KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 13 mei 2026 · Tweede Kamer

Wet startprocedure b3-scholen en hardvochtigheden vso en pro (36745)

Brontekst

Staatssecretaris Tielen: Het is, denk ik, goed om te benoemen dat het bij het wetsvoorstel Startprocedure b3-scholen gaat over een wijziging in de stichtingsprocedure, die gericht is op veiligheid. Ik heb een aantal keren de woorden "deugdelijkheid" en "kwaliteit" langs horen komen, maar het is echt voornamelijk gericht op veiligheid. Ik hoorde ook enkele keren langskomen — ik heb daar ook specifieke antwoorden op — dat sommigen deze wet zien als een aantasting van de vrijheid van onderwijs zoals we die hebben vastgelegd in onze Grondwet. Ik zie dat zelf echt helemaal niet. Ik denk dat het goed is om het daar in mijn inbreng ook over te hebben. Ik voelde ook de neiging om nog maar weer even op te noemen wat we daarover in het coalitieakkoord hebben opgeschreven, om nog maar eens met woord en daad en met kracht in mijn stem duidelijk te maken dat ik daar ook voor sta. Dat is namelijk als volgt: "De vrijheid van onderwijs, zoals verankerd in artikel 23, biedt ouders en leerlingen de mogelijkheid om een school te kiezen die past bij hun overtuiging. Deze vrijheid is een fundament in onze Grondwet. De vrijheid van onderwijs mag niet misbruikt worden om de kernwaarden van onze democratische rechtsstaat te ondermijnen. Persoonlijke vrijheid en de gelijkwaardigheid van alle mensen komen tot uitdrukking in de burgerschapsopdracht van het onderwijs." Ik heb het niet zelf opgeschreven, maar ik sta er wel volledig achter. Ik zie dit ook als een opdracht van uw gehele Kamer aan ons om dit zo voort te zetten. Dan begin ik met de meest algemene vragen over de b3-scholen. Mevrouw Moorman vroeg wat ik vind van de toename als we kijken naar het particulier onderwijs. Een aantal van u hebben ook gerefereerd aan cijfers: er zijn ongeveer 135 b3-scholen in Nederland; dat aantal is de afgelopen tien jaar bijna verdrievoudigd. Ik vind daar eigenlijk weinig van, behalve dan misschien dat ik het belangrijk vind dat elk kind in Nederland het recht heeft om goed onderwijs te krijgen en dat zijn of haar ouders moeten kunnen kiezen voor een school waarop ze die kwaliteit van onderwijs ook kunnen vinden. Dat is wat mij betreft primair bekostigd onderwijs, want het is onze opdracht om dat samen met de scholen op een goede manier in te vullen. Als dat er niet is, dan is er in Nederland een mogelijkheid om een eigen school op te richten. Mevrouw Moorman vroeg ook wat ik dacht dat de oorzaken zouden kunnen zijn van de toename waar ik net naar verwees. Enkelen van u verwezen naar het onderzoek dat de inspectie daarnaar heeft gedaan. Daarin zie je diverse oorzaken: sommige mensen hebben gewoon negatieve ervaringen met het bekostigd onderwijs en gaan daarom op zoek naar een eigen school, anderen zoeken aansluiting bij hun levensovertuiging, bepaalde onderwijsbehoeften als het gaat om pedagogiek of hebben behoefte aan kleine klassen. Daarbij moet dan ook nog worden gezegd dat er wordt gezocht naar een school in de eigen buurt, want het is logisch dat een school enigszins op een bereikbare afstand staat. Dat is dus heel divers. Ik verwijs in mijn antwoord aan mevrouw Moorman dan ook naar dat onderwijsinspectierapport. Mevrouw Rooderkerk vroeg waarom we het acceptabel zouden vinden als b3-scholen niet voldoen aan de minimale kwaliteitseisen. Ik verwijs naar mijn uitspraak dat ik het belangrijk vind dat alle kinderen in Nederland goed onderwijs krijgen, op welke school ze ook zitten. Het moet overal goed zijn, of het nu gaat om een openbare school, een bijzondere school of een niet-bekostigde school. Dat betekent dat b3-scholen moeten voldoen aan minimale kwaliteitseisen en aan de kerndoelen zoals we die hebben vastgelegd in de wet. Dat betekent ook dat docenten bevoegd en opgeleid moeten zijn om dat onderwijs te kunnen geven. Tegelijkertijd is particulier onderwijs bekostigd; daar verwezen enkele andere leden al naar. Dat betekent dat we ons als overheid daarbij iets terughoudender moeten opstellen dan bij bekostigd onderwijs. Meneer Kisteman vroeg of particulier onderwijs niet bekostigd zou moeten worden. Als dat zo is, dan wordt het b1. Dan wordt b3 b1. Dat kan, maar dan hebben we een andere set aan voorwaarden. Waarom lukt het niet om onderwijs zo in te richten dat iedereen dat ook echt kan? Dat is natuurlijk een hele goede vraag, die we niet in dit ene debat gaan beantwoorden. Ik denk dat we in deze Kamer allemaal vinden dat de kwaliteit van ons onderwijs goed moet zijn, dat die omhoog moet en dat de verschillen tussen kwalitatief goede een kwalitatief minder goede scholen kleiner moeten worden. Dat is een andere opdracht die ik meeneem uit het coalitieakkoord en waar we hard mee bezig zijn. Deze wet op zichzelf gaat dat niet oplossen, maar het is wel één puzzelstukje om er in ieder geval voor te zorgen dat er overal in Nederland veilig onderwijs is. Mevrouw Moorman refereerde naar de mogelijkheid dat er ongelijkheid ontstaat doordat er niet-bekostigde particuliere scholen zijn. Ik denk dat wij een heel veelkleurig onderwijssysteem hebben. Er zijn heel veel verschillende soorten scholen met verschillende signaturen en een verschillende omvang. Uiteindelijk moet wat mij betreft met name het verschil in kwaliteit zo klein mogelijk zijn, maar verder vind ik de veelkleurigheid van ons onderwijssysteem eigenlijk wel heel mooi. Dat waren volgens mij een beetje de algemene vragen over het particuliere onderwijs zoals we dat hebben gevat in de term "b3". Dan ga ik naar de totstandkoming van de wet. Ik begin even met iets wat ik eigenlijk in mijn inleiding had willen zeggen. Een aantal van u refereerde namelijk aan het feit dat er twee onderdelen in deze wet zijn die eigenlijk niet bij elkaar horen en waardoor het eigenlijk een niet zo fraaie combinatie van wetgeving is, omdat we daarmee met name het recht van de Eerste Kamer inperken. Dat zijn natuurlijk zware woorden, maar ze kloppen wel. Als ik het goed heb, hebben we daar in onze nota van wijziging al het boetekleed voor aangetrokken. Ik denk dat we dat niet meer moeten doen. Meneer Ceder vroeg ook of ik dat zou willen zeggen. Dat wil ik best nog een keer zeggen. Ik wil daar ook wel sorry bij zeggen. We hebben vanuit een pragmatische insteek geprobeerd het zo op te stellen. Ik houd heel erg van pragmatisch, maar soms moet je achteraf zeggen dat een beetje meer principes hebben kan helpen, dus sorry. Maar ik zou het wel heel fijn vinden, nu we toch op dit punt staan, om beide aspecten gewoon volledig mee te nemen en aan uw Kamer voor te leggen. Dat is ook de reden dat we ze nu bespreken. Een aantal mensen zeiden: er is toch nog nooit iets fout gegaan, dus waarom zouden we die toetsing op veiligheid nu naar vooraf in plaats van achteraf verzetten? Dan gaat het over zowel de meldcode kindermishandeling en de burgerschapsopdracht, waarin een aantal aspecten zitten — ik verwees al naar de passage in het coalitieakkoord — als het veiligheidsbeleid. Het gaat dus echt om veiligheid. Waarom zou je die toetsing verzetten als het nooit fout is gegaan? In de voorbereiding hiervan kwam ik zelf al op het prachtige oud-Hollandse gezegde "als het kalf verdronken is, dempt men de put". Enkelen van u verwezen daar ook al naar, met de vraag die ik ook had: was het nou Bijbels of niet? Dat bleek niet zo te zijn. Maar ik denk wel dat het belangrijk is om dat te zeggen. Voorkomen is beter dan sluiten. Gelukkig zijn er nog nooit hele grote problemen ontstaan. Gelukkig. Ik zou het mezelf echter erg kwalijk nemen als we dit laten lopen en er vervolgens toch ergens een keer iets fout blijkt te gaan. Dan vind ik het ook terecht dat iedereen naar de wetgever kijkt — dat zijn zowel u als ik — en zegt: hadden we dat niet beter kunnen regelen? Daarom ben ik er ook van overtuigd dat het goed is om die toetsing op veiligheid naar voren te zetten, namelijk omdat voorkomen beter is dan genezen. In dit kader zou ik willen zeggen: voorkomen is beter dan een school moeten sluiten. Je moest eens nagaan wat dat voor effect heeft op de betrokken kinderen, hun ouders en ook de gemeenten, die dan ineens oplossingen moet gaan vinden. Daar werd ook al naar verwezen. Daarmee kan ik dat uitleggen, denk ik. Nu zijn er fracties die zeggen: "Blijf er helemaal van af. Laat die particuliere scholen helemaal doen wat ze willen. We kijken wel achteraf. Blijf eraf." Er zijn ook fracties die zeggen: er moet eigenlijk nog veel meer vooraf en eromheen worden geregeld. We hebben met dit wetsvoorstel geprobeerd om juist die beide kanten evenwichtig neer te zetten. Daarom sta ik hier ook wel vol overtuiging dat we dat kunnen doen. Het betekent geen extra administratieve last, want de last van het vermelden van de meldcode kindermishandeling, het veiligheidsbeleid en het formeren van een burgerschapsopdracht gold al. Het enige is dat we initiatiefnemers van scholen vragen om dat eerder te doen, zodat we van tevoren weten: als het een school wordt en daarmee ook invulling geeft aan het aanbod in de Leerplichtwet, dan kan dat ook gewoon. Ik denk dat dat op zichzelf een heel gewogen en evenwichtige maatregel is om te voorkomen dat dingen fout gaan. Hebben we alternatieven overwogen en, zo ja, hoe dan? Daar waren een aantal vragen over. Het initiatief is uiteindelijk gekomen uit een Kamerdebat van een aantal jaar geleden, waarin is toegezegd om te verkennen op welke manier de poortwachtersfunctie die geldt voor b1-scholen, ook voor b3-scholen kan worden ingezet en versterkt, zodat vooraf kan worden meegedacht dan wel ingegrepen, om te zorgen dat de veiligheid van het onderwijs niet in het geding is. Een poortwachter zit altijd vooraf, dus daar zijn weinig alternatieven voor te vinden, om het heel eerlijk te zeggen. De vraag is vervolgens wat daar dan in zit. Nogmaals, dan gaat het dus vooral over de veiligheid rondom het onderwijs. Er werd ook al gezegd: ja, maar maken we dan niet iets gelijk, terwijl eigenlijk verschillen gerechtvaardigd zijn? Ik weet niet meer wie van uw leden het zei, maar in uw debat werd gezegd: het gaat natuurlijk om kinderen. Als ouders hun kinderen naar een school sturen, dan mogen die ouders en dat kind erop rekenen dat er gewoon een bepaalde ondergrens van veiligheid aanwezig is, of het nou een bekostigde of een particuliere school is. Die ondergrens van veiligheid zit in het melden middels de meldcode kindermishandeling, het veiligheidsbeleid en de vormgeving van het burgerschapsonderwijs, waarbij het gaat over de democratische rechtsstaat en veiligheid en gelijkwaardigheid voor iedereen. Daar is dit wetsvoorstel dus op geënt. Nogmaals, ik zou het jammer vinden als we achteraf, als het toch een keer fout gaat, moeten zeggen: hadden we maar vooraf getoetst, want dan was dit niet nodig geweest. Mijn volgende stapeltje vragen gaat over die toetsing. Een vraag van bijvoorbeeld mevrouw Van der Plas was: hoe zorg je dat het proportioneel is en dat het geen papieren toets is die achteraf in de praktijk niet blijkt te passen? Het is natuurlijk altijd zoeken naar de beste manier. Door initiatiefnemers van scholen te vragen om het op te schrijven maken we ze in ieder geval bewust van het belang van de veiligheidsvoorwaarden. Daarnaast heeft de inspectie dan ook iets in handen om te kijken of erover nagedacht is en hoe erover nagedacht is. Wat mij betreft is dat proportioneel. Stel nou dat de inspectie zegt "wat er nu staat, vinden wij eigenlijk niet zo goed", "het is niet volledig" of wat dan ook. Dan kan de inspectie gewoon contact opnemen met de initiatiefnemers, erover in gesprek gaan en erop aandringen om toch nog wat aan te scherpen, te verbeteren of te verstevigen. Dit is gewoon een goeie manier om in de voorbereiding van het stichten van een school … Dat is natuurlijk ook niet iets wat je op vrijdagmiddag maar gewoon eventjes doet, want het gaat over kinderen en hun toekomst. Dit is een hele basale manier om te zorgen dat het zo is en dus is het wat mij betreft proportioneel. Mevrouw Armut vroeg nog of initiatiefnemers de mogelijkheid krijgen om hun aanvraag aan te passen als de inspectie niet zo enthousiast is. Ja, natuurlijk. De inspectie kan die drie papieren aanvraagonderdelen aanpakken en vervolgens tegen de initiatiefnemers zeggen "zullen we het hier eens over hebben, want wij hebben wel wat vragen", "we snappen dit niet" of "we denken dat u dit wat scherper op moet schrijven". Is het dan duidelijk wat ze moeten aanleveren, vroeg mevrouw Armut ook. Eigenlijk wel, want het gaat over dingen die ze op dit moment achteraf, dus na de stichting, moeten aanleveren. Het gaat dus over dingen die eigenlijk voor elke school van belang zijn. Het enige wat we dus echt veranderen, is het moment waarop ze het moeten aanleveren. Er werd een paar keer gevraagd of het terughoudend genoeg is. Ik verwees al naar de verschillen van mening in uw Kamer over de mate waarin er stevigheid in moet zitten. Ik denk dat er juist een heel mooi, terughoudend evenwicht in zit. Het gaat vooral over de veiligheid. De inspectie zal alleen ingrijpen, als je het al zo mag zeggen … De inspectie zal alleen proberen een school daadwerkelijk aan die eisen te laten voldoen als blijkt dat aantoonbaar niet wordt voldaan aan de drie voorwaarden die erin staan. Mevrouw Armut vroeg zich wel af wat het nou echt toevoegt om het voorafgaand aan de stichting te doen. Een aantal anderen van u vroegen zich dat ook af. Het voegt toe dat we in ieder geval de verantwoordelijkheid voor het stichten en het hebben van een school … Het voegt toe dat we zeker weten dat scholen die de deuren openzetten zodat kinderen die aan de leerplicht moeten voldoen daar dagelijks hun onderwijs kunnen krijgen, kunnen voldoen aan de basale veiligheidsvoorwaarden, zodat zowel de fysieke als de sociale en de democratische veiligheid, om het zo maar te zeggen, voor kinderen geborgd zijn. Dat doen we nu niet. Als je erover nadenkt, is dat eigenlijk best wel een beetje … Ik geloof dat mijn voorganger dat een "weeffout" heeft genoemd. Ik weet niet of ik zo ver wil gaan, maar ik vind wel dat dit een goed moment is om het borgen van die basale veiligheid op deze manier in gang te zetten. Mevrouw Van der Plas vroeg of er dan geen extra lasten en regeldruk zijn. Nogmaals, het enige wat wij doen is het verplaatsen van het moment van het aanleveren van de informatie. Inhoudelijk verandert die informatie niet. Meneer Stoffer zei dat de toezichthouder dit zelf niet zo nodig vond; waarom zouden wij het dan wel zo doen? Ik vind het echt een terughoudende en evenwichtige manier om vooraf die veiligheid in beeld te brengen. Tot nu is er nog niks gebeurd, maar als er ooit wel iets gebeurt, dan zou het gek zijn om te zeggen "wij hebben dat van tevoren niet kunnen zien, want wij wisten het niet", terwijl we dat met een relatief simpele maatregel wél kunnen weten. We zien gewoon een sterke groei van het aantal particulieronderwijsscholen en dat betekent per definitie dat het risico groter wordt dat het een keer misgaat. Betekent dit dat deze staatssecretaris geen vertrouwen heeft in particuliere initiatieven? O, dat heb ik zeker wel, maar precies daarom is het, denk ik, goed om aan schoolinitiatiefnemers te vragen duidelijk te maken hoe hun veiligheidsbeleid eruitziet en hoe zij hun burgerschapsonderwijs ongeveer vorm gaan geven zodat het aansluit bij de waarden van onze democratische rechtsstaat. Er werden wat vergelijkingen gemaakt met tramongelukken, boomklimmen en auto-onderdelen, maar die gaan natuurlijk allemaal enigszins mank. Ik ben het eens met iedereen die zegt dat je risico's niet helemaal kunt uitsluiten. Dat is zo, maar we hebben het hier over onderwijs. Alle kinderen in Nederland hebben de plicht om naar school te gaan. In ons onderwijssysteem bieden wij voor een groot deel bekostigde scholen in allerlei verschillende kleuren aan, maar als de overheid zegt "dit is een school, dus daar kun je voldoen aan je leerplicht en onderwijs volgen" — sommigen spreken dan over leerrecht — dan moeten we daar in ieder geval voor kunnen staan en kunnen zeggen dat het er veilig is. Dat zijn de eisen die we daarin zetten. Ik zie dat de heer Claassen mij wil interrumperen, maar ik ga nog even door, voorzitter, want dat was uw structuur. Mevrouw Rooderkerk vroeg mij om periodiek na te gaan of de toetsingscriteria nog wel aansluiten, omdat er allerlei ontwikkelingen zijn die wij soms gewoon niet kunnen voorspellen. Gedacht wordt dan aan bewegingen in Nederland die zich tegen de democratische rechtsstaat keren, om het maar even in mijn parafrases te zeggen. Dat nemen wij mee in de invoeringstoets die we binnen nu en twee jaar uitvoeren om te kijken of dit wetsvoorstel daadwerkelijk uitvoerbaar is en of het werkt met de bewegingen die er wellicht komen en wij niet hadden voorspeld. We hebben natuurlijk ook nog een officiële wetsevaluatie. Feit is dat men bij de vormgeving van het burgerschapsonderwijs uiteindelijk uitgaat van de kerndoelen die we daarvoor hebben opgesteld. Wat dat betreft lopen die twee dingen dus hand in hand. Meneer Ceder vroeg of we bij de evaluatie van de wet de ervaringen van de initiatiefnemers en ouders meenemen. Ja. Dat vinden wij heel belangrijk, dus: zeker. Meneer Ceder vroeg verder naar de twaalf weken: is dat niet laat? Er is geen uitgebreide calculatie geweest, maar we hebben zelf de indruk dat zes weken net aan de krappe kant is. Daarom hebben we er twaalf weken van gemaakt. Uiteindelijk is het natuurlijk aan de initiatiefnemers zelf om tijdig te laten zien dat zij die veiligheid op orde hebben. Straks kom ik nog op de amendementen, maar dat is de reden waarom we op deze termijn zijn uitgekomen. Ik denk dat ik de volgende vraag van de heer Ceder al heb beantwoord, maar ik zeg het nog maar een keertje. Hoe gaat het met de initiatiefnemers en heeft de inspectie wel met hen contact tijdens de aanvraagprocedure? Ja. Wat mij betreft is het samen zoeken naar de beste manier om die veiligheid te kunnen waarborgen. Meneer Kisteman vroeg nog of de inspectie ook onaangekondigd particuliere scholen bezoekt. Het antwoord daarop is: ja, maar wel als er signalen zijn dat er gekke dingen of onveilige dingen gebeuren of dat er misstanden zijn of structurele problemen en regulier toezicht is aangekondigd, maar onaangekondigd bezoek, zoals we dat ook bij andere scholen doen, kan ook bij b3-scholen. Dat was dit deel, voorzitter. Dat was het blokje.

Versie 3699a4fc0ea076d4d76283e1cb5abcbb97c6c4bacbc4547ce6a9ff0ba736a542 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 2b3e0470121621c6

12 okt 2026 · 81301864d2c00665

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.