KamerkringInloggen
Liesje Schreinemacher

Officieel Kamerprofiel

Liesje Schreinemacher

3debatten
89bijdragen
0interrupties
17.410woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
19 jun 2024 · Kamerstuk

Wijziging van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)) (36550-XVII)

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dank u wel, voorzitter. Er is mij een groot aantal vragen over een groot aantal onderwerpen gesteld. Er is mij gevraagd om een terugblik en een vooruitblik. Omdat dit waarschijnlijk een van de laatste keren is dat ik hier in de plenaire zaal sta als minister voor BHOS neem ik iets langer de tijd voor de terugblik, maar ik beloof dat ik het kort zal houden. Ik heb de volgende blokjes. Ik begin met de terug- en vooruitblik, zoals gezegd. Dan komt het bedrijfsleven, bijvoorbeeld op het gebied van wapenexport en imvo. Daarna Israël-Gaza en UNRWA. Tot slot overig. Ik begin met een terugblik. In januari 2022 trad dit kabinet aan. We deden dat natuurlijk met grootse plannen voor binnen- en buitenland, maar anderhalve maand later veranderde de Russische invasie van Oekraïne alles. Wij moesten ons daar als Nederland ook toe verhouden. Want als de invasie, naast alle verschrikkingen, oorlogsmisdaden en groot onrecht, iets heeft aangetoond, is het dat nu eigenlijk alles geopolitiek is, ook handel en ook ontwikkelingssamenwerking. Dat was een van de fundamenten waar mijn beleidsnota Doen waar Nederland goed in is op gebaseerd is. De Russische invasie maakte de kwetsbaarheid van het internationale systeem duidelijk, een systeem waar wij als Nederland als geen ander van profiteren. Met krap 18 miljoen Nederlanders is Nederland de achttiende economie van de wereld en daarmee doen wij het in economisch opzicht internationaal natuurlijk hartstikke goed. Een derde van ons nationaal inkomen wordt met handel verdiend. 2,4 miljoen mensen danken hun baan hieraan. Daarmee betalen we de zorg en onze veiligheid, binnen de grenzen, met blauw op straat, maar ook buiten de grenzen, met militaire inzet. Hoe bevorder je nou die handel? Met handelsakkoorden. Daarom zijn handelsakkoorden erg belangrijk voor Nederland. Dit soort akkoorden zijn van vitaal belang voor onze economie en voor de miljoenen mensen wier baan van handel afhankelijk is. Het zijn niet alleen economische kansen, maar ook geopolitieke instrumenten om onze partners dichter naar ons toe te trekken. Ik ben blij dat het de afgelopen jaren een aantal keer is gelukt om dit soort akkoorden te sluiten en te ratificeren. CETA, het handelsverdrag met Canada, is natuurlijk het bekendste voorbeeld, maar onlangs is er nog een akkoord gesloten met Nieuw-Zeeland, een van de groenste akkoorden die we ooit hebben gesloten. Maar ik maak me ook zorgen over de toekomstige akkoorden, omdat het steeds lastiger is om ze te sluiten. Ik hoop dat wij er als land niet voor zullen kiezen om ons steeds verder achter de dijken op te sluiten. Door covid en later door de oorlog in Oekraïne werden onze kwetsbaarheden duidelijk, zoals ik al zei. Daarmee werd ook het belang van diversificatie duidelijk. We zijn begonnen met het afbouwen van ongewenste afhankelijkheden en het opbouwen van veiligere waarde- en toeleveringsketens. Een voorbeeld daarvan zijn de kritieke grondstoffen, die we in de toekomst alleen nog maar harder nodig zullen hebben, of het nou gaat om chips of om de auto-industrie. Daarom heb ik bij mijn buitenlandse bezoeken steeds aanknopingspunten gezocht voor leveringszekerheid en nieuwe aanvoerlijnen. Dat heeft geleid tot een aantal mooie bilaterale grondstoffenpartnerschappen, naast de partnerschappen die de Europese Unie, ook namens ons, sluit. De EU speelt hierin namelijk een belangrijke rol, zoals die dat ook bij handel doet. Ik ben ook blij dat we nu handelsinstrumenten in handen hebben waarmee we oneerlijke concurrentie op onze eigen markt tegen kunnen gaan en dat de Europese Commissie die ook daadwerkelijk inzet. Dan een tweede fundament van mijn beleid in de BHOS-nota. Dat is de stellige overtuiging dat ondernemerschap de grootste kracht van ons land is, dat ondernemers en bedrijven het vermogen hebben om positieve verandering te brengen en dat we daarmee onze ontwikkelingssamenwerking nog effectiever kunnen maken. Daarom hebben we ook een groot aantal stappen gezet om een stevigere combinatie te maken tussen ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse handel, door combinatielanden aan te wijzen, waar we hulp en handel combineren, en elkaar versterken. Op die plekken worden Nederlandse programma's actiever ingezet om ook economische ontwikkeling te stimuleren. Dat is iets waar ook Nederlandse bedrijven een rol bij spelen en waar grote kansen lagen en nog steeds liggen. Ik heb inmiddels veel van die landen bezocht waar ons combinatielandenbeleid nu van kracht is. Ik heb daar echt gezien hoeveel succes het heeft. Ik heb de ondernemingsgezindheid van lokale gemeenschappen gezien en het enthousiasme van deelnemers aan handelsmissies. Er is daar echt nog een overvloed aan mogelijkheden voor ons. Dat gaat niet altijd van de ene op de andere dag. Het is ook werk van de lange adem. Ik ben ook trots dat Nederland nog steeds een van de grootste voorvechters is van seksuele rechten en reproductieve gezondheid ter wereld. In jargon noemen we dat SRGR. We komen op voor de lhbtqi+-gemeenschap, die overal ter wereld steeds verder in het gedrang komt. Voorzitter. Deze voortrekkersrol op OS, ons belang bij buitenlandse handel en het handhaven van onze geopolitieke invloed vraagt om een assertieve houding, om een plek aan tafel. Nederland heeft daarvoor 150 vertegenwoordigingen over de hele wereld. Dat zijn handelshuizen voor ons land, waar onze belangen uitgedragen worden en waar deuren geopend worden voor onze bedrijven. Ook ontwikkelingssamenwerking hoort bij die diplomatie. Die aanwezigheid is onze invloed en ons gewicht waarmee we betere afspraken kunnen maken over alles, van grondstoffen tot migratie. Een sterk diplomatiek netwerk is dus van groot belang. Daarmee ga ik over tot de beantwoording van de gestelde vragen en tot de bespiegelingen. Ik geef een vooruitblik. Een van de vragen die gesteld werd, onder anderen door de heer Ram, ging over het doorschuiven van de extra kosten van asiel richting 2026. Dat is wat we eigenlijk in deze suppletoire begroting hebben geadresseerd. We hebben dat verwerkt in de begroting. De instroom in de eerstejaarsasielopvang was in 2024 iets lager dan eerder werd verwacht. Daarom was een bezuiniging in het huidige jaar, in het lopende jaar, niet nodig. In 2026 moet er echter wel bezuinigd worden, omdat er dan hogere asieluitgaven zullen zijn. Daarvoor is een deel van de buffer van 2025 ingezet. Als we dat niet uit die buffer zouden betalen, dan zouden we extra moeten bezuinigen op programma's in 2026. De heer Van Baarle vroeg naar de OESO-norm van 0,7%. Bij een volgend kabinet gaan we op dat punt wat omlaag. In het huidige kabinet hebben we een sprong gemaakt van 0,52% in 2021 naar 0,67% in 2022, toen de huidige coalitie aantrad. In het jaarverslag heeft u kunnen lezen dat de ODA-prestatie in 2023 uitkwam op 0,66%. Daarmee zijn we als Nederland procentueel de zevende donor. Mevrouw Zeedijk vroeg of ik de doorrekening van de bezuiniging in het hoofdlijnenakkoord voor het zomerreces naar de Kamer kan sturen. Dat lijkt me nou iets wat echt aan mijn opvolger is, want die moet daarmee aan de slag. Voor het zomerreces lijkt me wel spannend. Mogelijk is zij heel snel in alles uitwerken, maar het zomerreces begint volgens mij over drie of vier weken. Ik doe daar dus verder geen toezeggingen over. Ik zal uw vraag aan haar doorgeleiden. Dan werd er ook gevraagd naar de bezuinigingen en het hoofdlijnenakkoord. Het is echt aan het nieuwe kabinet hoe daarmee om te gaan. Mevrouw Hirsch vroeg bijvoorbeeld: hoe gaan we ermee om als we op conferenties komen en daar een minder grote bijdrage kunnen leveren? Dan gaat het bijvoorbeeld om conferenties over water. Het is aan het nieuwe kabinet om te besluiten hoe ze de middelen voor ontwikkelingssamenwerking precies gaan inzetten. Ik kan daar niet op vooruitlopen. Dat is natuurlijk ook een beetje het bijzondere van dit debat. Er worden veel vragen gesteld over het hoofdlijnenakkoord, maar ik ga daar niet over. Daar gaat mijn opvolger over. U heeft binnenkort een hoorzitting met haar, dus u kunt haar daar vragen wat zij precies van plan is en wat het kabinet van plan is. Het is overigens wel zo dat het watermanagement wordt genoemd in het hoofdlijnenakkoord. Ik verwacht dus dat het volgende kabinet hier ook wel aandacht voor zal hebben.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dat is natuurlijk een vraag die verschillende leden hebben gesteld in de eerste termijn: wat vind ik ervan? Ik snap dat GroenLinks-PvdA, DENK en SP graag willen dat ik de voorgestelde bezuinigingen dom vind of een middelvinger naar de internationale gemeenschap. Die heb ik ook gehoord. Maar ik ga niet mee in die retoriek. Ik kijk naar de inhoud. Natuurlijk maak ik mij zorgen over programma's die ik ben gestart op het gebied van hulp en handel — we zijn nu eigenlijk de vruchten aan het plukken van beleid dat ik daarvoor heb ingezet — en bijvoorbeeld op het gebied van SRGR. Ik heb echt met mijn eigen ogen kunnen zien welk verschil wij kunnen maken als Nederland. Maar ik wil, zoals gezegd, kijken naar de inhoud. Ik vind het dan goed om af te wachten hoe mijn opvolger ervoor gaat zorgen dat die bezuinigingen hun beslag krijgen in de begroting en welke beleidskeuzes zij zal maken. Dat is écht aan een volgend kabinet. Ik ga dus niet mee in die retoriek. Maar zoals gezegd maak ik me zorgen over programma's die ik heb gestart en waarvan ik de vruchten heb gezien.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik heb zelf ook moeten bezuinigen: ik heb al 3,5 miljard, nu en in de toekomst, in mijn begroting moeten verwerken. Ik heb dat ook op een zo verstandig mogelijke manier proberen te doen door bijvoorbeeld geen juridische contracten open te breken en af te blijven van dingen die al helemaal belegd waren. Ik heb dat op een verstandige manier gedaan en ik vertrouw erop dat mijn opvolger het ook op een verstandige manier zal doen. Ik heb een aantal elementen aangegeven in mijn inleiding, bijvoorbeeld dat Nederland zich in het buitenland assertief blijft opstellen. Volgens mij is dat heel belangrijk. Ook het belang van hulp en handel heb ik aangegeven. Ik ben ook blij dat dat bij één minister blijft. Maar verder is het echt aan het volgende kabinet.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Heel in het kort. Zoals ik ook in mijn inleiding zei, heeft Nederland echt een voortrekkersrol. Veel landen kijken ook naar ons als het gaat om dit beleid, het opkomen voor de lhbtqi+-gemeenschap en het bestrijden van hiv/aids. Met die programma's helpen wij mensen en je weet niet of dat in de toekomst nog zo zal zijn. Maar nogmaals, ik weet niet wat mijn opvolger van plan is. Het zou echt speculeren in de ruimte zijn, maar ik weet in ieder geval dat de beleidsdomeinen water en voedselzekerheid wel genoemd staan in het hoofdlijnenakkoord. Daar ben ik heel blij om, want dat is ook heel belangrijk, zeker om perspectief te bieden aan mensen in met name Afrikaanse landen. Ik ben ook trots op wat we daar tot nu toe hebben gedaan. Maar het is allemaal belangrijk, want anders had ik dat als minister niet gedaan. Ik ga door naar de beantwoording. Mevrouw Kamminga vroeg naar delegated cooperation: hoe gaan andere landen, zoals Duitsland en Frankrijk, hiermee om en zouden we daar lessen van kunnen leren? Mevrouw Kamminga gaf zelf ook al dat Nederland gebruikmaakt van delegated cooperation. Dat doen we met Buitenlandse Zaken, maar ook met FMO, RVO en Nuffic. Tot nu toe werd 86 miljoen door de EU overgedragen aan Nederlandse organisaties en werden voorstellen van FMO voor ruim 500 miljoen al goedgekeurd. Maar ik ben ook van mening dat dit verder versterkt zou moeten worden en dat heb ik ook aangegeven in mijn nota Doen waar Nederland goed in is. We hebben inmiddels ook al meer dan tien jaar ervaring als Nederland met de combinatie van hulp en handel. Nederland heeft een aantal geïntegreerde Global Gateway-proposities ontwikkeld met betrokkenheid van kennisinstellingen, ngo's en de private sector. In mei diende Nederland een aantal voorstellen in bij de Europese Commissie op terreinen waar Nederland meerwaarde heeft, bijvoorbeeld de energietransitie en agrologistiek. Ik weet dat Duitsland en Frankrijk hier al wat verder in zijn. Deze landen hebben daarvoor dan ook andersoortige en grotere uitvoeringsorganisaties en budgetten. Maar ik ben het met mevrouw Kamminga eens dat Nederland daar nog meer aan zou kunnen doen. Het is natuurlijk wel zo dat wij niet kunnen afdwingen dat het wordt geoormerkt voor het Nederlandse bedrijfsleven of voor Nederlandse ngo's, want de uitgave van EU-middelen loopt natuurlijk gewoon via de Europese aanbestedingsregels.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dank u wel voor de vraag. Ik denk dat dat niet alleen het geval is in EU-verband, maar ook in VN-verband. We zijn binnen de VN en andere internationale organisaties, ook IBRD en de Wereldbank, bezig om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld duurzaamheid een belangrijker criterium wordt in de aanbestedingen. Op die manier wordt ons bedrijfsleven ook steeds aantrekkelijker. Ik zal dat ook als een van de zaken in het overdrachtsdossier zetten en mijn opvolger vragen of zij daarop wil blijven inzetten. Maar nogmaals, dat is aan haar en aan het volgende kabinet. Dan vroeg de heer Ram naar de imvo-wetgeving en wat wij kunnen doen om de regeldruk voor het mkb zo laag mogelijk te houden. Ik ben het helemaal met de heer Ram eens. Wij hebben verschillende debatten gevoerd over de lastendruk voor het mkb en met name ook over de due-diligencewetgeving, de wetgeving over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen die nu in de EU is aangenomen en die wij moeten omzetten naar een Nederlandse wet. Het kabinet heeft zeker oog voor de impact van de regeldruk op het bedrijfsleven, ook voor het mkb. Zo wordt altijd advies ingewonnen door het Adviescollege toetsing regeldruk. Uitgangspunt is om Europese wetgeving, conform standaard kabinetsbeleid, lastenluw te implementeren. Dat wil ik de komende anderhalve week nog doen wat betreft de implementatie, maar ik ga ervan uit dat de heer Ram ook mijn opvolger scherp zal houden om ervoor te zorgen dat die lastendruk — dat staat natuurlijk ook in het hoofdlijnenakkoord — zo laag mogelijk wordt gehouden. Overigens is de Europese Commissie ook onder de naam "Betere regelgeving" in samenwerking met lidstaten aan het kijken hoe de wetgeving sowieso voor minder lastendruk voor het bedrijfsleven kan zorgen.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik denk dat er verschillende manieren zijn om ervoor te zorgen dat bedrijven die daadwerkelijk onder de richtlijn vallen, daaraan kunnen gaan voldoen. We hebben natuurlijk een loket bij RVO, waar bedrijven met vragen terechtkunnen over hoe zij aan de richtlijn kunnen voldoen. Zelfs mkb'ers die niet onder de richtlijn vallen, kunnen terecht bij het hulppunt. Zij krijgen waarschijnlijk wel te maken met deze regels, omdat de grote bedrijven, importeurs, ook van hen eisen dat zij aan die normen voldoen. Dus ook al zijn zij niet direct aansprakelijk of direct verantwoordelijk, zijn zij dat indirect natuurlijk wel. Daarnaast zijn we bezig met die bedrijfseffectentoets, waarmee we kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat het zo makkelijk mogelijk wordt voor bedrijven om hieraan te voldoen. Want waarom is die richtlijn er? Waarom willen we die richtlijn? Om misstanden in de gehele keten tegen te gaan en ervoor te zorgen dat er ter plaatse geen negatieve gevolgen voor het milieu en mensenrechten zijn.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik ben daar zelf nog niet met bedrijven over in gesprek. Bedrijven zijn zich natuurlijk heel erg goed bewust van wat er op ze af gaat komen, ook de grote bedrijven. Zij begrijpen ook dat dit met name effect heeft op hun eigen bedrijfsmodel en op hoe zij zaken doen. Zoals gezegd wordt het mkb meegenomen in de slipstream. Als het mkb producten wil verkopen via of aan het grootbedrijf, dan zullen zij ook aan die richtlijn moeten voldoen, ook al zijn ze zelf niet aansprakelijk en vallen ze zelf niet onder de richtlijn. Ik ben van harte bereid om dat nog eens onder de aandacht te brengen, ook bij de grote bedrijven, die wel onder de richtlijn vallen. Maar zoals gezegd weten die heel goed wat er op ze afkomt en waar zij wel en niet voor verantwoordelijk zijn.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik denk dat dat een heel terechte vraag is, juist omdat er nu heel veel verschillende richtlijnen op elkaar komen: de ontbossingsverordening, de dwangwet die er ook nog bij komt, de CSDDD, de imvo-richtlijn. Ik denk dat het heel terecht is. Wij hebben als Nederland in de onderhandelingen over de imvo-richtlijn er steeds voor gepleit dat de definities zo veel mogelijk hetzelfde waren in alle richtlijnen. Dan denk je: waar gaat het om bij definities? Maar dat is voor het bedrijfsleven wel heel belangrijk dat ze zo veel mogelijk gelijk zijn in al die richtlijnen: waar moeten we nou precies over rapporteren, aan welke regels moet ik precies voldoen? Daarom hebben wij er als Nederland voor gepleit — dat staat ook in ons BNC-fiche — dat de CSRD, dus weer een andere richtlijn over rapporteren voor het bedrijfsleven, zo veel mogelijk gelijk zou zijn aan wat we van het bedrijfsleven vragen voor de imvo-richtlijn. Ik denk dat hier in de toekomst zeker nog een slag in te maken is. Zoals al eerder gezegd gaat mijn opvolger daarover, dus ik hoop dat u haar dat ook op het hart zult drukken. Maar het is iets waar mijn ministerie samen met het ministerie van Economische Zaken t.z.t. zeker op moet samenwerken om ervoor te zorgen dat er voor het bedrijfsleven niet allemaal verschillende definities en verschillende formulieren zijn. Ik ben dat met de heer Ram eens. Mevrouw Kamminga vroeg naar Invest International en het kernkapitaal, dat daar toch wel redelijk is opgedroogd. Ik heb hier inmiddels al aandacht voor gevraagd bij de minister van Financiën. Het besluit is ook aan de minister van Financiën als verantwoordelijke voor de staatsdeelneming. Ik ben verder natuurlijk wel blij dat Invest International het zo goed doet, want het is een van de uitvoeringsinstanties van mijn hulp- en handelsbeleid. Er is ook veel vraag naar bij het Nederlandse bedrijfsleven om de internationale concurrentie aan te kunnen gaan en internationaal actief te kunnen zijn in sectoren die van strategisch belang zijn voor Nederland. Invest International is precies bedoeld voor wat de markt niet kan oplossen. De continuïteit van Invest International is daarom van groot belang. Daarvoor is ook een oplossing voor die kapitaalbehoefte nodig. Ik hoop dat het volgende kabinet daartoe ook in het kader van de najaarsbesluitvorming zal besluiten. Maar ook hierbij geldt weer: het is aan het volgende kabinet.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik zou u dan natuurlijk het liefst willen doorverwijzen naar mijn collega, de minister van Financiën, en ook naar de volgende minister van Financiën. Zijn telefoonnummer hebt u misschien wel in uw telefoon staan. Maar het gaat erom dat zij er vraagtekens bij hebben of het bijvoorbeeld helemaal aanvullend is aan de markt en of daar sprake is van marktfalen of niet. In mijn beleving is dat wel het geval. Dat hoor ik ook als ik dat aan het bedrijfsleven vraag. Maandag sprak ik nog een CEO van een bedrijf dat veel zakendoet met Invest International. Zij geven aan dat dit echt gebeurt voor projecten waar normale investeerders of verzekeraars niet zo snel bij betrokken willen zijn.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Absoluut, en hierbij moedig ik u daar ook toe aan. Dan vroeg mevrouw Kamminga ook nog naar de tegensancties van China ten aanzien van de importheffingen van de EU op Chinese auto's. Zoals u weet heeft de Commissie op 12 juni bekendgemaakt voornemens te zijn voorlopige antisubsidieheffingen op elektrische auto's uit China op te leggen, variërend per fabrikant van 17% tot 38%. De Commissie stelt dat een onderzoek heeft uitgewezen dat er sprake is van oneerlijke subsidiëring die een dreiging vormt voor de EU-industrie. Het staat China, net als andere landen, natuurlijk vrij om onderzoek te doen naar mogelijke subsidiëring of dumping van goederen op de eigen markt, onder het acquit van de WTO. Het is mij bekend dat de forse export naar China voor onze landbouwindustrie van belang is, maar het is nu nog wel te vroeg om vooruit te lopen op de uitkomsten van een dergelijk onderzoek. Dan ga ik door naar Gaza en de vragen die daarover, en met name over UNRWA, zijn gesteld. De heren Bamenga en Van Baarle vroegen naar de opschorting van het bedrag voor UNRWA en wanneer we overgaan tot betaling. Ik ga toch weer even terug naar de manier waarop dit is ontstaan. Zoals meermaals in deze Kamer is gesteld, is vanwege de ernst van de beschuldigingen besloten om een politiek signaal af te geven om de beschuldigingen aan het adres van UNRWA serieus te onderzoeken. Zoals mevrouw Kamminga al in een interruptie zei, had Nederland op dat moment al de jaarlijkse bijdrage aan UNRWA overgemaakt. Additionele financiering voor UNRWA was niet voorzien. Zoals u weet, ligt dit besluit binnen de verantwoordelijkheid van de minister voor BHOS, die zich, zoals gebruikelijk, mede laat adviseren door ambtenaren en mede op basis daarvan besluiten neemt. Ik heb inmiddels ook weer besloten om UNRWA weer mee te wegen als potentieel kanaal voor hulp. We hebben dus eigenlijk een heel stevig politiek signaal gegeven door te zeggen: nee, we gaan nu even de hulp aan UNRWA staken. Maar naar aanleiding van het Colonna-rapport hebben we gezegd het wel weer mee te wegen, maar voordat we echt weer over kunnen gaan tot betaling en hervatting van financiële steun, moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. Daarbij gaat het om de implementatie van de aanbevelingen uit het rapport van de Franse minister Colonna. We wegen ook het OIOS-onderzoek van de VN mee. Ik was vorige week nog in de Verenigde Staten. Daar heb ik ook gesproken met onze mensen en onze ambassadeur bij de VN. Zij heeft ook veel gesprekken binnen de VN over dat OIOS-rapport en weet hoe belangrijk het voor Nederland is om daarover te horen. Het lijkt erop dat er een update komt rond eind juni, begin juli. Zoals ik ook in mijn laatste brief aan uw Kamer heb geschreven, worden de uitkomsten alleen op hoofdlijnen openbaar, omdat dit onderzoek individuen betreft. Natuurlijk wegen we niet alleen het OIOS-rapport mee, zoals ik ook in mijn eerdere brief over UNRWA heb gezegd, maar volgens de implementatie van de aanbevelingen van Colonna wegen we ook de noden in Gaza en de stabiliteit van de regio mee. We hebben ook gezegd dat we meer humanitaire hulp voor Gaza vrijmaken. Daar heb ik vorige week dus ook een brief over gestuurd.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik ben het hier niet helemaal over eens met de heer Ram. Dat Colonna-rapport onderzocht de neutraliteit en de mechanismen die UNRWA heeft om neutraliteit te waarborgen in hun organisatie. Dat hebben ze onderzocht. Ze hebben inderdaad niet onderzocht welke individuen mogelijk een rol zouden hebben gespeeld bij de brutaliteiten, de aanslagen op 7 oktober. Voordat we overgaan tot betaling wachten we dus nog op dat rapport. OIOS maakt weliswaar deel uit van de VN, maar is wel onafhankelijk. Hier hebben we ook een inspecteur-generaal die onafhankelijk onderzoek doet als er iets misgaat bij ons ministerie van Defensie. Zo moet u ook het OIOS-rapport wegen. Dat is dus wel degelijk echt onafhankelijk. Daarom hechten wij ook zo veel waarde aan dat OIOS-rapport.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: De secretaris-generaal heeft er heel veel baat bij dat er geen enkele twijfel is over de neutraliteit van UNRWA. Hij is zich wel degelijk bewust van de discussies en debatten die in deze Kamer, maar ook in andere parlementen binnen alle donorlanden worden gevoerd. Hij heeft er heel veel baat bij dat elke twijfel wordt weggenomen. Onlangs is er ook door Nederland bij hem op aangedrongen om zo veel mogelijk openheid en transparantie te betrachten over de resultaten van het OIOS-rapport. Daar blijven wij op duwen. Wat er anders is na 7 oktober, is dat het Colonna-rapport er is, dat zegt: er zijn nog aanbevelingen; de neutraliteit is nog niet helemaal goed. Daar heb ik ook zorgen over, zoals ik in de brief heb opgenomen. Maar als die aanbevelingen worden opgevolgd, is de neutraliteit van UNRWA en van alle medewerkers gewaarborgd. Dat is voor mij en voor het kabinet heel belangrijk geweest om UNRWA weer mee te nemen als hulpkanaal, om het in het jargon te houden.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Nogmaals, Colonna heeft een onderzoek naar neutraliteit gedaan en OIOS doet onderzoek naar daadwerkelijke betrokkenheid van de medewerkers. De heer Ram heeft het over tunnels, maar die zijn van Hamas en niet van UNRWA. Ik vind het wel heel belangrijk om hier dat onderscheid te maken en te blijven maken.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: De heer Ram doet nu aannames. Hij zegt dat UNRWA-medewerkers ervan hebben geweten en het hebben verzwegen. Zoals gezegd … Nou ja, ik val in herhaling. Ik blijf bij wat ik heb gezegd over het onderzoek naar neutraliteit. Wij wachten het OIOS-rapport af. Daarin wordt nu onderzocht of medewerkers al dan niet betrokken zijn geweest bij de aanvallen op 7 oktober.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dat hebben we ook al eerder besproken. We hebben die 19 miljoen al in januari overgemaakt. We hebben al voor het hele jaar onze bijdrage overgemaakt. Wat dat betreft is het niet ten koste gegaan van de bijdrage van Nederland.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: De heer Bamenga schetst nu een gesprek dat hij had. Dat deed hij in zijn eerste termijn ook. Ik ben misschien niet genoeg ingegaan op hoe vreselijk de situatie daar is. Het ging meteen heel technisch over het Colonna-rapport et cetera. Maar de heer Bamenga heeft helemaal gelijk als hij zegt dat mensen nu in Gaza onder verschrikkelijke omstandigheden leven. Daarom pleit Nederland ook voor een staakt-het-vuren. Daarom pleit Nederland ook voor zo veel mogelijk humanitaire hulp zo snel mogelijk ter plaatse krijgen bij mensen. Daarom heb ik ook extra fondsen voor humanitaire hulp beschikbaar gesteld.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik kan de heer Bamenga toezeggen dat het kabinet over zal gaan tot betaling zodra de conclusies van het OIOS-rapport ons geruststellen. Hierbij wordt meegewogen of de aanbevelingen van het Colonna-rapport zijn geïmplementeerd. We hoeven geen vraagtekens te stellen bij de noden; die kennen we allemaal. Ik wil daaraan toevoegen dat ik blij ben dat er vanavond een gesprek wordt gevoerd over de feiten inzake de hongersnood in Gaza. Het kabinet gaat uit van alle feiten zoals die ons door internationale organisaties worden aangereikt. Ik hoop ook dat het nieuwe kabinet zich zal blijven baseren op de grote consensus wereldwijd over hongersnood in Gaza en zal blijven aandringen op meer voedselhulp voor Palestijnen. Die noden zijn ons dus bekend. Ik vind het belangrijk om dat OIOS-rapport af te wachten, maar daarna hoop ik dat ik of het nieuwe kabinet zo snel mogelijk tot betaling over kan gaan.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: U zegt "nog wat punten", maar het zijn echt wel meer dan 50 aanbevelingen. Het zijn dus niet zomaar wat puntjes; het is wel serieus.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik ben het ermee eens dat het over twaalf individuen gaat. Ik ben ook blij dat UNRWA tot actie is overgegaan om deze twaalf individuen direct te ontslaan en direct een OIOS-rapport op te stellen. Want ook UNRWA zelf is erbij gebaat, net als de secretaris-generaal van de VN, dat er geen enkele twijfel over hun neutraliteit bestaat. Zoals ik net ook al zei in mijn antwoord op de eerste vraag: het gaat niet zomaar over een paar aanbevelinkjes. In het rapport — ik ga ervan uit dat de heer Van Baarle dat goed heeft gelezen — staat dat er mechanismen in de organisatie aanwezig zijn om neutraliteit te waarborgen, maar er staat ook dat die op dit moment niet overal voldoen. Dat vind ik wel een heel belangrijke vereiste om Nederlands belastinggeld aan UNRWA over te maken. Dat is ook waarom ik zo veel waarde hecht aan de implementatie van die aanbevelingen. Ik heb de heer Lazzarini daar onlangs, twee weken geleden, nog over gesproken. Die begrijpt dat belang ook. Ze zijn er heel voortvarend mee aan de slag gegaan. Ik was heel blij om dat te horen. Ik heb hem aangemoedigd om er zo veel mogelijk vaart achter te zetten, zodat Nederland ook weer over kan gaan tot financiering.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Omdat de beschuldigingen zo zwaar zijn, vind ik het toch belangrijk om daarin zorgvuldigheid te betrachten en te wachten op het rapport. Ik begrijp het ongeduld van de heer Van Baarle, maar ik vind het echt belangrijk om het rapport, dat eind juni, begin juli komt, mee te kunnen wegen.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: De heer Van Baarle zegt nu dat het niet bewezen is. Juist om dat soort dingen hier te kunnen zeggen, ook als regering, vind ik het heel belangrijk om het OIOS-rapport af te wachten, want dan weten we pas wat er wel en niet bewezen is en welk bewijs Israël al dan niet heeft overlegd aan OIOS. Daar heb ik nu geen kennis van, dus vind ik het ook gevaarlijk om daarover nu te gaan speculeren. Wel ben ik het met de heer Van Baarle eens dat Palestijnen nu voor een groot deel afhankelijk zijn van UNRWA voor hun steun. Zoals gezegd, hebben we begin van het jaar onze steun overgemaakt en we hebben nu dus ook weer meer geld vrijgemaakt voor humanitaire hulp binnen Gaza aan WHO, Rode Kruis en ILO en voor UNRWA gereserveerd. Het zou goed zijn als dat OIOS-rapport zo snel mogelijk komt zodat we over kunnen gaan tot betaling. De heer Van Baarle heeft verder gezegd dat we ook vooruit moeten kijken binnen Gaza. We hebben 20 miljoen gereserveerd voor wederopbouw. De uitwerking daarvan is nu nog niet concreet. Dat is aan het volgende kabinet. Natuurlijk heeft mijn collega, minister van Buitenlandse Zaken Bruins Slot, op de conferentie van 11 juni in Jordanië over het belang van wederopbouw gesproken en ook de Nederlandse betrokkenheid daarbij benadrukt. De heer Van Baarle heeft verder gevraagd naar de inkoop van defensiematerieel in Israël. Allereerst is het van belang onderscheid te maken tussen wapenexport, waarvan de exportcontrole valt binnen mijn portefeuille, en de inkoop van nieuw defensiematerieel, wat echt aan de minister en de staatssecretaris van Defensie is. Over de inkoop van materieel in Israël, waarover de heer Van Baarle sprak, zijn onlangs schriftelijke vragen gesteld die natuurlijk zullen worden beantwoord door de minister van Defensie. Dan de vraag van de heer Van Baarle naar de relatie met Netanyahu. Zoals ik al zei, is het kabinet uitermate bezorgd over de situatie in Gaza en blijft het aandringen op een staakt-het-vuren, meer humanitaire hulp en vrijlating van de gegijzelden. We blijven ook in EU-verband en met partners uit de regio beide partijen oproepen om de Veiligheidsraadresolutie die vorige week is aangenomen, gesteund door Nederland, uit te voeren, zodat kan worden toegewerkt naar beëindiging van de vijandelijkheden en naar wederopbouw. Die boodschap heeft premier Rutte ook overgebracht aan de Israëlische premier Netanyahu. De heer Van Baarle heeft verder gevraagd naar het Nederlands ontmoedigingsbeleid. Conform het ontmoedigingsbeleid ondersteunt de Nederlandse overheid geen activiteiten van bedrijven die direct bijdragen aan de aanleg en instandhouding van illegale nederzettingen of deze direct faciliteren. Als een bedrijf aankomt bij onze post, bij de RVO of bij ons ministerie en steun vraagt bij het ontplooien van activiteiten bij nederzettingen, dan krijgt het nul op het rekest. Daarnaast voert de overheid het etiketteringsbeleid van de EU met betrekking tot de herkomstaanduiding uit. Dat houdt in dat er gedifferentieerd wordt tussen producten uit Israël en producten uit nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden. Deze tweede categorie komt ook niet in aanmerking voor handelsvoordelen. Daar wordt op toegezien en gehandhaafd door de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Dan ga ik door naar verschillende onderwerpen die aan bod kwamen. Mevrouw Dobbe vroeg naar het bestrijden van vrouwenbesnijdenis. Evenals mevrouw Dobbe hecht ik groot belang aan het bestrijden van vrouwenbesnijdenis. Het kabinet investeert in seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, SRGR. Dat gaat ook over het uitbannen van vrouwenbesnijdenis. Dat doen we met UNFPA en het maatschappelijk middenveld, bijvoorbeeld om wet- en regelgeving te bevorderen die deze schadelijke praktijk voorkomt. De heer Ram vroeg naar het migratiepact, specifiek met Egypte en of wat we nu hebben georganiseerd voldoende is om daar de migratiestroom te stoppen.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik zei in mijn inleiding ook al: het is allemaal belangrijk. Als we het ergens anders weghalen, bijvoorbeeld bij onderwijs, dan halen we het weg bij beurzen voor voedsel, voedselzekerheid en water. Als we het weghalen bij internationale organisaties of multilaterale instellingen, bij dat kopje in de begroting, dan gaat het ten koste van al gecommitteerde bedragen aan bijvoorbeeld UNESCO. Ik weet dat mevrouw Dobbe hier een amendement over indient, dus ik zal daar straks in de tweede termijn nog op ingaan. Kijk, ik ben hier helemaal voor. Dit doet mij ook pijn. Dat deed het al toen ik dit in januari voorstelde en de Kamer daarmee instemde bij de begroting. Maar toen hebben we het eigenlijk afgesproken. Wij zijn daarna verdergegaan met het committeren van de bedragen zoals we die toen in de begroting hebben afgesproken. Als we dat dus nu weer gaan openbreken, dan moet ik het weer bij andere programma's weghalen. Dat doet ook pijn, ook bij mevrouw Dobbe, denk ik. Het moet uit de lengte of uit de breedte komen.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Tja, dat ben ik toch niet helemaal eens met mevrouw Dobbe. U vraagt naar wat het zal betekenen voor de miljarden die worden weggehaald. Dat hangt helemaal af van hoe dat wordt ingericht door mijn opvolger, dus ik kan daar gewoon feitelijk geen antwoord op geven. Het is wel zo dat u het bedrag van 13 miljoen — het ging om 13 miljoen als ik mij niet vergis, maar ik kom straks nog op de amendementen — heeft gebaseerd op een overzicht dat u in maart heeft gekregen. We leven nu in half juni. Wij zijn in de planning doorgegaan, gewoon conform wat we bij de begroting met elkaar hebben afgesproken, met de bedragen zoals we die toen hebben afgesproken. We zijn nu dus tweeënhalve maand verder. Daarom zijn we met die 13 miljoen al veel verder qua committering. Het is dus niet zo dat het nu nog vrije ruimte is. We zijn nu halverwege het jaar om dat geld goed uit te geven. Ik ben het helemaal met mevrouw Dobbe eens dat het doel waarvoor zij dit wil vrijmaken, heel goed is. Ik steun dat ook graag, maar het is wel zo dat wij in het verleden dat geld voor het overige armoedebeleid hebben vrijgemaakt. Maar goed, ik kan daar later nog op terugkomen bij de bespreking van het amendement.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Nee, nog niet. Ik heb nog een vraag van de heer Ram over het migratiepact van de EU met Egypte. Hij loopt nu weg, maar hij zal straks wel van iemand horen wat ik hierop heb geantwoord. Daarbij is een partnerschap tot stand gekomen waarvoor Egypte leningen en investeringen ontvangt voor de noodlijdende Egyptische economie, en een deel voor maatregelen om migratie naar Europa tegen te gaan. Ook is hierover de dialoog met Egypte verder verdiept. Egypte vangt op dit moment zo'n 9 miljoen vluchtelingen op, van wie de meesten uit Sudan en Syrië komen. Zij hebben ook toegang tot basisvoorzieningen. Op dit moment is het nog wel te vroeg voor uitspraken over de effecten van dit pact. We moeten het natuurlijk nauwgezet blijven monitoren met de EU en de verschillende lidstaten. Mevrouw Hirsch vroeg ook nog naar dit pact. Zij vroeg wat wij doen ter bescherming van vluchtelingen en migranten. Nederland blijft daar natuurlijk op inzetten, ter voorkoming van onvrijwillige uitzetting naar een land waarin zij niet veilig zijn. Dat doet Nederland zowel bilateraal met Egypte als in EU-verband. Nederland zal de geluiden waarover mevrouw Hirsch sprak, opnieuw aankaarten bij de relevante Egyptische autoriteiten, bijvoorbeeld onder het bilaterale migratiepartnerschap dat we met Egypte hebben. Dan vroeg mevrouw Kamminga nog hoe wij ervoor zorgen dat de steun aan Oekraïne op de juiste plekken terechtkomt. De Oekraïense autoriteiten, de Wereldbank, de Verenigde Naties en de Europese Commissie hebben een Rapid Damage and Needs Assessment opgesteld. Dat is leidend in het bepalen waar Nederlandse steun naartoe gaat. Het is een gezamenlijke analyse van de prioritaire behoeften van Oekraïne. Voor Nederland loopt dat voor het grootste deel via multilaterale organisaties, zoals de Wereldbank en de EBRD. Het voordeel van dit soort organisaties is dat zij het land goed kennen. Zij hebben een breed netwerk, echt lokaal. Daarom kunnen zij snel en effectief steun leveren. Daarnaast werken we via partnerschappen van Nederlandse en Oekraïense bedrijven en organisaties. Zo benutten we echt de Nederlandse kennis en kunde. De Kamer heeft mij ook vaak gevraagd om het Nederlandse bedrijfsleven in te zetten bij de hulp aan Oekraïne. We steunen bijvoorbeeld ook activiteiten op het gebied van accountability via bilaterale steun aan de justitiesector en via een bijdrage aan de EU Advisory Mission Ukraine. Ook is er een actieve betrokkenheid bij de Dialogue Group, die zich richt op een versterkte coördinatie van de internationale inzet op dit soort thema's en forensische missies. Daarbij houden we natuurlijk doorlopend contact met zowel Oekraïense stakeholders als internationale partners. Daarvoor hebben wij natuurlijk ook onze Oekraïnegezant. Dan vroeg de heer Ram nog naar wapenexportcontrole: welke mogelijkheden zijn er om daar meer level playing field voor te creëren? Dat is een speerpunt van het kabinetsbeleid. Wij hebben daar verschillende maatregelen voor genomen. Denk bijvoorbeeld aan de voorgenomen toetreding tot het Verdrag van Aken, dat wapenexportcontrole in het geval van gezamenlijke ontwikkeling en productie stroomlijnt, en aan de inzet op meer harmonisatie in de lopende herziening van de Europese kaders voor wapenexportcontrole, zodat die acht Europese criteria op dezelfde wijze worden toegepast. Wat betreft het Verdrag van Aken: vorig jaar juli hebben we bij de verdragspartners aangegeven dat wij graag tot dat verdrag willen toetreden. Zij zijn daarover nog in conclaaf, maar ik hoop dat het spoedig gebeurt, want dat zou Nederland en de Nederlandse defensie-industrie zeer helpen. Dan vroeg mevrouw Dobbe nog naar de steun en inzet voor het maatschappelijk middenveld in Afghanistan. Ruim twee jaar na de machtsovername door de taliban is de situatie nog steeds zorgwekkend, zoals mevrouw Dobbe ook benoemde. Economisch is de situatie heel slecht en de mensenrechtensituatie is schrijnend. Veel mensen hebben moeite om in hun bestaan te voorzien. Diverse natuurrampen hebben de situatie verder verslechterd, met groot menselijk leed tot gevolg. Het is goed dat hier aandacht voor is en blijft. Mijn ambtenaren hebben de recente rondetafelbijeenkomst in de Kamer over de situatie in Afghanistan met interesse gevolgd. Nederland biedt significante humanitaire hulp aan de Afghaanse bevolking. Daarnaast steunt het kabinet de tijdelijke leniging van basisnoden in Afghanistan. Daarbij stellen we de ondersteuning van meisjes en vrouwen natuurlijk centraal. Daar hebben we onze eisen aan gesteld. Je merkt dat, ondanks talibanrestricties, organisaties ter plekke de bevolking nog weten te bereiken. Er is een Kamerbrief in de maak. Ik zal die samen met mijn collega van Buitenlandse Zaken nog aan uw Kamer doen toekomen, op korte termijn.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dank u wel, voorzitter. Ik ga allereerst beginnen met de enkele vraag die aan mij gesteld is. Dan ga ik door met de moties en dan de amendementen. De heer Bamenga van D66 vroeg mij nog naar de middelen die ik heb aangekondigd voor Sudan en hoe die ten goede komen aan de lokale actoren. De humanitaire partners die Nederland financiert met dat extra bedrag zijn de VN, het Rode Kruis en ngo's van de Dutch Relief Alliance, de DRA. Die werken allemaal met lokale actoren. Specifiek de steun van 10 miljoen die ik halverwege april dit jaar heb toegezegd, komt ten goede aan het Sudan Humanitarian Fund van OCHA, dat op haar beurt weer lokale organisaties zoals Emergency Response Rooms financiert. Daar heeft Nederland zich ook zelf voor ingezet. Via Nederlandse steun aan de DRA komt een groot deel terecht bij de Sudanese partnerorganisaties. Natuurlijk blijven wij ons inzetten voor de toegang van humanitaire hulp ter plaatse, maar de heer Bamenga weet ook dat dat heel lastig is daar, ook met de strijdende partijen, om die daartoe op te roepen. Wij blijven ons als Nederland inzetten, vooral in de internationale gemeenschap, om de druk op te blijven voeren. Dan kom ik bij de moties. Allereerst de motie op stuk nr. 8 van mevrouw Dobbe. Die ontraad ik. We hebben dat debat al vaker gevoerd. Het kabinet hecht eraan om te voorkomen dat uit Nederland afkomstige goederen op ongewenste plekken terechtkomen. Daarom wordt elke vergunningsaanvraag getoetst aan de acht Europese wapenexportcriteria. Daarbij wordt ook zorgvuldig gekeken naar eventuele risico's op het gebied van mensenrechtenschendingen. Onder het Verdrag van Aken vertrouwen we de verdragspartners — dat zijn Duitsland, Frankrijk en Spanje — op elkaars toets aan de Europese toetsingskaders. Dat kan omdat alle partijen dezelfde waarden delen. Het verdrag voorziet ook in regelmatig overleg tussen verdragspartijen. Daar kunnen eventuele zorgen worden aangekaart en kan in het uiterste geval bezwaar worden gemaakt. Daarnaast bestaat ook de noodremprocedure. Als wij het echt ergens niet mee eens zijn, trekken we aan de noodrem. Tegelijkertijd vraagt de internationale veiligheidssituatie om het versterken van onze defensie-industrie en een grotere inzet op gezamenlijke capaciteitsopbouw. Die motie ontraad ik dus. De motie op stuk nr. 9 van de leden Hirsch en Dobbe over het maximeren van de asieltoerekening binnen ODA op 10% in 2024. Dat is natuurlijk geregeld in het hoofdlijnenakkoord, maar deze motie vraagt eigenlijk om dat nu al te gaan doen. Dat is echt een keuze voor het nieuwe kabinet. Daar zou u dan ook een fatsoenlijke, deugdelijke dekking bij moeten voorstellen. Dan de motie-Hirsch op stuk nr. 10 over Gaza: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 11 van de heer Van Baarle van DENK: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 12 over het ontmoedigingsbeleid ontraad ik. Het kabinetsbeleid is op dit punt volstrekt helder. Er is bilateraal geen ondersteuning voor activiteiten ten behoeve van nederzettingen. Samen met EU-partners hebben we beleid op oorsprongsregels. Ten slotte heeft het kabinet ook in EU-verband het gesprek geëntameerd over het associatieverdrag. Dat ligt natuurlijk voornamelijk bij mijn collega Bruins Slot, de minister van Buitenlandse Zaken. Dan de motie op stuk nr. 13.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Omdat dat beleid niet voor niks of zomaar tot stand is gekomen. Dat is echt een politieke puzzel geweest waarbij we hebben gezegd: we vinden het belangrijk om zaken te kunnen blijven doen in Israël. Daarom blijft onze handelsattaché daar dus gewoon op de post. Maar we zeggen wel: bedrijven, als u iets in nederzettingen wilt doen, dan krijgt u onze hulp niet. Dat raden we ook verder af. Wij zijn verder geen politie die bepaalt of bedrijven dat al dan niet moeten kunnen doen. Wij zijn er geen voorstander van en we vinden ook dat bedrijven dat niet moeten doen. Maar ik vraag me ook af naar welk instrument de heer Van Baarle dan verder op zoek zou zijn met dit onderzoek.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ik heb geen reden om aan te nemen dat het niet effectief is. Ik heb dat ook niet begrepen vanuit mijn gesprekken met onze post in Tel Aviv. Ik blijf dus bij het oordeel ontraden.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Die ontraad ik ook. Die gaat over in de toekomst middelen vrijmaken voor UNRWA. Dat is echt aan het volgende kabinet, natuurlijk in afwachting van het OIOS-rapport. Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 14 van de heer Bamenga van D66. Die ontraad ik ook. Zoals aangegeven wachten we op meer informatie van OIOS. Daar willen we dus op wachten, voordat we overgaan tot betaling. We willen echt zeker weten dat die aanbevelingen zijn geïmplementeerd. Het oordeel is dus: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 15 van de heer Ram. Die ontraad ik. Het kabinet is voorstander van een gelijk speelveld op het gebied van wapenexportcontrole. Ik lichtte ook eerder onze inzet daarop toe. Als de heer Ram er bijvoorbeeld mee zou kunnen leven dat hij ons niet oproept om de exportvergunning voor de hele contractduur te verstrekken maar om te onderzoeken of en hoe we dat zouden kunnen doen, dan zou ik 'm oordeel Kamer kunnen geven. Als we direct over moeten gaan tot die wijziging rondom offerte en afgiftes, weet u dat we ook de looptijd van de vergunningen voor de aftersales al hebben verlengd van één naar drie jaar. Daarmee hebben we het al iets versoepeld. Als de motie van de heer Ram daartoe oproept, zou ik dat dus best willen onderzoeken, maar meteen daartoe overgaan is nog wat snel.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dan geef ik de motie op stuk nr. 15 oordeel Kamer. Ik kan daar bijvoorbeeld op terugkomen bij de jaarrapportage wapenexportbeleid. Die komt z.s.m. uw kant op.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: In dat geval krijgt de motie na de wijziging oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dan de motie van mevrouw Kamminga op stuk nr. 16 over de delegated cooperation. Die gaat over het in kaart brengen en het onderzoeken. Ik kan de motie oordeel Kamer geven. Volgens mij wil mevrouw Kamminga gewoon dat we hier snel mee aan de slag gaan. Ik ga er dus van uit dat zij niet een heel onderzoek bedoelt waarin we een onderzoeksvraag, een instelling en een instituut opzoeken, maar dat wij zelf bij Frankrijk en Duitsland te rade gaan hoe zij dit bijvoorbeeld doen en daarmee snel overgaan tot een streefbedrag van 1 miljard. Dan geef ik de motie oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dat is een streefbedrag. Mevrouw Kamminga noemt het ook een streefbedrag. Het gaat erom dat dat EU-gelden zijn. Wij doen de overhead voor dat soort projecten, maar uiteindelijk gaat het om EU-gelden waar wij in het Meerjarig Financieel Kader al aan hebben bijgedragen. Dat heeft verder dus geen consequenties voor ons budget.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: De amendementen. Het is toch nog even belangrijk om te markeren dat de BHOS-begroting voor 2024 eind januari met u door mijn waarnemer is besproken en is goedgekeurd door het parlement. Daarbij zijn ook de bezuinigingen doorgevoerd waar twee amendementen op gericht zijn. Ik zei in mijn eerste termijn ook al dat het nu laat in het jaar is om nog wijzigingen door te voeren. Bovendien is de vrije budgettaire ruimte beperkt vanwege eerdere ombuigingen en het moment van het jaar. Er kan niet zonder meer geschoven worden met de gereserveerde middelen op overig armoedebeleid. Ik kom dan eerst op het amendement op stuk nr. 4 van mevrouw Dobbe en mevrouw Hirsch. Die 13 miljoen kan niet verschoven worden zonder grote gevolgen voor bijvoorbeeld het internationale cultuurbeleid van het Prins Claus Fonds, de toegezegde bijdrage aan het EU-project in het kader van delegated cooperation, de verplichte jaarlijkse contributie aan UNESCO en verplichtingen in het kader van schuldverlichting die meerjarig vastliggen. Tot slot is ook het budget voor 2024 voor nationale SDG-implementatie inmiddels volledig aangewend. Wat betreft het overzicht waar uw Kamer de 13 miljoen op baseert, zijn we alweer ingehaald door de werkelijkheid en door het gewoon verder plannen en uitvoeren van onze begroting.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Dat hebben we bijvoorbeeld voor water en voedselzekerheid wel gedaan, ook in antwoord op feitelijke vragen. Voor SRGR kan ik nu niet een hele concrete lijst opnoemen. Die heb ik nu niet paraat.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: Ja. Het is ook nog even belangrijk om te vermelden dat in de begroting 2024 de impact van de ombuigingen staat. Nu lees ik voor wat het zou betekenen als we die 13 miljoen van artikel 5 naar artikel 3 zouden verplaatsen. In de begroting 2024 staat wat de ombuigingen en bezuinigingen op artikel 3 behelzen en voor gevolgen hebben. Het amendement op stuk nr. 6 ontraad ik ook. Als we het vanuit artikel 5, multilaterale samenwerking, overhevelen naar klimaat, dan zou dat ten koste gaan van technische assistentie die op dit moment cruciaal is om landen te helpen hun overheidsfinanciën op orde te krijgen. Deze programma's voorzien in steun, advies en training op het gebied van overheidsfinanciën en verantwoord schuldenbeheer. Dit draagt direct bij aan het voorkomen en verhelpen van schuldenproblematiek in kwetsbare economieën en landen. Het kabinet heeft besloten tot een bijdrage aan het Poverty Reduction and Growth Trust van het IMF. Dit is toegezegd bij de IMF-jaarvergadering in Marrakech in 2023 en aan de Kamer gemeld bij de geannoteerde agenda. Landen kunnen daarmee tegen 0% rente van het Poverty Reduction and Growth Trust lenen. Via het assistent-deskundigenprogramma dragen we bij aan de capaciteit van de VN-instellingen en aan Nederlanders die werkzaam zijn bij de VN. Het niet nakomen van deze betaling is juridisch niet mogelijk, aangezien dat ontslag van reeds aangestelde assistent-deskundigen zou betekenen. Dan het amendement op stuk nr. 7. Dat gaat over de asieltoerekening. Dat is echt een keuze voor een nieuw kabinet. Dat geldt ook voor een deugdelijke dekking, zoals ik ook zei bij de motie.

Bron, video en gesprek →
19 jun 2024 · Spreekbeurt

Minister Schreinemacher: En dus ontraden we 'm, ja. Ten slotte wil ik u ook allen danken voor de goede debatten die we hebben gevoerd hier in de plenaire zaal en natuurlijk in alle commissievergaderingen. Ik wens u veel wijsheid toe in een wereld die steeds verder polariseert, binnen en buiten Nederland. Ik heb zelf geprobeerd om bij onderwerpen waar van links tot rechts veel onenigheid over is en waar anders over wordt gedacht, de kanten bij elkaar te brengen en alles goed vorm te geven, zodat we bedrijven, maar ook mensen die buiten Nederland op onze steun rekenen, hebben kunnen helpen. Dat zal met een extraparlementair kabinet waarachtig niet eenvoudig worden, dus ik wens u alle wijsheid toe, zodat u de debatten gebaseerd op feiten en met respect voor elkaars standpunten kunt voeren. Ten slotte natuurlijk alle dank aan mijn ambtenaren, die zich binnen en buiten Nederland inzetten voor de belangen van Nederland. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →