KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Eurogroep/Ecofin-Raad d.d. 9 en 10 maart 2026

4 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7e51bb1ba43330bb · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Minister Heinen: Het hangt tegelijkertijd ook af van hoe het conflict in zichzelf ontwikkelt. Blijft dat bij een campagne van de Verenigde Staten in Israël tegen Iran, of breidt dat zich verder uit naar de regio en wordt ook energie-infrastructuur onderdeel van het conflict in andere landen? Dat heeft natuurlijk grotere disrupties tot gevolg dan wanneer dat niet het geval is. Ik wil voorkomen dat ik daarover openlijk ga speculeren; dat is ook gewoon niet mijn rol. We houden dit nauwlettend in de gaten. Maar om antwoord te geven aan de heer Oosterhuis: dat is precies de reden waarom ik dit staatje eruit haalde; als de olieprijs over het hele jaar 20% hoger ligt, heeft dat 0,2 procentpunt effect op het bbp. Dit is een studie. Die geeft grofweg een gevoeligheidsanalyse weer. Dat geeft ook aan dat we ons nu niet direct zorgen hoeven te maken. Kijk, ik zou niet willen suggereren dat het helemaal geen impact heeft, maar ik zou ook willen voorkomen dat we nu te veel gaan doemdenken. We kunnen een schok natuurlijk ook wel aan. Dat laat overigens ook weer het belang zien — misschien mag ik dat als bruggetje gebruiken naar de begrotingsregels, voorzitter — van buffers. Ik roep er al langer toe op. Vaak wordt dit debat als volgt gevoerd. Er wordt gezegd: goh, het maximum in Europa is een tekort van 3%; het kabinet koerst op een … Ik moet het er goed bij zeggen, want we koersen in het trendmatig begrotingsbeleid niet op saldo, maar op kaders. De kaders zijn vastgesteld uitgaande van een tekort van 2%. Daarbij wordt vaak tegen mij gezegd: goh, dan heeft u dus ruimte. Ook de financieel woordvoerders weten dat 2% eigenlijk nog steeds een te hoog tekort is, zeker met het productiviteitsniveau en de groei die we nu hebben, maar in algemene zin wordt een tekort van 2% gezien als houdbaar, waarbij de schuld zich stabiliseert op 60%. Daarvoor hebben we wel wat hogere groei nodig. Dat is ook de reden waarom in het coalitieakkoord de keuzes worden gemaakt zoals die gemaakt worden. Ik ga terug naar de begrotingsregels. 2% tekort is nog steeds een tekort. Bij een bbp van 1.200 miljard heb je het nog steeds over zo'n 25 miljard tekort. Dat moet ik elk jaar lenen. Stel, je houdt dit de hele kabinetsperiode vol op dit niveau — spoiler: het zit hoger, want dit jaar en volgend jaar zit ik tegen de 3% aan — dan voeg je, in absolute termen, in één kabinetsperiode 100 tot 120 miljard euro toe aan je staatsschuld. Het verbaast mij dat er nog steeds economen zijn die zeggen: dan zien wij nog ruimte om het tekort nog verder op te laten lopen. Je moet niet alleen rente betalen over deze 120 miljard — die rentes zijn dus uitgaven die ik niet kan doen aan onderwijs, politie, zorg en alles wat we belangrijk vinden — maar het moet ook nog eens terugbetaald worden. Die terugbetaling is aan de mensen na ons. Wij hebben dus even een makkelijker debat met elkaar, maar we schuiven de rekening gewoon door en de rente moet ondertussen wel gewoon betaald worden. Ik zou daar dus echt terughoudend in zijn. We zien, denk ik, allemaal het belang van buffers met het oog op dit soort geopolitieke ontwikkelingen, juist in het licht van het vorige onderwerp dat we bespraken. Mocht het verder escaleren en mochten mensen het aan de keukentafel extreem gaan voelen, dan wil je er ook kunnen staan als overheid. Je hebt dan dus juist die buffers nodig. Ik zou het dus echt onverantwoord vinden om in rustige tijden, waarin er eigenlijk een hoogconjunctuur is, te koersen op een tekort van 3%. Je weet namelijk: zodra de economie neerwaarts wordt bijgesteld, wordt het tekort nog hoger. De mensen thuis zitten dan letterlijk en figuurlijk in de kou. Ik zou er dus echt niet voor pleiten. Ik hoop echt dat de commissie Financiën dit ook inziet, mij er juist scherp op houdt dat het huidige tekort te hoog is en mij eerder oproept om meer te doen om het tekort te laten dalen dan om het tekort op te laten lopen. Mijn collega's in Europa hebben wel een ander type debat: daar wordt de minister van Financiën gegrild dat het tekort te hoog is. Ik blijf het bijzonder vinden dat ik gegrild word dat het tekort te laag is, terwijl ik toch tussen de 2% en 3% zit. Mijn ambitie blijft dus om dit wel onder controle te houden, natuurlijk vanuit het belang van macro-economische stabiliteit en een overheid die er kan staan als er een grotere schok komt. Dat even als inleiding. Er waren ook een aantal specifieke vragen op dit punt. De heer Hoogeveen vroeg of ik bereid ben om in de Raad ook een striktere naleving van het SGP te bepleiten. Daar ben ik uiteraard toe bereid. Ik doe dat ook. Ik maak er wel één kanttekening bij. Er zijn op dit moment twee landen die zich niet houden aan het Stabiliteits- en Groeipact: Nederland en Finland. Dat heeft ermee te maken dat het Stabiliteits- en Groeipact ten tijde van Rutte IV is aangepast. We hebben dat meer geschoeid op de leest van de Nederlandse begrotingsregels, waarin wordt gekeken naar uitgavenpaden. Dat zijn wel netto-uitgavenpaden. Het kan dus via zowel de lasten als de inkomsten bereikt worden. Maar Nederland voldoet niet aan dat uitgavenpad. Als ik daar wel aan zou voldoen, zou ik op een tekort van ongeveer 1,5% moeten uitkomen; dat doe ik niet. Daarom wijst de Commissie er ook elke keer op dat Nederland afwijkt van de Europese begrotingsafspraken. Dat leidt ook tot de nodige verbaasde reacties in de kranten, want we kloppen onszelf weleens op de borst van: kijk ons eens streng zijn. Ik wijs erop dat we dat in onvoldoende mate zijn. Ik plaats ook daar weer een komma bij, want onze staatsschuld is zeer laag. Zolang ik binnen de maximale schuldnorm van 60% en binnen de 3% voor het begrotingstekort blijf, hebben we ook met elkaar afgesproken dat de Commissie dat, even plat gezegd, als prima ziet en dan verder geen aanwijzingen zal geven, ons zal aansporen of — laat ik het zo zeggen — niet kan ingrijpen. Ik vind dat goed te verdedigen bij de lage staatsschuld en de grote opgaven waarvoor we staan, met alle uitdagingen die in het coalitieakkoord staan, waaronder de grote investering in Defensie, en waarbij we koersen op een tekort van 2%. Maar ik moet wel een beetje terughoudend zijn met het opgeheven vingertje in de Raad, want er zijn ook veel landen die terugwijzen en zeggen: Nederland voldoet zelf niet eens aan de afspraken. Daar zeg ik wel altijd bij dat de Nederlandse staatsschuld ongeveer de helft van het Europees gemiddelde is. We zullen dat debat dus wel met enige nuance voeren. In de landspecifieke aanbevelingen zegt de Commissie ook: uw overschot op de lopende rekening is te groot. Als economen onder elkaar weten we ook dat je de binnenlandse consumptie moet vergroten als je daar wat aan wil doen. Dat lukt niet met een tekort dat je nog verder terugbrengt. Dat is dus even het macro-economische aspect, maar in algemene zin roep ik er wel toe op. Ik moet wel zien of landen gaan leveren. Op papier voldoen ze namelijk aan het uitgavenpad, maar we gaan wel zien of ze dan ook kunnen leveren. Ik denk dat dat ook de achterliggende vraag van enkele leden was, specifiek als we naar Frankrijk kijken. Frankrijk zit natuurlijk op een veel te hoog tekort. Het committeert zich wel aan een dalend uitgavenpad, maar we zien allemaal hoe moeilijk de binnenlandse politieke situatie daar is. Daar komen ook weer verkiezingen. Het tekort blijft daar ook te hoog. Ik verwacht dus wel dat de Commissie naar het voorjaar toe en in het komende jaar meer landen zal aanwijzen die er onvoldoende aan doen, maar die landen zitten wél boven de 3% en boven de 60%, dus dan moet de Commissie ook echt gaan ingrijpen. Daar ga ik dan wel specifiek op toezien, zo van: in Nederland kun je niet ingrijpen, want wij voldoen in die zin aan de correctieve arm, maar andere landen zitten daar nog niet eens aan. Ik vind dat de Commissie dan ook moet ingrijpen, maar dat wordt nog wel een stevige discussie in Europa. De leden Bushoff en, van de VVD, Van Eijk hebben hier ook naar gevraagd. Ik hoop met deze toevoeging in algemene zin al uw vragen te hebben beantwoord. Dan wilde ik naar de eurobondsdiscussie gaan. Ik ben blij dat we deze discussie voeren. De heer Hoogeveen vraagt in de eerste plaats ook naar de uitspraken van de Europese Centrale Bank over European Safe Assets. In de Europese Raad zeg ik altijd, bijvoorbeeld als het gaat over staatsobligaties, dat safe assets zo sterk zijn als de onderliggende economie. Als je een safe asset wilt, moet je je economie versterken en zorgen voor gezonde overheidsfinanciën. Dan zal je zien dat de aantrekkelijkheid om in je land te beleggen toeneemt. Dat is niet om risico's te poolen en de schulden dan maar gezamenlijk te nemen. Nee, elk land moet individueel aan de bak, zijn economie versterken en hervormen, en daarmee creëer je in zichzelf die safe asset. Dat breng ik elke keer naar voren. Wij verzetten ons ook tegen de discussie. Ik vind dat die ook in de verkeerde volgorde wordt gevoerd. Er is namelijk geen safe asset, omdat de onderliggende economieën te zwak zijn. Dan begint het bij hervormen en bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Nederland roept daar soms tot irritatie aan toe op. Wat betreft de uitspraken van de Europese Centrale Bank val ik terug op mijn formele lijn dat de Europese Centrale Bank onafhankelijk is. Ik vind dus dat politici terughoudend moeten zijn met commentaar op het monetaire beleid of dat eigenlijk niet moeten hebben. Maar dat geldt ook andersom: monetaire instellingen moeten zich ook terughoudend opstellen ten opzichte van het politieke beleid. Ik deel wel de gefronste wenkbrauwen die sommige leden af en toe hebben, volgens mij bij de heer Hoogeveen, maar ook bij meerdere leden in de commissie, bij uitspraken vanuit de leiding van de ECB. Soms begeven die zich wel erg op het politieke domein. Daar ben ik geen voorstander van. Ik gebruik ook de overleggen die ik voer in meerdere vormen om daarop te wijzen, zo van: jongens, als jullie niet willen dat wij over het monetaire beleid gaan, doe het dan ook niet andersom, want anders komen we in een situatie waarin we ons op elkaars beleidsterrein begeven. Ik zie het dus ook als een oproep van de heer Hoogeveen om dat te blijven doen. De heer Bushoff vroeg ook nog specifiek naar de uitdagingen in de EU. Hij noemde een aantal categorieën waar we, denk ik, allemaal het belang van zien: investeren in infrastructuur, in onze energienetten, in defensie en noem maar op. We zien allemaal dat dat soort investeringen noodzakelijk zijn. Het zal u niet verbazen dat ik daarbij elke keer aangeef: een euro kun je maar één keer uitgeven. Dus ja, dat zijn belangrijke investeringen, maar dat betekent dat u elders uitgaven niet meer kunt doen. Dat zijn vaak de consumptieve uitgaven. Als je kijkt naar het IMF en andere economische instituten en met wat afstand naar Europa, zie je dat de consumptieve uitgaven te hoog zijn ten opzichte van de investeringen. Ook in die zin is het onhoudbaar, want je zit op een vergrijzingscontinent: je groei valt terug, je productiviteit valt terug en je uitgaven stijgen, namelijk met de consumptieve uitgaven, terwijl je juist meer moet investeren om je groei te versterken. Dat debat voeren we al decennia, maar dat leidt tot onvoldoende resultaten. Ik ben niet van plan om dan te zeggen: dan maar eurobonds; ik neem de risico's voor u weg die het gevolg zijn van het gebrek aan hervormingen. Dan blijf ik zeggen: laat eerst maar zien dat u kunt hervormen en dat de overheidsfinanciën op orde kunnen zijn voordat wij gelijk de discussie voeren om de risico's te poolen. Dat is de reden waarom ik ook elke keer aangeef dat ik tegen eurobonds ben, met de definitie dat wij niet garant gaan staan voor de staatsschulden van andere landen. Ik vind namelijk dat we dan risico's naar Nederland trekken waar primair lidstaten zelf voor verantwoordelijk zijn. Ik vind het ook goed dat zij de gevolgen voelen vanwege het gebrek aan hervormingen, namelijk via de markt, met hogere risicopremies. Dat is precies de prikkel die er moet zijn in Europa om hen ook te dwingen tot die hervormingen. Maar dat is wat anders dan dat je niet gezamenlijk kunt investeren. Bij bijvoorbeeld de Europese Investeringsbank of de macrofinanciële bijstand zeg je wél met elkaar: er zijn gezamenlijke doelen waarin je kunt investeren, maar daarmee sta je alleen garant naar rato van je eigen kapitaalsleutel. Dat is echt wezenlijk anders dan de eurobondsdiscussie, waarbij je op begrotingen risico's naar je toe trekt. Om het helemaal plat te slaan, denk ik vaak aan het oergevoel: "Waarom hebben we in Nederland de discussie om langer door te werken, terwijl in andere landen wordt gediscussieerd over minder werken? En als daar vervolgens hoge risicopremies tegenover staan, moeten wij daarvoor garant staan? Dat was ik niet van plan."

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · f1b549f43f7c93e9

12 okt 2026 · 7f31249ea8cfbeb9

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie