Eurogroep/Ecofin-Raad d.d. 11 en 12 juni 2026
Brontekst
Versie 500cfd0288286559 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Heinen: Ja, dat kan ik doen. Ik zal beginnen met de vragen die zijn gesteld over de kopgroep, om het maar zo te noemen, en de kapitaalmarktunie. Dan ga ik naar het lentepakket en de landspecifieke aanbevelingen. Dan kom ik bij de ontsnappingsclausule, de NEC, de "national escape clause", zoals we die noemen, en dan heb ik het blokje overig. Bij overig zitten best een aantal zaken, zoals energieoverwinsten, het Herstel- en Veerkrachtplan en ECB-beleid. Daarover ga ik dan zeggen dat het onafhankelijk is. Dan hebben we dat vast gehad, haha! Ik zal beginnen met de kopgroep. Het is terecht dat hier veel vragen over zijn gesteld. Wat we daar aan het doen zijn, is best spannend. Mijn collega's in de Europese Raad en ik zien het allemaal op internationaal gebied op een ongelofelijke manier veranderen. Dat is niet alleen retoriek. De Duitsers zeggen dat voor hen Groenland, dus het moment waarop een bondgenoot zei dat land in te gaan pikken, echt het moment is geweest om te zeggen: nu is het klaar. Wij zien als Nederlands parlement en als kabinet, in het licht van wat er op internationaal gebied gebeurt, het belang van investeringsveiligheid en van onafhankelijker worden natuurlijk al langer. We zien onze welvaart onder druk staan. Als minister van Financiën bekijk ik natuurlijk in de Eurogroep en in Ecofin wat wij eraan kunnen bijdragen. Dan komen we elke keer terug op die kapitaalmarktunie. Dat lijkt toch wel een sleutel tot verder succes te zijn, en een onderdeel van wat ons allemaal te doen staat. Die is voornamelijk belangrijk om de groei aan te wakkeren. Iedereen erkent namelijk dat er in Europa best veel start-ups zijn die willen doorgroeien, maar op de Nederlandse campussen zijn het buitenlandse investeerders die met het grote geld zwaaien. Veelbelovende bedrijven steken de oceaan over en kunnen in de Verenigde Staten verder groeien, terwijl ze dat in Europa maar in beperkte mate kunnen. Dat kost ons welvaart. Die welvaart hebben we nodig. Dat is dus eeuwig zonde, omdat het gewoon mooi is om welvarender te worden — dan kun je mooiere dingen doen: je hebt dan beter onderwijs, betere zorg en betere voorzieningen — maar ook omdat we zien dat die welvaart onder druk staat. Je kunt de discussie voeren over handelstarieven en hoe slecht het is dat de Verenigde Staten die invoeren, maar we kunnen ook aan de slag met onze eigen interne markt, en die veel beter integreren. U kent de cijfers ook: het IMF en later de ECB hebben becijferd wat die interne markt ons eigenlijk kost in termen van handelstarieven. Dan kom je eigenlijk tot veel hogere bedragen. Puur kijkend naar goederen, is dat zo'n 45% als je het bedrag om zou rekenen, zeg ik uit mijn hoofd. Voor diensten is het 110%. We kunnen ons dus heel druk maken over de Amerikanen die invoertarieven van 10% tot 15% heffen — het is ook gewoon niet goed dat ze dat doen — maar we kunnen veel beter zelf aan de slag gaan en bekijken wat we zelf kunnen doen. Dit zeggen we al heel lang, maar er zit te weinig vaart achter. Dat is ook het bredere ongenoegen dat ik van de zijde van de Kamer proef. Wij hebben dus gezegd dat wij als zes grootste landen het initiatief zouden kunnen nemen. Dat initiatief kwam in eerste instantie van mijn Duitse en Franse collega's. Als wij het eens kunnen worden, zouden we het in Europa ook eens moeten kunnen worden. Dat zou in de eerste plaats goed zijn omdat er dan massa achter zit; het gaat dan namelijk om de zes grootste economieën en dan vertegenwoordig je sowieso al zes landen. Maar het zou ook goed zijn omdat bij veel wetgeving en regelgeving rond financiële markten met QMV gewerkt wordt, dus met meerderheidsbesluitvorming. Je zou dus zeggen dat het, als deze landen een compromis kunnen vormen, een model kan zijn voor andere landen om aan boord te stappen en dat we echt stappen kunnen zetten op die kapitaalmarktunie. Ik heb zelf het idee dat er nu in twee jaar meer gebeurt dan in de afgelopen twintig jaar. Ik zeg dat ook tegen de media als ik ze spreek. Een mooie anekdote die wij vaak aanhalen, is dat mijn voorganger tijdens het laatste Nederlandse voorzitterschap, in 2016, ook sprak over de kapitaalmarktunie en het belang ervan. Dat is tien jaar geleden. Er is echt gewoon veel te weinig gebeurd. We hebben dus gezegd dat we een kopgroep gaan vormen en dat we daar het initiatief toe gaan nemen. Tegelijkertijd moet je ervoor oppassen — ik denk dat de heer Bushoff dat terecht zei — dat je niet te snel gaat en dat je andere landen de gelegenheid geeft om hun onderhandelingspositie te versterken, dus dat ze dan kunnen zeggen: mooi dat jullie het eens zijn, maar ik had ook nog een paar wensen. Het is dus een delicaat proces. Concreet hebben we afgesproken dat we het verdeeld hebben: we bellen en spreken collega's en tasten af hoever we kunnen gaan, om het zomaar te zeggen. Ik probeer dus om veel in Benelux-verband met mijn collega's te spreken. Ik heb met de Ierse minister van Financiën gesproken, want die is traditioneel gezien ook wat terughoudender. Zo heeft elke lidstaat die onderdeel is van die kopgroep een aantal landen die die spreekt om te kijken waar er draagvlak ligt. Het opvallende is dat veel landen — de premier kan dat bevestigen, want die spreekt op het regeringsleidersniveau — tegen ons zeggen: "Wat goed dat dit initiatief er is. Publiekelijk zullen we nog wat mopperen, maar we vinden het heel goed. Zet dit voort, want dit brengt echt zaken in beweging. Uiteindelijk zullen wij ook wel aan boord komen." Dat is dus hoe wij proberen dat rustig te doen. We hebben tot nu toe geen signalen ontvangen dat lidstaten daar heel erg boos over zijn. Ik spreek hier ook met de Commissie over. Vorige week sprak ik nog met de Eurocommissaris die over financiële diensten gaat. Zij zei ook: in het begin was ik er wat terughoudender in, want ben je niet mijn ambitie aan het verwateren? Ze zei ook: ik zie nu de enorme waarde hiervan, want je bereidt het pad voor naar meerderheden om dit verder te brengen. We doen dit dus in goed overleg met de lidstaten en de Commissie. We zeggen daarbij ook elke keer: we beslissen met alle lidstaten, niet in E6-verband, maar we proberen het wel vlot te trekken. Dit was een inleiding over wat we nou precies doen en hoe we proberen voorzichtig te opereren. Er waren ook een aantal specifieke vragen over dit onderwerp. Overigens voel ik mij gesteund door eerder in de Kamer ingediende moties, die ertoe opriepen om haast te maken met de kapitaalmarktunie, een kopgroep te vormen et cetera. Met dat mandaat opereer ik. Recentelijk hebben we het BNC-fiche daar de Kamer gestuurd. Daarin hebben we onze inzet gecommuniceerd. Als dat aanleiding geeft tot verdere vragen, dan hoor ik die uiteraard graag. Er waren een aantal specifieke vragen, onder anderen van de heer Van der Maas. Volgens mij gaf hij zijn maidenspeech in het commissiedebat. Ja, die hadden we plenair al gehad, maar nu ook in de commissieverband. Hij vroeg mij hoe we de plannen voor de verdieping en de integratie op de Europese kapitaalmarkten verder gaan brengen en wat de tijdlijnen zijn. Wij hebben nu in Berlijn een compromis gevormd. We hebben aangeboden dat we denken dat het zo kan. De Europese Commissie heeft zelf al voorstellen gestuurd. Het moet nu samengebracht gaan worden in de Raad. De ambitie is hoog en we willen hier eind dit jaar, geloof ik, resultaat op bieden. Ik zal in het verslag dat we sturen de precieze tijdlijn aangeven, maar we zeggen dat we zo snel mogelijk stappen moeten kunnen zetten. Nadat de Raad het eens is, moet het natuurlijk ook nog langs het Europees Parlement. Dan start de triloogfase. Dat kan ook wat vertraging opleveren, maar op zich ziet iedereen het belang hiervan in. Mevrouw Van Dijk had een vraag over wetsvoorstellen op het terrein van de financiële markten. Ze constateerde dat die niet tijdig zijn geïmplementeerd. Dat klopt ook. Ze vroeg hoe wij hier als kabinet tegen aankijken en wat de gevolgen zijn voor de geloofwaardigheid van de kopgroep. Dat is een terechte vraag. Op het terrein van de financiële markten heb ik een team dat echt op zijn tenen loopt en dag en nacht werkt. Het is best veel wat er allemaal uit Europa komt qua richtlijnen, dus ik heb ook respect voor de mensen die daar werken. We zien gewoon echt een piek in al die implementatietrajecten. Het wetgevingstraject in Nederland is best intensief. We vragen heel veel adviezen, nog los van de Raad van State. We vragen die ook aan de ATR en er zijn openbare consultaties. We bespreken ook veel hier in het parlement. Dat waardeer ik ook zeer, maar mijn collega's in Europa zijn soms verbaasd over hoeveel debatten wij hierover voeren. Heel veel collega's hebben niet eens een geannoteerde agenda en hebben niet eens verslagen of debatten. Dat vind ik een gemis. Ik doe het graag wel in dit format. Het hele wetgevingstraject in Nederland is intensiever. Het team werkt zo hard als het kan. We kunnen hierin geen vertraging oplopen, dus we zijn echt een been aan het bijtrekken. We verwachten niet dat er zich een ingebrekestelling van de Europese Commissie gaat materialiseren of dat het gevolgen gaat hebben, maar het is natuurlijk wel een belangrijk signaal dat we tempo moeten maken. Als u het op prijs stelt, kan ik ook nog een overzicht sturen van waar we nu precies overal staan. En zo niet, dan niet.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.