Uitspraak · 3 apr 2025 · Tweede Kamer
Digitalisering en leermiddelen in het funderend onderwijs
Brontekst
De heer Oostenbrink (BBB): Dank, voorzitter. In de voorbereiding op dit debat dacht ik na over de leermiddelen waarmee ik ooit ben begonnen op de basisschool. Dit klinkt heel sentimenteel en ver weg, ook al is dat nog niet helemaal het geval. Dat is mooi, zegt mijn buurman. Ja, dat is heel mooi! Er was toen nog een heel traditioneel schoolbord met krijt. De leraar gebruikte daarop soms zijn nagels om aandacht te krijgen van leerlingen die stuiterend het lokaal binnenkwamen. De leraar gaf op dat bord uitleg en schreef er oefeningen op, waarbij zijn handschrift soms niet duidelijk te lezen was. Op de middelbare school waren er ook nog, heel ouderwets, een boekenfonds en het jaarlijkse kaftritueel. Tijden veranderen, voorzitter, en vandaag de dag heeft BBB zorgen over de ontwikkelingen rond het Licentie Foliomodel, waarmee de combinatie van een digitale omgeving en een wegwerpboek wordt aangeboden. Die zorgen hebben voor een groot deel betrekking op de markt. Uit het onderzoek naar de prijsontwikkeling van de leermiddelenmarkt blijkt dat de drie grootste uitgevers zo'n driekwart van de leermiddelenmarkt in handen hebben. Bij die ontwikkelingen lijkt, zoals de staatssecretaris het zelf zegt, winstmaximalisatie de drijfveer te zijn boven goed onderwijs. Nu sinds de wet op de gratis schoolboeken niet de ouders maar de school het budget voor de schoolboeken ontvangt, ontstaat het risico dat de grootste uitgevers de tussenhandel uitschakelen en daarmee meer grip krijgen op de prijs. Daarom vraag ik de staatssecretaris of dit systeem multinationals de kans biedt om kleine uitgeverijen uit de markt te werken. Daarnaast vraag ik de staatssecretaris of het klopt dat LiFo-producten van de drie grote uitgeverijen in steeds meer aanbestedingsbestekken worden uitgevraagd, en op welke wijze we kunnen voorkomen dat de kleinere uitgeverijen buitenspel komen te staan. Dat de zorgen breed gedeeld worden, blijkt in ieder geval uit het feit dat ook de ACM dit jaar onderzoek gaat doen naar de leermiddelenmarkt. Los daarvan zijn er zorgen over de inperking van de keuzevrijheid van docenten door langjarige overeenkomsten, en is ook de duurzaamheid twijfelachtig. Veel boeken uit de LiFo-pakketten kunnen na een jaar de prullenbak in. Verschillende onderzoeken wijzen ook op een verband tussen schermgebruik en de concentratie, de sociale interactie en het mentale welbevinden van scholieren. Hierbij wordt gewezen op het belang van afwisseling tussen het gebruik van schermen en andere activiteiten. Mijn vraag aan de staatssecretaris is welke gevolgen dit heeft voor de eerdergenoemde LiFo-methodes. Dat brengt me bij mijn volgende onderwerp. De razendsnelle technologische ontwikkelingen van de afgelopen decennia hebben het onderwijs drastisch veranderd. Verschillende initiatieven om digitalisering op een verantwoorde manier in het onderwijs te integreren hebben geleid tot een ICT-basisinfrastructuur voor het onderwijs. Ook in de komende jaren zal de digitalisering ongetwijfeld een grote impact hebben op het onderwijs. Hierbij hebben we zorgen over de digitale soevereiniteit en de invloed van big tech. BBB herkent zich ook in het advies van Highberg en Berenschot dat het ministerie van OCW meer de regie moet pakken. Er moet meer duidelijkheid komen over wie welke rol heeft, en onderdelen van de ICT-basisinfrastructuur moeten wettelijk worden verankerd. Cruciale voorzieningen komen hierbij wat BBB betreft onder publieke regie. En ook hierbij maakt BBB zich zorgen over de marktkracht. De invloed van een kleine groep private spelers is te groot en het is bijvoorbeeld onduidelijk hoe dit soort partijen omgaan met de data over onze leerlingen. Dit raakt in ieder geval de digitale soevereiniteit van ons onderwijs. De problematiek hangt met elkaar samen. De drie grote uitgevers op de leermiddelenmarkt duwen met hun LiFo-constructies het onderwijs verder en verder in de handen van big tech. Wij zien daarom ook echt uit naar de uitkomsten van het onderzoek van OCW naar de bedrijven binnen het onderwijs. De strategie van SIVON lijkt zich vooralsnog te richten op de prijs. Daarbij hebben wij vernomen dat de prijs bij het uitzetten van een aanbesteding nog steeds een groter criterium lijkt te zijn dan de kwaliteit zelf. Maar goed beleid gaat verder dan alleen dat. Publieke waarden en digitale soevereiniteit zouden daarbij altijd voorop moeten staan. Tot zover.
Versie 1ca2f6559921b5e98c5919f5c41a3b756c94b7a4aff78fa3ed4d0ba6297b7bcf · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.