KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 9 jun 2026 · Tweede Kamer

Eurogroep/Ecofin-Raad d.d. 11 en 12 juni 2026

Brontekst

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Vanuit mij nog vier punten. Allereerst het lentepakket dat er traditioneel gezien natuurlijk aan komt; mijn collega Inge van Dijk stipte dat ook al aan. In dat lentepakket zitten ook die zogenoemde landenspecifieke aanbevelingen. Als ik mij niet vergis, zegt het kabinet hier vaak over dat het heel veel waarde hecht aan deze landenspecifieke aanbevelingen, omdat de Raad hiermee lidstaten ook wijst op belangrijke mogelijkheden om hun financieel-economische beleid te versterken en zo het functioneren en de stabiliteit van de Economische en Monetaire Unie te versterken. In die zin zegt het kabinet vaak dat het hier zeker veel waarde aan hecht. Toch is een van de aanbevelingen om de belastingheffing op verschillende soorten inkomsten uit vermogen op één lijn te brengen, inclusief volgens mij het geleidelijk uitfaseren van de hypotheekrenteaftrek. Het is dan toch een beetje selectief, zou je kunnen zeggen, als we aan de ene kant heel veel waarde hechten aan deze aanbevelingen, maar daar dan op dit punt toch wat minder waarde aan hechten. Dus hoe rijmt deze minister van Financiën dat, zou ik als eerste willen vragen. Voorzitter. Het tweede punt waar ik bij stil wil staan, is het voorstel van de Europese Commissie voor zo'n winstbelasting; dat is ook al even aan bod gekomen bij mijn collega's. Eigenlijk stelt de Europese Commissie voor om bepaalde uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling volledig aftrekbaar te maken van de winstbelasting. Daarnaast stelt de Commissie voor om de renteaftrek te verruimen, dus om bedrijven voortaan ook een groter deel van hun rentelasten te mogen laten aftrekken, namelijk zo'n 30% van de belastbare winst, met een ondergrens van 5 miljoen. Op zich snap ik de positieve kanten hiervan best wel, want we willen natuurlijk allemaal meer ruimte voor investering en innovatie. Het lijkt er bovendien ook nog op dat woningcorporaties op deze manier uitgezonderd zouden worden, zodat zij onbeperkt rente mogen aftrekken. Tegelijkertijd zou dit natuurlijk ook kunnen betekenen dat dit wat doet voor onze inkomsten via de vpb. Ik ben benieuwd hoe de minister van Financiën kijkt naar dit spanningsveld. Aan de ene kant willen we natuurlijk ruimte houden voor innovatie en ook voor broodnodige investeringen en willen we dat stimuleren. Aan de andere kant is de vraag wat dit betekent voor eventuele lagere inkomsten. Ik ben benieuwd hoe de minister van Financiën hiernaar kijkt en of hij dit wat nader voor ons zou kunnen duiden. Voorzitter. Een derde punt waar ik bij wil stilstaan, is de koplopersgroep. Die bestaat uit de zes grootste economieën van de EU: Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Polen en Nederland. De E6 willen dat de EU haast maakt met het creëren van een waardige concurrent, zou je eigenlijk kunnen zeggen, van de overkant van de oceaan. Op zich is dat volgens mij ook heel goed, alleen zoek ik nog wel een beetje naar de vraag of we niet het risico lopen — wellicht kan de minister van Financiën dat meer duiden — dat er zo meteen een kopgroep ontstaat, maar dat die kopgroep en de rest van Europa, die je toch op een gegeven moment ook nodig zal hebben om voorstellen aan een meerderheid dan wel aan een gekwalificeerde meerderheid te helpen, uiteen gaan lopen. Hoe ziet de minister van Financiën dat en kan hij ons ook iets meer meenemen in de vraag hoe het kabinet daarmee om denkt te gaan, ook met eventuele risico's op het ontstaan van aan de ene kant een kopgroep en aan de andere kant onvoldoende landen die ons daarin zouden volgen? De vraag is dus hoe de minister van Financiën daartegen aankijkt. Wellicht heeft hij, misschien zonder de héle strategie uit de doeken te doen, toch een antwoord dat het vertrouwen wekt dat de voorstellen die gedaan worden voor een deel aan een meerderheid geholpen kunnen worden. Voorzitter. Tot slot nog een laatste punt, in de laatste halve minuut waarvan ik zie dat die mij nog resteert. Dat gaat over private credit. Ik ben ook wel benieuwd of deze minister van Financiën zich zorgen maakt over de recente ontwikkelingen die we aan de overkant van de plas zagen, namelijk dat er door investeerders steeds minder private credit uitbetaald wordt. Maakt de minister van Financiën zich zorgen over deze ontwikkeling? We hadden hier recentelijk een rondetafel. Daarbij zeiden de DNB en ook de AFM: wij zien ook wel wat problemen met private credit, want de kwaliteit van producten laat nog weleens te wensen over of kennen we onvoldoende en bovendien zijn de kwaliteitseisen anders dan bij banken. Tegelijkertijd zeiden zij ook dat als je het toezicht daarop goed wil inregelen en daar eisen aan wil stellen, dat vooral Europees zal moeten. Ik ben dus ook wel benieuwd hoe de minister van Financiën daarnaar kijkt en wat eventuele voorstellen zouden kunnen zijn om dat toezicht en de regels rondom private credit, en met name de kwaliteit van deze producten, te verbeteren. Tot zover.

Versie 500cfd0288286559d08e7d527181ed7963eafa4460edf0fb48ab60d01c0d8b08 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.