statement · 27 mei 2026 · Tweede Kamer
Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
Brontekst
Staatssecretaris Van der Burg: Voorzitter. Vandaag staan we stil bij Bonaire, Statia en Saba. Morgen staan we stil bij Curaçao, Aruba en Sint-Maarten. Ik probeer wel altijd een nadrukkelijke scheiding aan te brengen tussen die twee. We moeten ze niet op één hoop gooien. Het een is nadrukkelijk een openbaar lichaam, het andere zijn nadrukkelijk de landen. Er zijn een paar uitzonderingen op. De eerste uitzondering is als we komen te spreken over het Europese beleid aangaande overzeese gebieden en territoria, want door Europa wordt het als één gezien. Daar kom ik straks op één punt nog specifiek op terug. In sommige gevallen, bijvoorbeeld in relatie tot 3 januari of in relatie tot de hurricane, spreek je wel over Bovenwinds en Benedenwinds, maar verder probeer ik mij toch echt te concentreren op enerzijds Bonaire, Statia en Saba en anderzijds Curaçao, Aruba en Sint-Maarten. Die laatste gaan we morgen met elkaar bespreken. Voorzitter, ik heb een drietal kopjes voor u. Het eerste gaat over goed bestuur, het tweede gaat over de voorraden en in het derde blokje bespreek ik alle andere belangrijke zaken die door u als commissie zijn genoemd. Ik begin even met een combinatie van comply or explain alsook het rapport van de NCDR, want daar zit een nadrukkelijke koppeling aan wat mij betreft. De NCDR schreef een rapport met de titel Gelijkwaardigheid als Grondwettelijke Opdracht. Mevrouw Dijk en ik waren bij de presentatie en ik mocht het ook in ontvangst nemen. Ik heb tijdens die bijeenkomst al gezegd dat gelijkwaardigheid als grondwettelijke opdracht niet alleen iets is van de Nationaal Coördinator, maar van ons allemaal, of we nu Kamerlid of kabinetslid zijn. Het is namelijk artikel 1 van de Grondwet. Die geldt voor ons allemaal. Daar hebben we ook de eed op afgelegd. Zo dienen we ook in den brede naar ons werk te kijken, en dus ook als het gaat om Bonaire, Statia en Saba. Daarom hebben we in het kabinetsbeleid, bepaald door een deel van uw Kamer, comply or explain opgenomen, oftewel: we behandelen het beleid voor bewoners van Bonaire, Statia en Saba gelijk aan gemeentes in Nederland, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen. Ik blijf even weg bij het debatje dat ontstond tussen mevrouw Tseggai en mevrouw Nanninga, maar op zich gaat het hier voor een deel natuurlijk wel over. Soms heb je te maken met ongelijke situaties, waardoor je ongelijk beleid hebt. Als je bijvoorbeeld constateert dat er op bepaalde punten achterstanden zijn die er in Nederland niet zijn, dan neem je andere stappen dan je in Europees Nederland zou nemen. Daar kom ik straks nog op in het kader van de 30 miljoen die we specifiek hebben opgenomen voor bestaanszekerheid gerelateerd aan Bonaire, Statia en Saba. Voorzitter. Het gaat er wat mij betreft in ieder geval om dat we kijken hoe we er als algemeen beleid voor zorgen dat wij Bonaire, Statia en Saba vergelijkbaar sterk maken aan de situatie in Europees Nederland. Dat vertaalt zich aan de ene kant in investeren in goed bestuur. Daar kom ik zo nog op terug. Dat vertaalt zich anderzijds in bijvoorbeeld het versterken van de economie, en daarmee van een deel van de weerbaarheid, waar mevrouw Tseggai het ook al over had. In die zin voel ik me ook wel aangesproken door de woorden van mevrouw Nanninga: uiteindelijk moet je geen vissen geven, maar hengels. Alleen, je hebt soms vissen nodig om ervoor te zorgen dat mensen sterk genoeg zijn om die hengel te kunnen gebruiken. Dat speelt bijvoorbeeld weer in het kader van de discussie over bestaanszekerheid. In het rapport van de NCDR wordt een zevental zaken genoemd. Mijn hele formele reactie — maar daarna volgt gewoon een inhoudelijke reactie — is dat ik nog met een reactie aan uw Kamer kom op het stuk van de Nationaal Coördinator, zoals het procedureel gaat. Maar u heeft er nu al vragen over gesteld, dus ik ga er nu al voor een deel op reageren. De eerste van die zeven zaken is een afdwingbaar kader voor comply or explain. Nu hebben wij comply or explain niet alleen opgenomen in het coalitieakkoord, maar ook heel nadrukkelijk in de verschillende beleidsbrieven. U bent niet alleen lid van deze commissie, maar ook van andere commissies, en u heeft dus ook andere portefeuilles. Dan ziet u ook dat diverse ministeries in hun beleidsbrieven specifiek informatie hebben opgenomen over Bonaire, Statia en Saba. Het gaat er in ieder geval om dat we, ik in het kabinet en u als leden van deze Kamer, met elkaar bewaken, stimuleren dat het ook gebeurt. Daarbij moeten we wel met elkaar vaststellen dat er verschillen zijn. We kennen geen provinciestructuur op Bonaire, Statia en Saba. Daarbij speelt de Rijksoverheid soms een rol en soms ligt het daardoor meer bij het openbaar lichaam. Doordat we geen provinciestructuur kennen, kennen we bijvoorbeeld geen provinciale wegen. We kennen ook geen rijkswegen, dus er is eigenlijk altijd sprake van gemeentelijke infrastructuur. Kortom, dat soort zaken moeten we goed in de gaten houden, ook als het gaat om onze wet- en regelgeving. Dat geldt ook voor sommige vragen die u stelde, zeg ik plagerig tegen mevrouw Tseggai, die een vraag stelde over de bus. Als de gemeenteraad van Amsterdam besluit om een metrolijn in te korten, hoor je die vraag daar te stellen. Als er gestopt wordt met een lokale bus in Rotterdam, hoor je die vraag daar te stellen. Een vraag over de buslijn is dus eigenlijk een vraag voor het lokaal bestuur op Bonaire. Ik snap de vraag van mevrouw Tseggai wel, want wij hebben geld gegeven om dat te doen. Dan mag je er wel van uitgaan dat daarnaar gekeken wordt. Ik kom straks dus nog op de bus terug, maar laten we dat met elkaar in de gaten houden. Het "comply or explain"-principe is wat mij betreft dus in ieder geval echt de basis van het beleid van het kabinet, en van mij. Iets anders wat de Nationaal Coördinator noemt, zijn maatregelen gericht op bestaanszekerheid. Die pak ik even mee. Ik pak ook de public service obligation mee en de veerdiensten. Dat zijn nummer twee, nummer zes en nummer zeven van de zeven adviezen van de Nationaal Coördinator. Die komen na de zomer terug, als we gaan spreken over de 30 miljoen. De PSO staat overigens morgen ook op de agenda van uw collega's die zich met de minister van Verkeer — formeel moet ik "de minister van IenW" zeggen — gaan uitspreken over de PSO, want de volgorde is: eerste de wet veranderen, dan eventueel een PSO afsluiten en dan daar geld bij plaatsen. Als morgen, of beter gezegd na de stemmingen naar aanleiding van morgen, de wet door de Kamer zo wordt aangepast dat die PSO kan, komen we na de zomer te spreken over de besteding van de 30 miljoen. Daarin kan dus geld worden uitgetrokken ten behoeve van de PSO, de veerdiensten en bestaanszekerheid. Ik kan me nog een discussie van de vorige keer herinneren wat betreft bestaanszekerheid. Dat was toen niet met mevrouw Den Hollander, maar met de heer De Beer, die mevrouw Den Hollander verving. Toen ontstond er tussen hem en ik weet niet meer precies welke collega de discussie of je dat dan stopt in inkomensondersteuning of in economieversterking. Beide kunnen natuurlijk aan de orde komen. Daar komen we na de zomer over te spreken, op het moment dat we over die 30 miljoen spreken. Die staat uiteraard in het coalitieakkoord, maar moet zich nog wel vertalen in de begrotingsvoorstellen die wij na de zomer aan u gaan doen. Een aantal van de prioriteiten komen daar dus in terug. Uiteindelijk, zeg ik erbij, bepaalt u natuurlijk de verdeling van die 30 miljoen. U mag echter wel verwachten dat de heer Vijlbrief en ik namens het kabinet een voorstel zullen doen. Ga er dan maar van uit dat het een mix zal zijn. Reken niet op meer, want 30 miljoen is ons "gegeven" in het coalitieakkoord. U mag er uiteraard ook 300 miljoen van maken — daar gaat u over — maar ik heb me te houden aan de kaders van het coalitieakkoord. Dat met betrekking tot de NCDR. De NCDR sprak ook over de gelijkwaardigheid; dan leg ik ook nog even een link met mevrouw Tseggai. Dat was natuurlijk ook een punt waar mevrouw Nanninga in haar bijdrage op inging. Er ligt natuurlijk ook de uitspraak in het kader van het klimaat. Daartegen zijn wij, zoals u weet, als kabinet in hoger beroep gegaan, maar we hebben daarbij wel gezegd dat we met de acties gewoon doorgaan. Het is dus niet zo dat we omdat we in hoger beroep gaan, niet doorgaan met het nemen van mitigerende maatregelen. Heet dat zo? Ik zie geknik. We gaan dus wel gewoon door met het beleid, maar we willen wel een principiëlere uitspraak op dit specifieke punt van een hogere rechter. Verder geldt ook hiervoor dat die gelijkwaardigheid zich ook terugvertaalt, bijvoorbeeld als het gaat om onderwijs. Dat kwam niet alleen in uw discussietje aan de orde, maar ook in de vraagstelling. Dan gelden daar gewoon dezelfde criteria voor als in Nederland. Daar ligt wel een groot probleem op het bordje van mijn collega's van Onderwijs. Ik was vier of inmiddels vijf weken geleden op Bonaire. We zien nu dat 52% van de kinderen die instromen, anderstalig is. Dan bedoelen we anderstalig dan Papiaments dan wel Nederlands. Dat geeft enorme problemen. Een van de grote problemen die heel nadrukkelijk spelen op Bonaire, is de explosieve bevolkingsgroei, waardoor men het niet of nauwelijks aankan. Dat zijn allemaal zaken waar mijn collega's van O nderwijs mee aan de slag zijn. Mevrouw Den Hollander vroeg terecht hoe we ervoor zorgen dat Bonaire, Statia en Saba ook echt tussen de oren komen van alle bewindspersonen. Ik zeg er meteen tegen u bij: en bij alle andere 145 Kamerleden — sorry, voorzitter, ik bedoel 144 Kamerleden — die niet in deze commissie het woord voeren dan wel voorzitter zijn. We hebben weliswaar een commissie Koninkrijksrelaties, maar zoals ik al heb gezegd moeten we er als het gaat om de BES eigenlijk naar streven dat deze commissie geen functie meer heeft. Dit is eigenlijk de enige keer dat ik "BES" zeg, want je moet Bonaire, Statia en Saba niet op één hoop gooien. Dat hoort namelijk gewoon aan de orde te komen bij de desbetreffende vakcommissie, zoals dat ook het geval is met Maastricht, Delfzijl of Terneuzen. Tot nu toe kan dat nog niet, en dus moeten we dat vooral ook zo doen. Er blijft natuurlijk altijd een relatie met Curaçao, Aruba en Sint-Maarten, die weer anders is. Maar we moeten er vooral naar streven dat heel veel van de discussies in de vakcommissies besproken worden, en dat is niet om mijn leven lichter, leuker of lekkerder te maken. Dat is vooral omdat dat gewoon goed is, tenzij het bijvoorbeeld gaat om die 30 miljoen, want dan hoort het echt hier thuis. Dan hebben we namelijk generiek beleid voor Europees Nederland en specifiek beleid voor Bonaire, Statia en Saba.
Versie 95eed84c2b287f74ac895c239d65f2ea66a6c8cdfa2f1692a25f9953e164ff14 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.