KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 4 jun 2026 · Tweede Kamer

Ouderenzorg (incl. ouderenhuisvesting)

Brontekst

Minister Boekholt-O'Sullivan: Normaal, in de debatten waar ik zelf in the lead ben, heb ik veel verschillende blokjes, maar nu heb ik er één blok van gemaakt, want ik denk dat de onderwerpen elkaar in essentie allemaal raken. We moeten inderdaad 290.000 extra woningen voor ouderen realiseren in 2030. Dat is wat we te doen hebben. Dat is iets anders bij wat je realiseert. Die ambitie kun je niet opschuiven, want dit gaat niet over metaforen, maar over mensen die een woning nodig hebben. We realiseren die onvoldoende. Dat weet u, want dat heeft u net ook gezegd, en dat weet ik ook. Het gaat goed met de nultredenwoningen. Het gaat minder goed met de geclusterde woningen en met de zorggeschikte woningen. Daar is de afgelopen jaren wel echt al heel hard aan gewerkt. We komen op stoom, maar het is niet genoeg. Dat betekent ook dat de goede plannen op papier moeten worden omgezet in harde bouwplannen. We sturen op die opgave. Ik stuur op die opgave via de woondeals en via de Wet versterking regie. Ik hoop dat die wet, als ik die aan het einde van deze maand door de Eerste Kamer krijg, ook in werking treedt. Als die in werking treedt, komen de volkshuisvestigingsprogramma's en dan wordt het allemaal veel specifieker. Dan ontstaat er ook een instrument waarmee we veel beter kunnen monitoren en sturen. Dan heb je ook nog geld nodig, want je kan goede plannen hebben, maar er moet ook geld zijn om die te ondersteunen. Zoals uw Kamer weet, is in 2026 40 miljoen voor de geclusterde woningen en 80 miljoen voor zorggeschikte woningen beschikbaar gesteld. In de komende jaren gaan we deze middelen daarvoor inzetten en afspraken maken om dit gewoon voort te kunnen zetten, want die extra impuls is natuurlijk gewoon nodig. Dus het moet en het kan en het heeft de volle aandacht nodig. Dan de vragen. Ik begin met mevrouw Wendel van de VVD. Zij stelde een vraag over bouwen naar behoefte. De samenstelling van het woningbouwprogramma moet aansluiten op de woonbehoeften. Die zijn onder meer gebaseerd op de woonwensen van mensen, maar ook op de inkomensontwikkeling. Ik maak daarbij gebruik van ABF Research. Dat geldt dus ook voor deze 290.000 woningen die gebouwd moeten worden voor ouderen in de jaren tot en met 2030. En dat is snel. Een onderdeel daarvan zijn de 80.000 geclusterde woningen, waaronder ook de Knarrenhofjes vallen. Verder brengen gemeentes in beeld aan welke woonconcepten en marktsegmenten ouderen behoefte hebben. Wat betreft de betaalbaarheid geldt wel de ambitie om twee derde betaalbaar te bouwen, aansluitend bij de woningbehoefte van álle woningzoekenden. Dat gaat over huur- en koopwoningen. De Wet versterking regie zal daarbij kunnen helpen, want deze cijfers zijn daarin geborgd. Ik roep de gemeenten en de ontwikkelaars op om nadrukkelijk met de ouderen zelf te spreken en hen erbij te betrekken, zodat we ook iets bouwen wat past bij hun woonbehoeftes en -wensen. Hier zit nog iets heel positiefs achter, want als deze oudere mensen bereid zijn om te verhuizen omdat zij dat nodig hebben of omdat ze dat willen, blijft er een woning achter, en daar zitten ook weer verschillende verhuisbewegingen achter. Ik heb dus inderdaad een extra motivatie om dit voor elkaar te krijgen. Wat ik uit de gesprekken met de oudere mensen wel terugkrijg, is dat ze het moeilijk vinden als zij daardoor hun regio, hun wijk, hun straat uit moeten. De gemeenten moeten dus heel goed kijken waar iets wordt gebouwd, opdat mensen zo veel mogelijk in hun eigen sociale omgeving kunnen blijven wonen en we hen kunnen accommoderen als zij met meerderen wel willen verhuizen naar een plek iets verder buiten de eigen wijk. Dan een vraag die door velen van u is gesteld, namelijk door mevrouw Coenradie, mevrouw Vliegenthart, mevrouw Tijmstra, mevrouw Synhaeve en mevrouw Ten Hove; sorry dat ik jullie namen nog niet allemaal uit mijn hoofd ken. De vraag gaat over de schaalvergroting en de realisatie, over zorgzame gemeenschappen en passende huizen. Dat is belangrijk voor ouderen. Dat heb ik u horen zeggen, dat heb ik de collega-minister horen zeggen en dat zal ook ik zeggen. Ik zie dat de nultredenwoningen voldoende in de planvoorraden voorkomen. Toch zijn voor clusterwoningen en zorggeschikte woningen een flinke schaalvergroting en een schaalsprong nodig. We moeten van afspraken naar uitvoering. Dat kan alleen als we dat samendoen, met de corporaties, met de gemeenten, met de provincies, met de zorgaanbieders en met de verschillende marktpartijen. Daarvoor is een brede aanpak nodig, van nieuwbouw, maar ook van bestaande bouw, een aanpak waarbij we kijken hoe we die beter kunnen benutten. Om dit aan te jagen hebben we natuurlijk financiële regelingen nodig, want iedereen wil wel, maar vervolgens is het natuurlijk: hoe krijg je de businesscase rond? Daarvoor hebben we de verschillende regelingen opnieuw geopend. We sturen daarop via de woondeals. De woondeals worden in dit najaar geactualiseerd en dan nemen we dit onderwerp natuurlijk ook weer mee. Als de Wet versterking regie door de Eerste Kamer komt, heb ik op basis van deze wet ook elementen om hier nog sterker op te kunnen sturen. Dat gaat helpen. Voor de zomer stuur ik uw Kamer een brief waarin ik nog uitgebreid inga op de voortgang van de ouderenhuisvesting. Dan de vraag van mevrouw Vliegenthart over ouderenwoningen die daadwerkelijk betaalbaar moeten zijn. Daarover ben ik het hartgrondig met haar eens. Dat geldt niet alleen voor ouderen, maar voor iedereen die een woning zoekt in dat segment. Vandaar ook dat ik zo benadruk dat de Wet versterking regie ons hierbij gaat helpen, want daarin staat dat twee derde van wat we bouwen, betaalbaar moet zijn en dat 30% daarvan sociale huurwoningen moet zijn. Dat geldt niet alleen voor ouderen, maar voor allemaal, en dus ook voor ouderen, want die vallen onder "allemaal". Nogmaals, ik hoop dat ik die wet 1 juli in werking kan laten treden. 50% van de geclusterde en de zorggeschikte woningen in de sociale huur zou dan gerealiseerd moeten kunnen worden. Die andere 50% moet middenhuur en koop zijn. Op die manier zorgen we ervoor dat er ook afhankelijk van het inkomen van deze mensen een gebalanceerde voorraad is. Dan de vraag van mevrouw Wendel, mevrouw Maeijer, mevrouw Keijzer en mevrouw Synhaeve over financiële middelen voor de bouwopgaven. Zoals ik net al zei en eerder ook al is genoemd, is 80 miljoen beschikbaar voor de zorggeschikte woningen en 40 miljoen voor de ontmoetingsruimten bij de geclusterde woningen. Dat is voor 2026. De vorige tranches van de regelingen waren echt een succes. De eerste tranche is helemaal benut, de tweede niet helemaal, maar we verwachten met het openzetten van de regeling dat het nog beter gevonden gaat worden. Dat zien we al, want op de eerste dag dat deze openstond, hadden we al direct een enorme uitvraag. Wat we beter hebben gemaakt, is dat er voorwaarden zijn waaronder je van meerdere regelingen gebruik mag maken. Dat was in het verleden niet, maar dat is nu wel ingezet en ook tot stand gekomen. In theorie hebben we voldoende middelen gereserveerd voor de benodigde geclusterde en zorggeschikte woningen. Bij elke nieuwe tranche nemen we natuurlijk de signalen van de koepels en de aanvragers mee om ervoor te zorgen dat de regelingen altijd daadwerkelijk doen wat ze moeten doen, namelijk bijdragen aan deze realisatie. Dan de vraag van mevrouw Keijzer of 120 miljoen voldoende is voor 290.000 woningen. Die 120 miljoen is voor 2026. In het coalitieakkoord is afgesproken dat dit ook elk jaar wordt voortgezet. Als je het doorrekent, zou het in theorie genoeg moeten zijn voor die 290.000 woningen. Maar ik zeg heel nadrukkelijk: in theorie. Dat is bij meer vragen zo: in theorie kan iets uitgerekend worden en heb je een sluitende businesscase, maar je weet tegelijkertijd dat in de realiteit ook nog een aantal andere elementen een rol spelen. Dit betekent dat er genoeg plannen moeten zijn. Zoals ik al eerder zei, doen we dat met de woondeals, met de Wet regie, met de volkshuisvestingsprogramma's. Op die manier willen we hier sturing en regie op gaan voeren en monitoren we dat ook met onze monitor. Dan de vraag van mevrouw Keijzer en mevrouw Maeijer: tot welke vertraging leidt het schrappen van de envelop? We nemen de bouwopgave voor de doelgroep van de verzorgingshuizen mee in de herijking van de woondeals. Daarmee wordt het onderdeel van de opgave tot en met 2036. Ik verwacht daarmee geen grote vertraging. Ik begrijp het heus als daar de vervolgvraag op zou komen "ja, maar van '32 tot '36 was er toch al sprake van een vertraging?" Dat is zo, maar daarom zeg ik: ik verwacht alleen dat dit geen extra vertraging gaat geven. Dan de vraag van mevrouw Wendel over de inwerkingtreding van de Wet regie. Ik streef ernaar dat dit 1 juli kan zijn. Alleen, niet alle elementen uit de Wet regie kunnen daadwerkelijk direct geïmplementeerd worden. Voor een aantal elementen uit de Wet regie moet ik nog een advies halen bij de Raad van State of moet ik nog via koninklijk besluit een aantal zaken gaan regelen. Het is zelfs mogelijk dat er nog iets via een langer traject moet. Als het gaat over wanneer de vergunningsvrije mantelzorg- en familiewoningen daadwerkelijk vergunningsvrij neergezet kunnen worden, is precies dit het betreffende geval waarvoor ik nog een advies bij de Raad van State moet ophalen. Mijn streefdatum hierbij is dat ik dit 1 januari '27 in werking kan laten treden. Dat is een halfjaar later dan ik zelf zou willen, maar er zitten nu eenmaal stappen tussen waarvan we met elkaar hebben afgesproken dat ik die moet nemen. Dus het is een halfjaar later: 1 januari '27. Dan de vraag van mevrouw Tijmstra en mevrouw Ten Hove, over hoe ik kijk naar het bieden van ondersteuning aan mantelzorgers en het geven van ruimte daarvoor vanuit de woningbouwregels. Ik vind mantelzorgers echt saints; ik weet even niet zo snel wat het Nederlandse woord ervoor is. "Heiligen" hoor ik net, rechts van mij. Dank daarvoor; u kunt zien dat wij een goed duo zijn. We moeten mantelzorgers zo veel mogelijk faciliteren, zodat ze dit, als ze het kunnen doen, ook willen blijven doen omdat we dat voor hen faciliteren. Daarom was ik ook zo blij dat dit in de Wet regie staat en dat we dit voortzetten. We schrappen het verplicht aantonen van een mantelzorgverklaring. Dat is niet genoeg, dus we moeten bij de bouw ook kijken hoe we dat kunnen vereenvoudigen zonder door het ijs te zakken als het gaat over veiligheid. We kijken naar alleen noodzakelijke bouwtechnische regels — dit gaat over veiligheid — en dan met name naar de brandveiligheid. We zien vaak dat mensen die zorg nodig hebben, iets minder mobiel zijn en dat het iets meer tijd kost om … Nou, daar moeten we bij de bouw van deze woningen natuurlijk rekening mee houden. Verder werken we aan een vereenvoudiging op het gebied van wonen, doorstroom en bouwen via de jaarlijkse vereenvoudigingswet. Dus wat doen we? We werken aan de vereenvoudiging van de algehele bouwregelgeving en het versnellen van procedures. We werken aan de vereenvoudiging van het partnerbegrip in de AOW, zodat mantelzorgers duidelijkheid hebben over de impact van samenwonen op hun AOW-uitkering. Ik onderzoek samen met de hypotheeksector of we de financiering van woningen voor ouderen kunnen vereenvoudigen of ondersteunen. Dan vroeg mevrouw Vliegenthart nog hoe de andere minister en ik ernaar kijken dat nieuwe woonvormen onvoldoende van de grond komen. Knelpunten die de woningbouw raken, raken ook de woningbouw voor ouderen. Daar zit geen onderscheid in. Ouderen hebben helaas geen uitzonderingspositie in de problematiek waar de hele woningbouwopgave mee te maken heeft, zoals stikstof en netcongestie. De taskforce voor het versnellen van de woningbouw, onder leiding van de minister-president, is ingezet om de ambtelijke capaciteit te bieden om daarbij te ondersteunen. Het mooie aan deze taskforce is dat de verschillende departementen daarin samen aan tafel zitten. De onderwerpen die we daar bespreken, worden onmiddellijk multidisciplinair en interdepartementaal bekeken. Netcongestie wordt meegenomen, stikstof wordt meegenomen en andere eventuele bezwaren ook. De minister zit aan tafel bij deze taskforce als hoeder van het sociaal domein, dus niet alleen namens haar eigen portefeuille, maar namens het hele sociaal domein. Ik kan u verzekeren dat als ik het niet heb opgeschreven, ik het daarna wel opschrijf, omdat de minister mij daar dan op attendeert. Waar zitten de knelpunten? Bij het vinden van voldoende geschikte locaties — dat gaat niet alleen om wat ik geschikt vind; dat gaat om waar we met elkaar vinden dat deze woningen gebouwd zouden moeten worden — bij de exploitatie van de ontmoetingsruimte, bij de hogere kosten voor zorggeschikte woningen en bij onduidelijkheid over de brandveiligheidsmaatregelen. Dat zijn de zaken die we moeten oplossen om voor die versnelling te zorgen. Dat doen wij samen. We kijken ook hoe we subsidies langjarig kunnen inzetten en hoe we duidelijkheid kunnen verschaffen rondom brandveiligheid en de normeringen die daarbij horen. Ik stuur uw Kamer daar vóór dit reces een voortgangsbrief over. Dan wilt u vast weten hoeveel ik er nog heb; dat zijn er vier. Mevrouw Wendel vroeg naar de monitoring van de woningbouw. Het begint met inzicht, anders heb je geen idee waar je het over hebt. Je kunt ook niet sturen als je geen inzicht hebt. Dat betekent dat woningtypes ook geregistreerd moeten worden, en dat werden ze niet. We hebben dus een beetje een achterstand in het zorgen dat we dat goed in beeld krijgen. Registreren betekent ook dat we met dezelfde definities moeten werken, want als we met verschillende definities werken — dat zie ik met name bij de nultredenwoningen — dan kan het zijn dat de één op een hoger of lager aantal komt dan de ander. Het is belangrijk dat we daar eenzelfde beeld bij hebben, dus ik ga die definities vastleggen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarmee hebben we een afgesproken definitie, en dan gaan de gemeentes via de Landelijke monitor voortgang woningbouw inzicht geven in hun plannen en in de realisatie daarvan. De kwaliteit van de data is nu nog onvoldoende om een volledig en betrouwbaar beeld te geven, maar daar werken we hard aan. Ook dat is onderdeel van de brief over de voortgang waarvan ik zojuist al zei dat u die vóór de zomer krijgt. Dan de vraag van mevrouw Tijmstra of de wet- en regelgeving rond toewijzing en gemengd wonen voldoende is toegesneden op het realiseren daarvan. We hebben een goede mix nodig die passend is. Voor corporaties en in de huurmarkt zijn er genoeg mogelijkheden om te sturen op toewijzen. Zij kunnen bijvoorbeeld huizen labelen als ouderenwoning of huidige bewoners inspraak geven, zoals dat in het Knarrenhof in Gouda gebeurt. Daar bepalen de mensen met elkaar wie daar nog meer bij komt wonen. Dat is veel moeilijker als het koop is. Bij koop verkoopt op een gegeven moment iemand iets. Je zou met de eerste bewoner nog iets kunnen doen, maar na de eerste bewoner zou dat een andere invulling kunnen krijgen. Platform31 heeft in april alle instrumenten voor woningtoewijzing voor ouderen overzichtelijk op een rij gezet. Dat is ook gewoon behulpzaam. Dan komen we bij de vraag van de heer El Abassi hoe ik voorkom dat ouderen niet gaan samenwonen uit angst voor korting op de huurtoeslag en de AOW vanwege de kostendelersnorm. Daar heb ik net al iets over gezegd. Ik deel deze zorg ook, om twee redenen: één, het lijkt me echt heel vervelend om in de situatie te zitten dat je eigenlijk anders wilt wonen dan je doet, en twee, het heeft een negatieve impact op de woningvoorraad. Als deze mensen gewoon samen gaan wonen, spelen ze daarmee namelijk een huis vrij. Ik zit bij het antwoord op deze vraag dus wel met een enigszins dubbele pet op. Aanpassingen in de regelingen hebben wel flinke budgettaire gevolgen. Voor de huurtoeslag — dat weet u waarschijnlijk — geldt dat mensen die op het toeslagadres staan ingeschreven, meetellen als medebewoner omdat ze geacht worden bij te dragen in de huurlasten. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor ouderen, maar voor iedereen. In de Kamerbrief over Beter Benutten ga ik in op de leefvormbeoordeling in de AOW en op de relatie tussen de kostendelersnorm en woningdelen. Ook deze brief wordt voor de zomer aan uw Kamer verstuurd. Specifiek voor de AOW geldt dat het kabinet opties uitwerkt voor harmonisering van het partnerbegrip, inclusief bijpassende dekking. Hierop kom ik na de zomer terug in het actieplan van de taskforce waarvan ik u zojuist vertelde wat het is, wat we daar doen en dat minister Sterk daarbij aan tafel zit namens het sociale domein. Tot slot vroeg mevrouw Van Brenk wanneer ik met de brief over de ouderenhuisvesting kom. Ik ben het natuurlijk helemaal met u eens dat we voldoende passende woningen moeten hebben voor ouderen. Ik weet soms de dagen niet meer, maar ik denk dat ik u deze week nog heb gezien toen u samen met het CDA mij iets heeft overhandigd over hoe u kijkt naar andere oplossingen. Met interesse lees ik dat en ga ik daarover verder in gesprek. Samen met minister Sterk kijk ik op dit onderwerp echt naar wat we kunnen doen. Ik ben blij dat ik aanwezig mocht zijn bij dit debat. Maar dan concreet uw vraag: wanneer krijg ik nou mijn brief? Die krijgt u voor de start van het zomerreces, want dan sturen wij samen een brief over de voortgang op het gebied van ouderenhuisvesting, waarin wij ook ingaan op de voortgang van de bouwopgave en de aanpak van de doorstroming.

Versie 6243957eb267e0791af77a393a758153ba7f715401aebd070c4badb9b3bedea8 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.