OCW-begroting, onderdeel Cultuur
Brontekst
Versie f8a62de12b69fdc7 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMevrouw Nanninga (JA21): Dank, voorzitter. Ik houd mijn hart vast voor het cultuurbeleid in het nieuwe kabinet als ik dit zo hoor. Maar goed. Voorzitter. Er komen nog heel veel mooie cultuurdebatten, en daar vindt JA21 van alles van, maar we gaan ons in deze begrotingsronde even focussen op een urgente crisis in de wondere wereld van de cultuursubsidies. Onze prachtige Nederlandse cultuur zijn we voor de komende generaties aan het vernachelen als deze trend doorzet. Wat is het geval? Sinds de subsidieperiode '21-'24 zijn de culturele instellingen niet alleen beoordeeld op artistieke kwaliteit, publieksbereik en bedrijfsvoering, maar ook op hun omgang met drie sectorale gedragscodes: de Code Diversiteit & Inclusie, de Fair Practice Code en de Governance Code Cultuur. Nu zijn deze codes ontwikkeld door de sector zelf, zo wordt altijd benadrukt, maar inmiddels zijn ze door het Rijk verheven tot subsidievoorwaarden. Instellingen moeten ze onderschrijven, implementeren, monitoren, evalueren en verantwoorden. De Raad voor Cultuur stelt zelfs dat deze codes, en ik citeer, "in het DNA van de instelling moeten zitten" en beoordeelt de toepassing ervan binnen de algemene beoordelingscriteria voor 2025-2028. Op de website van de Code Diversiteit & Inclusie worden worden de best practices gepresenteerd als richtinggevend voor de sector. Voorzitter. Ik schrok mij een hoedje toen ik eens naar deze voorbeelden ging kijken. Neem het voorbeeld van TransAmsterdam en de Trans Art School. Daarvan wordt expliciet gesteld dat deelname, en ik citeer, "toch écht alleen weggelegd is voor trans of non-binaire mensen. Deze keuze komt voort uit uit het creëren van een plek waar men zich veilig en begrepen voelt." Ik herhaal het even voor de mensen achterin. Op de website van de Code Diversiteit & Inclusie staat een richtinggevend voorbeeld waarin letterlijk staat dat het toch écht alleen is weggelegd voor trans of non-binaire mensen. Begrijpt u het nog? Mijn vraag aan de minister is niet alleen hoe zich dit verdraagt met het gelijkheidsbeginsel, maar vooral waarom exclusiviteit op basis van genderidentiteit hier wordt gepresenteerd als een deugd, terwijl een vergelijkbare uitsluiting op andere gronden in elke andere context onacceptabel zou zijn. Vult u voor "trans mensen" bijvoorbeeld even in "oude blanke mannen", dan begrijpt u waarom het huis dan terecht te klein zou zijn. Wanneer wordt uitsluiting inclusie en wie bepaalt dat omslagpunt? Daarnaast rijst ook de vraag waarom de overheid via subsidievoorwaarden letterlijk bevestigt dat mensen met een niet-normatieve genderidentiteit, wat dat ook moge zijn, alleen bij elkaar kunnen komen binnen een afgebakende identitaire safespace. Acht de minister het wenselijk dat kunstbeoefening en culturele ontwikkeling plaatsvinden binnen gesloten gemeenschappen, waarin een gedeelde identiteit een voorwaarde is voor deelname? Waarom staat dit in godsnaam op een website als best practices? Wil de minister echt dat onze cultuursector zich langs deze lijnen inricht? Voorzitter. Ik heb nog meer voorbeelden meegenomen. Zo bestaat het project Draden van ons Nederlandse slavernijverleden. Hier wordt gekozen voor een participatieve kunstvorm die bewustwording moet creëren over het koloniale verleden. Er wordt een 35 meter lang wandkleed gemaakt waarin vernietigende vloedgolven symbool staan voor wraak richting het moederland. Dit is een van de vele voorbeelden waarbij één specifiek moreel en historisch narratief als vanzelfsprekend uitgangspunt wordt genomen en via rijkssubsidie wordt uitgedragen. Want laten we eerlijk zijn: een gesubsidieerde expositie die de maatschappelijke schade van de massa-immigratie centraal zou willen stellen of de spanningen en kosten daarvan zichtbaar zou willen maken, zou binnen dit subsidiekader echt volstrekt ondenkbaar zijn. Dat zou onmiddellijk worden weggezet als polariserend, problematisch, niet inclusief. Kan de minister uitleggen waarom het ene, dominante, narratief via cultuurbeleid wordt gefaciliteerd en genormaliseerd, terwijl andere fundamentele perspectieven bij voorbaat worden uitgesloten? Voorzitter. Al deze voorbeelden leiden tot één fundamentele vraag die de minister vandaag niet kan ontwijken, als het aan JA21 ligt. Zijn deze codes zinvol? Of zijn deze codes arbitraire instrumenten om een dominante culturele stroming af te dwingen waarin slechts ruimte is voor één woke links narratief, waarmee het ene project afgeschoten kan worden omdat het niet inclusief is, en waarmee tegelijkertijd een ander project juist wordt toegelaten en geld krijgt toegestopt omdat er enkel trans mensen bij aanwezig mogen zijn? Wat ons betreft is dat het laatste. De inhoud van de code maakt weinig uit; die wordt namelijk toch arbitrair ingezet. Er wordt bovendien helemaal niet gezocht naar inclusiviteit en diversiteit, maar naar het behouden van de status quo. De status quo is een benauwend kader waarbinnen creativiteit, originaliteit, rebellie, schoonheid en vrijdenken — kortom, alles wat kunst kunst maakt — op het procrustesbed van de op Amerikaanse leest geschoeide diversiteits- en inclusiewaan worden gelegd. Zoals ik hiervoor betoogd heb, wordt dat nog inconsequent gedaan ook. Alles wat niet in de mal past, valt buiten de boot van de subsidiezilvervloot.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.