KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 1 jul 2025 · Tweede Kamer

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36725-VIII)

Brontekst

Minister Bruins: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat ik vandaag in dit huis de inzet van dit inmiddels demissionaire kabinet mag verdedigen wat betreft de veranderingen die zijn ontstaan door de Voorjaarsnota op het gebied van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Veel dank aan uw leden voor de inbreng en voor de passie en betrokkenheid die ik in de eerste termijn mocht aanschouwen. Ik ben opnieuw onder de indruk van de pleidooien vanuit alle politieke richtingen over het belang van goed onderwijs en de waarde van wetenschap. Ik onderschrijf die. Voor mij zijn kennis en innovatie de kurk waar Nederland op drijft, ook voor de toekomst. Goed onderwijs gaat ook over onze talenten, die we willen voorbereiden om bij te dragen aan onze samenleving. Daarbij zijn brede toegankelijkheid en gelijke kansen voor iedereen principes die deze Kamer en ook mij heel na aan het hart liggen. Maar uw leden, onder anderen de leden Rooderkerk, Stultiens en Ceder, vroegen mij naar het proces en naar mijn reflectie. Daar wil ik dan ook even kort bij stilstaan. Wanneer we specifiek kijken naar mijn eerste suppletoire begroting, dan leek het — het klinkt misschien raar — in eerste instantie best een normaal en overzichtelijk voorjaar voor de OCW-begroting te worden. Er was per saldo een beperkte tegenvaller op de ramingen. Een tegenvaller op de ramingen betekent dat er meer studenten zijn. Dat kost OCW dus meer geld en dat moeten we binnen de eigen begroting oplossen. Er waren ook wat investeringen nodig. Er waren ook wat beleidsmatige problemen en wensen die moesten worden ingepast. Conform de begrotingsregels hebben we dat allemaal opgelost binnen de OCW-begroting, deels met inzet van meevallers, deels met middelen die relatief probleemloos konden worden vrijgemaakt en deels met bezuinigingen. Maar helemaal aan het einde van het proces bleek dat er van OCW helaas toch nog een bijdrage aan de rijksbrede problematiek werd verwacht in de vorm van de 50% korting op de prijsbijstelling. Toen kwam ook de door uw leden zeer vaak genoemde afschaffing van de onderwijskansenregeling. Dit is bij elkaar circa 350 miljoen. Wij zien ook dat de financiële opgaven groot zijn. We hebben als kabinet toch echt een paar grote maatschappelijke problemen moeten oplossen. Daarnaast moeten we niet vergeten — de heer Uppelschoten noemde het al — dat in deze eerste suppletoire begroting ook ruim 2 miljard aan loon- en prijsbijstelling aan de begroting is toegevoegd. Het per-saldo-effect van de voorjaarsbesluitvorming op de OCW-begroting is daarom wel wat negatiever dan we gehoopt hadden, maar altijd nog ruimschoots positief. Voorzitter. Normaal komt dan het moment dat ik mijn blokjes aankondig, maar ik heb geen blokjes. Ik zal gewoon een aantal losse vragen beantwoorden. Na mij zal de staatssecretaris ingaan op de aan haar gestelde vragen, waaronder de vragen over de onderwijskansenregeling, waar uw leden naar gevraagd hebben. Voorzitter. Met deze eerste suppletoire begroting wordt — ik zei het al — de OCW-begroting met structureel 2 miljard verhoogd, vooral door loonbijstelling. We hebben een aantal problemen en tegenvallers binnen de begroting opgelost zoals de begrotingsregels dat voorschrijven. Al met al verdedig ik hier een aanpassing van een Onderwijsbegroting waarmee we ons nog steeds kunnen blijven inzetten voor onze beleidsdoelstelling; daar ben ik van overtuigd. Mevrouw Rooderkerk en de heer Ceder vroegen mij: kan de minister in beeld brengen wat nou de effecten zijn van de veranderingen op de begroting, met name wat betreft de bezuinigingen op het vervolgonderwijs? Hoeveel instellingen raakt dit? Wat zijn de financiële effecten? Als ik daar zo goed mogelijk op reflecteer, denk ik dat ik moet beginnen te zeggen dat het kabinet vindt dat er met deze Voorjaarsnota wel een afgewogen pakket aan maatregelen staat. De ombuigingen op het vervolgonderwijs zijn generiek van aard. De bezuiniging wordt namelijk doorgevoerd op het totale budget van de bekostiging en wordt via het verdeelmodel verdeeld over alle instellingen. Alle instellingen worden dus evenveel geraakt. Maar hoe dit uitpakt, is per instelling verschillend, aangezien een instelling bestedingsvrijheid heeft. Het is dus niet op voorhand te zeggen wat de effecten per instelling zijn en wat de effecten hiervan zullen zijn op de instroom van studenten in het vervolgonderwijs. Ten aanzien van het voorbereiden van het vervolgonderwijs op de toekomst heb ik uw Kamer in het voorjaar mijn beleidsbrief Vervolgonderwijs en wetenschap gestuurd. Ik geef onverminderd uitvoering aan de lijnen die ik daarin geschetst heb, bijvoorbeeld het werken aan toekomstbestendige en stabiele financiering voor het vervolgonderwijs, omdat we in de toekomst een grote demografische krimp zien aankomen, die ook het mbo, het hbo en het wo zal treffen. De heer Ceder vroeg mij specifiek of ik wilde ingaan op de gevolgen van de bezuinigingen op de loon- en prijsbijstellingen en op de vraag welke onderwijssoorten en regelingen dit raakt. Hij vroeg mij om dat meer concreet en duidelijk te maken. Ten eerste maak ik duidelijk dat er geen korting is op de loonbijstelling. Die is volledig uitgekeerd aan OCW. In totaal is hiermee circa 2 miljard aan loonbijstelling toegevoegd aan de OCW-begroting. Rijksbreed is wel besloten om 50% van de prijsbijstelling niet uit te keren, maar in te zetten voor andere opgaven waar het kabinet zich voor gesteld ziet. Op de OCW-begroting gaat het om circa 172 miljoen per jaar structureel, opgeteld over alle sectoren. Binnen de OCW-begroting is met deze gehalveerde loon- en prijsbijstelling eerst alle wettelijk verplichte prijsbijstelling uitgekeerd, bijvoorbeeld in het primair onderwijs. Het primair onderwijs heeft dus een volledige loon- en prijsbijstelling gekregen. Dat geldt ook voor de studiefinanciering. De studenten hebben dus ook een volledige loon- en prijsbijstelling gekregen, eigenlijk een inflatiecorrectie. Hetzelfde geldt ook voor de landelijke publieke omroep, want dat is vastgelegd in de Mediawet. Daarna resteerde er een zeer beperkte prijsbijstelling voor de overige budgetten, dus voor de overige sectoren op de OCW-begroting. Om geen verschil tussen het primair en het voortgezet onderwijs te laten ontstaan, is met herprioritering alsnog de volledige prijsbijstelling aan het voortgezet onderwijs uitgekeerd. De herprioriteringen zijn binnen de begrotingsartikelen voor het funderend onderwijs gedaan. De staatssecretaris kan u daarover meer vertellen in haar bijdrage.

Versie 85d2668d4debf2c4e0067a50a3889353a514bc9f906694feb488e5d0854b6905 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 4e573522f7a318af

13 okt 2026 · 90732e3716a68f78

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.