← OnderzoekenBrontekst
Minister Bruijn: Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank ik uw Kamer voor de gelegenheid om hier vandaag te spreken over dit wetsvoorstel. Ik realiseer mij dat het een drukke week is, deze laatste week voor het kerstreces, en het doet mij deugd dat de Kamer desondanks ruimte heeft gemaakt voor de behandeling van een toch tamelijk technisch wetsvoorstel. In essentie behelst dit wetsvoorstel twee zaken, namelijk de aanpassing van een tweetal termijnen, van 18 maanden naar 10 maanden, respectievelijk van 24 maanden naar 12 maanden. Ik zal hier straks verderop ingaan, ook naar aanleiding van de gestelde vragen.
Voorzitter. Dit wetsvoorstel is tot stand gekomen binnen de context van een veel groter vraagstuk, namelijk hoe we de internationale samenwerking bij de bestrijding van een mondiale gezondheidscrisis goed organiseren. Binnen dat grote vraagstuk vallen tal van interessante discussies te voeren, waar ik ook zeker toe bereid ben, maar vandaag hebben we het dus specifiek over een wetsvoorstel waarin twee termijnen worden aangepast, niet meer en niet minder.
Om te beginnen schets ik graag beknopt de achtergrond van dit wetsvoorstel. Tijdens de COVID-19-pandemie bleek internationale samenwerking van groot belang voor het bestrijden van deze mondiale gezondheidscrisis. Er bestond op dat moment slechts één internationaal juridisch instrument dat specifiek gericht was op het bestrijden van een dergelijke crisis en dat was de Internationale Gezondheidsregeling. De IGR heeft tijdens de pandemie haar nut en noodzaak bewezen als instrument voor vroegsignalering van gezondheidsbedreigingen, voor capaciteitsontwikkeling en voor samenwerking bij de bestrijding van de gezondheidscrisis.
De lidstaten van de WHO hebben op basis van de diverse evaluaties van de COVID-19-pandemie in goed onderling overleg geconcludeerd dat het internationale systeem versterking behoefde. Dat heeft zich onder meer vertaald in wijzigingen van de Internationale Gezondheidsregeling. Het voorliggende wetsvoorstel betreft de IGR-wijzigingen die in mei 2022 door de Wereldgezondheidsvergadering zijn aangenomen. Deze wijzigingen zijn technisch van aard en hebben betrekking op twee termijnen: de reactietermijn voor lidstaten om wijzigingen te accepteren of te verwerpen en daarna de termijn voor inwerkingtreding. De reactietermijn wordt verkort van 18 maanden naar 10 maanden; de termijn voor inwerkingtreding wordt verkort van 24 maanden naar 12 maanden met de mogelijkheid tot verlenging van een jaar voor implementatie.
Een reactietermijn van tien maanden is voldoende om wijzigingen via een voorhangprocedure aan de Kamer voor te leggen. Wanneer de Staten-Generaal een wijziging nader willen bestuderen, zal de uitdrukkelijkegoedkeuringsprocedure worden gevolgd. De regering zal de wijziging dan verwerpen hangende de procedure, waardoor het Koninkrijk niet gebonden wordt aan de wijziging zonder parlementaire instemming. De parlementaire betrokkenheid blijft daarmee gewaarborgd.
Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen van mevrouw Van Meetelen namens de PVV. Die gaan vooral over het probleem dat de minister wenst op te lossen. Naar aanleiding van de COVID-19-pandemie hebben de lidstaten van de WHO geconcludeerd dat het wenselijk was om de reactietermijn en de implementatietermijn beide in te korten. De oorspronkelijke termijn heeft niet direct tot problemen geleid, maar het hele wijzigingsproces kon dan wel drie jaar duren. Er was in 2022 consensus onder de lidstaten dat een sneller proces mogelijk zou moeten zijn zonder afbreuk te doen — dat was natuurlijk een heel belangrijk kader — aan nationale goedkeuringsprocedures. Op die wijze zouden tijdens een zich snel ontwikkelende crisissituatie aanpassingen aan de capaciteiten, structuren en mechanismen voorgesteld kunnen worden om zo'n crisis beter te kunnen bestrijden — zo was ook de conclusie uit de COVID-19-pandemie. Ook voor het Koninkrijk blijft, indien dat wenselijk wordt geacht, de uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedure beschikbaar om toekomstige wijzigingen parlementair te behandelen. Wijzigingen worden op dat moment verworpen, waardoor de behandeling níét aan een termijn gebonden is en de Kamer de voorgestelde wijziging als wetsvoorstel kan behandelen, volgens een uitgebreide procedure zonder dat daar een limiet in de tijd op staat. Vervolgens kan de Kamer dan bepalen of het parlement de wijzigingen wil aanvaarden of verwerpen.
Voorzitter. Mevrouw Van Meetelen vroeg ook welke verbeteringen er worden verwacht als de democratische reactietijd wordt ingekort. De wijziging van de reactietermijn leidt niet tot een inkorting van de democratische reactietijd. Het is en blijft mogelijk om wijzigingen op de IHR via de voorhangprocedure aan de Staten-Generaal voor te leggen. De reactietermijn van tien maanden is daarvoor ruim voldoende, zo hebben de lidstaten geoordeeld. Mochten de Staten-Generaal meer tijd willen nemen voor een inhoudelijke beoordeling, dan kan de voorhangprocedure, zoals bij alle voorhangprocedures, worden doorbroken en zal er een uitdrukkelijke parlementaire procedure worden opgestart. Op dat moment zal de regering de wijzigingen hangende de procedure verwerpen.
Versie 61eaa8a63231718064076f15b376dc77142db50e09bed4d6ce1f5ef8fa96649e · Officiële bron.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.