Mbo
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PVV (2024-07-04–2025-11-11) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Uppelschoten (PVV): Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Op het gevaar af dat er wordt gezegd "daar komt weer een liefdesverklaring voor het mbo", wil ik toch een aantal dingen over het mbo zeggen. Voor de PVV is het mbo ontzettend belangrijk. Een beetje in antwoord op de vraag van de heer Paternotte: bij alle bezuinigingen op het onderwijs is het mbo erg ontzien. De bezuinigingen hebben vooral plaatsgevonden bij de universiteiten en het hbo. Dat is al een antwoord dat laat zien dat wij, en ook de BBB, het mbo erg belangrijk vinden. Het mbo is voor ons het fundament van Nederland. Zonder mbo-studenten staat de zorg stil, worden er geen huizen gebouwd, loopt de techniek vast en ontbreekt de veiligheid op straat. Het zijn de vakmensen die dit land dragen. Tegelijkertijd zien we een groeiend tekort aan deze vakmensen, terwijl er juist een overvloed is aan functies die vooral bezig zijn met papier en vergaderen in plaats van te werken aan echte oplossingen. De PVV zegt helder: Nederland moet structureel en krachtig kiezen voor het mbo. Geen tijdelijke lapmiddelen. Geen vrijblijvende regioplannen, maar duidelijke, nationale keuzes. Elke regio moet binnen een redelijke reistijd toegang hebben tot kleinschalige en sterke opleidingen. Wat zien we nu? In krimpregio's verdwijnen opleidingen. Het antwoord van het kabinet is: nog meer plannen, nog meer overleg, nog meer papieren constructies. Maar voor een student die dagelijks uren onderweg is, verandert er weinig. Daarom vraag ik de staatssecretaris wanneer hij vastlegt dat er in elke regio een minimum aan opleidingen beschikbaar moet zijn, vooral mbo-opleidingen die gebonden zijn aan de regio, zodat jongeren daadwerkelijk kunnen kiezen voor een vakopleiding. Voorzitter. Er moeten duidelijke afspraken komen met werkgevers. Bedrijven die draaien op goedopgeleide vakmensen moeten laten zien dat ze zelf bijdragen aan leerplekken en ook willen betalen voor stageplaatsen, praktijkvoorzieningen en begeleiding op de stageplaatsen. Welke concrete instrumenten ziet de staatssecretaris om werkgevers hun verantwoordelijkheid te laten nemen, vooral in sectoren waar nijpende tekorten zijn? Voorzitter. De PVV stelt dat geld veel slimmer moet worden ingezet. Er vloeien jaarlijks miljarden naar flauwekulstudies in het onderwijs, opleidingen die nauwelijks waarde toevoegen en instellingen die meer bezig zijn met een eigen ideologische schijnwereld dan met de toekomst van dit land. Dat is een grote verspilling. Dat geld moet gaan naar opleidingen waar echte maatschappelijke waarde wordt toegevoegd. De PVV verwacht veel van het pact "opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst", dat met de werkgevers wordt afgesloten. Daarin moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over welke opleidingen we belangrijk vinden, waar we op gaan inzetten, en welke opleidingen minder belangrijk zijn. Dan iets over het mbo zelf. Ik heb zelf lang in het mbo gewerkt. Het wordt hoog tijd dat het mbo niet meer gezien wordt als niet-avo-onderwijs dat daardoor van mindere kwaliteit is. Volgens de PVV moet na de basisschool gekozen worden uit de stroom avo-onderwijs, havo en vwo, de stroom beroepsonderwijs, vmbo, en de stroom praktijkonderwijs, de praktijkscholen. Vindt de minister ook dat uitstel van de keuze na de basisschool leidt tot geen passend onderwijs voor een grote groep leerlingen, namelijk de leerlingen die minder cognitief bezig willen zijn? De beroepskolom is een volwaardige kolom, met als top het hbo als leverancier van theoretisch hoogwaardige beroepsmensen en het mbo als leverancier van alle praktische beroepsmensen die nodig zijn in Nederland. Het vmbo is de voorbereiding om naar het mbo te gaan en niet een verkapte havo-opleiding. Is de minister dat met de PVV eens? Naar het vmbo, en later naar het mbo, gaan juist de leerlingen die leren door te doen, die een houding aangeleerd krijgen om te durven doen en om niet bang te zijn om fouten te maken. Dat is een hele andere manier van kijken naar de kwaliteit van het onderwijs. Er wordt in het mbo niet gefocust op cognitieve vaardigheden, maar op praktische intelligentie. Dit vergt ook in het mbo een trotse houding. Het onderwijs en de studenten zijn niet minder, maar anders. Er is juist grote behoefte aan praktische intelligentie en aan mensen die praktische problemen kunnen oplossen door te kijken naar wat een probleem is en naar wat er fout is gegaan, zodat het de volgende keer beter kan. Dan de basisvaardigheden. Taal en rekenen zijn geen bijzaak, maar een fundament. Een diploma moet altijd garant staan voor kwaliteit en vakbekwaamheid. Kan de staatssecretaris hier bevestigen dat de eisen voor taal en rekenen overeind blijven, zodat een mbo-diploma altijd staat voor inzetbaarheid en trots vakmanschap? Tot slot. Wij vinden het mbo heel belangrijk en we hopen dat ook in de nieuwe periode duidelijk te maken. We willen structurele keuzes voor het mbo, met sterke opleidingen in elke regio, geen papieren overlegcultuur, maar een focus op opleidingen die het land vooruithelpen, in de sectoren die Nederland draaiende houden, zoals de techniek, de zorg, de bouw, veiligheid en onderwijs. Werkgevers moeten niet alleen profiteren, maar ook opleiden en begeleiden. De diploma's moeten staan voor kennis, vaardigheden en vooral trots vakmanschap en trotse mensen die gewerkt hebben en opgeleid zijn in het mbo. Dank u.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): De docenten in het mbo moeten allemaal bekwaam zijn om goed met taal, schrijven en rekenen om te gaan, maar ik denk ook dat er specifieke eisen gesteld moeten worden. Als er zo'n achterstand is in de basisvaardigheden en het behalen van de referentieniveaus, dan kun je dat niet zomaar oplossen. Ik denk dat er bij bepaalde docenten specifieke aandacht moet zijn om daaraan te werken. Maar ik kan me bijna niet voorstellen dat je daar in het mbo aparte vakken voor moet geven.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): Ik ben blij met deze vraag. Ik denk ook dat er minimumeisen gesteld moeten worden aan alle docenten in het mbo. Als leerlingen het mbo verlaten, dan wordt er verwacht dat de basisvaardigheden aanwezig zijn. De docenten moeten die dus zelf ook beheersen en kunnen overdragen. Ik zou dat in de opleiding tot mbo-docent veel zwaarder naar voren willen brengen.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): Daarbij aansluitend. We hadden toch een pact met werkgevers om een keuze te maken in welke opleidingen maatschappelijk het meest relevant zijn? Want we krijgen steeds minder studenten, dus we zullen iets moeten doen om die studenten wat meer te verdelen. Dat klinkt heel bedreigend allemaal, maar we zullen iets moeten doen om ervoor te zorgen dat in ieder geval de essentiële of noodzakelijke beroepen toch voldoende studenten krijgen. Anders wordt het allemaal minimaal, minimaal en dan hebben we een nog veel groter probleem. Maar ik begreep dat de vorige minister daar druk mee bezig was.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wil eigenlijk nog graag drie opmerkingen maken. We praten over het vmbo. We vergeten wel eens dat het vmbo voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs is. Het is een kolom waar je voor gekozen hebt. Je bent er niet naar afgeschoven. Het is goed dat we praten over de overstap van vmbo naar havo, maar er moet geen beeld geschetst worden dat je naar de havo kunt als je een goede vmbo-leerling bent. Je hebt gekozen voor de beroepskolom en de beroepskolom is je toekomstperspectief. Daar ga je het helemaal maken. Ik wil er heel scherp op zijn dat niet het beeld ontstaat dat je op het vmbo niet meer geschikt bent voor de havo. Je hebt gewoon een hele andere keuze gemaakt. Je hebt gekozen voor praktische intelligentie en praktisch bezig zijn. Dat is jouw keuze en dat is een hele goede.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): Natuurlijk, dat is het verhaal van de waaier. Natuurlijk moet je een switch kunnen maken. Maar ik heb nu het idee … Het is ontzettend nodig dat we na de basisschool passend onderwijs krijgen voor iedere leerling. Passend onderwijs betekent ook dat er een groep leerlingen is die heel praktisch bezig wil zijn, die praktisch intelligent is. Dat is een positieve keuze. Van die groep gaan heel veel leerlingen dan naar het mbo toe. Natuurlijk zullen er altijd uitzonderingen zijn, maar dat zijn wat mij betreft dan de uitzonderingen die altijd mogelijk moeten zijn. Die moeten we niet onmogelijk maken. Dat is mijn opmerking over de positie van het vmbo, want we zijn eigenlijk vergeten dat dat voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs is. Het is gewoon een losse keten geworden. Mijn tweede punt is het volgende. We hebben het net even gehad over het opleiden voor beroepen waar heel veel behoefte aan is, de arbeidsmarkt voor de toekomst. Het gaat wat mij betreft ook over een herverdeling van geld. Ik vind niet dat er steeds meer geld nodig is en dat geld de problemen oplost. Het is een herverdeling van het beschikbare geld. Ik ben allang blij als het geld hetzelfde blijft, want met de terugloop van de leerlingen zou het budget juist kleiner moeten worden. Het geld wordt namelijk per leerling, per student berekend. Als het aantal studenten afneemt, dan zou het bedrag onmiddellijk kleiner moeten worden. Nee, het bedrag moet hetzelfde blijven. We moeten ook een vaste voet krijgen voor die regio's, of weet ik wat, zodat de opleidingen daar blijven. Maar het probleem voor de toekomst is, denk ik: welke opleidingen krijgen een numerus fixus, dat niet meer zovelen ernaartoe mogen? En welke krijgen een positieve incentive? Dat kan zijn dat je spullen, weet ik wat, gratis krijgt van de instelling of van de bedrijven die daarmee geassocieerd zijn. Dat is een vraag voor de toekomst. Het derde punt is dat we ook praten over de beeldvorming. Er zijn de laatste tijd ook weer publicaties over geweest: we hebben een opdeling tussen links en rechts in de maatschappij. Progressief en conservatief is een opdeling. Maar ook de opdeling tussen hoogopgeleid en laagopgeleid begint steeds manifester te worden. Ik wil niet zeggen dat dat tot uitsluiting leidt en ik wil het woord "discriminatie" niet gebruiken, maar die opsplitsing tussen wel of niet hoogopgeleid is ook heel bepalend voor je toekomstperspectief in deze maatschappij. Neem dat alsjeblieft ook mee in het bepalen van de positie van het mbo.
Bron, video en gesprek →