KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

Voortgang klimaatbeleid

Brontekst

Minister Van Veldhoven-van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een korte inleidende spreektekst; die geeft alvast wat contouren. Daarna ga ik de specifieke vragen beantwoorden in vier blokjes. Het eerste omvat de vragen die zijn gesteld over het pakket waar het kabinet aan werkt richting het voorjaar, in relatie tot de Europese voorstellen, want dat hoort echt onlosmakelijk bij elkaar. Dan zijn er natuurlijk vragen gesteld over Bonaire, en ik kan me ook voorstellen dat er in het publiek warme belangstelling voor is om daar wat antwoorden op te horen. Er zijn een aantal specifieke vragen gesteld over verduurzaming van de industrie, en dan heb ik nog een mapje "overig", waar onder andere ook biomassa in zit. Voorzitter. Er zitten uiteraard verschillen tussen de partijen, dat was duidelijk hoorbaar, maar ik hoorde ook duidelijk een aantal rode draden. We willen uiteindelijk allemaal in Nederland naar een economie en een samenleving toe die in de toekomst ook weerbaar, duurzaam en concurrerend is. We zijn op zoek naar hoe we recht doen aan alle drie die belangrijke opgaven. Dat is geen gemakkelijke opgave, want de context is ook nog eens ingewikkeld, vanwege de geopolitieke spanningen en de economische afhankelijkheden, maar ook vanwege de klimaatverandering, die we al veel eerder zien dan we haar eigenlijk verwacht hadden. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor deze zomer. Het woord "geschrokken" viel een aantal keer aan de overkant van de tafel, en ik denk dat dat bij iedereen, zowel aan deze kant als wellicht ook in de zaal, van toepassing was toen we van de zomer zagen hoe warm het was. Juist daarom is het van belang dat we koers houden, samenwerken, met elkaar maar ook met andere Europese landen, en investeren in schone energie van eigen bodem en een duurzame circulaire economie. Dat maakt ons land namelijk weerbaarder, en ook dat helpt ons bedrijfsleven om concurrerend te worden. We hebben ook al veel bereikt. Als je kijkt naar de 5%, zou je bijna denken: nou, het heeft allemaal geen zin, er is eigenlijk niks bereikt. Maar de uitstoot van broeikasgassen in Nederland is sinds 1990 al ruim met een derde gedaald, en richting 2030 — daar zijn we eigenlijk echt al wel bijna — gaan we naar verwachting richting de helft, terwijl onze economie in de tussentijd volgens mij is verdubbeld. Dat laat ook zien dat die combinatie van economische groei en verduurzaming met elkaar samen kan gaan. Inmiddels wordt meer dan de helft van onze elektriciteit duurzaam opgewekt en is de productie van wind op zee de afgelopen tien jaar verviervoudigd. Zonnepanelen en elektrische auto's worden steeds meer de norm. Ook worden veel woningen al goed geïsoleerd, en dat is ongelofelijk belangrijk voor meer comfort en een lagere energierekening, iets waar we hier in de Kamer recent nog een heel belangrijk debat over hadden. Maar we zijn er nog niet. Er is ook een groep huishoudens die deze stappen nog niet zelf kan zetten; dat hebben we toen besproken. Een van de rode draden die ik hier proef, is dat we allemaal vinden dat we ervoor moeten zorgen dat iedereen deze transitie kan meemaken, of het nou gaat over je huis of over je auto, en dat we in het bijzonder aandacht moeten hebben voor de mensen bij wie de hoge fossiele prijzen nu zorgen voor hele hoge energierekeningen. We moeten ervoor zorgen dat zij ook echt geholpen worden waar dat nodig is. Steeds meer bedrijven zijn ook heel actief bezig met de verduurzaming, maar die lopen soms tegen knelpunten aan. De aandacht die de heer Jumelet vroeg voor met name de implementatie, de uitvoering, het oplossen van de netwerkcongestie, is er dus; dat heeft echt de hoogste prioriteit en daar wordt keihard aan gewerkt. We zetten natuurlijk ook in Europa in op een gelijk speelveld voor onze bedrijven. Dat doen we voor nu. Er wordt vaak gezegd: we willen nú meer maatregelen, wacht niet. Dat zijn we ook op geen enkele manier aan het doen. Ik zal zo meteen nog meer vertellen over wat het kabinet allemaal al in gang heeft gezet. Ook de acties die we vandaag ondernemen, hebben echter niet altijd morgen effect. Ook al ondernemen we vandaag actie, dan is morgen het huis nog niet geïsoleerd, maar vandaag actie ondernemen is wel wat wij moeten doen. We zetten dus alles op alles om zo snel mogelijk actie te ondernemen. Tegelijk werken we de komende maanden ook — daar zal ik zo meteen uiteraard nog meer over zeggen — aan onze langeretermijnvisie richting 2040, want het PBL heeft, volgens mij ook hier in de Kamer, gezegd dat het ongelofelijk belangrijk is dat we niet alleen maar kijken naar de korte klappen, maar juist ook naar de veranderingen in het systeem. Dat zijn per definitie veranderingen waarbij je geen haakse bochten kunt nemen, maar die je tijdig moet inzetten. We doen dus en-en. Daarover is ook veel afgesproken in het coalitieakkoord. Dat verbindt ook de korte en de lange termijn met elkaar. We hebben gezegd: de klimaatdoelen staan in Europa en als onderdeel daarvan natuurlijk ook in Nederland. Daarbij zorgen we voor duurzaamheid, concurrentiekracht en weerbaarheid. We blijven doen wat we kunnen aan de 2030-doelen, want als we acties kunnen ondernemen die nog effect hebben, dan doen we dat zeker. We doen ook alles wat nodig is om de klimaatdoelen van 2040 en 2050 te behalen. We weten allemaal dat de 2040-doelstelling van 90% zich niet vanzelf gaat realiseren, dus natuurlijk is er extra nodig. We hebben er alle belang bij om zo veel mogelijk aan te sluiten bij Europa, maar we weten ook hoe het Europese kader in elkaar zit: dat wijst ook weer voor een deel terug naar de nationale afspraken. Dat zal dus betekenen dat we in het kader van de Europese doelstellingen ook nog een nationale opgave hebben. In dat hele samenspel moeten we goed bekijken wat verstandig beleid is, wat het meest eerlijk is, wat het meest kansrijk is en wat het meest effectief is. Dat is precies het gesprek dat wij als kabinet voeren en daarna met u als Kamer voeren, zodat we duidelijk koers houden, duidelijke keuzes maken en ervoor zorgen dat alle groepen in de samenleving mee kunnen doen. Dat even als algemene inleiding. Voorzitter, dan de vragen die hierover gesteld zijn. Mevrouw Van Oosterhout vroeg naar de maatregelen waarover gesproken wordt. Richting het voorjaar kijken we wat er nog nodig is. Dat doe ik natuurlijk niet alleen. Dat doe ik echt samen met mijn collega's. Natuurlijk hebben we als kabinet daar eerst met elkaar gesprekken over. Alles wat nog effect kan hebben voor 2030 nemen we natuurlijk mee. Een van u, volgens mij de heer Klos, zei: als iets eerder kan, wacht dan niet per se tot het voorjaar. Natuurlijk, als we al iets met elkaar kunnen afspreken, gaan we echt niet wachten. Waarom zouden we? Maar het moet in z'n totaliteit allemaal kunnen passen. We kijken natuurlijk integraal naar alle verschillende instrumenten die daarvoor beschikbaar zijn. Dat is soms normeren, soms beprijzen, soms subsidiëren. Fiscale vergroening wordt ook genoemd. Er zijn al allerlei middelen vrijgemaakt in het coalitieakkoord. Daar kijken we naar. Als je nog weer een fossiele subsidie zou afschaffen, kan dat ook helpen voor maatregelen. Omdat we echt nog aan het begin staan van dat gesprek, kan ik nu nog niet vooruitlopen op individuele maatregelen. We zijn dit met elkaar echt nog heel zorgvuldig aan het bekijken. We hebben al een heel goed gesprek gehad in het Catshuis met alle betrokken bewindspersonen, want de opgave per domein is ook weer net anders. Bij mobiliteit gaat het hartstikke hard op dit moment. We zien dat het in de industrie heel erg samenhangt met de concurrentiekracht en de vraag hoe je banen in Nederland houdt. Het ETS zou er immers ook op kunnen sturen dat er banen verdwijnen. Dat vraagt dus om een ander soort beleid en een ander soort maatregelen. Ik kan nu nog niet vooruitlopen op dat hele pakket, maar er is wel heel veel voorbereid, al voordat dit kabinet aantrad. Er staat bijvoorbeeld van alles in het formatierapport van Van Kempen. We kijken natuurlijk heel goed en heel breed, zowel aan de maatregelenkant als aan de dekkingskant, want uiteindelijk moet het allemaal kloppen. Voorzitter. Ook de heer Jumelet vroeg zo veel mogelijk aan te sluiten bij de EU-doelen voor 2040 en 2050. Uiteraard. De EU heeft een doel voor 2040 en is bezig de ETS te herzien. Dat zal voor de ETS-sectoren voor een deel zorgen voor instrumentering, voor minder rechten en voor minder CO2. Maar nogmaals, dat betekent niet dat we de werkgelegenheid in Nederland houden. Als wij dat in de context van Europa willen, dan kan dat ook een reden zijn om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat we in de context van dat Europese beleid wel die industrie hier houden. Daarnaast zijn er de Effort Sharing Regulationsectoren, waarbij de EU naar verwachting niet met meer Europese instrumentering zal komen, maar de lidstaten wel allemaal een opgave krijgen. Dus ook dan moet je dat gewoon nationaal invullen. Mevrouw Müller zei: kijk heel goed uit dat je het niet alleen maar naar buiten Europa verschuift. Absoluut, dat weglekrisico is soms heel reëel. Daar moeten we echt rekening mee houden. Maar nogmaals, het omgekeerde is soms ook zelfs het geval. Als het Europese kader ertoe zou leiden dat industrie uit Nederland zou vertrekken naar Duitsland, dan willen we ook daar de zorgvuldige afweging voor maken. We hebben nu echt middelen uitgetrokken om te kijken wat we kunnen doen aan dat verschil in elektriciteitskosten, want het is wel verduurzaming, maar er is toch een verschil in kosten. We willen heel gericht beleid voeren op de vraag wat onze economie van de toekomst is. Daar horen soms ook nationale maatregelen bij die ervoor zorgen dat de industrie ook hier kan vergroenen. Dus ook dat valt onder nationale maatregelen. Voorzitter. Mevrouw Müller refereerde terecht aan de 1,3 miljard die beschikbaar is gesteld voor Aramis. Dat is bijvoorbeeld zo'n nationale maatregel waarmee je de industrie hier ook in staat stelt om vervolgens op een manier te verduurzamen die past binnen de ruimte die zij hebben in hun verdere concurrentiekracht. De vraag was wat er nog nodig is aan randvoorwaarden voor het nemen van dit besluit. Met die subsidie stel ik Aramis in staat om in Q4 van 2027 een definitief investeringsbesluit te nemen. Daar moeten nog een aantal randvoorwaarden voor geregeld worden: een uitspraak van de Raad van State die de omgevingsvergunning onherroepelijk maakt en de goedkeuring van de Europese Commissie op de staatssteun die wij dan voornemens zijn om te verlenen. We overleggen hierover heel vaak met alle partijen in de keten. We liggen op schema, ook voor het definitieve investeringsbesluit in Q4 2027. Ik zal de Kamer later dit jaar nog via een brief over de voortgang van Aramis verder informeren. Mevrouw Van Oosterhout vroeg: wordt dat pakket met al die maatregelen vooraf getoetst door het PBL? We zitten wat dat betreft een beetje in een soort van tijdloop. Het PBL wil dat concrete maatregelen op een bepaald moment in het voorjaar worden ingediend om het mee te kunnen nemen in de doorrekening van de KEV die met Prinsjesdag komt, dus voordat de begrotingen worden behandeld. Dat kunnen we dus niet versnellen. Uiteraard betrekken we het PBL heel goed bij de gesprekken die we hebben over maatregelen, zodat we wel een gevoel hebben en niet helemaal in de mist sturen. Maar een exacte doorrekening volgens de PBL-systematiek zelf heeft dus altijd enige vertraging omdat zij gewoon hun tijd nodig hebben voor die berekeningen. We zullen wel met hen bekijken wat er aan indicaties te geven is. We willen allemaal graag een beetje houvast. Maar we kunnen het PBL niet vragen om een shortcut in zijn eigen zorgvuldige procedures te nemen. Dat is dus even het dilemma waar we mee werken. De heer Jumelet en mevrouw Müller vroegen naar de grensoverschrijdende effecten. In de Beleidsagenda emissiereductie productketens heb ik een aantal opmerkingen hierover gemaakt en een aantal acties aangekondigd. Ik noem bijvoorbeeld het faciliteren van het meten en rapporteren van de ketenemissies. Als regering hanteren we een indicatief streefcijfer bij de overheidsinkoop, zodat we bedrijven ook kunnen belonen. PBL en CBS verkennen op welke manier dergelijke effecten via hun rapportages beter kunnen worden meegenomen. Ik denk dat de heer Jumelet de vraag ook specifiek in relatie tot de grensoverschrijdende im- en export van energie stelde. Daarop is in reactie op de feitelijke vragen een antwoord gegeven. Ik snap de vraag. Ik vind het zelf ook een worsteling. Ergens denk je: als we wel kunnen berekenen dat het 2 megaton extra is, waarom moet het dan toch meetellen? Hoe kunnen we daar beter op sturen? Ik heb daar nog geen oplossing voor gevonden, maar ik snap de vraag wel. Ik denk dat het een opgave blijft om eens na te denken over de vraag hoe we daar op de een of andere manier toch rekening mee kunnen houden. Maar nogmaals, ik heb daar nu nog geen oplossing voor. Er is geen inschatting gegeven van bijvoorbeeld de hoeveelheid megaton aan elektriciteit die we hebben geïmporteerd, bijvoorbeeld schone elektriciteit, en hoe die dan meeweegt in de doorrekeningen, en dat moet je dan natuurlijk ook doen. In die complexiteit is het op dit moment gewoon nog niet mogelijk om dat op een goede manier mee te nemen. Maar ik snap de vraag dus wel. Idealiter zou je dit willen, want dan weet je nog preciezer of je als land op koers ligt. Daarnaast heb je nog de vraag of we als Europa op koers liggen, maar daarvoor maakt het niet uit. Mevrouw Teunissen zei: wees eerlijk over wat het klimaatbeleid teruggeeft. Zij noemde schoon water, schone lucht en een schone leefomgeving. Absoluut. In mijn vorige periode in het kabinet hebben wij heel hard gewerkt aan een Schone Lucht Akkoord. Een van de redenen dat we dat deden was dat op dat moment een op de vijf kinderen in Rotterdam astma had vanwege de uitstoot van emissies gerelateerd aan het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat is zo'n maatregel die om vele redenen een goede maatregel is. Het is heel belangrijk dat we daar aandacht aan besteden. Deze commissie praat misschien minder over gezondheid, maar kijkt natuurlijk wel naar neveneffecten. We hebben het vaak over de effecten op onze economische weerbaarheid. Dat is een bijkomende reden om bepaalde keuzes te maken. De koppelkansen zijn er. De redenen waarom je dingen doet zijn soms verschillend. Een lagere energierekening werd ook al genoemd, net als het afromen van hoge kosten aan de pomp. Dat kunnen ook redenen zijn om over te stappen op elektrisch. Dat telt allemaal mee. De heer Van den Berg vroeg ook naar het klimaatbeleid. Waarom ambitieus? De energiecrisis heeft laten zien hoe afhankelijk we zijn van fossiele brandstoffen. Door dat Europese beleid kunnen we die afhankelijkheid kosteneffectief verminderen. Daarbij geldt natuurlijk dat hoe meer we Europees kunnen regelen, hoe minder we nog nationaal hoeven te doen. In die verdeling tussen Europees en nationaal beleid is het zo dat hoe meer we nationaal doen, hoe meer anderen ook doen en hoe minder we nationaal nog binnen onze grenzen apart hoeven te regelen. Dat is efficiënt en kan ook betekenen dat er minder nationale middelen nodig zijn als het via Europees beleid geregeld kan worden. Mevrouw Müller vroeg naar het infaseerpad als het gaat om bescherming tegen koolstoflekkage. Dat is superbelangrijk, want we moeten ervoor zorgen dat onze bedrijven niet alleen binnen, maar ook buiten Europa een gelijk speelveld hebben. Daarvoor is die bescherming aan de grens tegen oneerlijke concurrentie ongelofelijk belangrijk. Er wordt heel hard aan gewerkt. We zien dat het voor sommige sectoren redelijk goed werkt, maar voor andere sectoren, zoals de chemie, ligt er echt nog een opgave. Nederland zet zich daar heel hard voor in, ook met de Critical Chemicals Alliance bijvoorbeeld. We pleiten zeker voor de uitbreiding van CBAM naar meer productgroepen waar mogelijk. We proberen sectoren betere bescherming te bieden, juist om vergroening mogelijk te maken in Europa zonder het te verplaatsen naar buiten Europa terwijl we wel blijven importeren, want daar schiet het klimaat uiteindelijk ook niks mee op. Dan waren er een aantal vragen over het versnellen. Daar heb ik net al wat over gezegd, denk ik. We delen de urgentie. De heer Klos en de heer Van den Berg vroegen daarnaar. Er werd ook gevraagd naar de initiatiefwet Groningen. Daarover hebben de heer Van den Berg en ik al een aantal keer van gedachten gewisseld, dus laten we dat debat hier niet herhalen. Maar in z'n algemeenheid deel ik de urgentie. We kijken naar alles wat voor 2030 nog op een goede manier effect kan hebben. Dat laten we natuurlijk niet liggen. Met name het op korte termijn weghalen van knelpunten in de randvoorwaardelijkheid en de implementatie kan echt helpen om die doelstellingen te halen in 2030. Daar wordt dus volop op ingezet. We inventariseren breed, zeg ik tegen de heer Van den Berg, naar welke maatregelen gekeken wordt. De heer Van den Berg vroeg naar het verlagen van de brandstofaccijns. Dat is geen klimaatmaatregel, maar een betaalbaarheidsmaatregel. Dat ligt in een ander debat voor, misschien zelfs wel op dit moment in de plenaire zaal, dus dat laat ik even aan de minister die daarover gaat. Er was een vraag van de heer Klos en mevrouw Van Oosterhout over het NPE. Kunnen wij net als Duitsland een einddatum voor fossiele energie vaststellen? Laten we vooropstellen dat er voor het klimaat een einddatum is, want in 2050 willen we klimaatneutraal zijn. Dat doel is er. Ik heb me laten informeren over Duitsland. Duitsland heeft die klimaatneutraliteit op 2045 gezet en heeft geen doelen gesteld voor de afbouw van fossiel. Het klimaatneutrale doel in Duitsland voor 2045 kan dus volgens hen ook ingevuld worden door CO2 af te vangen. Dat is op dit moment dus vergelijkbaar met hoe wij het in het NPE hebben staan. Aanvullend stuurt Duitsland op een aantal manieren op de afbouw van fossiel. Dat is ook best heel vergelijkbaar met Nederland. Ze hebben wel een einddatum voor de inzet van kolen, maar dat is pas in 2038 in plaats van het jaar 2030 voor Nederland. Dus daarin lopen wij voor op Duitsland. Mevrouw Teunissen en de heer Klos hadden nog meer vragen daarover. Ze vroegen met name welke intensivering en welke beprijzingsmaatregelen een rol kunnen spelen en of we fossiele subsidies kunnen verkleinen. Waar dat kan kijken we er natuurlijk ook naar om die te verlagen. Dat nemen we mee in het totale pakket van normeren, beprijzen en subsidiëren, in een goede balans. Het PBL zegt daar ook over: als je gaat normeren, heb je vaak eigenlijk toch ook een aanloopsubsidie nodig om het goed te laten landen. Al dat soort adviezen nemen we natuurlijk mee bij het nadenken over de vraag welke maatregelen we moeten nemen en hoe. De heer Klos vroeg nog of ik mij tijdens de volgende Energieraad actief wil inzetten voor de Europese afbouw, in lijn met de afspraak in het coalitieakkoord. Kort gezegd: ja, we gaan dat natuurlijk ook in Europees verband agenderen en daarover spreken. Dat was het eerste blokje, voorzitter.

Versie 658776704972f633d6b00f12b8c992e1eabf3bcd08c70d0f4a8689a0e56b4b1a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.