KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 3 apr 2025 · Tweede Kamer

Digitalisering en leermiddelen in het funderend onderwijs

Brontekst

Mevrouw Pijpelink (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Een debat over leermiddelen en digitalisering in het funderend onderwijs moet van betekenis zijn voor leerlingen, voor hun ontwikkeling, leerproces en kansen. Wij stellen daarbij ook dat de inzet van leermiddelen van wezenlijk belang kan en moet zijn voor de professionaliteit en het vakeigenaarschap van docenten, en daarmee ook voor hun werkplezier. Wij hopen dat de staatssecretaris dat met ons eens is. Graag een reactie daarop. De staatssecretaris stelt in de brief de waarden onderwijskwaliteit, keuzevrijheid en toegankelijkheid bij leermiddelen centraal. Dat zijn wij heel erg met haar eens. Toch zien we dat deze net genoemde waarden onder druk staan. Die worden aangetast. Ik neem u mee in de oorzaken; een aantal zijn al genoemd. Ik begin bij de kosten en de ongelijkheid door digitalisering. Laptops en tablets zijn op heel veel scholen noodzakelijk geworden. Ouders dragen hier de kosten voor. Gemiddeld komt dit uit op €582 per leerling. Niet alle gezinnen kunnen deze kosten opbrengen. De staatssecretaris stelt nu 5 miljoen beschikbaar ter ondersteuning van de aanschaf van devices voor kinderen van wie de ouders het niet kunnen betalen. Dat is mooi. Maar daarmee bedient ze slechts 0,9% van het totaal aantal leerlingen. Andere berekeningen laten zien dat er 120 miljoen nodig is om al deze kinderen te kunnen helpen. De Kamer heeft zich in 2020 bijna unaniem uitgesproken over het meenemen van gratis devices in de herziening van de Wet gratis schoolboeken, met de motie van onder andere Westerveld en Kwint. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie? De tweede reden waarom de genoemde waarden onder druk staan is ook al genoemd: de machtsconcentratie in de leermiddelenmarkt. Scholen geven jaarlijks ruim 460 miljoen uit aan leermiddelen. Vier grote uitgevers en drie grote distributeurs domineren de markt, waardoor scholen en vakgroepen docenten minder keuzevrijheid hebben en vaak worden gedwongen tot dure en inflexibele pakketten. De overstap naar het LiFo-model — dat is al genoemd — versterkt deze onafhankelijkheid. Door marktwerking en de onafhankelijkheid van private partijen wordt het publieke karakter van ons onderwijs onder druk gezet. Ik zie voor me dat er op de hoofdkantoren van de grote beursgenoteerde educatieve uitgeverijen grote glazen vazen staan gevuld met de kurken van de ontplofte champagneflessen die sinds 2009, met de invoering van de Wet gratis schoolboeken, jaarlijks veelvuldig ontkurkt zullen worden. Stelt u zich eens voor: een gegarandeerde stroom belastinggeld om jaarlijks de winsten skyhigh te laten gaan en de aandeelhouders flinke dividenden te kunnen uitbetalen, belastinggeld bedoeld voor de ontwikkeling van onze kinderen en onze jongeren. Dan de derde. 9 miljoen boeken die op het eind van het schooljaar worden weggegooid, want tegenover die vaas met kurken, staan de containerbakken waarin op het einde van het schooljaar zo'n 9 miljoen boeken worden gedumpt omdat de werkboeken geïntegreerd zijn in de leerboeken en dus niet doorgegeven kunnen worden aan leerlingen in een nieuw schooljaar. Dit model maakt het niet alleen duur maar ook ontzettend niet duurzaam, en het maakt scholen minder flexibel. Dan de verbeteringen die wij als GroenLinks-Partij van de Arbeid voorstellen. Herzie de Wet gratis schoolboeken en verander die in een wet gratis leermiddelen, waar eigenlijk de Kamer in 2020 al toe heeft opgeroepen. Ga toe naar duurzame leermiddelen. Uitgevers moeten verplicht worden om, naast het LiFo-model, herbruikbare leermiddelen aan te bieden die meerdere jaren gebruikt kunnen worden. Dan meer transparantie in de leermiddelenmarkt. Scholen moeten meer zeggenschap krijgen in die markt en uitgeverijen moeten openheid geven over hun verdienmodellen. Onderwijs is een publieke taak, gefinancierd met publieke middelen en moet transparantie eisen. Dan meer ruimte voor de ontwikkeling van eigen leermiddelen, ook via open sources. Met het nieuwe curriculum in aantocht is het momentum er. Digitalisering biedt kansen, maar scholen en docenten moeten ondersteund worden met een betrouwbare informatievoorziening en curriculumexperts. Docenten moeten ondersteund worden in het ontwikkelen en delen van eigen lesmateriaal. Ze zijn nu nog vaak onvoldoende toegerust om af te wijken van gevestigde methoden. Ze hebben tijd nodig om dit te gaan doen en om expertise op te bouwen. Hoe denkt de staatssecretaris dat dit zou moeten en zou kunnen? Dan samenwerking en collectieve inkoop. Funderend onderwijs mist ontwikkelcapaciteit, maar ook collectieve slagkracht. Dat blijkt uit alle gesprekken die onze fractie de laatste tijd heeft gehad op dit onderwerp. Mijn voorganger pleitte net al voor het samengaan van SIVON en Kennisnet om zo veel meer slagkracht te hebben. Kent de staatssecretaris SURF? Dat is al eerder genoemd vanuit het wetenschappelijk onderwijs. Ziet zij daarin een model dat geïmplementeerd zou kunnen worden in het funderend onderwijs om naar analogie daarvan scholen te helpen in de digitaliseringsslag? Ook daar graag een reactie op. Voorzitter. Het is tijd om het publieke karakter van ons onderwijs beter te beschermen en te waarborgen. We moeten de leermiddelenmarkt eerlijker, duurzamer en toegankelijker maken. Daarmee helpen we leerlingen en docenten. Dank u wel.

Versie 1ca2f6559921b5e98c5919f5c41a3b756c94b7a4aff78fa3ed4d0ba6297b7bcf · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 865286cf85433888

13 okt 2026 · 0a5bae65bceb8008

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.