Uitspraak · 11 dec 2024 · Tweede Kamer
Mbo
Brontekst
De heer Uppelschoten (PVV): Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik zal geen poging doen om het binnen de tijd te doen of om meer seconden te sparen dan mijn voorganger. Voorzitter. Mijn verhaal over het mbo. Ik heb zelf inderdaad lang in het mbo gewerkt. Het mbo is een onderwijssoort die opleidt voor vele beroepen in Nederland. De vakmensen van het mbo zijn hard nodig om Nederland draaiende te houden. Als er één groep is die dat in Nederland doet, dan is het wel deze groep. Je merkt het onmiddellijk als daar iets mis mee is. Ik reis veel met de trein. Ik heb het genoegen gehad mee te maken dat treinen niet reden omdat er geen machinisten waren. Wat zijn volgens ons de vijf belangrijke functies van het mbo? De entreeopleiding vinden wij heel belangrijk. De mensen op deze opleiding behalen wel een algemene competentie en vakcertificaten omdat ze een bepaalde vakvaardigheid hebben ontwikkeld, maar helaas geen volledig diploma. De mensen die na de startopleiding op mbo 2-niveau een diploma halen, zijn beginnend vakbeoefenaar. De beroepskwalificerende opleiding is er voor alle beroepen; dat zijn de normale mbo 3- of mbo 4-niveaus. Verder noem ik de omscholings- en bijscholingstrajecten in het kader van Leven Lang Ontwikkelen en de contractactiviteiten. Dat is ook een ontzettend belangrijke poot van het mbo. En dan zijn er de doorstroomtrajecten naar het hbo. Het mbo is echter niet alleen een instituut dat vakmensen opleidt, maar ook een instituut waar een groot percentage van de 16-jarigen onderwijs volgt. De PVV vindt dat deze onderwijsvorm meer waardering verdient. Op het mbo zitten studenten die leren door te doen en leren van de praktijk. Als je deze methode goed beheerst, kun je je hele leven blijven leren en de vaardigheid ontwikkelen die nodig is om in een snel veranderende beroepspraktijk en maatschappij te blijven meedoen. Dit zijn geen studenten die uitgevallen zijn omdat ze niet goed zijn in theoretische vakken, maar studenten die leren door te doen. In de context zelf leren zij van echte voorbeelden, gegeven en uitgelegd door vakdocenten. Het aantal studenten in het mbo neemt helaas af, door de demografische ontwikkeling, maar ook omdat er veel vacatures zijn en zij onmiddellijk werk kunnen vinden. Een goede vakman vindt immers altijd werk. De afname van het aantal studenten en in het bijzonder van het aantal voltijdsstudenten en bol-studenten is groter dan op basis van cijfers van het ministerie wordt verwacht. De overheid kan meehelpen de route naar het beroepsonderwijs aantrekkelijk te maken, en wel door leerlingen al op de basisschool in staat te stellen om te kiezen voor leren door te doen, in plaats van leerlingen in het beroepsonderwijs terecht te laten komen als gevolg van een negatieve selectie omdat zij niet geschikt worden geacht voor theoretisch onderwijs. Na de basisschool zou in het vmbo zo snel mogelijk een keuze moeten worden gemaakt tussen een theoretische en een praktische leerweg. Dat zijn gewoon twee verschillende leerwegen die allebei heel belangrijk zijn. Laat de oude beroepskolommen met een eigen herkenbare beroepscultuur herleven. Denk aan de technische sector, de zorg, de horeca en het onderwijs. Ooit waren dit pijlers met een sterke identiteit. Zou het niet waardevol zijn om deze opnieuw te benadrukken? De ambachtsschool bood destijds niet alleen degelijk beroepsonderwijs, maar ook een omgeving waarin leerlingen zich konden verbinden met hun vak en de bijbehorende gemeenschap van vakmensen. Ik vraag de minister hoe een dergelijke cultuur in het huidige mbo gestimuleerd kan worden, opdat studenten zich niet alleen vakinhoudelijk, maar ook als mens verbonden voelen met hun beroep. Wat zijn de stappen die nodig zijn om dit te realiseren, vraag ik aan de minister. De uitval in het mbo heeft ook te maken met de sociaal-economische achtergrond van studenten. Het maakt veel uit in welke wijk je geboren wordt en of je ouders je flink stimuleren om een vakman of vakvrouw te worden. Deze verschillen kunnen niet geheel worden weggewerkt, maar het mbo zou een omgeving kunnen zijn waarin deze verschillen minder bepalend worden voor een succesvolle onderwijsloopbaan. Docenten zouden met name oog moeten hebben voor de handicaps die deze studenten met zich dragen. Docenten zijn degenen die deze studenten kunnen verheffen door het scheppen van een heel positieve leeromgeving. Is de minister dat met ons eens? En zo ja, wat zijn de ideeën voor het creëren van een dergelijke stimulerende omgeving? De PVV denkt daarbij ook aan veiligheid, rust en orde. Het mbo staat voor grote uitdagingen. De vraag is niet alleen hoe om te gaan met de krimp, maar ook hoe kleine, specialistische opleidingen in stand gehouden kunnen worden en hoe snel kan worden ingespeeld op de vraag naar vaklieden in nieuwe beroepen. De weg naar een registratie in het Crebo is lang en omslachtig. Bij de discussie over de krimp komt het grote aantal uitvallers in het mbo — 33.000 studenten in 2023 — in een ander daglicht te staan. Het is niet alleen een verdrietige zaak voor de betrokken studenten, maar het is ook een grote aderlating voor het mbo. Er is dus een dubbele reden om dit probleem aan te pakken. Graag hoor ik een reflectie van de minister. Stages zijn een onderdeel van de beroepsopleiding en vallen onder de verantwoordelijkheid van het mbo-instituut. Dit betekent dat stagebedrijven drie keer per jaar bezocht moeten worden. De beide vormgevers van het opleidingstraject, het mbo-instituut en natuurlijk de bedrijven waar de stage wordt gelopen, hebben dan ook een inspanningsverplichting. Wij vragen de minister alert te zijn op de kwaliteit van de stagebegeleiding vanuit de opleidingen, aangezien we signalen krijgen dat die niet altijd goed verloopt. De stagebedrijven zouden drie keer per jaar bezocht moeten worden door stagebegeleiders. Een belangrijke vraag is hoe het mbo-instituut en de overheid zo kunnen sturen dat er meer studenten in de opleidingstrajecten voor vitale beroepen komen.
Versie 345526124a4cf63f46223df996415e7753c9a9631d924c5f238cf109c2d493af · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.