voor iedereen nu, maar ook in de toekomst van cruciaal belang is. Daarbij is het ontzettend belangrijk dat de toegang tot je eigen geld, zowel contant als digitaal op je rekening, spaarrekening of waar dan ook, in Nederland en daarbuiten altijd gewaarborgd moet zijn. Dat moet goed geregeld zijn. Mijn collega, meneer Sneller, is daarom bezig met een initiatiefwet om ervoor te zorgen dat ook Nederlanders die langere tijd in het buitenland verblijven toegang tot hun bankrekening en hun geld kunnen behouden. D66 wil dat, naast betaalrekeningen en andere diensten van banken, ook contant geld voor iedereen toegankelijk is en blijft. D66 wil vooral ook dat het een beetje betaalbaar blijft en natuurlijk dat mensen een mooie rente over hun spaargeld kunnen ontvangen. Daarvoor is onderlinge concurrentie tussen banken en daarmee ook toegang tot de markt voor nieuwe banken nodig, belangrijk en goed. D66 maakt zich een beetje zorgen of die concurrentie in voldoende mate mogelijk is en blijft in de toekomst. Concurrentie helpt namelijk ook bij blijvend innoveren en investeren. We vinden het dan ook belangrijk dat de bankensector toegankelijk is voor nieuwe toetreders. Is de minister het met mij eens dat een open markt die potentieel nieuwe banken aantrekt, goed is voor innovatie, investeringen, betaalbare diensten van banken en potentieel hogere rentes? Uit navraag blijkt dat door de markt onder te verdelen in banken van meer dan 3 miljoen, meer dan 500.000 en meer dan 50.000 rekeninghouders, nieuwe toetreders hoge drempels ervaren. Waarom heeft de minister voor deze verdeling gekozen? Door de grens van bijvoorbeeld 500.000 rekeninghouders als enige criterium aan te houden, moeten banken die vooral als tweede bank gebruikt worden of alleen digitale dienstverlening aanbieden omdat hun klanten dat willen, hogere kosten maken. Die relatief hogere kosten moeten vervolgens door iemand betaald worden: door ons. Daarom heb ik samen met de collega's van de VVD en het CDA twee amendementen opgesteld: één amendement om naast het aantal rekeninghouders ook het vermogen van de bank als criterium te betrekken en één amendement om banken die groeien een transitietijd van twee jaar te gunnen om zeker te weten dat alles tot in de puntjes geregeld is voordat we daadwerkelijk de overstap maken. Een ander punt is het mogelijke gebrek aan concurrentie bij geldtransport. Is de minister het met mij eens dat het bij een mogelijk verdere afname van het gebruik van contant geld — we zien al een aantal jaren dat het gebruik daarvan afneemt — verstandig is om ook na te denken over scenario's voor de toekomst waarin er misschien nog minder gebruikgemaakt gaat worden van contant geld, in relatie tot een toch al niet enorm grote geldtransportmarkt? Voorzitter. We moeten het ook hebben over de digitalisering van het betalingsverkeer. Is het nou verstandig dat meer dan twee derde van het kaartbetalingsverkeer in Nederland via Amerikaanse systemen verloopt? Wanneer wij hier onze kaart of telefoon tegen de pinautomaat in de winkel houden om te betalen, gaat er met een ongelofelijke snelheid een signaal via de Verenigde Staten terug naar ons, met als doel om hier te kunnen zien hoeveel geld je op je rekening hebt of om een betaling te kunnen doen. Hartstikke mooi dat dat zo goed geregeld is, maar zou het niet beter zijn als we zelf, binnen Europa, organiseren dat we dat goed geregeld hebben in plaats van dat we afhankelijk zijn en blijven van Amerikaanse aanbieders die dit voor ons hebben geregeld? Los van het feit dat er Europese kaders aan verbonden zijn, lijkt het me niet alleen een onnodig risico voor bijvoorbeeld onze data, maar ook een enorm en ongelofelijk gemis dat we dat als Europa en als Nederland niet zelf goed geregeld hebben. Het lijkt mij daarom van uiterst groot belang dat er goede alternatieven in Europa zijn. Is de minister dat met mij eens? Mijn beeld is overigens ook dat er al diverse initiatieven en ideeën zijn, misschien zelfs wel behoorlijk wat. Deelt de minister dit beeld? Zitten er initiatieven tussen die de minister wellicht zou willen en kunnen steunen? Dank u, voorzitter.

Versie 1314984226332d1616fb7bb018ccac800e369b3d1f156bf645231811064adf1c · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.