statement · 15 jan 2025 · Tweede Kamer
Spoor
Brontekst
Staatssecretaris Jansen: Het goede nieuws is dat dit mapje minder dik is. Er was een vraag van mevrouw Koekkoek, de heer El-Abassi en de heer Van Dijk, dus van Volt, DENK en NSC: "Op internationale verbindingen is nu concurrentie mogelijk. Spanje laat zien dat concurrentie kan leiden tot scherpere prijzen voor consumenten. Kunt u aangeven hoe het daarmee staat in Nederland?" Het kabinet ziet natuurlijk ook kansen voor open toegang op internationale verbindingen. Daarom zijn deze verbindingen, op de IC Brussel en de kortgrensoverschrijdende verbindingen na, niet in de HRN-concessie opgenomen. Concurrentie op de internationale verbindingen is nu nog beperkt, maar zal vanwege de groeiende vraag de komende jaren wel gaan toenemen. Meerdere vervoerders hebben zich al bij de ACM gemeld omdat ze de komende jaren internationale verbindingen willen gaan verzorgen, ook voor nieuwe bestemmingen. Mijn voorganger heeft u daar ook al eerder over geïnformeerd. De komende jaren zullen we zien welke van deze initiatieven capaciteit krijgen toegewezen door ProRail en welke uiteindelijk tot de markt kunnen toetreden. Dan was er een vraag van mevrouw Koekkoek van Volt: staat de toezegging nog steeds dat de staatssecretaris met een visie komt voor het internationale treinvervoer in Q1 van dit jaar, en kan hij alvast een doorkijkje geven van drie prioriteiten daaruit? Die toezegging staat natuurlijk absoluut nog. Maar u heeft deze qua planning wel iets ambitieuzer ingestoken. Ik had namelijk aangegeven dat ik in de eerste helft van 2025 met die visie zou komen. Daar zit dus ook Q2 nog bij. Met de visie wordt uitwerking gegeven aan het regeerprogramma om te komen tot een voorstel voor het aansluiten op hogesnelheidslijnen over de grens. In de reactie op uw initiatiefnota van afgelopen jaar heeft het kabinet reeds een aantal belangrijke aandachtspunten voor de visie genoemd, bijvoorbeeld het versterken van de positie van de internationale reiziger en het belang van integrale ticketing. Maar ik noem ook het geven van richting wat betreft de vragen op welke internationale corridors we willen inzetten en hoe vervoerders hiervoor ruimte willen bieden. U begrijpt dat ik nu nog niet verder op die uitwerking vooruit wil lopen, maar ik ga daar dit jaar, als ik het advies met u heb gedeeld, zeker het gesprek met u over aan. Dat gaat dus in de eerste helft van dit jaar gebeuren. Dan was er een vraag van mevrouw Veltman van de VVD en van de heer Bamenga van D66: wat is de visie van de staatssecretaris op het internationale spoorvervoer, ook met betrekking tot het laten rijden van meerdere aanbieders? Voor de internationale verbindingen geldt open toegang, behalve voor de IC Brussel en de kortgrensoverschrijdende verbindingen. Zoals eerder aangegeven, is de verwachting dat ik komend jaar met een visie kom, als uitwerking van het regeerprogramma. Dan was er een vraag van de heer Van Dijk van NSC: wanneer kunnen we met nieuwe vervoerders naar Berlijn, Hamburg of Brugge gaan? Hij vroeg of ik nog barrières zie en, zo ja, of ik die probeer weg te nemen en concurrentie probeer aan te jagen. Nieuwe vervoerders kunnen nu al treindiensten naar internationale bestemmingen uitvoeren. De grootste barrière is vaak de businesscase. Door de regelgeving rond capaciteitsverdeling aan te passen, willen we meer ruimte garanderen voor internationale treinen, zowel richting Berlijn als op de hsl. Ik verwacht dat wijzigingsvoorstel snel, voor de voorhang, aan uw Kamer te sturen. In de visie voor het internationale spoor zal ik hier dan ook op ingaan. Dan was er een vraag van mevrouw Veltman van de VVD en de heer Van Dijk van NSC. Zij vroegen of ik wil onderzoeken of het mogelijk is om, in plaats van 20 treinen per week, 48 treinen per week over de Belgische grens te laten rijden. Zij vroegen wat er maximaal kan. Ik ben blij dat de NS vanaf dit jaar meer treinen naar Brussel laat rijden. Het is mogelijk om aanvullend meer hogesnelheidstreinen naar de Belgische grens te laten rijden. ProRail heeft eerder, in het kader van Alle seinen op groen, onderzocht dat er 64 treinen per dag tussen Amsterdam en de Belgische grens kunnen rijden. Er is dus ruimte voor aanbieders om een aanvraag te doen. Over de capaciteit aan Belgische zijde moet nog wel afstemming plaatsvinden. Het is aan de Belgische spoorinfrastructuurbeheerder om keuzes te maken wat betreft de capaciteitsverdeling. Dan was er een vraag van mevrouw Koekkoek van Volt en de heer Van Dijk van NSC. Zij vroegen of ik bereid ben om samen met mijn Spaanse collega op te trekken om ervoor te zorgen dat de obstakels, die nu vooral in Frankrijk liggen, weggenomen kunnen worden. Vanuit de Europese Commissie is een pilot gestart om te kijken naar de verbinding vanuit Nederland naar Barcelona. Het ministerie en ProRail zijn hierbij aangehaakt. Ook vanuit andere landen zijn overheid en infrabeheerders aangehaakt. Dat geldt ook voor Frankrijk. Momenteel wordt door infrabeheerders gezamenlijk gekeken naar mogelijkheden om de trein door vier landen te laten rijden, ook wat betreft capaciteit op het spoor. De Europese Commissie steunt die pilot niet financieel, maar wil focussen op het bijdragen aan oplossingen voor de belemmeringen rond het opzetten van deze treindienst. Er wordt ingezet op een start van de pilot per 2026. Maar het is uiteindelijk wel aan de vervoerder om wat betreft open toegang de afweging te maken of dit haalbaar is. Ik heb nog twee vragen te gaan, voorzitter. Dan was er een vraag van mevrouw Vedder over Emmen-Rheine. Zij vroeg wanneer er duidelijkheid komt over de 500 meter van Coevorden tot aan de Duitse grens. Ik ben in goed overleg met de Inspectie Leefomgeving en … Waar staat de T ook alweer voor? Transport, hoor ik naast me. Excuus. Ik ben natuurlijk ook in overleg met ProRail. Het streven van alle partijen is om eind februari duidelijkheid te hebben, zodat we op tijd zijn voor het integrale projectbesluit. Het heeft absoluut mijn aandacht; ik doe alles wat ik kan doen om hiervoor te zorgen. Ik snap de vraag namelijk. Volgens mij heeft u die ook al twee keer eerder gesteld. Dan was er nog een laatste vraag, van meneer Bamenga van D66: wat kunt u leren van Rail Baltica? U dacht net dat die vraag nog openstond. Rail Baltica is vooral gefinancierd door de Connecting Europe Facility, de CEF. Er is vanuit deze facility overigens meer budget beschikbaar voor Oost-Europese landen dan voor West-Europese. Daarnaast speelt ook het feit dat dit een verbinding tussen vier Europese landen is. Dat was de laatste vraag, voorzitter.
Versie 559f7cff6de6adaa6db8a20273ef61bc329410e10aecf612d4362f7bf723b6bf · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.