Uitspraak · 11 dec 2024 · Tweede Kamer
Mbo
Brontekst
Minister Bruins: Ja, dank u wel. Een specifieke vraag van mevrouw Pijpelink ging over de ongebruikte studieboeken. Het is natuurlijk zorgelijk dat mbo-studenten moeten betalen voor leermiddelen die ze eigenlijk niet hoeven gebruiken. Tegelijkertijd zie je soms ook dat een fysiek boek en een digitaal boek in één pakketje zitten en dat er dan voor gekozen wordt om alleen de digitale versie te gebruiken. Maar gelukkig is het aantal studenten dat weleens leermiddelen koopt die ze niet of weinig gebruiken, gezakt. Daar is onderzoek naar gedaan. Dat was twee of drie jaar terug 91%. Dit jaar is dat nog maar 43%. Dus dat lijkt sterk te verbeteren. In het afgelopen jaar heb ik mij met mbo-bestuurders en met de JOBmbo ervoor ingezet om deze cijfers te verbeteren. We zullen dat ook blijven doen, want hoe lager dat percentage is, hoe beter. Onder andere doen we dit door het bekendmaken van de terugkoopregeling voor ongebruikte leermiddelen. Die willen we echt onder de aandacht blijven brengen. We willen mbo-instellingen ook vragen om kritisch te blijven kijken naar hun leermiddelenlijst, want het is echt zonde van het geld en ook nog slecht voor het milieu als we leermiddelen gaan aanschaffen die eigenlijk niet gebruikt worden. Daar blijven we dus bovenop zitten. Dit was mijn eerste blokje, kansengelijkheid. Ik ga naar mijn tweede blokje, waarin onderwijs, arbeidsmarkt, ook in de context van krimp, en leerwerkbedrijven naar voren komen. Voorzitter. Ik heb al gezegd dat we mbo’ers nodig hebben voor de maatschappelijke opgaven en voor onze arbeidsmarkt van de toekomst. Maar er is ook krimp. Nederland vergrijst. Het aantal jongeren neemt af. Dat maakt dat het in de komende tien of vijftien jaar, en eigenlijk nu al, lastig zal zijn om het opleidingsaanbod in de regio overeind te houden. Daar hebben we de extra middelen voor, de krimpmiddelen. Tegelijkertijd zien we dat een deel van de studenten kiest voor een opleiding in sectoren met te weinig duurzaam arbeidsmarktperspectief. Er zijn populaire opleidingen waarmee je minder kans hebt op een baan, en toch zijn ze populair. Veel studenten kiezen daarvoor. Dit raakt natuurlijk meteen aan de bestaanszekerheid van studenten na hun studie. Onderwijs en bedrijfsleven komen er samen niet goed uit. Er zijn geen scherpe keuzes gemaakt en er zijn geen afspraken over maatregelen om studentenstromen te kunnen verleggen, zo toont ook het vastlopen van de aanpak kansrijk opleiden aan. Ik vind dat nietsdoen eigenlijk geen optie is, want nietsdoen betekent verder vastlopen. Ik denk dat er nu wel momentum is om echt bewust keuzes te maken. Daarom wil ik in dat proces stappen. Het is echt mijn voornemen om in de komende jaren ten eerste die 90 miljoen voor de sterk krimpende regio's in te zetten, zodat we daarmee in ieder geval het cruciale aanbod beschikbaar houden, maar ook om op termijn echt te komen met wat ik in mijn inleiding zei, namelijk de herziene bekostiging gericht op stabiliteit. Daarbij kijken we meer naar de capaciteit die nodig is om de relevante studies in de regio op poten te houden en daarbij dan ook echt de mbo-instellingen tot samenwerking op te roepen en tot het maken van scherpe keuzes. Maar ik denk dat dat nog niet voldoende is. Naast deze belangrijke instrumenten zijn aanvullende afspraken nodig. Daar wil ik instappen door middel van het eerder door mij aangekondigde pact voor het opleiden voor de arbeidsmarkt voor de toekomst. Samen met het onderwijs en het bedrijfsleven wil ik afspraken maken over meer gerichte instroom en scherpere keuzes in het opleidingsaanbod en daarbij dan specifiek, zoals ook de heer Uppelschoten zei, oog te hebben voor de maatschappelijke opgaven, want die zullen ook voor een groot deel de arbeidsmarkt van de toekomst gaan vormgeven. We zijn bij die aanpak heel duidelijk over waar de verantwoordelijkheden liggen. De verantwoordelijkheid ligt primair bij het onderwijs en het bedrijfsleven. Zij blijven verantwoordelijk, maar ik kom wel als overheid aan tafel. In 2025, in het nieuwe jaar, wil ik, al in de eerste helft van het jaar, met de belangrijkste partijen dit pact gaan vormgeven. Bij zowel de wijze van financiering als de mogelijke regelgeving wil ik in dat gesprek echt boven de markt hangen, want dit pact moet slagen. Het is nu echt nodig dat er keuzes worden gemaakt, dat er meer wordt samengewerkt en dat we ook durven zeggen: dit zijn de opleidingen die we nodig hebben in de toekomst; we weten welke vaardigheden we nodig zullen hebben en daar willen we op inzetten. In de zomer van 2025 wil ik dit pact met het onderwijs en het bedrijfsleven kunnen vaststellen. Daarin moeten scherpere keuzes gemaakt worden dan tot nu toe in de eerdere poging gelukt is.
Versie 345526124a4cf63f46223df996415e7753c9a9631d924c5f238cf109c2d493af · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.