KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Armoede- en schuldenbeleid

17 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f99dab0edf612945 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Staatssecretaris Struycken: Dan kom ik bij het thema invordering. Als het gaat om het incassostelsel hebben we een hoog ambitieniveau, zoals ook blijkt uit de brief van 11 oktober. Het gaat daarbij om het collectieve afbetalingsplan, wat in feite gaat over meer coördinatie omtrent betalingsregelingen. Ook gaat het om de wettelijke zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders en om allerlei andere maatregelen om kostenoploop te beperken. Ik ben het met de heer Ceder eens dat het zaak is om die onnodige kostenoploop tegen te gaan. Daarbij gaat het dus ook over de impact van wettelijke rente en dergelijke, zoals ook eerder door de heer Ceder in een motie is bepleit. We hebben het voornemen om uiterlijk 1 mei 2025 met een uitvoerige brief naar de Kamer te komen. Daarin zullen we de juridische aanpak van de civiele invordering geïnventariseerd hebben. Dan zullen we ook weten welke wijzigingen in wet- en regelgeving nodig zijn. Ik herken wat de heer Ceder zegt. Het gaat niet alleen om bewustwording en zo. Al is het overigens wel zo dat, als ik het kantoor Anti Incasso goed begrijp, bewustwording een belangrijk element is. Weten wat je rechten zijn, is natuurlijk een heel belangrijk punt. Maar die rechten zelf moeten ook degelijk worden ingekaderd. Nu moet ik het goed zeggen: zonder wet- en regelgeving kunnen we een heleboel doen, maar wet- en regelgeving zijn wel nodig om het pakket compleet te maken. Wij gaan de komende maand al in gesprek met onder anderen de deurwaarders om verdere invulling te geven aan de rol van deurwaarders in de toekomst. Het interessante is dat we het hierbij steeds over de zorgplicht hebben, maar als ik het goed begrijp gaat het met name om hun zorgrecht! Deurwaarders willen graag een recht en een taak daarin hebben. Het vraagt om een deugdelijke onderbouwing van hoe dat te gaan doen. Het vergt bijvoorbeeld een deugdelijke wettelijke grondslag voor gegevensuitwisseling. Informatie-uitwisseling blijkt een van de bottlenecks te zijn in heel veel dossiers; dat speelt hier natuurlijk ook. We gaan met de deurwaarders in gesprek over wat zij precies voor ogen hebben om de taken te kunnen vervullen wat betreft schuldhulpverlening. De heer Ceder vroeg mij ook naar het voorstel van de Consumentenbond om de volgorde van betaling aan te passen. Er is inderdaad een bepaling in het Burgerlijk Wetboek 6, artikel 44, de zogenaamde "imputatieregeling". De regeling gaat over de volgorde waarin een betaling wordt aangewend ter delging van de verschillende posten: rente, kosten, hoofdsom. De gedachte van de Consumentenbond is dat het iets kan uitmaken of die volgorde wordt aangepast. Ik zal daarnaar kijken. Ik kan me voorstellen dat het voor mensen demotiverend is om alleen maar af te lossen op rentes van boetes et cetera. Misschien scheelt het in de perceptie van aflossers als een aflossing ook in haar geheel of gedeeltelijk in mindering komt op de hoofdsom. Ik moet daarbij wel aantekenen dat alles uiteindelijk betaald moet worden. In zoverre is het misschien meer een cosmetische ingreep. Als het bijdraagt aan het betalingsbewustzijn, zullen we dat zeker in ogenschouw nemen. Het is uiteindelijk natuurlijk wel ook een kwestie van contractsvrijheid waar partijen een keuze in kunnen maken. Misschien maakt het dus ook onderdeel uit van een bredere bewustwording wanneer bepaalde schuldeisers in de algemene voorwaarden bijvoorbeeld op dit punt een tegemoetkoming opstellen die ten goede komt aan het betaalgedrag van schuldenaren. De heer De Jong vroeg naar de mogelijke waarborgen om de posities van schuldeisers te versterken in een collectief afbetalingsplan. De crux van het collectieve afbetalingsplan is dat je moet voorkomen dat er tweezijdig allerlei afbetalingsplannen worden opgesteld die door elkaar heen werken, langs elkaar heen werken of met elkaar in strijd zijn. Het idee is dus eigenlijk om een soort betalingscoördinatie in te richten, zodat al die verschillende betalingsregelingen samenkomen in één collectieve regeling. Het uitgangspunt is dus een ordelijke betaling van schulden. De intentie is vooralsnog niet om dan ook een korting af te dwingen of om het dwingend op te leggen. We gaan er wel naar kijken hoe zo'n collectief afbetalingsplan handen en voeten kunnen worden gegeven. Misschien heb je hier en daar toch een wettelijk instrument nodig om ervoor te zorgen dat alle neuzen dezelfde kant op komen te staan. Het uitgangspunt is dat het een minnelijk traject is, waarbij deelname ook aan de kant van de schuldeisers op basis van vrijwilligheid gebeurt. Als die vrijwilligheid ontbreekt, kom je al vrij snel in juridische trajecten terecht, zoals in een Wsnp-traject en misschien soms ook in een WHOA-traject, de Wet homologatie onderhands akkoord. Die trajecten berusten wel op dwang. In die situaties worden de rechten van schuldeisers dus gekort. Maar op een juridisch goed ingebedde wijze is in de wettelijke procedure voorzien in vormen van bescherming van schuldeisers, zoals dat gaat bij de surseance van betaling bij faillissement, de Wsnp en de WHOA.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 05e39c7a17a7be04

13 okt 2026 · f1e055536d225ff2

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.