KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 17 dec 2025 · Tweede Kamer

de goedkeuring van de op 28 mei 2022 te Genève aangenomen wijzigingen van de op 23 mei 2005 te Genève tot stand gekomen Internationale Gezondheidsregeling (2005) (Trb. 2022, 135) (36534-(R2193))

Brontekst

Minister Bruijn: De heer Van Dijk vraagt waarom er is gekozen voor het verkorten van de termijn voor alle toekomstige wijzigingen, ook de niet-spoedeisende wijzigingen. De heer Van Dijk maakt daar een onderscheid tussen. Het algemene gevoel bij veel WHO-lidstaten was dat wijzigingen van de IGR als uitvoeringsverdrag met twee tot drie jaar looptijd te weinig flexibel waren. Met een nieuwe termijn van tien maanden hebben deze lidstaten de doorlooptijden willen verkorten en een balans willen vinden tussen snelheid en uitvoerbaarheid. In de onderhandelingen is inderdaad niet gedifferentieerd naar de aard van de situatie waarvoor de IGR wordt gewijzigd. Immers, er kan ook enige urgentie nodig zijn ten behoeve van het versterken van de paraatheid, zonder dat een crisis zich al heeft voorgedaan. Hoe definieer je dan een noodsituatie of een noodmaatregel? Dat wordt dan heel lastig. Dat laat natuurlijk onverlet, en dat geef ik zeker toe aan de heer Van Dijk, dat lidstaten van de WHO altijd meer tijd kunnen nemen door de wijzigingen te verwerpen, hangende de parlementaire behandeling. Dat geldt ook voor het Koninkrijk, waarbij de voorhangprocedure doorbroken kan worden ten gunste van een uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedure. Dat geldt dus voor alle toekomstige wijzigingen. Om dan ab initio al te gaan onderscheiden in typen wijzigingen of wel of geen noodwijzigingen, zou de zaak niet helderder maken, denk ik, maar het zou ook het risico in zich dragen dat het het parlement moeilijker maakt om zelf de keuze te maken hoe men dit wil behandelen en hoe men de wijziging kwalificeert. Dus ik kan de vraag goed begrijpen; dit was mijn antwoord. Voorzitter. De heer Van Dijk vraagt of ik nog meer wijzigingen van de IGR verwacht na de wijzigingen uit 2022 — deze dus — en het pakket dat in 2024 is aangenomen. Hoe kijk ik naar eventuele uitbreidingen? De voorliggende wijziging uit 2022 en met name wijzigingen die in 2024 zijn aangenomen, betreffen de eerste substantiële aanpassing van de IGR in twintig jaar. Er staan voorlopig geen wijzigingen van de IGR op de agenda. Ik ben dat natuurlijk, naar aanleiding van de vraag van de heer Van Dijk, even nagegaan. Veel landen zijn immers ook nog bezig de recente wijzigingen te implementeren of volgen nog een nationale goedkeuringsprocedure, net als ons land. Het korte antwoord is dus: nee. Maar dit was dan het lange antwoord. Excuus, voorzitter. Voorzitter. De heer Van Dijk vraagt ook waarom Nederland heeft ingestemd met een goedkeuringstermijn die te kort is voor een ordentelijke wetsbehandeling. Dat is natuurlijk een hele belangrijke vraag. De IGR is een uitvoeringsverdrag onder het statuut van de WHO. Op grond van artikel 7 onder b van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen is daarvoor in beginsel geen goedkeuring van de Staten-Generaal vereist. Dat betekent dat normaliter wijzigingen van de IGR middels de voorhangprocedure aanhangig worden gemaakt bij de Kamers. Er is dan geen sprake van een wet of een wetsbehandeling op dat moment. Het is in dat geval dan ook goed mogelijk om te voldoen aan de termijn van tien maanden. Een normale voorhang in deze Kamer duurt vier weken; ik zeg het nog maar eens. Alleen vanaf het moment dat de voorhang wordt doorbroken, conform artikel 8, lid 2, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, is er sprake van een wetsbehandeling, omdat de Kamer dat wenst. Ik moet zeggen "Kamers"; ik zou uw Kamer niet willen overslaan. In dat geval zal inderdaad hoogstwaarschijnlijk niet voldaan kunnen worden aan de termijn van tien maanden; dat klopt. Daarom zal op dat moment de wijziging worden verworpen hangende de goedkeuringsprocedure, net als voor het wetsvoorstel van vandaag geldt. Op dat moment zal vervolgens geen termijn meer gelden voor de behandeling van het wetsvoorstel. Dat kan net zo kort of lang duren als beide Kamers wensen; dat kan zelfs jaren duren. Dan vraagt de heer Van Dijk naar de huidige werkwijze, die een praktische oplossing is, maar niet juridisch vastgepind kan worden. Hoe kijk ik aan tegen het opnemen daarvan in de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen? Dat is natuurlijk een hele interessante vraag. De regering zal er altijd zorg voor dragen dat het parlement zijn wettelijke goedkeuringsrecht kan uitoefenen, al was het alleen al omdat een dergelijke regering anders in onze democratische omgeving ongetwijfeld een kort leven beschoren zal zijn. Dat is al geborgd in de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen; dat staat er al in. Artikel 2 van de rijkswet stelt dat verdragen ten aanzien waarvan de regering het wenselijk acht dat het Koninkrijk eraan wordt gebonden, zo spoedig mogelijk ter goedkeuring aan de Staten-Generaal worden voorgelegd. Artikel 7, aanhef en onderdeel b, van de rijkswet bepaalt vervolgens dat uitvoeringsverdragen in principe zijn uitgezonderd van het vereiste van voorafgaande goedkeuring. Wel dient de regering bij alle uitvoeringsverdragen de voorhangprocedure van artikel 8 van de rijkswet te volgen: de regering stelt het parlement in kennis van het voornemen een uitvoeringsverdrag aan te gaan. Dan is het uiteraard aan het parlement. Als minimaal een vijfde van het aantal leden van de Eerste Kamer — dat zijn er 15 — of de Tweede Kamer — dat zijn er 25 — binnen 30 dagen laat weten voor dat uitvoeringsverdrag een uitdrukkelijk goedkeuringsprocedure te willen vervolgen, bijvoorbeeld omdat men het een groot of een zwaarwegend voorstel vindt, of omdat de inschatting van de implementatietermijn lang is, dan is de regering te gehouden aan die wens te voldoen. Dat betekent dan dat een toekomstige wijziging van de IGR altijd zal worden voorgehangen en dat indien de voorhang wordt doorbroken, de regering verplicht is de wijziging te verwerpen — dat is eigenlijk de kern van mijn antwoord aan de heer Van Dijk — zolang het parlement zich niet over die wijziging heeft kunnen uitspreken. Dat is dus al geborgd. Dat is dus eigenlijk mijn antwoord aan de heer Van Dijk. Het is dus een terecht punt en ik ben het nagegaan, maar gelukkig kunnen we constateren dat het al geborgd is. De parlementaire controle wordt dus niet alleen geen geweld aangedaan, maar er wordt niets aan veranderd. Voorzitter. Dan de vraag van de heer Bushoff van GroenLinks-PvdA.

Versie 61eaa8a63231718064076f15b376dc77142db50e09bed4d6ce1f5ef8fa96649e · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.