KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 9 sep 2026 · Tweede Kamer

Politie

Brontekst

De heer Mathlouti (D66): Dank, voorzitter. De gebeurtenissen in Overasselt laten zien met welk extreem geweld de georganiseerde misdaad is bereid op te treden: zwaarbewapende mannen op straat, een dodelijk slachtoffer en agenten die onder vuur worden genomen. Laat ik vooral beginnen met te zeggen dat ik onder de indruk ben van wat ik van de politie heb gezien. Ik zie een aantal mensen van de politie zitten en er kijken er ongetwijfeld een aantal mee. Ik spreek graag mijn waardering uit voor de moed en professionaliteit waarmee de politie heeft gehandeld. Ik wens ook de gewonde agenten, hun families en collega's veel sterkte. Voorzitter. De situatie legt ook de fundamentele vraag neer: hoe goed is Nederland voorbereid op dit soort geweld? Zijn gemeenten, maar ook onze teams bij de politie en het OM, hier voldoende op voorbereid? En vooral: hoe worden lessen getrokken om de aanpak nog sterker te maken? Voorzitter. In het verlengde daarvan wil ik een punt nadrukkelijk uitlichten: jongeren worden geronseld voor deze zware criminaliteit. We zien de voorbeelden wekelijks bij explosies in woonwijken. Jongeren zijn koerier of uitvoerder van geweld of helpen bij het uithalen van drugs in de havens. De aanpak zit wat D66 betreft in preventie en in sterk optreden. Wie met een explosief of vuurwapen op pad gaat, pleegt een ernstig strafbaar feit en moet worden aangepakt. Maar als we alleen de uitvoerder pakken, staat morgen de volgende klaar. Daarom de vraag: lukt het de politie en het OM voldoende om juist de ronselaars achter deze jongeren te vinden, te pakken en vooral ook succesvol te vervolgen? Welke lessen kunnen wij trekken uit bijvoorbeeld landen als Zweden, die ervaring hebben met dezelfde criminele netwerken die kinderen ronselen? Voorzitter. Georganiseerde misdaad is, zoals we goed weten, internationaal georganiseerd. Mensen, wapens, drugs en crimineel geld bewegen over grenzen. Onze opsporing moet dat minimaal met hetzelfde gemak ook kunnen. Waar kunnen we sneller gezamenlijk opsporen, informatie uitwisselen en crimineel vermogen afpakken? Dat zie je heel concreet in onze grensregio's, waar de politie te maken heeft met georganiseerde misdaad, maar ook kleinere criminaliteit die zich niet houdt aan landgrenzen. Tijdens mijn werkbezoek in Zuid-Limburg zag ik hoeveel Nederlandse, Belgische en Duitse agenten ondanks belemmeringen al samen doen. Ik zag dat de minister ook een bezoek heeft afgelegd. Maar er zijn nog flinke barrières: meldkamers met verschillende systemen, het delen van operationele informatie en beelden is beperkt of gaat te langzaam. Agenten hebben over de grens te maken met verschillende bevoegdheden en uitrusting. De grens mag voor criminelen geen voordeel zijn en voor onze politie geen handicap. De minister schrijft in antwoord op mijn eerdere vraag dat in Limburg een gedeeld realtimecentrum met Belgische en Duitse meldkamers wordt verkend. Wanneer gaat dit er daadwerkelijk komen? Ook schrijft hij dat het verdrag van Enschede herzien wordt om informatie-uitwisseling en bevoegdheden over de grens te verbeteren. Welke concrete barrières gaat de minister hiermee wegnemen en wanneer merkt de agent in de grensregio daar daadwerkelijk iets van? Voorzitter. Dan het geweld in onze voetbalstadions, waar we het al eerder over hebben gehad. Ik heb het vaker gezegd, ik ben een groot voetbalfan en juist daarom wind ik mij zo op over ongeregeldheden in stadions zoals laatst bij de wedstrijd tussen Cambuur en Feyenoord en onlangs bij Utrecht-Go Ahead: brandwonden, gehoorschade en oorletsel bij mensen die dachten gezellig naar een wedstrijd te gaan. Samen met collega Straatman ben ik bezig met een groot plan om deze problematiek aan te pakken, maar een essentieel onderdeel, dat nu lijkt te missen, wil ik eruit pakken: het gebrek aan landelijke regie. Natuurlijk dragen clubs een eigen verantwoordelijkheid en ligt het gezag bij de lokale driehoek, maar onderzoek laat ook zien dat het niet helpt dat elke club en gemeente een eigen aanpak heeft, ieder weer met verschillende middelen, capaciteit en inzicht. Er moet één duidelijke probleemeigenaar komen die ervoor zorgt dat geweld in voetbalstadions consequent en daadkrachtig wordt aangepakt. Pak vooral de dader. Het auditteam adviseert terecht een gerichtere persoonlijke aanpak, betere camerabeelden, daderdossiers en opvolging door KNVB, politie en OM. Maar juist die strafvervolging blijft in Nederland nog te vaak uit. Is de minister bereid mee te denken over hoe we die landelijke regie bij een regisseur kunnen neerleggen? Hoe kan het dat de fouillering in stadions nog steeds niet op orde is? Klopt het dat stewards in voetbalstadions beperkt zijn in hoe streng ze mogen fouilleren? Dat lijkt me niet de bedoeling. Als we extra bevoegdheden of richtlijnen in het leven moeten roepen, lijkt we dat geen overbodige luxe. Voor de zomer vroeg de commissie op aangeven van collega Straatman bij motie om het voorgestelde gewijzigde wetsvoorstel van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen. Wanneer heeft de minister dit voor ogen? Dat lijkt me namelijk een goed moment om ook over de rol van de stewards te praten. Voorzitter, veel dank.

Versie 23d5b3e09ffc307d50b42335328c742842b77c9cb26d70b208ba6f7118f396b4 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

Politie

Politie

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.