Pakket Belastingplan 2027
Pakket Belastingplan 2027
statement · 12 okt 2026 · Tweede Kamer
De heer Hoogeveen (JA21): Dank u, voorzitter. Zoals bekend opereert dit kabinet met een minderheid in beide Kamers. Dat maakt de behandeling van het Belastingplan al best bijzonder, maar dat een maand voor de stemming in de Tweede Kamer de steun ervoor zo onzeker is, is een uitzonderlijke situatie. De kans is dus groot dat dit plan nog flink wordt verbouwd. Daarom voelt dit WGO ook een beetje vreemd. We schieten tenslotte op een doel waarvan we niet weten of het er volgende maand nog staat. Dat dit Belastingplan onderdeel is van een breder politiek pakket waarvoor het kabinet steun zoekt bij de oppositie, maakt dit debat extra lastig. Vandaag bespreken we slechts één kant van de rekening: het inkomstenkader, dus de belastingen. Maar wie zoals JA21 de belastingen structureel wil verlagen, moet ook naar de overheidsuitgaven kijken. Juist die liggen vandaag niet op tafel. Bij de voorbereiding van dit debat moest ik daarom een beetje denken aan de allegorie van de grot van Plato. Gevangenen zitten geketend met hun gezicht naar de muur. Ze zien schaduwen voorbijkomen en houden die voor de hele werkelijkheid. Buiten die grot ligt de wereld, maar die zien ze niet. Zo voelt dit debat ook een beetje. Vandaag kunnen en mogen we alleen naar die muur kijken, het inkomstenkader. Daarop zien we lastenverlichtingen voorbijkomen, maar veel verlichtingen worden elders weer opgehaald. De uitgaven, de werkelijkheid achter ons, staat vandaag dus niet op de agenda. In de brief "Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid" worden ons door het kabinet lastenverlichtingen voorgehouden: de accijnskorting op benzine en diesel wordt verlengd en de vliegbelasting wordt verlaagd ten opzichte van de voorgenomen tarieven. Maar ook dat is een beetje spelen met de schaduwen. Voorzitter. Neem de vliegbelasting. Het kabinet presenteert een verlaging, maar wat wordt er precies verlaagd? Een tarief dat nog niet bestaat. Op 1 januari treedt de differentiatie van het vorige kabinet in werking. Die brengt 271 miljoen euro extra op. Het kabinet haalt daar 61 miljoen van af. Per saldo betalen reizigers en luchtvaartmaatschappijen volgend jaar dus nog steeds 210 miljoen euro meer. Dat is dus geen belastingverlaging, maar een kleinere verhoging. Bovendien gaat alleen het hoogste tarief naar het Duitse niveau; het middentarief blijft staan. En dat terwijl Duitsland juist de tegenovergestelde beweging maakt: per 1 juli van dit jaar heeft de Duitse regering de vliegbelasting verlaagd, juist om de concurrentiepositie van de luchtvaartsector te versterken. Juist op Europese vluchten, waar ruim twee derde van de reizigers mee vliegt, blijft het verschil groot. Vanaf Eindhoven en Schiphol betaal je straks €31 vliegbelasting, vanaf Weeze en Düsseldorf €13 en vanaf Brussel en Charleroi €10. Nu al beginnen elk jaar zo'n twee miljoen vliegreizen van Nederlanders op een luchthaven over de grens. Düsseldorf alleen al telde in 2024 1,5 miljoen Nederlandse passagiers. Het middentarief raakt dus vooral de gewone vakantieganger. Wie naar een vakantiebestemming buiten de EU vliegt die onder het middentarief valt, betaalt straks bijna €50 vliegbelasting per ticket. Het onderzoek dat het kabinet op verzoek van JA21 heeft laten actualiseren, laat zien dat het aantal reizigers naar die bestemmingen daalt met 2% tot 3%. Voor sommige vakantiebestemmingen loopt het zelfs op tot 7%. Voor regionale luchthavens zoals Groningen, Maastricht en Eindhoven zijn juist deze vakantievluchten van groot belang. Mijn vraag aan de staatssecretaris: waarom blijft het middentarief staan, terwijl dat juist de gewone vakantieganger en onze regionale luchthavens raakt? Dan de brandstofaccijns. De verlenging van de korting helpt automobilisten volgend jaar. Goddank, want door de Iranoorlog staan benzine en diesel op recordhoogte. Dat scheelt komend jaar ruim €0,21 per liter benzine aan de pomp en ruim €0,14 per liter diesel. Vergeet niet dat diesel ook de brandstof is van goederenvervoer. Een hogere dieselaccijns raakt dus niet alleen de automobilist, maar werkt via hogere transportkosten ook door in de prijzen van onze boodschappen. Dat de korting wordt verlengd, is dus winst. Dank daarvoor richting het kabinet. Maar ik zeg er wel bij: die korting is natuurlijk tijdelijk. Hoewel het vandaag gaat over het Belastingplan 2027, geef ik wel alvast de waarschuwing aan het kabinet dat als we niets doen, in twee jaar tijd de prijs aan de pomp met zo'n €0,27 per liter benzine gaat stijgen en €0,18 per liter diesel. De eerste stap van die afbouw valt in 2028 ook samen met de voorziene start van ETS2, het Europese emissiehandelssysteem voor brandstoffen. De Miljoenennota noemt die twee zelfs als oorzaak van hogere lasten voor consumenten. De motie van mijn collega Maarten Goudzwaard vroeg juist om met ETS2 rekening te houden. In de plannen zoals die nu voorliggen, stevenen we dus af op een klif. Veel partijen in deze zaal zien die accijnzen misschien als een thermostaatknop voor het klimaat, maar voor mensen in het land is het een rekensom of je de auto überhaupt nog kan pakken. Voorzitter. Tot zover wat JA21 als lastenverlichtingen kan claimen, want dit Belastingplan bevat ook een flink aantal lastenverzwaringen. Per saldo stijgen de lasten in 2027 namelijk met 1,8 miljard euro. Volgens het CPB komt de collectieve lastendruk uit op 39,5%, het hoogste niveau sinds het begin van deze eeuw. Bijna twee vijfde van onze economie gaat dus op aan belastingen en premies. Waar komt dat geld vandaan? Ook bij mensen die werken. Het kabinet beperkt de inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting. Dat kost burgers volgend jaar 1,5 miljard euro. In 2028 komt daar nog eens 1,9 miljard euro bij. Structureel is dat 3,4 miljard euro per jaar. Het kabinet noemt het de "vrijheidsbijdrage", om de toegenomen kosten voor defensie te betalen, maar voor Nederlanders voelt het natuurlijk gewoon als een belastingverhoging. Deze belastingverhoging is misschien nog wel uit het donkerste deel van Plato's grot. Het is namelijk geen simpele verhoging van de tarieven, maar een uitholling van de inflatiecorrectie. Het salaris van een modale werknemer stijgt met de inflatie, maar doordat de belastingschijven onvoldoende worden geïndexeerd, gaat hij wel meer betalen. Voorzitter. In 2027 en de jaren daarna stapelen de maatregelen zich op. Wij zijn echt niet per se tegen alle dekkingen die het kabinet voorstelt. We begrijpen best dat ondoelmatige fiscale maatregelen geëvalueerd moeten worden. Maar dit laat wel de werkelijkheid zien achter de schaduwen op de muur. Een accijnskorting hier, een lager vliegtarief daar, maar wie zich omdraait, ziet de grotere werkelijkheid: een kabinet dat onvoldoende bereid is het uitgavenpatroon fundamenteel ter discussie te stellen en daardoor steeds opnieuw met andere belastingen bij burgers en bedrijven aanklopt. JA21 wil een andere route: minder schuiven binnen het inkomstenkader en snijden in de overheidsuitgaven, zodat de lasten echt omlaag kunnen. Voorzitter. Dat is vandaag de ongemakkelijke vraag, want dat is de route die JA21 eigenlijk wil bespreken, maar vandaag gaat het enkel over het Belastingplan. Als ik daar even op mag ingaan, heb ik wat inhoudelijke vragen. Ik kom dan terug op de vrijheidsbijdrage. Het kabinet regelt in dit Belastingplan niet alleen de belastingverhoging voor 2027; het legt ook 2028 al vast. Dat is een gekunstelde constructie. De opbrengst staat al vast. Het percentage volgt later bij AMvB. Zo belandt een lastenverzwaring voor 2028 in een wet voor 2027. En wat lezen we in de nota naar aanleiding van het verslag? We lezen dat er geen wetgevingstechnische en geen uitvoeringstechnische noodzaak bestaat om de vrijheidsbijdrage voor 2028 nu al op deze manier vast te leggen. Dat zijn niet mijn woorden; het zijn dus de woorden van het kabinet zelf. De reden die wordt opgegeven is budgettaire zekerheid, maar waarom moet de Kamer vandaag al instemmen met een verdere belastingverhoging op arbeid in 2028, terwijl de tabelcorrectiefactor voor dat jaar pas in juli 2027 wordt berekend? Sterker nog, het kabinet erkent dat bij een lagere inflatie de reguliere inflatiecorrectie in 2027 nagenoeg volledig kan verdwijnen. Het geraamde toepassingspercentage bedraagt nu al slechts 12,2%. Dan leggen we vandaag een belastingverhoging vast waarvan we de precieze gevolgen voor de individuele belastingbetaler nog niet eens kennen. Daarom stelt JA21 voor om de artikelen over de vrijheidsbijdrage voor 2028 uit dit Belastingplan te halen. Laten we ons dit jaar richten op een oplossing voor 2027. Over 2028 praten we volgend jaar wel bij het Belastingplan 2028. Ik begrijp dat de geraamde opbrengst van 1,9 miljard euro daarmee niet vanzelf verdwijnt, maar waarom zouden wij als Kamer ons nu al vastleggen op deze specifieke belastingverhoging? Laten we volgend jaar opnieuw naar de mogelijkheden kijken. Dan kennen we de inflatiecijfers en kunnen beide Kamers zelf besluiten over de maatregel en de dekking.
Versie 23eecc80aaf2f91059d10d5e61a46267c0b3083fef411c9292c1d6257e96c85c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Pakket Belastingplan 2027
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.