statement · 19 jun 2024 · Tweede Kamer
Wijziging van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)) (36550-XVII)
Brontekst
Minister Schreinemacher: Dank u wel, voorzitter. Er is mij een groot aantal vragen over een groot aantal onderwerpen gesteld. Er is mij gevraagd om een terugblik en een vooruitblik. Omdat dit waarschijnlijk een van de laatste keren is dat ik hier in de plenaire zaal sta als minister voor BHOS neem ik iets langer de tijd voor de terugblik, maar ik beloof dat ik het kort zal houden. Ik heb de volgende blokjes. Ik begin met de terug- en vooruitblik, zoals gezegd. Dan komt het bedrijfsleven, bijvoorbeeld op het gebied van wapenexport en imvo. Daarna Israël-Gaza en UNRWA. Tot slot overig. Ik begin met een terugblik. In januari 2022 trad dit kabinet aan. We deden dat natuurlijk met grootse plannen voor binnen- en buitenland, maar anderhalve maand later veranderde de Russische invasie van Oekraïne alles. Wij moesten ons daar als Nederland ook toe verhouden. Want als de invasie, naast alle verschrikkingen, oorlogsmisdaden en groot onrecht, iets heeft aangetoond, is het dat nu eigenlijk alles geopolitiek is, ook handel en ook ontwikkelingssamenwerking. Dat was een van de fundamenten waar mijn beleidsnota Doen waar Nederland goed in is op gebaseerd is. De Russische invasie maakte de kwetsbaarheid van het internationale systeem duidelijk, een systeem waar wij als Nederland als geen ander van profiteren. Met krap 18 miljoen Nederlanders is Nederland de achttiende economie van de wereld en daarmee doen wij het in economisch opzicht internationaal natuurlijk hartstikke goed. Een derde van ons nationaal inkomen wordt met handel verdiend. 2,4 miljoen mensen danken hun baan hieraan. Daarmee betalen we de zorg en onze veiligheid, binnen de grenzen, met blauw op straat, maar ook buiten de grenzen, met militaire inzet. Hoe bevorder je nou die handel? Met handelsakkoorden. Daarom zijn handelsakkoorden erg belangrijk voor Nederland. Dit soort akkoorden zijn van vitaal belang voor onze economie en voor de miljoenen mensen wier baan van handel afhankelijk is. Het zijn niet alleen economische kansen, maar ook geopolitieke instrumenten om onze partners dichter naar ons toe te trekken. Ik ben blij dat het de afgelopen jaren een aantal keer is gelukt om dit soort akkoorden te sluiten en te ratificeren. CETA, het handelsverdrag met Canada, is natuurlijk het bekendste voorbeeld, maar onlangs is er nog een akkoord gesloten met Nieuw-Zeeland, een van de groenste akkoorden die we ooit hebben gesloten. Maar ik maak me ook zorgen over de toekomstige akkoorden, omdat het steeds lastiger is om ze te sluiten. Ik hoop dat wij er als land niet voor zullen kiezen om ons steeds verder achter de dijken op te sluiten. Door covid en later door de oorlog in Oekraïne werden onze kwetsbaarheden duidelijk, zoals ik al zei. Daarmee werd ook het belang van diversificatie duidelijk. We zijn begonnen met het afbouwen van ongewenste afhankelijkheden en het opbouwen van veiligere waarde- en toeleveringsketens. Een voorbeeld daarvan zijn de kritieke grondstoffen, die we in de toekomst alleen nog maar harder nodig zullen hebben, of het nou gaat om chips of om de auto-industrie. Daarom heb ik bij mijn buitenlandse bezoeken steeds aanknopingspunten gezocht voor leveringszekerheid en nieuwe aanvoerlijnen. Dat heeft geleid tot een aantal mooie bilaterale grondstoffenpartnerschappen, naast de partnerschappen die de Europese Unie, ook namens ons, sluit. De EU speelt hierin namelijk een belangrijke rol, zoals die dat ook bij handel doet. Ik ben ook blij dat we nu handelsinstrumenten in handen hebben waarmee we oneerlijke concurrentie op onze eigen markt tegen kunnen gaan en dat de Europese Commissie die ook daadwerkelijk inzet. Dan een tweede fundament van mijn beleid in de BHOS-nota. Dat is de stellige overtuiging dat ondernemerschap de grootste kracht van ons land is, dat ondernemers en bedrijven het vermogen hebben om positieve verandering te brengen en dat we daarmee onze ontwikkelingssamenwerking nog effectiever kunnen maken. Daarom hebben we ook een groot aantal stappen gezet om een stevigere combinatie te maken tussen ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse handel, door combinatielanden aan te wijzen, waar we hulp en handel combineren, en elkaar versterken. Op die plekken worden Nederlandse programma's actiever ingezet om ook economische ontwikkeling te stimuleren. Dat is iets waar ook Nederlandse bedrijven een rol bij spelen en waar grote kansen lagen en nog steeds liggen. Ik heb inmiddels veel van die landen bezocht waar ons combinatielandenbeleid nu van kracht is. Ik heb daar echt gezien hoeveel succes het heeft. Ik heb de ondernemingsgezindheid van lokale gemeenschappen gezien en het enthousiasme van deelnemers aan handelsmissies. Er is daar echt nog een overvloed aan mogelijkheden voor ons. Dat gaat niet altijd van de ene op de andere dag. Het is ook werk van de lange adem. Ik ben ook trots dat Nederland nog steeds een van de grootste voorvechters is van seksuele rechten en reproductieve gezondheid ter wereld. In jargon noemen we dat SRGR. We komen op voor de lhbtqi+-gemeenschap, die overal ter wereld steeds verder in het gedrang komt. Voorzitter. Deze voortrekkersrol op OS, ons belang bij buitenlandse handel en het handhaven van onze geopolitieke invloed vraagt om een assertieve houding, om een plek aan tafel. Nederland heeft daarvoor 150 vertegenwoordigingen over de hele wereld. Dat zijn handelshuizen voor ons land, waar onze belangen uitgedragen worden en waar deuren geopend worden voor onze bedrijven. Ook ontwikkelingssamenwerking hoort bij die diplomatie. Die aanwezigheid is onze invloed en ons gewicht waarmee we betere afspraken kunnen maken over alles, van grondstoffen tot migratie. Een sterk diplomatiek netwerk is dus van groot belang. Daarmee ga ik over tot de beantwoording van de gestelde vragen en tot de bespiegelingen. Ik geef een vooruitblik. Een van de vragen die gesteld werd, onder anderen door de heer Ram, ging over het doorschuiven van de extra kosten van asiel richting 2026. Dat is wat we eigenlijk in deze suppletoire begroting hebben geadresseerd. We hebben dat verwerkt in de begroting. De instroom in de eerstejaarsasielopvang was in 2024 iets lager dan eerder werd verwacht. Daarom was een bezuiniging in het huidige jaar, in het lopende jaar, niet nodig. In 2026 moet er echter wel bezuinigd worden, omdat er dan hogere asieluitgaven zullen zijn. Daarvoor is een deel van de buffer van 2025 ingezet. Als we dat niet uit die buffer zouden betalen, dan zouden we extra moeten bezuinigen op programma's in 2026. De heer Van Baarle vroeg naar de OESO-norm van 0,7%. Bij een volgend kabinet gaan we op dat punt wat omlaag. In het huidige kabinet hebben we een sprong gemaakt van 0,52% in 2021 naar 0,67% in 2022, toen de huidige coalitie aantrad. In het jaarverslag heeft u kunnen lezen dat de ODA-prestatie in 2023 uitkwam op 0,66%. Daarmee zijn we als Nederland procentueel de zevende donor. Mevrouw Zeedijk vroeg of ik de doorrekening van de bezuiniging in het hoofdlijnenakkoord voor het zomerreces naar de Kamer kan sturen. Dat lijkt me nou iets wat echt aan mijn opvolger is, want die moet daarmee aan de slag. Voor het zomerreces lijkt me wel spannend. Mogelijk is zij heel snel in alles uitwerken, maar het zomerreces begint volgens mij over drie of vier weken. Ik doe daar dus verder geen toezeggingen over. Ik zal uw vraag aan haar doorgeleiden. Dan werd er ook gevraagd naar de bezuinigingen en het hoofdlijnenakkoord. Het is echt aan het nieuwe kabinet hoe daarmee om te gaan. Mevrouw Hirsch vroeg bijvoorbeeld: hoe gaan we ermee om als we op conferenties komen en daar een minder grote bijdrage kunnen leveren? Dan gaat het bijvoorbeeld om conferenties over water. Het is aan het nieuwe kabinet om te besluiten hoe ze de middelen voor ontwikkelingssamenwerking precies gaan inzetten. Ik kan daar niet op vooruitlopen. Dat is natuurlijk ook een beetje het bijzondere van dit debat. Er worden veel vragen gesteld over het hoofdlijnenakkoord, maar ik ga daar niet over. Daar gaat mijn opvolger over. U heeft binnenkort een hoorzitting met haar, dus u kunt haar daar vragen wat zij precies van plan is en wat het kabinet van plan is. Het is overigens wel zo dat het watermanagement wordt genoemd in het hoofdlijnenakkoord. Ik verwacht dus dat het volgende kabinet hier ook wel aandacht voor zal hebben.
Versie 394221e618dbec4868ae5d78af9202ee40607f922fbd88f35e26df25541ca124 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.